‘De verhalen van Hezbollah, Khamenei, Netanyahu en Trump vinden allemaal hun oorsprong in Libanon’
Het is 1982, in het Witte Huis. De Israëlische ambassadeur klopt aan bij de regering van Ronald Reagan met een opvallend verzoek. Volgens hem staat in Iran een pro-westerse oppositie te popelen om de macht over te nemen. De VS hoeven alleen de Iraanse opperste leider, ayatollah Ruhollah Khomeini, uit de weg te ruimen. Daarna kunnen de VS en Israël samen het hele Midden-Oosten naar wens opnieuw inrichten.
Benjamin Netanyahu was op dat moment de tweede man van de Israëlische ambassade en nog onbekend bij het brede publiek. In 2026, als hij voor de derde keer premier van Israël is, stapt Netanyahu met een vergelijkbare theorie en exact hetzelfde verzoek naar president Donald Trump. Reagan zag er niets in, maar Trump omarmde het idee. Met alle gevolgen van dien.
Het is een van de vele parallellen tussen het heden en verleden die van de pagina’s spatten in het nieuwste boek van journalist Kim Ghattas, een diepgravend werk over de Libanese burgeroorlog (1975-1990). Ghattas (49) groeide op in Beiroet te midden van die oorlog. Het conflict was zo complex, met zo veel betrokken partijen en (geopolitieke) belangen, dat de hele periode tot haar frustratie vaak simpelweg wordt afgedaan als chaos en in de vergetelheid is geraakt. Terwijl er zo veel van te leren valt.
‘Libanon was het toneel waar Iran, Israël, Syrië en de VS met elkaar botsten’, zegt Ghattas. ‘Het werd een giftig strijdtoneel, een soort ground zero. Daar ontstonden de conflicten en vijandschappen die tot op de dag van vandaag het Midden-Oosten domineren. De verhalen van Hezbollah, Khamenei, Netanyahu en Trump vinden allemaal hun oorsprong in de jaren tachtig in Libanon.’
In De beste Amerikaan ontrafelt Ghattas de in haar woorden ‘gruwelijke periode’ aan de hand van het mysterie rondom Malcolm Kerr. Die Amerikaanse hoogleraar en arabist, geboren in Beiroet, was rector magnificus van de vermaarde American University of Beirut toen hij in 1984 werd vermoord onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Volkskrant spreekt Ghattas per videoverbinding voorafgaand aan haar boektournee in de VS.
Voelen de huidige conflicten in het Midden-Oosten voor u als een déjà vu?
‘Zeker, in veel opzichten. Sommige componenten zijn veranderd. Ik denk dat de val van het regime-Assad in Syrië in 2024 regionale veranderingen inleidt die tot nu toe worden onderschat. Een consistent probleem is echter dat de VS sinds de jaren tachtig naar de Arabische wereld en Iran kijken vanuit een Israëlisch perspectief. En heel vaak begrijpen de Israëliërs de regio waarin ze leven ook niet helemaal.’
Niet?
‘Ze zijn heel goed in inlichtingen, in geheime operaties. Maar niet in beleid of strategie. De VS zijn te veel gaan vertrouwen op Israëls inschattingen. Ze zijn vergeten te luisteren naar de wijsheid van mensen die de Arabische wereld kennen, mensen die de Arabische wereld liefhebben en Arabisch spreken. Mensen zoals Malcolm Kerr.’
Waarom koos u voor Malcolm Kerr als invalshoek om de Libanese burgeroorlog te onderzoeken?
‘Als verteller vond ik hem een fascinerend figuur met een bijzonder verhaal, mede door zijn persoonlijkheid en zijn werk als Midden-Oostendeskundige. Wat me pas veel later duidelijk werd, is dat hij het eerste slachtoffer was van een gerichte politieke moord door aan Iran gelieerde groepen – proxy’s – in Libanon. Hij was niet zomaar een gelegenheidsdoelwit. Hij moest worden uitgeschakeld omdat hij te veel wist en te veel vragen stelde over de ontvoeringsgolf van westerlingen in Libanon in die tijd.
‘Belangrijker nog is dat Kerr symbool was voor een Amerika dat haaks stond op het beeld dat Iran en zijn bondgenoten van het land wilden schilderen: dat van de aartsvijand. Kerr was iemand die de regio begreep en liefhad, die in Libanon was geboren en daar ook twee van zijn kinderen ter wereld had zien komen. Hij was de beste Amerikaan voor de Arabische wereld.’
Kerr werd vermoord in 1984, twee jaar na de Israëlische invasie van Libanon. Ghattas ziet die invasie als een kantelpunt. Het was de eerste keer dat Israël de hoofdstad van een Arabisch buurland bezette. De invasie leidde tot de uitzetting van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO van Yasser Arafat, die zich een deel van het verdeelde Libanon had toegeëigend als uitvalsbasis voor het Palestijnse verzet.
Maar de Israëlische interventie, die in een langdurige bezetting uitmondde, plaveide de weg voor een veel grotere dreiging: de opkomst van Hezbollah en de groeiende invloed van Iran en Syrië in Libanon. Hezbollah en verwante groepen schokten de wereld met ontvoeringen en zelfmoordaanslagen, een geheel nieuwe ontwikkeling, waarvan Amerikanen het belangrijkste doelwit waren.
De VS bliezen de aftocht nadat een bomaanslag 241 Amerikaanse mariniers in Beiroet had gedood, en 59 Franse militairen. In de jaren erna ging Hezbollah de strijd aan met de Israëlische bezettingsmacht in Libanon, op een manier die de PLO deed verbleken. Dat deed de groep met financiering, training en wapens van de Iraanse Revolutionaire Garde. Vele honderden Israëliërs stierven. Ook Israël trok zich na achttien jaar terug, maar de strijd duurt tot vandaag voort.
Na de Iraanse Revolutie in 1979 duurde het lang voordat Israël en de VS het nieuwe islamitische regime serieus begonnen te nemen. Ondertussen bouwde Teheran een machtig regionaal netwerk op. Hoe is het mogelijk dat dit zo lang over het hoofd werd gezien?
‘De Israëlische en Amerikaanse inlichtingendiensten hebben zonder meer gefaald. Veel mensen begrepen de impact van de Islamitische Revolutie niet goed; Israël bleef banden met Teheran onderhouden, omdat ze dachten dat de Islamitische Republiek snel zou vallen en ze dan hun vrienden uit de tijd van de sjah weer zouden terugkrijgen.
‘Maar zelfs voor mensen die de regio goed kenden was de situatie niet direct duidelijk. Er vonden veel gijzelingen plaats, die door talloze groeperingen werden geclaimd. Het was niet duidelijk dat die groepen onderlinge verbanden hadden en dat Iran de touwtjes in handen had. Iran begreep al heel vroeg dat de gijzelaars in Libanon moesten worden gehouden, zodat betrokkenheid altijd kon worden ontkend. Het Syrië van Hafez al-Assad deed zich ondertussen behulpzaam voor aan het Westen, maar speelde onder één hoedje met Iran en zijn proxy’s.’
Het laatste deel van uw boek begint met een citaat van Gore Vidal: ‘Wij zijn de Verenigde Staten van Amnesië, we leren niets omdat we niets onthouden.’ Waarom koos u daarvoor?
‘Ik heb het gevoel dat we de geschiedenis vaak opnieuw beleven, omdat we haar lessen niet leren. Kijk naar de invasie van president George W. Bush in Irak in 2003. Dan vraag je je af: wat hebben ze geleerd van Vietnam? Uiteindelijk trokken de VS zich terug uit Irak. Afghanistan: hetzelfde. De les die de Taliban leerden, net als Iran en ook Hezbollah in Libanon: als je maar hard genoeg duwt…
‘Aan de andere kant, en zonder excuses te maken voor Amerikaanse beleidsmakers: dit zijn moeilijke beslissingen. Ik heb tussen 2008 en 2015 als BBC-correspondent meegereisd met drie Amerikaanse buitenlandministers. Het zijn ook gewoon mensen, en het is niet makkelijk om een supermacht te zijn. Wel kreeg ik duidelijk de indruk dat het ontbreekt aan begrip van de geschiedenis, dat er een gevoel heerst dat alles telkens opnieuw begint.’
Hoe kan het dat leiders als ayatollah Khomeini van Iran en Hafez al-Assad van Syrië zo veel strategischer konden nadenken? Hoe kan het dat de VS blijven verliezen?
‘De VS draaien op een vierjarige verkiezingscyclus, en steeds meer op een tweejarige. Dat zuigt enorm veel energie weg van het vermogen na te denken over buitenlandbeleid op de lange termijn. Elke keer als er een nieuwe president het Witte Huis intrekt, zie je drommen mensen de regering verlaten. Vergelijk dat met Ahmad Vahidi (68), leider van de Iraanse Revolutionaire Garde. Die was op zijn 27ste al adjunct-hoofd van de inlichtingendienst van diezelfde Garde.’
Is er een parallel tussen de jaren tachtig en het heden die er voor u specifiek uitspringt?
‘Wat er voor mij echt uitspringt, is hoe Netanyahu een echo is van Ariel Sharon in 1982, de toenmalige Israëlische minister van Defensie. Sharon wilde in Libanon de macht van Assad terugdringen, een Israël-gezinde regering in het zadel helpen, de Palestijnse zaak begraven en Israëlische dominantie over het Midden-Oosten bewerkstelligen. Dat is allemaal mislukt. Als ik dan hoor hoe Netanyahu na de aanvallen op Iran dit jaar zegt dat hij al veertig jaar droomt van deze oorlog, vind ik dat heel opmerkelijk.’
In september 1982 gingen zo’n vierhonderdduizend woedende Israëliërs de straat op om het aftreden van Sharon te eisen. De belangrijkste aanleiding was het bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Beiroet. Honderden vrouwen en kinderen werden afgeslacht door Libanese christelijke militieleden, terwijl Israëlische militairen de uitgangen bewaakten en lichtkogels afschoten om de nachtelijke moordpartij mogelijk te maken.
Maar nu, na drie jaar Gaza-oorlog en meer dan zeventigduizend Palestijnse slachtoffers, is er nauwelijks protest in Israël. Hoe verklaart u dit verschil?
‘Ook nu zijn er mensen in Israël die zich op moedige wijze uitspreken tegen het geweld, tegen de bezetting en tegen de oorlog in Gaza. Zelfs voormalige Israëlische premiers en inlichtingenbazen waarschuwen dat Israël afglijdt naar extremisme, en dat dit ondermijnt wat zij beschouwen als de restanten van de Israëlische democratie.
‘Maar in de afgelopen veertig jaar is veel meer acceptabel geworden. Dat gaat nu gepaard met de verwoestende oorlog in Gaza – door het Internationaal Gerechtshof omschreven als mogelijke genocide – en het idee dat juist dit soort geweld Israël zal beschermen in de nasleep van de gruwelen van 7 oktober 2023. Ik zie de normalisering van geweld echter overal, ook in de VS.’
In het boek citeert u de progressieve Israëlische auteur Amos Oz, die stelt dat de Likoed-partij van Netanyahu de ‘moordzuchtige wreedheid’ van Hamas nodig heeft om zijn eigen ‘messiaanse ambities’ te vervullen. Kwam de terreuraanval van Hamas op een bepaalde manier goed uit voor Netanyahu?
Kortaf: ‘Ik kan niet in het hoofd van Netanyahu kijken.’ Dan, kalmer: ‘Er is nu volop discussie over wat hij wel of niet wist. Er doen allerlei complottheorieën de ronde, maar daar wil ik niet in meegaan.’
We hebben het niet over een complot, we bedoelen alleen dat die verschrikkelijke dag hem misschien carte blanche gaf om de Palestijnse bevolking uit delen van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever te verdrijven, en om een oorlog tegen Iran te ontketenen.
‘Ik weet het niet. Volgens mij schrijven we mensen soms te veel weloverwogen plannen toe, terwijl in werkelijkheid het ene simpelweg tot het andere leidt. Een aanval op Iran stond zeker op zijn verlanglijstje.’
Voelt het weleens alsof de bruggenbouwers, mensen zoals Malcolm Kerr, verloren hebben van de extremisten in het Midden-Oosten?
‘Nooit’, zegt Ghattas resoluut. ‘De hele regio zit al drie jaar in een donkere tunnel. We komen er nog niet uit, maar we mogen niet de stemmen negeren van de vele mensen die ervoor strijden om een andere weg te vinden.’
De machthebbers in de regio spelen een zero-sum game: alles of niets, ongeacht de kosten. Hoe komt dat?
‘In het Midden-Oosten zitten we vast in twee kwesties. Eén ervan is de onteigening van de Palestijnen, een gevoel van schaamte dat in de kern zit van de Arabische psyche. Maar die kwestie is ook het fundament van het bestaan van Israël. Dat is een zero-sum game, niemand heeft nog een manier gevonden om er een win-win van te maken. De andere kwestie is het wereldbeeld van de Iraanse Islamitische Republiek ten aanzien van de VS en Israël: het is wij of zij.
‘In het geval van Iran moet de oplossing van binnenuit komen, maar dat geldt ook voor Israël. Daar moet onder ogen worden gezien dat de veiligheid van het land op lange termijn niet kan komen van continue oorlog, maar alleen van oprechte stappen voorwaarts richting een oplossing van de Palestijnse kwestie.’
U heeft tien jaar in Washington gewoond, comfortabel, veilig, succesvol. Toch verhuisde u in 2017 terug naar Beiroet. U bleef terwijl wederom twee oorlogen het land teisterden. Wat is toch die aantrekkingskracht?
‘De gemeenschap, de warmte, de behulpzaamheid, het sociale leven. De kleine gebaren van vreemden die komen aanrennen om je te helpen iets te dragen, of je uitnodigen voor lunch, ook al kennen ze je niet. Leven in de echte Levantijnse, kosmopolitische stijl.
‘Daar is niet veel meer van over in de wereld. Ik zag gisteren nog een peiling over de VS: mensen brengen steeds meer tijd thuis alleen door en kennen minder mensen dan ooit. In Europa is het niet veel anders. Hier bel ik een vriend: heb je al lunchplannen? Let’s go. Maar Libanon is zo’n contradictie. Het is warm en menselijk’ – ze lacht – ‘maar ook krankzinnig: er komen overal raketten neer!’
Tijdens de Libanese burgeroorlog zong de Libanese zangeres Fairuz Li Beirut (‘Voor Beiroet’), waarin ze zich afvraagt hoe de stad van jasmijn en zee is veranderd in een stad van as en bloed. Wat voor hoop heeft u voor de stad van uw hart?
Ghattas kijkt een aantal seconden naar het plafond en herpakt zich. ‘Och. Er is nu een algemeen gevoel van malaise in de regio, door al het geweld. Maar ik zie hoopvolle punten die daardoor worden overschaduwd. Het geeft me hoop dat het Syrische regime is gevallen, nadat het Libanon een halve eeuw heeft overheerst. De greep van Hezbollah en Iran op het land is mede daardoor ook veel minder.
‘Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog eens onze politici zou prijzen, maar ik denk dat we met deze premier en president in Libanon op dit moment het best mogelijke team hebben. Alles staat of valt met de juiste leiders. We hebben mensen nodig die mogelijkheden aangrijpen, die niet zoals in Israël en Iran geloven dat bommen en voortdurende oorlog de enige manier zijn voor hen om te overleven.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusnieuws
Aanval van Hamas na drie jaar gevoelig verkiezingsthema in Israël
- v-plusAnalyse
Trump raakt de controle kwijt, en weet dat niet langer te verbergen
- Beeldende kunst
Libanese kunstenaars exposeren nu in Amsterdam. ‘Al mijn werk is oorlog, ik kan niet wegkijken’
- v-plusReportage
Idealistische Syriërs brengen biologisch boeren naar hun verwoeste land: ‘We planten hoop’