Home   2026-10-22 19:56:51

←

Bescherm vrouwen in de overgang niet tegen hun eigen keuze

Original article

Er is een woord dat mij steeds vaker stoort in het debat over de overgang: ‘overmedicalisering’. Ik lees het op sociale media, hoor het bij historici en sociologen en zelfs in de medische literatuur verschijnt het woord. Het klinkt als bescherming. Maar wat hoort een vrouw die nachten wakker ligt, overdag nauwelijks functioneert en twijfelt of ze hulp mag vragen? Dat haar symptomen natuurlijk zijn en dat haar verlangen naar behandeling het probleem is.

De redenering is eenvoudig (zoals het populisme beaamt): ‘De overgang is een natuurlijke levensfase, daar moeten we geen ziekte van maken.’ En een populair schepje erbovenop: ‘We gaan ons toch niet laten beïnvloeden door de farmaceutische industrie?’

Geen ziekte

Elke dag spreek ik vrouwen die twijfelen of hun overgangssymptomen wel ernstig genoeg zijn om een overgangsconsulent lastig te vallen, laat staan een arts te raadplegen. Ze lezen artikelen over kanker door hormoontherapie en hun vriendinnen zeggen dat krachttraining en proteïnen zijn wat een vrouw van 50 nodig heeft.

En wees gerust: de overgang is geen ziekte. Vruchtbaarheid is ook geen ziekte. Toch geeft anticonceptie vrouwen iets unieks: vrijheid. Met de pil word je baas in eigen buik. Een medisch voorschrift behandelt niet altijd een ziekte.

Een behandeling tijdens de overgang kan ook die ruimte geven om je leven te leiden zoals een vrouw dat wil. Zonder nachtzweten, geheugenverlies en gewrichtspijn. Ik geloof graag in de goede intentie om vrouwen te beschermen door te zeggen dat we de overgang niet moeten overmedicaliseren, maar daarmee beperk je ook de zeggenschap van die vrouwen.

Oestrogenen

Die spanning tussen bescherming en zeggenschap bestaat al decennia. In 1966 publiceerde de Amerikaanse gynaecoloog Robert Wilson Feminine Forever. Hij presenteerde de menopauze als een tekortziekte die met oestrogenen behandeld moest worden, zodat vrouwen hun vrouwelijkheid zouden behouden. Sommige feministen verzetten zich tegen het idee dat ouder wordende vrouwen medisch moesten worden ‘gecorrigeerd’. Andere feministen zagen hormoonbehandeling juist als een bevrijdende mogelijkheid.

In de jaren tachtig en negentig kwam er echter steeds meer kritiek op hormonen, en in feite op alles wat niet natuurlijk was. Gaande van kritiek op reclame voor kunstmatige babymelk tot kritiek op Dolly, het gekloonde schaap.

We weten nu hoe zwaar die kritiek van overmedicalisering van de overgang kan doorwerken. Dat was voor critici een geschenk uit de hemel toen de eerste resultaten van de Women’s Health Initiative-studie uit 2002 de risico’s van een specifieke hormoonbehandeling aantoonden. Vrij snel na de publicatie concludeerden onderzoekers dat de bevindingen incorrect waren en nuance verdienden, maar het kwaad was geschied. Vrouwen durfden niet langer hormonen te gebruiken en artsen werden steeds voorzichtiger. Vandaag ligt het gebruik van hormoontherapie bij overgangsklachten nog steeds zo laag dat instanties spreken van onderbehandeling.

Schuldig voelen

En uiteraard stoort het me dat vrouwen zich zo schuldig moeten voelen om te vragen om behandeling van hun overgangssymptomen. Terwijl naar hartenlust Ozempic (en afgeleiden) wordt gespoten, zonder schuldgevoel. Want een beetje te zwaar, daar willen we toch niet mee door het leven gaan… Maar moeten we tegen een vrouw met overgangssymptomen zeggen dat ze op haar voeding moet letten en moet sporten?

Overmedicalisering van obesitas, hoe licht ook, wordt onmiddellijk positief ontvangen; voor het eerst in jaren zakte de incidentie van obesitas in de VS. Maar dat de mortaliteit bij vrouwen steeg nadat hun hormoontherapie werd ontzegd, haalt amper de media.

Ik vraag geen soepelere maatstaf voor hormoontherapie. Ik vraag dezelfde maatstaf als vele andere geneesmiddelen: wat kan een behandeling iemand opleveren, welke risico’s staan daartegenover en wat vindt die persoon zelf belangrijk? De wens om klachten te verlichten hoort in een gesprek met de arts en hoeft niet eerst maatschappelijk te worden goedgekeurd.

Door overmedicalisering van de overgang te roepen, promoten we het ideaal van de vrouw die haar overgang zonder geneesmiddelen de baas kan. Dat kan de norm worden, waaraan vrouwen moeten voldoen. En dan wordt de behandeling taboe, net als de vrouw die ze nog heeft.

Wie overmedicalisering schreeuwt omdat hij vrouwen wil beschermen, denkt beter twee keer na. Je beschermt niet, je neemt alleen de keuzevrijheid af.