Home   2026-10-22 19:56:51

←

Hoe vrijstaat Berlijn stukje bij beetje ten prooi valt aan het grootkapitaal

Original article

Zaterdagnacht. Een zwetende massa van leer en naakte huid deint op de dansvloer. Naast de dj wiegt een oudere man in latex boxershort op een schommel aan het hoge plafond. Een trap leidt naar een onverlicht plateau waar clubgangers ritmisch bewegen op diepe technodreunen.

Zodra de ogen aan het duister wennen, is te zien dat sommige mannen ondertussen worden afgetrokken. Dieper in de ruimte is hier en daar een blowjob aan de gang, soms vrouw-man, soms man-man, soms onduidelijk. Twee mannen dansen met hun handen in de slips van twee vrouwen die elkaar tongzoenen. Eén stel, op een leren bank, bedrijft ongeremd de liefde, hij liggend op zijn rug, zij zittend op hem.

KitKat, een ‘sex positive’ club aan de rand van stadsdeel Mitte, is een ontsnappingsoord. Eenmaal voorbij de notoir strenge portiers hangen mensen met een drankje rond een zwembad. Dansvloeren volgen. Een trap leidt naar een stenen gangenstelsel onder de club, langs nissen en alkoven vanwaaruit beelden voorbijflitsen. Een man in een slagersschort, pollepel in de hand. Een vrouw met ontblote billen gevouwen over een stoel voor hem. In de laatste ruimte laat een levend buffet zich gretig aflikken, ook nu de druiven op zijn.

De dinsdag­ochtend na een feest maakt de ‘sex positive’ KitKatClub een verlaten indruk.Bron Marlena Waldthausen voor de Volkskrant

De club staat voor een Berlijn dat bedreigd wordt. De Duitse hoofdstad was jarenlang een toevluchtsoord. Men kon er ontsnappen aan het jachtige, door geld gedreven leven in andere westerse hoofdsteden, aan het burgerlijk conservatisme in de provincie. Een soms knotsgekke verzameling buitenbeentjes op de vlucht voor het bourgeois leven dat hun ouders leidden. Berlijn was het anti-Londen.

Maar de kapitalistische vrije markt heeft de afgelopen jaren snel grip gekregen op de stad die zich zo hard tegen dat systeem verzette. Door zijn unieke geschiedenis heeft Berlijn de macht van het grote geld lang buiten de deur weten te houden, maar nu verliest het de strijd. En dat vreet aan het vrijgevochten karakter van de stad, en aan de gemeenschap die dat creëerde.

Na jaren van inflatie en de intocht van goed verdienende expats doet Berlijn nauwelijks nog onder voor andere Europese hoofdsteden. Een kop koffie of broodje is niet meer goedkoper dan in Amsterdam. De tijden waarin men in Berlijn 120 vierkante meter kon huren voor een habbekrats, zijn ook voorgoed voorbij. Poppentheaters, fietsenwinkels en Vietnamese bloemenzaakjes moeten wijken voor hippe koffieketens, noodle-restaurants en yogastudio’s.

Het ging sluipenderwijs, zeggen oudgedienden uit de Berlijnse scene van de jaren negentig en nul. Eerst langzaam. En toen plots heel snel.

Friss oder stirb, zei de huisbaas

Als je het Armin Leng (54) vraagt, dan wil hij er wel een jaartal op plakken: 2014, het jaar dat een grote investeerder zijn huurpand overnam in het chique stadsdeel Mitte. Daarin huisde Lengs zaak in jarenveertigjurken, Marlene Dietrich-stijl. Die investeerder verdubbelde de huur en gaf Leng te verstaan: friss oder stirb, slikken of stikken. Het werd stikken, oftewel vertrekken.

Nu was dat op zich geen ramp voor Leng; hij had nóg zes van die zaken. Drie aan Hackescher Markt, een in Friedrichshain, een in Kreuzberg en een in Prenzlauer Berg. Maar daar gebeurde al snel hetzelfde. Telkens weer nam een investeerder het pand over en verhoogde de huurprijs. Leng vocht en verloor voor het gerecht tegen twee miljardairs. Een voor een sloot hij zijn zaken.

Inmiddels heeft hij alleen nog de zaak aan de Zionskirchplatz, waar weelderige jurken zacht schommelen op een winderige junidag.

Leng, geboren in Karlsruhe, kwam in 1997 naar Berlijn. Hij was 25. Wat een tijd was dat. Alles lag voor het oprapen: seks, liefde, drugs, alcohol, vrijheid, kunst, cultuur, woningen, winkelpanden.

‘Kijk’, zegt hij, terwijl hij een fotoboek erbij haalt vol mannen in pruiken en vrouwenkleren. ‘Dit was mijn bruiloft, hier op straat, met een Amerikaanse vriendin die hier graag wilde wonen. Zo hielp ik haar aan een verblijfsvergunning. Later heb ik nog een rechtszaak moeten voeren om te ontkomen aan het vaderschap van een dochter die zij met haar échte partner kreeg.’

‘Nummer één voor vastgoed’

De investeerder die Lengs jurkenwinkel in Mitte overnam, was Nicolas Berggruen. Deze Duits-Amerikaanse miljardair bezit inmiddels 300 duizend vierkante meter onroerend goed in Berlijn. In een andere rechtszaak verloor Leng van Harald Huth, eigenaar van een miljoen vierkante meter. Daaronder Mall of Berlin, een groot, glimmend, smetteloos winkelcentrum dat diametraal het tegenovergestelde is van het Berlijn dat mensen als Leng liefhebben.

In de jaren negentig bleven ze nog op afstand, deze investeerders. Aan al die kunstenaars, krakers en queers viel weinig te verdienen. Berlijn was arm aber sexy, luidt de gevleugelde uitspraak uit 2003 van toenmalig burgemeester Klaus Wowereit. Het rijke deel van West-Berlijn, met de chique Kurfürstendamm, vormde een uitzondering.

De Warschauer Straße is een treffend voorbeeld van de snelle gentrificatie in Berlijn.Bron Marlena Waldthausen voor de Volkskrant

De gemeente was misschien arm, maar had een enorme voorraad vastgoed: 480 duizend appartementen. Daarvan verkocht de deelstaat Berlijn er begin jaren nul van deze eeuw zo’n 210 duizend aan investeerders. De markt raakte later in een stroomversnelling door de financiële crisis in 2008, toen institutionele investeerders naar veilige beleggingen zochten. Deense investeringsfondsen kochten Berlijns vastgoed met halve straten tegelijk op.

Berlijn werd binnen tien jaar een van de populairste Europese steden om vastgoed in te kopen. De stad stond in 2015, 2016, 2017 en 2018 bovenaan een toonaangevende ranglijst van financieel dienstverlener PwC. Boven Londen, Parijs en Amsterdam. ‘The hottest market in Europe’, aldus een vastgoedmagnaat tegenover PwC in 2018. Goed nieuws voor vastgoedinvesteerders. Maar de rest van de stad betaalt een hoge prijs.

Clubsterben

De teloorgang van het oude Berlijn begon in de wereldvermaarde clubscene. Clubs zijn deel van het Berlijnse DNA, net zo verbonden met de stad en haar geschiedenis als de Muur, Willy Brandt en John F. Kennedy. Voor de deur van KitKat kan een voorbijganger zomaar in gesprek raken met een stel uit New York dat helemaal naar Berlijn vloog voor een weekend vol clubs en muziek, en verklaart: ‘Wat je hier hoort, komt een jaar of twee later naar New York.’

Al in de jaren twintig van de vorige eeuw vergaarde de stad faam met zijn Kabaretts, kleine contraire ondergrondse clubs waar met politieke satire, experimentele dans en muziek, en seksuele stoutmoedigheid de grenzen werden opgezocht van wat in die tijd mogelijk was. Toen al stond Berlijn bekend om zijn tolerantie en gayscene – totdat de nazi’s kwamen.

Tijdens de Koude Oorlog werd Berlijn, althans West-Berlijn, opnieuw een ontsnappingsoord. Wie woonde in de ommuurde enclave, in het hart van de communistische DDR, hoefde niet in dienst. Verhuizen naar West-Berlijn gold als daad van verzet. De stad werd synoniem aan vrijheid, cultureel en individueel, en trok vrije geesten en misfits aan vanuit de hele wereld. Iggy Pop en David Bowie maakten er hun meest experimentele werk.

Toen de Muur in 1989 viel, spoelden uitzinnigheid en uitzinnigen over de stad als geheel. De jaren erna speelde de clubscene een hoofdrol in het verbinden van jeugdculturen tussen Oost en West. Samen consumeerden en produceerden ze kunst, cultuur, muziek, unieke samenlevingsvormen. Ze zorgden voor elkaar, en vormden een gemeenschap.

Hun vrijheid om dat te doen was onlosmakelijk verbonden met de betaalbaarheid van de stad, waar na de eenwording in 1989 talloze panden, terreinen en mogelijkheden braak kwamen te liggen. Illegale clubs ontstonden in een verlaten energiecentrale of in de kelderkluis van een failliet warenhuis.

Berlijn werd zo de bakermat van de Europese technoscene. Sommige clubs bestaan al decennia, elk toonaangevend in hun niche – of het nu techno is of hedonisme – met roemruchte namen: Tresor, Sisyphos, Berghain, KitKat, Watergate, Griessmuehle.

Een van de vele donkere hoekjes in de KitKatClub, een centrale pijler van de Berlijnse clubscene.Bron Marlena Waldthausen voor de Volkskrant

Die laatste twee hebben inmiddels hun deuren gesloten. Een belangenbehartiger van de branche, de Clubkommission, becijferde eind 2024 dat de helft van de Berlijnse clubs in gevaar verkeert. Er is zelfs een woord voor: Clubsterben.

Griessmuehle weet haar einde aan een huurverhoging en problemen met de omgeving. De uitbater van Watergate noemde ‘enorme financiële druk’ als hoofdreden, door inflatie en hoge huur. De club Wilde Renate kreeg op het nippertje een verlenging van haar huurcontract, nadat het eerder sluiting had aangekondigd.

‘De dagen waarin Berlijn werd overspoeld door clubliefhebbende bezoekers zijn voorbij, ten minste voor nu, en de scene vecht om te overleven’, schreven de uitbaters van Watergate in hun afscheidsverklaring.

De sluitingen hebben verschillende redenen. Net als elders in Europa verleggen jongeren in Duitsland hun aandacht van clubs naar festivals. Er wordt minder alcohol gedronken, energiekosten stijgen sinds de Oekraïne-oorlog, net als de personeelskosten sinds covid – die laatste periode hielp een aantal toch al worstelende clubs bijna om zeep.

Gentrificatie doet de rest. Het is een verhaal dat je overal in Berlijn hoort: de voormalige krakers en woongemeenschapsbewoners die ooit kwamen voor de wilde vrijheid van de stad zijn nu van middelbare leeftijd met kinderen, en bellen de politie als het rumoerig wordt op straat. De buurt wordt aantrekkelijker, er komen mensen van buiten, eigenaren van panden waarin clubs of gekke winkeltjes huizen zien hun kans schoon huren te verhogen. Wie dat niet kan opbrengen, moet steeds vaker plaatsmaken voor een koffieketen of ramenrestaurant.

‘Kleinburgerlijk en bekrompen’

Met het grote geld komen ook andere mensen, zeggen ondernemer Leng en zijn goede vriend Saïd Senine (55), die in 1994 uit Parijs kwam en aan de andere kant van Zionskirchplatz een zaak uitbaat in designerstoelen. ‘Spießig: kleinburgerlijk en bekrompen’, zegt Leng.

Dat is ook een resultaat van succesvolle pogingen door de Berlijnse overheid om eindelijk een behoorlijke hoofdstedelijke economie op te tuigen. Nog tot 2018 was de jaarlijkse productie per inwoner in Berlijn lager dan het nationale gemiddelde. Overal in Europa genereren hoofdsteden bedrijvigheid en werkgelegenheid, maar naar Berlijn moest altijd geld tóé.

Tot grote hilariteit van de rest van het land – Berlijn, de stad die zo leuk is om over te tut-tutten. Rondom München en Stuttgart maken ze auto’s en andere machines waarvoor de hele wereld in de rij staat, of stond, in financieel centrum Frankfurt groeien de bomen tot aan de hemel, Hamburg heeft zijn haven. En Berlijn? Dat ligt constant aan het infuus.

Sinds midden jaren tien van deze eeuw heeft Berlijn met belastingvoordelen en andere stimuleringsmaatregelen zichzelf opnieuw uitgevonden, eindelijk. Als trekpleister van start-ups in de techsector. Met succes. De stad is volgestroomd met Braziliaanse, Russische en Indiase IT’ers. Mede daardoor groeide de Berlijnse economie vorig jaar ietsjes, terwijl de rest van het land stagneerde.

Hoop

Let wel: het bestáát nog, het Berlijn van weleer. De gekke winkeltjes, de misfits en de clubs zijn in het defensief gedwongen, maar nog niet verdwenen. Nog altijd ligt er een krankzinnig groot vliegveld als een open speelplaats midden in de stad, waar op zondagochtend mensen dansen die na clubsluiting thuis een speaker ophaalden, omringd door gemoedelijk mee neurieënde dertigers met kinderen op fietsjes.

Elke (82) en Monika (77) zijn al dertig jaar samen. Ze wonen in Lebens­ort Vielfalt, een intergenerationeel woon- en zorgproject voor de lhbti­-gemeenschap. Dit in 2023 ­geopende centrum combineert zorgvoorzieningen met openbare faciliteiten, zoals kinderopvang en een buurt­ontmoetingsruimte.Bron Marlena Waldthausen voor de Volkskrant

Nog altijd kun je nachtenlang doordansen op diepe dreunen in een even donkere diepe kelderclub, nog altijd voelen delen van de stad in de zomer aan als een groot straatfestival met bierdrinkende alternatievelingen. En nog altijd vinden mensen er een thuis waar ze dat elders niet konden.

Neem Max (25), medewerker van een kinderdagverblijf die hier vijf jaar geleden naartoe verhuisde vanuit het conservatieve München. Hij werkt in het gegoede Prenzlauer Berg, precies zo’n voormalige Oost-Berlijnse volkswijk die nu vol yogastudio’s zit. Als Max de veranderende natuur van Berlijn voorgelegd krijgt, knikt hij instemmend: ‘Gentrificatie, ja voll’, klopt helemaal. Maar hij heeft ook een nuancerende noot.

Hij is schwul, zegt hij, homoseksueel. ‘Dat is in München natuurlijk ook wel oké. Maar toch is het daar anders. Je weet nooit of mensen achter je rug nog over je praten als je wegloopt.

‘Hier in Berlijn staan op elke straathoek vijf mensen zoals ik’, grinnikt hij nu. ‘De clubs, de kunst, hier ben ik gewoon een van de velen. Es ist kein Thema. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf niet meer zie als anders.’

Ruimte voor beiden?

En Berlijn vecht terug, soms met steun uit onverwachte hoek. Het Clubsterben dreigt het wezen van de stad zodanig aan te tasten, dat het zelfs de nationale regering zorgen baart. Eind mei kondigde nota bene de regering onder de rechts-conservatieve bondskanselier Friedrich Merz wetgeving aan die clubs straks classificeert als culturele instellingen.

Daarmee krijgen ze dezelfde status als musea en theaters, terwijl ze nu nog in hetzelfde rijtje horen als casino’s, stripclubs en bordelen. Dat betekent toegang tot subsidies, bescherming tegen bijvoorbeeld huurverhoging of uitzetting, en soepelere belastingregels. Het moet zelfs helpen bij vergunningen voor nieuwe clubs in woongebieden. De wet moet nog door het parlement.

Het voornemen, hoewel rijkelijk laat, toont aan dat er in Berlijn nog steeds ‘een dorst is naar een grassrootsgemeenschap en culturele diversiteit’, verklaarde een clubeigenaar tegen de Britse krant The Guardian. ‘Naar het soort cultuur dat Berlijn zo opwindend maakte na de val van de Muur.’

Oberbaumbrücke in Kreuzberg.Bron Marlena Waldthausen voor de Volkskrant

Ook bewoners – geheel naar langjarige Berlijnse traditie – weren zich. Toen in 2016 bekend werd dat Google een reusachtige start-upcampus wilde vestigen in een voormalig elektriciteitsstation in Kreuzberg, hart van de linkse scene in West-Berlijn, resulteerde dat in maandenlange protesten tegen alles van huurprijsstijgingen en gentrificatie tot dataverzameling. Uiteindelijk trok Google de stekker uit het plan, mede vanwege ‘feedback uit de buurt’.

Een stad als alle andere?

‘Men komt niet naar Berlijn om carrière te maken en geld te verdienen’, schreef Ute Frevert, historicus moderne Europese geschiedenis en trotse inwoner van Berlijn, in 2023 in weekblad Der Spiegel. ‘Men komt hierheen, vanuit binnen- en buitenland, om een bepaalde beleving te vinden. Historisch, actueel, dynamisch, controversieel, conflictueus.’

Dat was wat gechargeerd, zegt Frevert drie jaar later over de telefoon. Maar: ‘Berlijn is nog altijd een veelvoud aan levensstijlen, ook al zijn er steeds meer mensen met zware banen die geen energie hebben om de hele nacht door te dansen en willen dat het ’s nachts stil is. Er is nog steeds de ruimte om je terug te trekken, een woonwagen op een veld neer te zetten en daar een antikapitalistische Vrije Republiek uit te roepen.

‘Vooralsnog biedt de stad genoeg ruimte voor beide groepen. Maar voor een van hen krimpt die ruimte duidelijk. Langzaam maar zeker wordt het een normale stad, waarin culturele en maatschappelijke experimenten blijven voortbestaan als niche.’