Home   2026-10-22 19:56:51

←

Misschien moet ik toch die stoorzender zijn die het pretje verpest

Original article

Een vriendin met wie ik destijds in Kabul studeerde, plaatste laatst een foto in onze gezamenlijke groepsapp. Ze had die laten maken tijdens een besmettelijke internethype waarbij stellen zichzelf door AI als ‘jarentachtigkoppel’ lieten afbeelden. Op de foto staat ze met haar man, beiden afgebeeld als jonge geliefden, tegen een decor dat Kabul eind jaren tachtig moet voorstellen. In de appgroep stroomden de hartjes binnen. Uit beleefdheid plakte ik er ook een hartje onder, omdat het anders als een gebrek aan belangstelling zou overkomen.

Aangezien ik onder mijn vrienden toch al bekendsta als de serieuze, strenge en kritische figuur, wilde ik niet opnieuw de stoorzender zijn die het pretje verpest. Daarom zei ik verder niets. Dat ik deze anekdote nu als opening van een column gebruik, is natuurlijk een grotere zonde. Ik hoop dat dit de geloofwaardigheid van mijn hartje niet tenietdoet, mochten mijn vrienden dit lezen.

Bij de AI-gegenereerde foto’s die onder vluchtelingen circuleren, spelen naast luchtigheid en lacherigheid ook nostalgie en een diep verlangen om het verleden in het hier en nu tot leven te brengen een rol. Wellicht willen wij het verleden reconstrueren om de pijn van discontinuïteit in ons leven te verzachten. Maar dat reconstrueren van die verloren en achtergelaten geografie en geschiedenis kan niet zonder gevolgen blijven. Op de foto van het bevriende koppel zie je een deel van Kabul. Mensen die er gewoond hebben, weten dat er veel niet klopt aan die omgeving. Voor iemand die de stad niet kent, lijkt het overtuigend echt.

Straks circuleren er duizenden nepfoto’s die niet meer van authentieke beelden te onderscheiden zijn – want AI fabriceert niet alleen het beeld, maar simuleert ook de sporen van het verstrijken van de tijd door krassen en kleuraanpassingen. Wat laten we toekomstige generaties na? Hoe kunnen mensen de authentieke beelden dan nog vertrouwen?

Dit doet me denken aan de analyse van Harry Frankfurt over bullshit. In zijn essay On Bullshit (1986, als boek verschenen in 2005) onderscheidt de Amerikaanse filosoof liegen van bullshit. Een leugenaar probeert bewust te verhullen wat hij zelf voor waar houdt, om anderen te misleiden. De bullshitter daarentegen staat onverschillig tegenover de waarheid. Het interesseert hem niet of wat hij beweert waar of onwaar is; het gaat hem om het gewenste effect.

Deze analyse is volgens mij bijzonder actueel in het huidige digitale tijdperk, al valt er niet zonder meer een directe analogie te trekken met AI-beelden waar ik het nu over heb. Wat me wél relevant lijkt, is Frankfurts constatering dat bullshit gevaarlijker is dan liegen. Ook bij een overvloed aan alternatieve ‘waarheden’ en neppe beelden dreigt de waarheid zelf ondermijnd te worden. Mensen twijfelen dan niet alleen aan de vervalsingen, maar ook aan wat echt is. De waarheid dreigt te verdwijnen in het rookgordijn van al die beweringen en beelden.

Ik ben bang dat de overvloed aan kunstmatige beelden op den duur ons geheugen manipuleert en dat we straks geen echt onderscheid meer kunnen maken tussen de echte herinneringen en wat door alle reconstructies daarin is veranderd.

Mijn vrienden kan ik niet tegenhouden om mee te doen met zulke AI-hypes. Veel mensen lijken het vooral als een vorm van vermaak te beschouwen.

Die lacherigheid stemt mij bedroefd. Het voelt alsof ik de originele beelden vooral tegen die luchtigheid moet bewaken. Dat ik moet opkomen voor de vage, bekraste foto’s die we destijds als jonge studenten met goedkope camera’s maakten. Voor herinneringen die we, met eenvoudig printwerk dat we ons konden veroorloven, van een fysiek bewijs voorzagen. Het zou een rampzalige verschraling zijn als ons gedeelde verleden voor mijn kinderen en kleinkinderen in honderden verschillende uitvoeringen wordt nagebootst, gemodificeerd en gladgestreken naar de smaak van de bestellers en prompters. En ik weet zeker dat mijn vriendin en haar man dat ook niet willen.

Nu ik dit schrijf, denk ik dat ik toch die stoorzender moet zijn en deze column naar haar moet sturen.