Home   2026-10-22 19:56:51

←

Hoe de theorie van de deconstructie in de jaren tachtig sektarische trekjes kreeg

Original article

Terug naar de krant

Soms verschijnt er een boek dat helemaal voor jou geschreven lijkt te zijn: alles wat erin aan de orde wordt gesteld herken je. Net als Emily Eakin, de auteur van het boek waarover ik het nu heb, en dat in het Nederlands Mijn leven in theorie is getiteld, ben ik dóór ‘deconstructie’ heen ‘gegaan’. Wat in de filosofie en in de literatuurwetenschap ‘deconstructie’ werd en wordt genoemd, is het halen van een verborgen betekenis uit een tekst, wat de hoofdbetekenis ervan vernietigt, en dat in een eindeloos voortgaand proces.

Emily Eakin werd eind jaren tachtig met literatuurtheorie en deconstructie geconfronteerd toen ze, als achttienjarige, net van de middelbare school, aan Harvard ging studeren omdat ze zo van lezen hield. Ze kwam er al snel achter dat op Harvard alles Derrida ademde, de enigmatische Fransman, de grondlegger van de deconstructie. Ze viel als een blok voor de duistere literatuurtheorie en doet daar op aanstekelijke wijze verslag van, van de verslaving aan de theorie, de roes waarin ze terechtkwam, de rebellie die ermee leek samen te gaan, het afzetten tegen alles wat er vóór die tijd over literatuur was beweerd, het gevoel dat je nergens anders meer over kunt praten of denken.

Míjn favoriete literatuurwetenschapper was de Amerikaan J. Hillis Miller, wiens boeken ik zo’n beetje uit mijn hoofd leerde. J. Hillis Miller speelt een bijrol in het boek van Emily Eakin, maar niet een onbelangrijke. Miller vond ik de meest literaire van het stel: hij ‘deconstrueerde’ uitsluitend dichters en romanschrijvers, en dan vaak ook nog eens klassieke schrijvers die ik bewonderde: Charles Dickens, Emily Brontë, Henry James: ze gingen allemaal door zijn deconstructiemolen, maar het merkwaardigste was misschien nog wel dat de bewondering voor die auteurs bij Miller en bij mij overeind bleef.

Sektarische types

Eakin wijdt een hoofdstuk aan „de tirannie van de Yale Critics”; Yale was de universiteit in Amerika waar deconstructie groeide en bloeide. En niet alleen waren de beoefenaars en propagandisten ervan enthousiast over die wijze van met literatuur omgaan, het had ook iets dictatoriaals: iedereen moest eigenlijk zo tegen literatuur aankijken. Naast J. Hillis Miller waren de belangrijkste docenten van wat tot een sekte leek uit te groeien, een sekte die dus ook tot in Harvard doordrong, Harold Bloom, Geoffrey Hartman en Paul de Man.

Vooral die laatste kunnen we wel een type noemen. Paul de Man was een kei in close reading, wordt door Eakin opgemerkt. Ze haalt een student en latere collega van hem aan, Peter Brooks, die opmerkte dat Paul de Man een tekst maar voor zijn neus hoefde te krijgen „om er de meest magische dingen uit te vissen”. Maar uitgerekend De Man bracht de aanhangers van deconstructie later in grote verlegenheid. Paul de Man was een Belg, een Waal, met een op zijn zachtst gezegd dubieus oorlogsverleden, en eenmaal in de Verenigde Staten nam hij zijn toevlucht tot liegen en bedriegen. Pas na zijn dood, in 1983, drong de volle omvang van zijn wangedrag bij iedereen door, al bleef Derrida, door zijn teleurstelling heen, hem nog lang verdedigen.

Het is een sterke kant van Mijn leven in theorie: Eakin reikt genoeg informatie aan om ook de leek een idee te geven van wat deconstructie inhoudt, maar ze laat het daar niet bij en richt zich tevens op de levens van de filosofen en literatuurwetenschappers die deze methode introduceerden en aanhingen. Dat zou in een deconstructieve benadering nooit zijn toegestaan, want dat er niets buiten de tekst was, was zo ongeveer het hoofddogma.

Door deze aanpak van Eakin lees je het boek met toenemende verbijstering. Wat een stel mafkezen was het die zich met deze door mij zo hogelijk gewaardeerde filosofie en literatuurbeschouwing bezighielden! Paul de Man schreef in een nazikrant en was bigamist, verschillende anderen deden zelfmoordpogingen, er werden door deconstructivisten inrichtingen geopend waar patiënten en personeel als gelijken samenleefden (deconstructie beperkte zich al snel niet meer tot de terreinen van literatuurwetenschap en filosofie, maar breidde zich uit naar gebieden als de psychoanalyse en de politiek), Louis Althusser vermoordde zijn vrouw en schreef daar vervolgens enthousiast over.

Instortende systemen

Zoals de Engelse titel aangeeft, The Frenchmen (wat in het geval van het Nederlandse boek de ondertitel is geworden), richt Eakin zich, opgegroeid in een francofiel gezin, voornamelijk op de Fransen die, aan de hand van Derrida, het concept immers bedachten. Pikant is dat Derrida zélf zich over deconstructie altijd vaag uitsprak. Hij zei dingen als: „Deconstructie, als er al zoiets bestaat, voltrekt zich als de ervaring van het onmogelijke.” Eakin begint haar boek zo’n beetje met een andere Fransman, Sartre, geen deconstructivist. Ze laat helder zien waar deconstructie vandaan kwam. Ze kijkt nog eens in haar oude spiraalblokken uit die tijd en leest de essays die ze voor haar studie schreef er nog eens op na. In een stuk over Wordsworth voor een college over negentiende-eeuwse Engelse poëzie komt ze een opmerking tegen over een „zonnig derridiaans plateau”, die ze nu totaal niet meer snapt.

In Nederland is deconstructie nooit zo’n hausse geworden als in de Verenigde Staten. Wat trok míj dan toch zo aan in literatuurtheorie in het algemeen en deconstructie in het bijzonder toen ik in de jaren tachtig Nederlands studeerde en waarom herkende ik zoveel in het boek van Eakin? Het is lastig om zo’n veertig jaar later objectief op je eigen jongere ik terug te blikken, maar ik denk dat ik toen een voorkeur had voor of affiniteit met systemen die op het punt stonden in te storten (en dat is iets wat misschien eigen is aan de jeugd). Ik werd aangetrokken door de eindeloze interpretaties van teksten (ja, dit woord hoort er echt bij: teksten) die de methode van de deconstructie bood en ook waar dat toe leidde. Al interpreterend en associërend bouwde je betekenis op om die vervolgens, of eigenlijk al tegelijkertijd, door een ondergeschoven of veronachtzaamde betekenis nog steeds interpreterend en associërend ook weer onderuit te halen.

Eakin maakte voor mij weer heel duidelijk wat de aantrekkingskracht ervan was. Dat eeuwige interpreteren van romans en verhalen, dat begin zonder einde en einde zonder begin (ik geloof dat dit een aardige definitie van deconstructie is) – het was natuurlijk ook gewoon een manier om alles lekker nog even uit te stellen, iets wat misschien ook heel goed bij de tijdgeest van de jaren tachtig paste, toen er geen toekomst was en geen verleden, maar alleen een soort eeuwig nu. De terugblik naar die tijd in dit fascinerende boek van Emily Eakin mag er zijn.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.