Home   2026-10-22 19:56:51

←

In dit Hongaars museum wordt Orbáns kijk op de geschiedenis bijgesteld: ‘Ga de tentoonstelling met een vlammenwerper te lijf’

Original article

De hervormingen in Hongarije bereiken na het heden nu ook het verleden. Dus staat er een rij voor het Terror Háza (Huis van Terreur) in Boedapest, een museum over de totalitaire systemen die in het land heersten in de 20ste eeuw. De lange mensensliert gaat nog voor openingstijd het hoekje om. Naast de kassa staat een waarschuwende banner: dit museum bood ‘een bepaalde interpretatie’ van de geschiedenis. En dat gaat binnenkort veranderen.

Het is de laatste kans om de tentoonstelling te bekijken zoals die gestalte kreeg onder Viktor Orbán en zijn partij Fidesz. József Atádi (72) en Betti Dombosz (66) komen voor het eerst. ‘We komen vanwege de verandering.’ Ze willen zien hoe het was, en hoe het straks wordt. ‘Fidesz herschreef de geschiedenis’, zegt Atádi. ‘Het is goed dat de nieuwe regering orde op zaken stelt. Ze willen de waarheid tonen.’ Wat die waarheid precies is? ‘Dat is een goede vraag.’

Het museum opende in 2002, tijdens de eerste regeerperiode van Orbán, die kort daarop de verkiezingen verloor en in 2010 terugkeerde als premier. Volgens nieuwssite 444 was het geen museum maar een ‘ideologiefabriek’, onder leiding van directeur en Fidesz-huishistoricus Mária Schmidt. In september werd ze ontslagen, wat ze naar eigen zeggen vernam via Facebook.

De nieuwe regering van Péter Magyar sloot het museum. Na enige commotie – Fidesz-aanhangers waren woest en organiseerden een klein protest voor de deur – ging het weer open, de eerste week gratis.

De nieuwe regering sloot aanvankelijk het museum, maar sinds 22 september is het weer open.Bron Marton Monus voor de Volkskrant
Een bezoeker.Bron Marton Monus voor de Volkskrant

Het is een sinistere plek. Het diende als hoofdkwartier van de Hongaarse fascistische Pijlkruisers-beweging en later van de communistische geheime dienst ÁVH. Hun oude verhoor- en martelkamers in de kelder zijn deel van de tentoonstelling. In de hal staat een tank, ter nagedachtenis aan de revolutie van 1956 die door de Sovjet-Unie gewelddadig werd gestopt. Op de muren hangen portretten van slachtoffers van het communisme – en daders. Een overschot aan geschiedenis.

Propaganda

‘Propaganda’, is het oordeel van historicus László Karsai. ‘De tentoonstelling is gekleurd en volledig uit balans als je de Hongaarse 20ste eeuw wilt begrijpen.’ Dit komt vooral door wat er wordt weggelaten.

De nadruk van het museum ligt op de ‘dubbele bezetting’: door de nazi’s in 1944, onder wier schaduw de fascistische Pijlkruisers de macht overnamen, en na 1945 door de Sovjet-Unie, dat een communistisch regime installeerde.

‘In feite is de boodschap: de Hongaarse natie was onschuldig.’ Het totalitarisme wordt geschetst als een kwaadaardige kracht van buiten, met nadruk op het communisme: slechts een paar kamers zijn aan het fascisme gewijd.

De Pijlkruisers vermoordden duizenden Joden in Boedapest. Hun terreur volgde op het regime van Miklós Horthy, die collaboreerde met Hitler totdat de nazi’s hem afzetten en de Pijlkruisers aan de macht kwamen.

Het Huis van Terreur.Bron Marton Monus voor de Volkskrant
Een muur met portretten van slachtoffers van het communisme.Bron Marton Monus voor de Volkskrant

Toen Horthy nog aan de macht was, zegt Karsai, werden in 1944 een half miljoen Hongaarse Joden gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. ‘De Hongaarse autoriteiten hielpen actief en soms enthousiast mee.’ Daar wordt met geen woord over gerept: onder Orbán werd Horthy juist gerehabiliteerd als anticommunist.

Dit is slechts één van de ontbrekende hoofdstukken, zegt Karsai. ‘Het doel is om een zuiver verleden en een zuivere natie te creëren. Maar de geschiedenis is niet een winkel waar je uitkiest wat je bevalt.’

Omwenteling

Orbáns etalage van de Hongaarse geschiedenis bevalt Imre Kiss (79) anders uitstekend. ‘Ik ben hier vaak geweest, ik was zelfs bij de opening.’ Hij neemt de tentoonstelling nog eens goed in zich op. ‘Ik ben benieuwd wat ze gaan veranderen en kijk ook of er al iets is gewijzigd.’ Buitenlanders en jongeren kunnen hier leren wat in Hongarije is gebeurd, vindt hij. De plannen van de nieuwe regering vindt hij maar niks. ‘Politici hebben niets te zoeken in musea.’

Een lange rij voor de deur. Veel mensen willen het museum nog eens bezoeken voor de tentoonstelling wordt omgegooid.Bron Marton Monus voor de Volkskrant
Bron Marton Monus voor de Volkskrant

Maar dat is precies het punt. Het Huis van Terreur symboliseert een grotere omwenteling in Hongarije. Oud-directeur Schmidt bestierde ook een stichting voor historisch onderzoek, een van de talloze nationalistische instituten die met belastinggeld als paddenstoelen uit de grond schoten en werden geleid door loyalisten van Orbáns partij. Hun opvolgers rollen deze netwerken met gezwinde spoed op.

Het ministerie van Cultuur wil onafhankelijke experts inschakelen om de tentoonstelling te evalueren. Schmidts reactie was veelzeggend. ‘Zulke mensen bestaan niet, want iedereen heeft een wereldbeeld, bepaalde waarden en voorkeuren op politiek en maatschappelijk gebied’, schreef ze op Facebook.

Dat het museum intussen toegankelijk blijft, vindt historicus Karsai ‘een vergissing’. Wat zou hij doen? ‘De tentoonstelling met een vlammenwerper te lijf gaan.’ Het gaat hem te langzaam. ‘Ze zijn al een half jaar aan de macht. Er moet nog zoveel gebeuren. We hebben het nog niet eens over schoolboeken gehad. Geschiedenis is belangrijk voor het herstel van een democratie, want die kun je alleen op waarheid bouwen.’

Bezoekers in het museum.Bron Marton Monus voor de Volkskrant

‘Hongarije is een rare plek tegenwoordig’, zegt Judit (60), die met haar zoon Aleks (22) door de tentoonstelling loopt. Ze willen hun achternaam niet geven, een reflex uit de Orbán-tijd. Voor Judit staat het museum voor ‘de miljoenen forinten van belastingbetalers die zijn besteed aan de politieke controle over alles’.

Ze vindt het goed dat het museum verandert. ‘Het toont dat we weer anders mogen denken, dat we bij Europa horen.’ Ze begint te huilen. ‘Het spijt me, ik dacht niet dat dit zou gebeuren. Het is nog heel vers, de afgelopen zestien jaar.’ Misschien dat daar ook ooit een museum voor komt.