Sacha Baron Cohen verdedigt comback van 'problematische' Ali G
Sacha Baron Cohen noemt satire in een nieuw essay "essentieel" in een tijd waarin complottheorieën, online haat en autoritaire bewegingen wereldwijd terrein winnen. De Britse komiek en filmmaker blikt terug op zijn carrière en legt uit waarom hij zijn personage Ali G juist nu terugbrengt in de nieuwe film "Ali G: Who Iz I?". Volgens hem is de wereld sinds de eerste opkomst van Ali G en Borat "in veel opzichten erger" geworden en zijn de vooroordelen die hij probeert bloot te leggen inmiddels mainstream.
Ali G. en Borat, twee typetjes van Baron Cohen, worden door de huidige woke-cultuur veelal als 'problematisch' of zelfs 'diep kwetsend en beledigend' gezien en leiden zoals gebruikelijk tot veel ophef onder een klein maar luidruchtig deel van de social mediagebruikers, maar Baron Cohen maakt zich daar niet zo druk om.
Baron Cohen beschrijft hoe hij als achtjarige in een Londense bioscoop werd gegrepen door de satirische kracht van Monty Python’s "Life of Brian". Later leerde hij bij de Franse clownleraar Philippe Gaulier het archetype van de bouffon kennen: de verstotene die één keer per jaar de machthebbers genadeloos mag bespotten. Die traditie van "humor van de buitengeslotenen" ziet hij als de kern van zijn eigen werk, waarbij zijn personages juist de bovenlaag en systemen aanvallen, niet de minderheden die ze ogenschijnlijk verbeelden.
In het essay verdedigt hij zijn bekende creaties. Ali G is volgens hem een blanke, extreem domme fantast die zwarte en Caribische cultuur klakkeloos kopieert, waarbij de lach vooral ten koste gaat van hemzelf en de vaak blanke elite die hem serieus neemt. Borat, een openlijk antisemitische en seksistische "journalist", is bedoeld om antisemitisme, racisme, xenofobie en vrouwenhaat zichtbaar te maken. Andere figuren, zoals de dictator Aladeen of de Israëlische commando Erran Morad, zijn volgens Baron Cohen bedoeld om te laten zien hoe ver mensen gaan als ze zich laten leiden door angst en vijanddenken.
Baron Cohen wijst op een lange traditie waarin satire meer doet dan alleen prikken: van Aristophanes en Juvenal tot Charlie Chaplins "The Great Dictator" en "Dr. Strangelove" van Peter Sellers. Hij stelt dat satire soms zelfs bijdraagt aan het wankelen van regimes, verwijzend naar politieke moppen in de Sovjet-Unie en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die zijn carrière begon met een tv-satire over corruptie. Tegelijk laat hij zien hoe vaak satirici zijn aangevallen of gecensureerd, van Lenny Bruce en George Carlin tot Monty Python, dat "Life of Brian" in meerdere landen verboden zag.
Volgens Baron Cohen is satire juist nu nodig omdat sociale media en kunstmatige intelligentie volgens hem "de grootste propagandamachine uit de geschiedenis" vormen. Hij wijst op de normalisering van racisme, antisemitisme, islamofobie, vreemdelingenhaat en misogynie: van leuzen in bars en op straat tot haatmisdrijven en openlijk extremistische uitspraken van politici. Ook wijst hij op complotdenkers, de invloed van figuren als Andrew Tate en de opmars van wat hij "rechtse autoritaire" stromingen noemt, maar ook op groeiend extremisme aan de linkerzijde, zoals een toegenomen acceptatie van politieke geweldsretoriek.
Toch benadrukt hij dat één film geen einde zal maken aan oude vooroordelen of de verschuiving van democratie naar autocratie kan keren, maar hooguit een waarschuwing kan zijn. Uiteindelijk, besluit hij, kunnen satirici hypocrisie ontmaskeren, maar ligt de echte keuze bij het publiek: "Als onze pluralistische democratieën willen overleven, moeten we samenlevingen bouwen waarin we de haat stoppen en elkaar verdragen. De enige uitweg is dat we iedereen behandelen met wat Ali G altijd heeft gepredikt: respect."