Beknibbelen op infrastructuur is slecht nieuws voor de economie
Om het vele achterstallige onderhoud aan de Nederlandse infrastructuur te financieren, zet minister Vincent Karremans het mes in de nieuwbouwprojecten. Een hele waslijst aan wegen, spoorwegen, vaargeulen en sluizen wordt geschrapt. In totaal 31 projecten gaan voorlopig niet door.
Dat is op het eerste gezicht hoogst verstandig. De afgelopen maanden bleek steeds indringender dat veel bruggen in gevaarlijk slechte staat zijn. Ze moesten geheel of gedeeltelijk worden gesloten. Karremans heeft geen andere keuze dan groots op onderhoud in te zetten.
De minister betaalt de prijs voor decennia slecht boekhouden. Zijn ministerie heeft structureel veel te weinig geld opzijgezet voor onderhoud. Nu moet die rekening alsnog worden betaald. Hij betaalt ook de prijs voor het dichtdraaien van de gaskraan. Decennialang werd een deel van de aardgasbaten aan infrastructuur besteed. Sinds die geldstroom is weggevallen, is er eigenlijk altijd geldtekort.
Donderdag maakte Karremans al bekend dat het voortaan soberheid troef zou zijn bij nieuwbouwprojecten. Hij schroeft de veiligheidseisen naar beneden en het ontwerp van bruggen en sluizen zal gestandaardiseerd worden. Architecten zijn niet langer nodig, waardoor de aanleg aanmerkelijk goedkoper kan.
Dat is een verlies. Esthetiek heeft een belangrijke waarde. Een land dat alleen voor functionaliteit kiest, verliest uiteindelijk verbeelding en levensvreugd. Mooie bruggen en andere kunstwerken zijn een ode aan de collectiviteit, aan de gemeenschappelijke prestatie, bronnen van trots en uithangborden voor de Nederlandse civiele techniek. Nederland heeft een grote naam op het gebied van weg- en waterbouw; het is zaak die vast te houden.
Het is ook niet goed te begrijpen, want ondanks de toegenomen onrust in de wereld draait de Nederlandse economie goed. Werkloosheid en staatsschuld zijn nog steeds historisch laag. Alleen in de jaren zestig, toen de meeste infrastructuur die nu aan onderhoud toe is, werd aangelegd, waren werkloosheid en staatsschuld nog lager.
Het doet het ergste vrezen voor de toekomst. Hoeveel geld blijft er over voor infrastructuur als de economie onverhoopt in een recessie belandt? Die vraag is des te prangender omdat Karremans het groot onderhoud deels financiert met het toekomstige infrastructuurbudget. Er zitten dus nu al gaten in de toekomstige begroting.
Karremans geeft voorrang aan projecten die het meest bevorderlijk zijn voor de verkeersdoorstroming, de economie en de veiligheid. Maar bij de definitieve keuze heeft hij de regio rijkelijker bedeeld. Grote steden komen er juist bekaaid vanaf. De uitbreiding van de Randstadrail en het metronet in Rotterdam zijn op de lange baan geschoven.
Vanuit democratisch oogpunt is dat te begrijpen – de regio voelt zich al langer achtergesteld – maar vanuit economisch perspectief niet. Nu Europa economisch steeds meer terrein verliest aan China en de VS, zou het beter zijn geweest als Karremans voorrang had gegeven aan projecten die de economie het meest ondersteunen.
Het had Karremans ook gesierd als hij een poging had gedaan meer geld binnen te halen. Uitgaven aan nieuwe infrastructuur zijn – anders dan veel andere overheidsuitgaven – investeringen. En voor investeringen kan makkelijker geld worden geleend. Als het kabinet de staatsschuld per se niet wil verhogen, moet het op zijn minst de fundamentele vraag beantwoorden of Nederland, als het ook op de lange termijn sterk wil blijven, zijn geld wel aan de juiste dingen uitgeeft.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusNieuws
Regio krijgt voorrang bij nieuwe infrastructuur: wel een wegverbreding in Groningen, geen uitbreiding RandstadRail
- v-plusAnalyse
Het is D-day voor de infrastructuur: welk regionaal project krijgt geld en welk niet?
- nieuws
Karremans honoreert geen ‘luxe-eisen’ meer voor bruggen en wegen en bezuinigt ook op veiligheid