Beeldhouwers uit de Nederlanden glorieerden in 16de-eeuws Italië, en werden voor het gemak allemaal ‘Vlamingen’ genoemd
De Franse Revolutie onthoofdde niet alleen Lodewijk XVI, maar maakte ook korte metten met koningen uit het verleden. Zo werd in 1792 een bronzen ruiterstandbeeld van Hendrik IV (1553-1610) op de Pont Neuf middenin Parijs van zijn voetstuk getrokken (sinds 1818 staat er een kopie). Op de hoeken van de sokkel bevonden zich vier naakte, geketende figuren. Deze levensgrote bronzen beelden zijn bewaard gebleven (en staan nu in het Louvre in Parijs), waarschijnlijk omdat de revolutionairs wel sympathie hadden voor de onderworpenen. Maar ook was er, zoals blijkt uit 18de-eeuwse documenten, waardering voor hun artistieke kwaliteit.
Twee van deze figuren vormen nu het middelpunt van de expositie Scultori Fiamminghi in museum M Leuven. Hun gespierde lichamen in gedraaide halfzittende poses worden ondersteund door delen van afgelegde harnassen. De een is een oudere Europese man met een lange baard, de andere is jonger en heeft het uiterlijk van een Afrikaanse man. Daarmee verwijzen ze zowel naar werelddelen als stadia van het menselijk leven. Het vernielde ruiterbeeld van de koning was kort na 1600 ontworpen door de Vlaams-Florentijnse beeldhouwer Giambologna, de hoekfiguren werden in 1614-1618 gemaakt door diens leerling Pietro Francavilla.
De tentoongestelde elementen van het monument voor koning Hendrik IV zijn exemplarisch voor de expositie. Die geeft met ruim honderd tekeningen, prenten en vooral sculpturen van hout, albast, marmer, terracotta en metaal een prachtig beeld van werken van beeldhouwers uit de Nederlanden in het Italië van de 16de en de vroege 17de eeuw. Daarnaast laat de tentoonstelling zien dat die noorderlingen niet alleen daar glorieerden, maar – voor, na of, zoals in het geval van het Parijse ruiterbeeld, zelfs tijdens hun verblijf in Italië – ook in andere windstreken.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154141/121026WEE_2037082751_-2.jpg)
Jacques Jonghelinck, Sol (detail)
RijksmuseumVlamingen
Veel beeldhouwers in het Italië van de Renaissance kwamen inderdaad uit Noord-Europa, al valt het aan hun aangepaste namen niet direct af te lezen: Giambologna (Jean de Boulogne) en Pietro Francavilla (Pierre Franqueville) waren afkomstig uit het destijds Vlaamse, uiterste noorden van Frankrijk, en kunstenaars in Rome zoals Niccolò Pippi (Nicolas Piper) en Egidio della Riviera (Gilles van den Vliete) kwamen uit respectievelijk Arras en Mechelen. In Italië werden ze gemakshalve fiamminghi (letterlijk ‘Vlamingen’) genoemd, een verzamelnaam voor een breed scala van noordelijke immigranten. De ondertitel van de expositie ‘Vlaamse beeldhouwers in Italië’ maakt hierin ook weinig onderscheid. Die sluit daarmee aan bij het oude gebruik om Vlamingen samen te nemen met bijvoorbeeld kunstenaars uit de Noordelijke Nederlanden, zoals Adriaen de Vries uit Den Haag of Willem Danielsz van Tetrode uit Delft, of zelfs uit Frankrijk of Duitsland.
Beeldhouwers trokken naar Italië om er te leren van de klassieken en van Renaissance-meesters als Rafael en Michelangelo. Toch blijkt in de eerste zalen van de expositie dat er in het noorden al eerder kennis bestond van de klassieke vormentaal, in bijvoorbeeld werken van Conrat Meit, een Duitse beeldhouwer die onder meer in Mechelen werkte, of in die van Jacques Dubroeuq in Antwerpen. Uit diens omgeving wordt een klein altaarstuk (rond 1550, eigen collectie M Leuven) getoond, waarvan een albasten reliëf deel uitmaakt van de Geseling van Christus bestaande uit figuren in elegante klassieke poses.
Behalve educatief zal een Italiëreis ook andere redenen hebben gehad, zoals een gunstig klimaat voor kunstopdrachten en later in de 16de eeuw een grotere vrijheid in het maken van sculpturen dan in de deels protestantse en daardoor beeldenschuwe Nederlanden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154220/121026WEE_2037082751_-4.jpg)
Johan Gregor van der Schardt, Johann Neudörffer de Jonge
Rijksmuseum. Bruikleen van het Koninklijk Kabinet van Schilderijen MauritshuisEigen karakter
Giambologna reisde na een leertijd bij Dubroeucq waarschijnlijk kort na 1550 naar Italië. Een uitzonderlijk houten beeldje dat hij volgens de inscriptie in 1551 maakte van Julius Caesar (privécollectie) wijst op een eerdere aanwezigheid van de kunstenaar in Italië dan vaak wordt aangenomen. In Florence kwam hij in dienst van de machtige Medici-familie; hij zou er de rest van zijn leven blijven. Giambologna speelt dan ook de hoofdrol in de expositie met onder meer terracotta modellen voor grote en onverplaatsbare marmersculpturen. De allegorie Florence triomferend over Pisa (1565, Victoria & Albert Museum, Londen) heeft de vorm van een naakte vrouw die in een draaiende beweging een knielende man bedwingt.
Deze dynamiek, die ook Giambologna’s kleinere bronssculpturen van mythologische figuren en putti kenmerkt, past helemaal bij werken van Italiaanse tijdgenoten. Maar onbeantwoord blijft in deze expositie de vraag of je zou kunnen spreken van een typisch noordelijk karakter in het werk van de migrantenkunstenaars.
Illustratief wat dit betreft is het virtuoze werk van de van oorsprong Nijmeegse beeldhouwer Johan Gregor van der Schardt. Als ‘Giovanni Fiammingo’ werkte hij in de jaren 1560 in Italië. Van omstreeks 1562 dateren twee fijne, handzame kopieën (Victoria & Albert Museum) die hij in terracotta maakte naar Michelangelo’s beroemde marmeren figuren van de Nacht en de Dageraad in de Medicikapel in de San-Lorenzokerk in Florence. Maar opvallender is Van der Schardts Portret van Johan Neudörffer (1579-1581, Rijksmuseum Amsterdam), een levensgrote bustefiguur van terracotta. De natuurgetrouwe modellering zal de kunstenaar naar Italiaanse voorbeelden hebben geperfectioneerd. Maar de precieze en levensechte detaillering en de kleurige beschildering van gezicht, haren en kleding doen ook sterk denken aan de Noord-Europese traditie. Van der Schardt maakte het portret dan ook niet in Italië maar pas jaren later, in Neurenberg. Zo illustreert de tentoonstelling niet alleen de activiteiten van fiamminghi in Italië, maar in heel Europa.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154205/121026WEE_2037082751_-3.jpg)
Jacques van den Broeck naar Jérôme Duquesnoy, Manneken Pis, 1630, brons, Brussel
foto E. Laurent/ Museum van de stad Brussel, BroodhuisMaak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.