Is de globalisering voorbij? Door de behoefte aan stabiele handelsketens zoeken veel landen het dichter bij huis
Voor het enorme Queen Sirikit National Convention Centre in Bangkok staat een groot beeld van de Thaise koning Vajiralongkorn. Vlaggen uit 191 landen prijken voor de ingang. Zwarte elektrische BMW’s rijden de delegaties voor.
In de zaaltjes binnen hoor je termen als „bruggen”, „corridors” en „verdedigingslinies”. Het woord „veiligheid” valt vaak, nog vaker het woord „resilience” (weerbaarheid of veerkracht). Het lijkt alsof er een internationale veiligheidsconferentie gaande is. Maar in werkelijkheid vonden hier deze week de jaarvergaderingen plaats van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.
De twee instellingen hebben een financieel-economische taak: ze moeten wereldwijd de economische groei en ontwikkeling bevorderen. Ze streven, in essentie, naar een wereld met vrije handel en vrije kapitaalstromen, met als doel de welvaart in alle landen op te krikken.
Maar tijdens de jaarvergaderingen ging het, behalve over groei en ontwikkeling, voor een belangrijk deel ook over hoe landen hun bestáánde welvaart kunnen beschermen. Want die wordt bedreigd, door oorlogen, handelsconflicten en klimaatverandering. Uit vaak gebruikte termen als „energieveiligheid”, „grondstoffenveiligheid” en „financiële weerbaarheid” sprak een gevoel van kwetsbaarheid.
Geopolitiek veroorzaakt de grootste zorg. Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne, begin 2022, wees het IMF op het risico dat de wereldeconomie door geopolitieke spanningen diepe barsten zou vertonen. „Geo-economische fragmentatie”, in IMF-jargon. Dat risico is anno 2026 realiteit geworden. Een wildgroei aan invoerheffingen en exportrestricties (met name in de VS en China) belemmert de handel. En de oorlog in het Midden-Oosten heeft de toevoer van olie, gas, brandstoffen en kunstmest veel onzekerder gemaakt.
Terwijl aanvallen door Iran en de Houthi’s in Jemen doorgingen, riep het IMF tijdens de vergadering landen op tot „diversificatie” van energiebronnen, „inclusief met hernieuwbare energie”. De energietransitie geldt inmiddels als economische levensnoodzaak.
Bruggen over muren heen
Gastland Thailand is zo’n land dat sterk van energie-import afhankelijk is. Het haalt meer dan 50 procent van zijn olie uit het Midden-Oosten, maar ziet zich nu gedwongen die te importeren uit West-Afrika en Latijns-Amerika, zei de Thaise minister van Financiën en vicepremier Ekniti Nitithanprapas in een paneldiscussie.
Ook haalt Thailand al langer elektriciteit uit waterkrachtcentrales in buurland Laos – en deze elektriciteit wordt sinds enkele jaren ook via Maleisië doorgeleid naar Singapore. „Als er in de wereld nieuwe muren ontstaan, moet je daar bruggen overheen bouwen”, zei hij. „Wij willen de rol spelen van betrouwbare verbinders.” Thailand, Laos, Maleisië en Singapore zijn allen lid van ASEAN, het Zuidoost-Aziatische economische samenwerkingsverband.
Regionale samenwerking tussen buurlanden werd bij de jaarvergadering veelvuldig genoemd als hét alternatief voor een afbrokkelende internationale orde, waarvan de regels – bijvoorbeeld die van de Wereldhandelsorganisatie WTO – toenemend worden genegeerd, met name door de VS.
De „big guys” vinden in deze wereld hun weg wel, zei de Thaise minister Nitithanprapas. Misschien, opperde hij, moeten kleine en middelgrote landen die eerlijk willen blijven handelen elkaar meer opzoeken. Tijdens de paneldiscussie tastte hij bij zijn Finse ambtsgenoot Riikka Purra de mogelijkheden af voor een vrijhandelsakkoord tussen ASEAN en de Europese Unie. De Finse minister leek daar wel voor in. Het deed denken aan het veelbesproken pleidooi van de Canadese premier Mark Carney begin dit jaar voor nauwere banden van de „middle powers” (middelgrote machten) van deze wereld.
Afhankelijkheden
Ook Japan zou profiteren van toenadering tot de ASEAN, zei Hironori Kamezawa, president-commissaris van de grote Japanse bank MUFG, tijdens een conferentie elders in Bangkok van de bankenclub International Institute of Finance (IIF). Japan produceert slechts 9 procent van zijn energie zelf. En meer dan 90 procent van de geïmporteerde olie komt uit het Midden-Oosten. „Niemand kan zijn afhankelijkheden in zijn eentje oplossen”, zei hij. Onlangs betrok Japan voor het eerst vloeibaar gas uit ASEAN-land Maleisië.
Te veel afhankelijk zijn van anderen, dat is in deze onveilige wereldeconomie een risico. Europa, zei eurocommissaris Valdis Dombrovskis, heeft zijn „afhankelijkheden al verkleind”. Het heeft zich na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne al goeddeels losgemaakt van Russisch gas, om „chantage” en „manipulatie” vanuit Moskou te voorkomen. Nu wil de EU minder afhankelijk worden van China als leverancier van kritieke grondstoffen als koper en lithium. Meermaals dreigde China de leveranties af te knijpen. „Economische veiligheid is een noodzaak”, zei hij.
Overal klonk door: de tijden zijn veranderd. De voorbije decennia waren die van globalisering, van almaar meer efficiëntie. Voor landen en bedrijven ging het vooral om de vraag waar je het goedkoopst je spullen kon halen en kon produceren en waar je het meeste geld kon verdienen met export. Nu gaat het ook, en vooral, of je beschermd bent tegen risico’s, zoals plotselinge onderbreking van leveringsketens of afsluiting van markten. „We moeten erkennen: de wereld waar economische efficiëntie voorop stond, is er een geworden waar veiligheid als factor moet worden meegenomen”, zei IMF-voorzitter Kristalina Georgieva.
Globalisering, maar dan anders
Kun je dit nog globalisering noemen? Misschien is de globalisering niet voorbij, maar gaat deze er anders uit zien, klonk het in de paneldiscussies. De handel gaat door, maar geografisch nabije, vertrouwde markten lijken een grotere rol te krijgen.
Tussen centraal-Aziatische landen en binnen de ASEAN-groep bijvoorbeeld nemen handelsstromen rap toe. En er ontstaan alternatieve „corridors” in de handel. Vaak gaat het om zogenoemde ‘zuid-zuid’-routes, dus niet via het Westen. Bijvoorbeeld: tussen India en ASEAN of tussen de Golfstaten en Afrika. Ook Europa zoekt nieuwe handelsroutes: het werkt aan een „middle corridor” naar Centraal-Azië, om Rusland heen.
De handel wereldwijd gaat door, maar geografisch nabije, vertrouwde markten lijken een grotere rol te krijgen
Valt er nog een beetje geld te verdienen in deze gefragmenteerde wereldeconomie? Op de bankenconferentie van het IIF, gehouden in een chique hotel, kwam die vraag aan de orde. Het antwoord: jazeker. In een paneldiscussie met de toepasselijke titel „van fragmentatie naar fortuin” passeerden projecten de revue die op energiezekerheid en grondstoffenzekerheid zijn gericht, en die volop „bankable” (‘bankierbaar’) zijn. Zonne-energie in Egypte bijvoorbeeld, en mijnbouwprojecten voor aardmetalen (voor de energietransitie) in Papua Nieuw-Guinea.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/16082828/161026ECO_2037063517_IMF.jpg)
Demonstranten tijden een betoging donderdag in Bangkok tegen het IMF en de Wereldbank, die hun jaarvergaderingen hielden in de Thaise hoofdstad.
FOTO ANTHONY WALLACE/AFPHet gevoel dat „weerbaarheid” nodig is in deze onzekere, onveilige tijden, kwam ook op andere manieren tot uiting. Bijvoorbeeld als het begrotingsbeleid te sprake kwam – in de kern een thema dat ook over veiligheid gaat, zei IMF-voorzitter Georgieva.
‘Macro-economische en financiële stabiliteit is je eerste verdedigingslinie”, zei Georgieva in een paneldiscussie. ‘Als je begrotingspositie wankelt, als de inflatie uit de hand loopt, heeft het weinig zin aan veiligheid te werken”, zei ze, toen ze sprak over staatsschulden in rijke landen die almaar oplopen. Het IMF riep de afgelopen week met name de VS en Frankrijk – twee landen waar de staatsschuld onhoudbaar dreigt te worden – dringend op hun begrotingstekorten terug te dringen.
Arme landen werden door de IMF-leiding opgeroepen „weerbaar” te worden tegen de oplopende kosten van extreem weer, zoals schade door overstromingen, landverschuivingen, droogte en orkanen. Bouw „buffers”, luidde de boodschap. De Nigeriaanse minister van Financiën Taiwo Oyedele zei evenwel: arme landen zijn niet in staat de rekening van de klimaatschade in hun eentje op te hoesten. „We moeten op zijn minst erkennen dat sommige landen extra kwetsbaar zijn.”
AI als risico
Ging het dan helemaal niet over economische groei, toch altijd de alfa en omega van het IMF? Jawel. In zijn halfjaarlijkse analyse van de wereldeconomie, de World Economic Outlook, beschreef het fonds hoe de massale AI-investeringen en de bloeiende handel in AI-hardware, zoals chips, de wereldwijde economische groei op peil houden. Maar ook rondom het thema AI hing in Bangkok een gevoel van onveiligheid.
„Als er geen waarborgen komen, kunnen de risico’s van AI groter uitpakken dan de mogelijkheden”, zei Georgieva. Cyberaanvallen met of door AI kunnen de financiële stabiliteit ondermijnen, waarschuwde IMF-hoofdeconoom Silvana Tenreyro. AI agents – zelfstandig opererende AI-assistenten – kunnen bank runs organiseren (wanneer mensen massaal geld van bankrekeningen halen) klonk het in weer een andere panelsessie. Hoe de wereld zich daartegen moet beschermen? Er lagen weinig antwoorden klaar in Bangkok. Behalve dat de wereld „weerbaar” moet zijn.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.