‘Vooruitdenken gaat verder dan een noodpakket’ met eten uit blik
Het was de week die begon met de waarschuwing van generaal Alexus Grynkewich, de militaire commandant van de NAVO, dat troepen klaar staan om „alles en iedereen” te vernietigen die „zo dwaas” zou zijn een aanval te openen op het grondgebied van het bondgenootschap.
Het was de week waarin de Tweede Kamer met ruime meerderheid het kabinet opriep strafmaatregelen op te stellen voor steeds roekelozere Russische hybride-aanvallen. In NRC zei de Finse oud-president Sauli Niinistö dat die „schaduwoorlog” hem ook zorgen baart, maar dat zijn „grootste zorg” klimaatverandering is.
En het was de week waarin Albert Heijn, de grootste supermarktketen van Nederland, kampte met een „cyberbeveilingsdreiging”. Daardoor stokte de levering van verse producten, met vrijwel lege zuivel-, groente- en fruitschappen als gevolg. De discussie over voedselzekerheid en digitale kwetsbaarheid laaide op.
De laatste gebeurtenis liet zien hoe een relatief klein incident – andere supermarkten, weekmarkten en zelfstandige winkels hadden wel groenten en fruit – al ontwrichtend kan voelen. Volgens het AD, dat een rondgang deed langs webwinkels, vlogen noodpakketten de deur uit.
Juist deze week begon de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) een nieuwe campagne om mensen weerbaar te maken. Bijna een jaar geleden viel bij ieder huishouden voor het eerst sinds 1961 een boekje op de mat over hoe je je kunt voorbereiden op een ramp. De laatste televisiecampagne over wat te doen als het oorlog is en „de sirene” gaat, was in 2003.
In dat paarse boekje ‘Denk Vooruit’ van vorig jaar werd bewust niét over oorlog gesproken. Wel over ontregelende gebeurtenissen die mensen zich makkelijk kunnen voorstellen, denkt de overheid. Gebeurtenissen die burgers het idee geven dat ze zelf iets kunnen doen, „handelingsperspectief” in jargon. Zoals bij een digitale aanval, een overstroming „door heel veel regen” of een grote stroomstoring die langer dan drie dagen duurt. Die laatste stond centraal in de tweede campagne: ‘Nederland Valt Uit’.
De boodschap is sinds maandag: ‘Wie Doet Wat?’ De overheid roept mensen op afspraken te maken over wie tijdens een crisis bijvoorbeeld de kinderen uit school haalt, of wie een hulpbehoevende buurvrouw zal helpen. Om dat niet pas tijdens een ramp te bedenken.
De onderliggende boodschap is ook: een noodpakket alleen is niet genoeg. Want de aandacht ging het afgelopen jaar veelvuldig naar die praktische voorbereiding: noodradio’s, kaarsen, flessen water en EHBO-kits. Veiligheidsregio’s brachten kookboekjes uit met „rampzalige recepten”, vol gerechten met eten uit blik.
Overheid zal er bij crisis niet meteen zijn
Volgens de NCTV hebben inmiddels vier op de tien inwoners „actie ondernomen om beter voorbereid te zijn”, onder meer door „het samenstellen van een noodpakket”. Maar dat pakket was in het paarse boekje stap één van drie. Twee was het maken van een noodplan, drie was „praat met elkaar en help elkaar”. Dat wordt in deze nieuwe campagne verder uitgewerkt.
De tweede – meer impliciete – boodschap van die campagne is dat de overheid er die eerste drie dagen niet onmiddellijk zal zijn. Politie, brandweer en leger kunnen elders nodig zijn. Het campagnefilmpje draait om gewone mensen die elkaar helpen. De brandweer komt alleen om een groep uit een stilstaande lift te redden.
De gemeentelijke noodsteunpunten die in het paarse boekje worden genoemd, zijn er nog niet. In alle 25 veiligheidsregio’s worden wel oefeningen gehouden op ten minste twee locaties, maar ook die punten zullen alleen bedoeld zijn om informatie in te winnen of noodmeldingen te doen als 112 niet werkt. Er zal geen eten worden uitgedeeld, geen plek zijn om te schuilen of geen aggregaat om mobiele telefoons op te laden.
Gemeenten proberen bewoners aan te spreken op „samenredzaamheid”. Rotterdam bijvoorbeeld keek in zes wijken hoe informele netwerken van inwoners daarvoor kunnen worden ingezet. Tijdens zogenoemde ‘doorleefsessies’ moesten bewoners bedenken wat zij zelf in hun straat of buurt kunnen doen in geval van crisis. Volgens die gemeente gaat het bij weerbaarheid om „sociale weefsels”: hoe beter mensen elkaar kennen, hoe meer ze geneigd zijn om elkaar te helpen.
Zo zijn er overal lokale initiatieven: in Doorn weten bewoners wie er een noodaggregaat heeft en hoe een waterpomp met de hand kan worden bediend. In Austerlitz bedachten inwoners een vluchtplan voor het geval het dorp door bosbranden moet worden geëvacueerd.
Veerkracht van mensen is belangrijk
Juist het inzetten op „veerkracht van mensen” is verstandig, betoogt onder anderen de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau al een tijd: „Echt vooruitdenken gaat verder dan een noodpakket en een noodplan.” In een recent essay schreef Karen van Oudenhoven-van der Zee samen met Kees Boersma, hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit, dat er „in deze tijd van crisis” veel aandacht is voor defensie-uitgaven en bescherming tegen cyberaanvallen of stroomstoringen”. Maar, schrijven ze: „We vergeten daarbij vaak dat weerbaarheid voor een groot deel steunt op de kracht van mensen en hun onderlinge verbanden. Denk aan mensen die onbaatzuchtig gaten opvullen die ontstaan door uitval van publieke voorzieningen, zoals onderwijs of sport. Of buren die elkaar bijstaan als de paniek toeslaat en praktische hulp bieden met voedselvoorraden of bij het herstel van schade.”
Ook de Finse oud-president Sauli Niinistö stelde in NRC dat weerbaarheid „onderop” begint: „De mentaliteit van mensen is het allerbelangrijkst. Als de bevolking accepteert en begrijpt dat veiligheid de kern vormt van hun toekomst, kun je verder werken aan paraatheid”.
Maar terwijl bestuurlijk Nederland druk bezig is met het maken van plannen en het oefenen van crisissituaties, en weerbaarheid onder veiligheidsdeskundigen hét onderwerp van gesprek is, vinden nog altijd vijf op de tien inwoners het niet nodig om zich op een noodsituatie voor te bereiden. Eén op de vijf heeft er geen vertrouwen in dat „hun acties nuttig zijn”, zo blijkt uit de meest recente peiling, afgelopen maandag, in opdracht van de NCTV.
Nog altijd vijf op de tien inwoners vinden het niet nodig om zich op een noodsituatie voor te bereiden
Uit een evaluatie uit maart, in opdracht van de NCTV, blijkt bovendien dat het aantal Nederlanders dat het „normaal” vindt om voorbereid te zijn, stokte en na de eerste Denk Vooruit-campagne niet groeide: „Na de [tweede] campagne is het aandeel dat het (helemaal) niet normaal vindt zelfs toegenomen, wat tegengesteld is aan de langetermijndoelstelling.”
En genoeg eten voor drie stroomloze dagen? Instituut Clingendael constateerde vorige maand dat „nog niet alle huishoudens over een noodvoorraad” beschikken.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.