Home   2026-10-22 19:56:51

←

India houdt grootste volkstelling ter wereld. Hoe tel je 1,4 miljard mensen?

Original article

‘Ulti’, kermt de 4-jarige Shivansh vanaf de achterbank. Met zijn handjes probeert de kleuter zich ergens aan vast te klampen. Maar de zwarte Mahindra-terreinwagen rijdt onverstoorbaar voort over de hobbelige bergpas. De wagen schudt zijn passagiers alle kanten op, totdat gebeurt waar Shivansh al in het Hindi voor waarschuwde: zijn maag keert zich om.

Babita Seepal (40) draait het raampje open en houdt haar zoon vast terwijl hij braakt. Als hij klaar is, trekt ze de kleuter op schoot, veegt het slijm van zijn wangen en reikt hem water aan. Dan instrueert ze de chauffeur om weer te gaan rijden. De volksteller moet door.

Shivansh kijkt uit het raam bij een wegversperring onderweg naar het afgelegen Indiase dorp Dantu, op 4 oktober 2026.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

Het is een van de grootste administratieve operaties ter wereld: de Indiase volkstelling. Met naar schatting 1,47 miljard mensen heeft het land de meeste inwoners ter wereld. De laatste telling dateert van 2011, de komende tijd gaan weer ruim drie miljoen volkstellers op pad. Het zijn steevast ambtenaren of docenten die door de overheid zijn aangewezen. Ze trekken door de woestijnen van Rajasthan, oerwouden van Meghalaya en hoogvlakten van Ladakh om werkelijk iedere burger te bereiken.

Een van hen is Seepal, ambtenaar uit de noordelijke staat Uttarakhand. Zelf woont ze in de stad Dharchula, verscholen in een rivierdal omringd door torenhoge bergtoppen. Alleen al om daar te komen zijn een vliegtuig, helikopter en een vier uur durende autorit nodig. Maar Seepals opdracht voert haar naar nóg onherbergzamer gebied. Ze moet de census uitvoeren in het dorp Dantu, op 3.500 meter hoogte, diep in de Himalaya.

En dus zit Seepal op deze zondagochtend in oktober op de achterbank van de terreinwagen. In de rest van het land begint de telling pas in februari, maar voor bergdorpen geldt een uitzondering. Binnen enkele weken duikt de temperatuur omlaag en sluit sneeuw de dorpen af van de buitenwereld. Seepal moet dus wel nu op pad – vergezeld door een collega én haar 4-jarige zoon, die te jong is om thuis bij haar schoonvader achter te laten.

Fundament

De 80 kilometer lange weg die door de bergpas naar boven kronkelt is ernstig gehavend. De wagen hobbelt over diepe kuilen en slalomt langs rotsblokken die naar beneden zijn gestort bij aardverschuivingen. Het is meermaals wachten tot graafmachines de weg vrijmaken door brokstukken het ravijn in te duwen.

Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
De weg naar Dantu is slecht begaanbaar.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant
Een inwoner van Dantu draagt een lam.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant
Een taxi vervoert op weg naar het afgelegen dorp Dantu in Dharchula, India.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

Vroeger was het echter nog erger, vertelt Seepal, wier familie uit het berggebied komt. ‘Tot twaalf jaar geleden bestond deze weg niet. Als je dan voor onderwijs of medische zorg naar de stad moest, dan liep je drie tot vier dagen door de bergen.’

Na vijf uur rijden springt Shivansh met een soepele beweging de auto uit en rent een onverhard pad op. Ze zijn aangekomen in Dantu, slechts kilometers verwijderd van de grens met China en Nepal. De huizen zijn gemaakt van op elkaar gestapelde stenen, dichtgesmeerd met modder en klei. In de steegjes tussen de huizen lopen koeien en scharrelen kippen. In de verte gloren de met sneeuw bedekte bergtoppen van de Panchachuli.

Seepal en haar collega ritsen hun jas dicht, zetten een witte pet op en lopen Shivansh achterna. In april brachten tellers woningen in kaart. In september volgde het daadwerkelijk tellen van de bewoners.

Laatste ronde

De afspraak was om vandaag mee te lopen met de revisional round, een allerlaatste ronde waarin de volkstellers controleren of ze iedereen hebben geregistreerd. Maar een dag voor vertrek blijkt dat in Dantu alle gegevens al zijn verzameld, alle mensen geteld. Dat Seepal, haar collega en zoontje nu toch weer afreizen naar Dantu, is dus enkel om de journalisten uit Nederland te tonen hoe dat proces in zijn werk gaat.

In de hoofdstad New Delhi wordt intussen reikhalzend uitgekeken naar het moment dat alle gegevens zijn verzameld. Censusdata vormen het fundament onder overheidsbeleid. Maar met vijftien jaar oude gegevens wordt dat een steeds hachelijkere taak. Zodra straks bekend is hoeveel mensen er zijn en waar ze wonen, kan de overheid beter bepalen waar ze bijvoorbeeld bijstandsregelingen uitrolt, toiletten aanlegt of investeert in infrastructuur.

‘Hallo!’ Gewapend met haar notitieblokje en een OnePlus-smartphone stappen Seepal en haar collega Shweta Deopa (26) het erf op. Het is de eerste census die digitaal plaatsvindt; alle antwoorden dienen te worden verwerkt met een speciaal ontwikkelde applicatie die tellers moeten installeren op hun eigen telefoon. De gegevens kunnen in zowel Hindi als Engels worden geregistreerd.

De app hoort ook zonder internet te werken, maar de praktijk is weerbarstiger, vertelt Deopa, die een nabijgelegen dorp telde. ‘Soms werd ik halverwege uitgelogd. Dan moest ik vanuit de bergen urenlang terugrijden naar het kantoor in Dharchula, om daar weer in te loggen.’

Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Volkstellers Shweta Deopa en Babita Seepal, vergezeld door haar zoontje Shivansh, verzamelen persoonlijke gegevens van Parmila Datal.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant
Uitzicht op de Himalaya vanuit een helikopter boven het district Pithoragarh, India.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant
Urmila Datal maakt chutney voor toeristen in Dantu, India.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

De tellers gaan op tuinstoelen zitten en kijken naar een plastic zeil, waarop peulvruchten liggen te drogen. Ze wachten op Parmila Datal (34) die in een vale, groene bodywarmer en met een sjaal om haar hoofd geknoopt in en uit het huis loopt. Ze verbouwt onder meer aardappelen, kidneybonen en groenten. Daarnaast verhuurt ze een deel van haar huis aan enkele binnenlandse toeristen. En er staat nu net een jongeman bij het tuinhek die een slaapplaats zoekt.

Twintig minuten later ploft Parmila neer. Seepal weet hoe kostbaar de tijd van de bewoners is. De meesten zijn overdag niet thuis. Wie dat wel is, heeft vaak ook andere dingen te doen. De tellers hebben voor elke bewoner veertig vragen; per huishouden kost dat al snel een uur. Seepal en haar zoontje hadden zeven dagen nodig om het hele dorp te tellen.

Beladen

Seepal ontgrendelt haar telefoon en gaat van start. Ze vraagt naar gezinssamenstelling. Religie. Sociaaleconomische status. Het aantal kinderen dat levend werd geboren.

‘Vraag tien’, zegt Seepal, ‘tot welke kaste behoort u?’

De vraag is beladen. Voor het eerst sinds 1941 vraagt de overheid weer naar kaste. Volgens dat systeem staat je plek in de Indiase samenleving al bij de geboorte vast. Kastendiscriminatie is sinds 1950 verboden, maar het speelt in hedendaags India op veel plekken nog altijd een cruciale rol. Het bepaalt waar je kunt wonen, werken en met wie je trouwt.

Decennialang werd de vraag in de census niet gesteld, uit vrees dat zij de tegenstellingen zou vergroten. Onder druk van oppositiepartijen en enkele deelstaten is de vraag nu terug. Kaste is nu eenmaal een maatschappelijke realiteit, stelden voorstanders – overwegend uit de lagere kasten. Zonder cijfers is gericht beleid maken onmogelijk.

Parmila geeft geduldig antwoord. Eerst over haarzelf en dan namens haar man en zoon. De kaste-vraag ligt in dit berggebied niet gevoelig; de inwoners behoren tot de adivasi, de inheemse gemeenschappen die buiten het kastenstelsel vallen.

Zij, en vrijwel alle andere dorpsbewoners, hopen zelf ook iets te kunnen winnen bij een kloppende administratie. Want als Parmila om zich heen kijkt, ziet ze een heel ander Dantu dan de officiële registers tonen. Volgens de laatste volkstelling telt het dorp slechts 55 inwoners. In werkelijkheid wonen er meer dan 350 mensen.

‘Volgens de administratie zijn we nu een klein dorp’, zegt Parmila. Als alle data van Seepal zijn verwerkt, dan kan de overheid niet meer om hen heen, voorspelt ze. ‘Dan ziet iedereen hoe groot we zijn geworden. Dan moet er wel meer geld en steun komen.’ In Dantu wordt bescheiden gedroomd; niet over scholen of gezondheidsklinieken, maar over straatverlichting en een beter wegdek.

Parmila Dattal in een verhuurde slaapkamer van haar homestay.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

Even verderop woont de 50-jarige Sanam Devi, die verwarrend genoeg ook Datal als achternaam heeft. Na het overlijden van haar man is ze met haar twee zonen in het dorp achtergebleven. Ze kan vanwege het bergklimaat maar de helft van het jaar in Dantu wonen. De verbindingsweg is beroerd, de stroom valt geregeld uit en mobiele telefoons hebben in deze grensstreek nauwelijks bereik.

Het vervelendst is als het water stopt met stromen, zegt Sanam Devi. ‘Zonder water heb je niets. Geen drinkwater, geen douche, je kunt niet koken en niet afwassen.’ Ze slaat zoveel mogelijk water op in tanks, maar als die leeg zijn moet ze een half uur lopen naar de dichtstbijzijnde rivier.

‘In de grote steden als Delhi hebben ze een metro, goede wegen, een werkend telefoonnetwerk’, zegt haar buurvrouw Urmila Datal (42). ‘Dat hebben we hier allemaal niet.’

Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Urmila Datal poseert voor een foto bij haar homestay, die haar bron van inkomsten vormt.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant
Districtscommissaris Ashish Bhatgain in Pithoragarh.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

Seepal hoort het aan, maar kan er zelf weinig aan doen. Beslissingen worden hier ver vandaan genomen, in de stad Pithoragarh, in de werkkamer van districtscommissaris Ashish Bhatgain (40). Hij zit achter een groot kersenkleurig bureau. Buiten voor zijn kantoor staan rijen burgers, ondernemers en andere lieden. Ze hopen dat deze hoogste gezagsdrager hun klachten of dossiers een zetje kan geven binnen de roemruchte Indiase bureaucratie.

Als Bhatgain wordt geconfronteerd met de hoop van de grensbewoners, schudt hij resoluut zijn hoofd. Hij is weliswaar nooit in Dantu geweest, maar een hoger budget kunnen ze vergeten.

‘Het dorp krijgt al veel geld voor infrastructuur, de ontwikkeling van toerisme, werkgelegenheid en de verbetering van de lokale economie. Binnen een paar jaar is de weg vernieuwd. We investeren continu in die dorpen.’ Cijfers over hoe het budget voor Dantu zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld worden door zijn kantoor niet verstrekt.

Baldadig

Terug in Dantu heeft de 4-jarige Shivansh zich de hele dag groot gehouden. Terwijl zijn moeder het dorp afliep, vermaakte hij zichzelf. Hij rende achter kippen aan, speelde met takjes en liet zich vertroetelen door de dorpsbewoners. Maar tegen het avonduur is het geduld van de kleuter op. Hij wordt baldadig en gooit waterflesjes en de wikkel van een snoepje dat hij net heeft gekregen op de grond.

Seepal klopt nog bij één iemand aan, bij de 64-jarige Bhagatsing. Net als de rest van het dorp heet ook hij Datal. Opnieuw werkt Seepal consciëntieus alle vragen af. De man, grijs mutsje op zijn hoofd, leunt ontspannen achterover en antwoordt geamuseerd, terwijl hij hapjes neemt van de gesneden appel die zijn vrouw hem net heeft voorgezet.

Bhagatsingh Dattal beantwoordt vragen van de volks­tellers onder toeziend oog van zijn vrouw.Bron Elke Scholiers voor de Volkskrant

Bhagatsing heeft twee kleine supermarktjes. Hij woont zijn hele leven in de bergen en is al vaker geteld. Maar hij gelooft niet dat de census hun levens zal veranderen. Een paar dagen geleden begon zijn 63-jarige buurman plots bloed te spugen. Hij werd verwezen naar het ziekenhuis in Dharchula, en vervolgens doorgestuurd naar Pithoragarh. Omdat ze hem ook daar niet konden helpen is hij nu onderweg naar Haldwani. Dat is achttien uur rijden van Dantu.

Hoop op betere leefomstandigheden in deze uithoek van India heeft Bhagatsing opgegeven. Zijn vader en grootvader hebben hier hun hele leven gewoond en ook hij verwacht hier te sterven. Maar zijn kinderen en kleinkinderen wonen negen uur verderop in Pithoragarh. Hij hoopt dat ze daar blijven. ‘Ze kunnen me komen opzoeken. Maar verder heeft dit dorp ze weinig te bieden.’