De toppers in het turnen zijn allang niet meer alleen tieners – op de WK in Ahoy gaat Sanne Wevers (35) voor de finale
Zelf vindt Sanne Wevers het ook bijzonder. Als 35-jarige is ze weer terug in Rotterdam, terug voor de wereldtitelstrijd, op de plek waar ze in 2010 ook al aan de mondiale kampioenschappen deelnam. ‘Het voelt wel echt heel bizar om hier zestien jaar later weer op de WK te staan’, zegt ze een paar dagen voor het toernooi in een zaaltje in het labyrintische Ahoy-complex.
Ze herinnert zich nog goed hoe ze er bij die kampioenschappen in slaagde de dubbele pirouette met een horizontaal gestrekt been uit te voeren, een element dat sindsdien haar naam draagt. ‘Dat was heel bijzonder.’ Ze haalde de balkfinale ondanks haar ‘Wevers-pirouette’ niet.
Ze had er het gevoel dat ze als 19-jarige nog maar net echt kennismaakte met het mondiale topniveau, maar tegelijkertijd merkte ze ook dat ze al redelijk ‘op leeftijd’ was. De balkkampioen dat jaar was de 16-jarige Ana Porgras uit Roemenië. De winnares van het goud op de meerkamp was Alia Moestafina uit Rusland, die pas een maand daarvoor haar 16de verjaardag had gevierd.
‘Het was toen echt een andere tijd in het turnen. Met 18 jaar was je al bijna over je piek heen. De wereldkampioenen waren bijna altijd 15, 16 jaar oud – in de prepuberteit, zeg maar.’
Boven de 20
Maar tijdens haar lange loopbaan zag Wevers het veranderen. De turnsters werden ouder, zwaaiden niet meer af als ze de kaap van 20 jaar waren gepasseerd. Een blik op de deelnemerslijsten van de WK van 2010 en van het toernooi dat dit weekend in Rotterdam begint, laat dat duidelijk zien.
De gemiddelde leeftijd van alle deelnemers in 2010 was 18 jaar; Wevers trok het moyenne met haar 19 jaar omhoog. Bij de beste 24 landenploegen waren er slechts zes teams met een gemiddelde leeftijd van 20 jaar of ouder. De oudste ploegen, Griekenland en Venezuela, waren in doorsnee 21 jaar.
En nu? De gemiddelde leeftijd is opgetrokken naar 20 jaar. Meer dan de helft van de 24 landenteams, dertien in totaal, is gemiddeld 20 jaar of ouder.
Een vergelijkbare verschuiving is zichtbaar in de leeftijd van de oudste deelnemers. In 2010 was de 35-jarige Duitse Oksana Tsjoesovitina nog de oudste van het toernooi, maar ditmaal is Wevers met diezelfde leeftijd niet de uitschieter naar boven. Dat is de Poolse Marta Pihan-Kulesza, 39 jaar oud.
Oudste team
De Nederlandse ploeg als geheel is wel de oudste van alle teams: 25 jaar. Het heeft naast Wevers nog een dertiger in de gelederen: de 32-jarige Vera van Pol, die veertien maanden na de geboorte van haar dochter Milou haar rentree op mondiaal niveau maakt. Daartegenover staat dat de net 16 jaar geworden Vera Ubbink haar WK-debuut maakt voor Nederland.
Het leeftijdsverschil tussen Wevers en Ubbink – 19 jaar – laat ook zien dat de instroomleeftijd nog steeds laag is in de turnsport. Tieners kunnen nog altijd met de wereldtop mee, dat is niet de verandering die deze sport heeft doorgemaakt.
De omslag is dat die tieners nu het vooruitzicht op een langdurige loopbaan hebben; dat ze niet op hun 19de al over hun piek zijn, maar ook dan nog mogen dromen van toekomstig succes. Zoals Sanne Wevers haar olympische droom, goud op de balk, in 2016 in Rio in vervulling zag gaan. Zij was toen 24.
Meer kennis
Volgens Wevers heeft de verschuiving van jonge kampioenen met korte carrières naar duurzamere topsport te maken met de toegenomen kennis van zaken over de manier waarop turnende tieners moeten omgaan met een veranderend lichaam.
‘Vroeger wisten we eigenlijk natuurlijk niet zo goed hoe we de fase doorkwamen van prepuber naar een ontwikkelde vrouw. Dat is een kwetsbare fase, waarin je een jaar of twee behoorlijk uit balans en niet zo goed belastbaar bent. Dan moet je echt opletten in de trainingen. Nu weten we beter hoe we die fase overleven, waardoor je daarna – met je nieuwe lijf, zeg maar – weer aan de slag kunt.’
En met turnsters die ouder worden, meer ervaring opdoen en langer mee kunnen draaien in de wereldtop, verandert de relatie tussen trainers en sporters ook. De sporters geven weerwoord, kunnen beter uitleggen wat trainingen met hun lichaam doen en wat zij als prettig en onprettig ervaren.
‘Als jong meisje ben je heel onbevangen, maar je hebt ook gewoon de kennis niet om zo’n proces richting een groot doel als een WK te overzien, zegt Wevers. ‘Dan moet je erop vertrouwen dat je coach dat heeft. Dan is het vaker ja en amen. Maar als je dat traject al vaker hebt meegemaakt, verandert de dynamiek. Dat vraagt om meer meebewegen van een coach. Die kan een pupil niet langer zomaar een opdracht geven.’
Niet alleen Wevers ziet een omslag. Ook Naomi Visser, die zichzelf als 25-jarige tot de veteranen van deze WK rekent, constateert dat. ‘In ieder geval in Nederland is er veel meer maatwerk. En je ziet dat wij vaak gemiddeld een van de oudste teams zijn. Ik denk dat dat in de sport wel echt veranderd is; je kunt nu langer mee.’
Simone Biles
Simone Biles constateerde iets vergelijkbaars nadat ze in 2024 in Parijs als oudste vrouw sinds 1952 de olympische meerkamptitel had veroverd; ze was 27 jaar. De Amerikaanse vertelde hoe ze het turnen ook in haar land had zien veranderen: van een sport van timide meisjes die gedwee de aanwijzingen van strenge en soms ronduit wrede trainers volgden, naar een wereld waarin zelfverzekerde vrouwen het voortouw nemen en zich niet meer laten piepelen.
‘Steeds meer meiden hebben de laatste jaren hun persoonlijkheid laten zien’, aldus Biles. ‘Veel van ons zijn twintigers. Zolang we onszelf kunnen zijn, in wedstrijden ons best doen en resultaten behalen, kunnen we nog lang mee.’
Biles kwam na de Olympische Spelen van Parijs niet meer in actie. De grote ster van het turnen is er ook niet bij in Rotterdam, waar een Amerikaanse ploeg van net 18 jaar gemiddeld meedoet. Maar haar sportpensioen heeft Biles nog niet aangekondigd. Dat had Wevers wel gedaan, al voor het olympisch turntoernooi van 2024 zelfs. Parijs, waar ze door een elleboogblessure de finale niet bereikte, zou haar laatste optreden zijn.
Strijd tegen de klok
Bijna anderhalf jaar lang was Wevers sporter af. De gymzaal ging ze niet meer in. ‘Ik liep twee keer in de week hard, dat soort dingen’, zo vat ze haar sportieve bestaan na Parijs samen. Maar een klein jaar geleden begon ze te twijfelen. Was ze nou echt wel klaar met turnen? En toen Naomi Visser voor een lang trainingskamp naar Australië vertrok, reisde Wevers haar achterna.
‘Toen heb ik voor het eerst weer op een balk gestaan. Dat was heel ongemakkelijk. Maar het raakte me ook en ik dacht: zou ik het voor elkaar kunnen krijgen om in tien maanden weer terug te komen?’
Het werd een strijd tegen de klok, en tegen steeds terugkerende twijfel. Wevers was al vaker tijdelijk met turnen gestopt, maar had dan met het oog op een terugkeer haar vorm onderhouden – topsport op een waakvlam. Dat was nu niet het geval geweest.
‘Ik was verder weg dan ooit’, vertelt ze. ‘En als ik op mijn hele voorbereiding terugkijk, dan heb ik de meeste moeite gehad om zelf echt weer te geloven dat ik het kan. Dat ik weer echt kan presteren.’
Dat werd ook gevoed door haar leeftijd. ‘Er zijn steeds van die zinnetjes die je ergens in je achterhoofd hoort, zoals: je bent 35, kan dat nog wel?’
Ervaring vs. jeugd
Het kon. Wevers is terug op de WK, terug in Rotterdam. En ze weet dat ze fit en scherp genoeg moet zijn om het tegen tieners op te nemen, het is ervaring versus jeugd.
‘Ik ben hier wel om te presteren’, zegt ze. Ze is er niet voor een verkapte ereronde langs het Nederlands turnpubliek. ‘En ik denk dat ik met mijn oefening kans maak op de finale.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie