Tienduizenden mensen demonstreren voor beter onderwijs en beter loon en wij zijn op zoek naar een goede lunchplek
Bij de cadeauwinkel van het Musée Marmottan Monet koop ik een affiche van de tentoonstelling. De vrouw achter de kassa stopt haar in zo’n klein, opvouwbaar kartonnen tasje van het museum. Met één hand houd ik zowel het tasje als de poster vast en met mijn vrouw loop ik de metro in.
Als we uitstappen en op de Boulevard Poissonnière uitkomen, komen we precies terecht tussen een groep terugtrekkende demonstranten en een peloton oprukkende politieagenten. Er wordt gejoeld, een paar studenten schreeuwen wat. Ik druk mijn affiche tegen me aan en we duiken een straat in.
We lopen langs een winkel van het elegante Franse kledingmerk Octobre Éditions, waar net op dat moment een knap stel naar binnen loopt. Sirenes klinken, de oprukkende agenten van zojuist maken nu weer een terugtrekkende beweging.
We wandelen verder. Plukjes jongens en meisjes met kartonnen borden in hun hand lopen richting de grote demonstratie. We wilden gaan lunchen bij Bouillon Julien, omdat ik Julien heet. Maar net voordat we het restaurant bereiken, komen we terecht in een enorme optocht van demonstranten.
Een onophoudelijke stroom mensen: honderden, duizenden, tienduizenden misschien wel. Ze zingen, scanderen en houden kartonnen bordjes omhoog. Naast ons, tegen een winkeletalage, beschrijven twee meisjes een kartonnen bordje met een dikke zwarte viltstift.
Ze zijn net klaar als er een oudere mevrouw langsloopt, het bordje bekijkt en de meisjes erop wijst dat ze een taalfout hebben gemaakt. Ze barsten in lachen uit, krassen de fout door en schrijven er een nieuw stuk tekst onder.
Langzaam, tegen de richting in, banen mijn vrouw en ik ons een weg naar de Marais. Je kunt precies aan de gezichten en aan de manier van lopen zien wie hier is om te demonstreren en wie hier is om te rellen. Overal liggen blokkades van groene huurfietsen op de weg, sommige verbrand.
‘Loop jij dan met je Monet-postertje’, zegt mijn vrouw. Tienduizenden mensen demonstreren voor beter onderwijs en beter loon en wij zijn op zoek naar een goede plek om te lunchen. Een banale, haast onverdraagzame dualiteit, ware het niet dat er geen stad stoïcijnser is dan Parijs.
De grote boulevards zijn van de demonstranten, maar in de straten en wijken daartussen gaat het leven door. Op de hoek van een straat waar verbrande hekken en fietsen liggen, staat een man in een schort oesters open te maken. De terrassen zitten vol terwijl de rookwolken boven de stad hangen. Buiten houdt de oproerpolitie huis, binnen wordt er rustig verder geshopt.
We vinden een Libanees restaurant. Terwijl we ons brood besmeren met hummus, zien we op mijn telefoon livebeelden van de rellen. Naast mij ligt mijn affiche, nog helemaal ongekreukt.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- COLUMNJulien Althuisius
Tijd voor een rangschikking van insecten aan de hand van hoe erg ze dood moeten
- v-plusCOLUMNJulien Althuisius
De vloedlijn ligt bezaaid met scheermessen, die ‘satisfying’ kraken als we eroverheen lopen
- v-plusCOLUMNJulien Althuisius
Door Paulien kreeg ik steeds weer zin om te schrijven, ook als ik er geen zin in had of als er niets was om over te schrijven