Soms kwam er geen enkele student opdagen bij een les van de pabo in Rotterdam. Nu móéten studenten actief meedoen
Op de pabo in Rotterdam viel het docenten op na de coronacrisis: studenten kwamen minder vaak naar de lessen. Bij de kernvakken, zoals rekenen, taal en onderwijskunde, waren de lokalen nog redelijk gevuld, maar bij drama, beeldende vorming, of als studenten voor een gymles naar een andere locatie moesten, bleven de stoelen vaker leeg. Of in de laatste week voor de toets, als de meeste stof al was behandeld. „Dan merkten we dat ze afhaakten”, zegt onderwijsmanager Femke Zweekhorst van de Hogeschool Rotterdam.
Het kwam zelfs wel eens voor dat een hele klas van 25 studenten thuis bleef.
Studenten zijn de afgelopen jaren steeds minder in de collegezaal en in de les te vinden. Dat merken docenten aan hogescholen en universiteiten al langer, aan de halflege klaslokalen en collegezalen. Het lukte onderzoekers Izaak Dekker (Hogeschool van Amsterdam) en Hanneke Theelen (Zuyd Hogeschool) om dit ook te staven met cijfers, in ieder geval voor zeven opleidingen van de Hogeschool van Amsterdam. Daar wordt de aanwezigheid van studenten bijgehouden, ook als een les niet verplicht is. Studenten scannen een QR-code als ze er zijn.
Tien jaar geleden kwam gemiddeld de helft van de studenten opdagen bij een college of les, blijkt uit de analyse. Sinds de coronapandemie is dit nog maar drie op de tien.
Toch kan de coronacrisis niet de enige verklaring zijn voor het wegblijven van studenten. Sinds 2015 daalde de aanwezigheid ieder jaar beetje bij beetje – vóór de pandemie en schoolsluitingen fysiek onderwijs bemoeilijkten.
De cijfers volgen een vast patroon: net na de zomer zijn studenten gemotiveerd, aan het einde van het collegejaar zakt de aanwezigheid in. De afgelopen jaren werden de pieken minder hoog en de dalen dieper.
Studenten zijn ook minder tijd gaan steken in het studeren, blijkt uit de Studentenmonitor van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Tien jaar geleden besteedde een voltijds bachelorstudent op het hbo gemiddeld 40 uur per week aan studie. In 2024 was dit nog maar 32 uur. Op de universiteit daalde de tijdsinvestering minder hard onder bachelorstudenten: van 36 naar 34 uur, maar wel fors onder masterstudenten: van 43 uur in 2016 naar gemiddeld 34 uur in 2024.
Tel daar de komst van generatieve AI bij op, als hulpje bij het samenvatten van leeswerk en het schrijven van verslagen, papers, essays en scripties en hogescholen en universiteiten kampen volgens onderzoekers Dekker en Theelen met een ‘studeercrisis’.
‘Wat levert mij dit op?’
Het hoger onderwijs is gestoeld op drie aannames, zegt Dekker. „Aanwezigheid bij lessen en colleges, zelfstudietijd en aan het einde van de rit een betrouwbare toets over wat je hebt geleerd. Die aannames wankelen.”
Studenten zijn zich meer gaan gedragen als consument, denkt Dekker. Hij interviewde docenten en studenten over de aanwezigheid in de collegezaal. „Ze vragen zich af: wat levert mij dit op? Ze zijn meer bezig met het inpassen van de studie in hun leven dan andersom. Sommigen benaderen het als een soort transactie: ze betalen collegegeld, maken een toets en krijgen er een diploma voor terug.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15113854/151026BIN_2037210850_pabo2.jpg)
In het gebouw van de pabo Rotterdam.
Foto Alexandre_MoreelsSommige hogescholen lijken deze houding bij studenten aan te moedigen, zegt Theelen. „Om studenten te trekken geven opleidingen op de website het signaal aan studenten dat ze de studie makkelijk kunnen combineren met iets als een bijbaan. Daar wordt reclame mee gemaakt.”
Theelen ziet een generatie studenten die „niet meer één plan heeft” en misschien ook ondernemender is. Studenten zijn de afgelopen tien jaar meer uren gaan werken. Voor uitwonende studenten is dat in veel gevallen noodzakelijk: de basisbeurs bedraagt 324 euro per maand, de gemiddelde huurprijs voor een studentenkamer in de particuliere sector is twee keer zo hoog.
De geringe aanwezigheid is niet alleen af te schuiven op de student, vinden de onderzoekers. Het probleem vraagt ook om aanpassingen in het onderwijs. Theelen: „Als studenten hun diploma halen zonder naar de les of college te komen, moet je je afvragen: doen wij het als hogeschool of universiteit wel goed?”
Aanwezigheidsplicht
In de strijd tegen de lege stoelen begon de pabo van de Hogeschool Rotterdam twee jaar geleden met een aanwezigheidsplicht. „Basisschoolleraar worden leer je niet achter je laptop”, zegt docent Robert Streunding. „Een leraar moet de hele dag kunnen schakelen: je moet vakinhoudelijk snappen waar je les over gaat, de stof goed kunnen overbrengen, reageren op de kinderen, kiezen wanneer je wel of niet reageert, overleggen met ouders en collega’s. Dat moet je oefenen.”
Studenten moesten voortaan 80 procent van de lessen aanwezig zijn, anders volgde een vervangende opdracht. Het bracht veel papierwerk mee, zegt Streunding. „En je moet blijven handhaven. Anders denken studenten: hij gaat er toch niet achteraan.”
Het bleek geen duurzame oplossing. „Soms kwamen studenten wel, maar dan zaten ze op hun laptop te scrollen op Zalando. En met een opkomstplicht van 80 procent zeg je eigenlijk ook: 20 procent van ons onderwijs is niet belangrijk”, aldus Streunding. „Je wil dat studenten zelf doorhebben: wij willen bij de les zijn, want dan worden wij de beste leerkracht. Dat moet je spiegelen als opleiding.”
Er volgde een complete herziening van het curriculum. Een belangrijke aanpassing was het rooster. Daar zat weinig regelmaat in. Eerstejaars hebben nu het hele jaar door iedere week twee vaste dagen les op de pabo, twee dagen stage op een basisschool en een dag voor zelfstudie. Dat biedt ook ruimte voor een bijbaan, zonder dat het ten koste hoeft te gaan van de lessen.
Sommigen benaderen het als een soort transactie: ze betalen collegegeld, maken een toets en krijgen er een diploma voor terug
Nu geldt niet alleen een aanwezigheidsplicht voor álle lessen, studenten moeten ook actief deelnemen, bijvoorbeeld door mee te schrijven. Wat wordt behandeld in de les, kunnen ze de volgende dag in praktijk brengen op de stage. Wie een les mist, maakt nog steeds een vervangende opdracht.
Deze donderdagmiddag staat er een les over houding en non-verbaal gedrag op het programma. Slechts drie studenten zijn afwezig. Streunding vraagt zijn eerstejaars om zich voor te stellen als juf of meester. „Wie wil? Dit is je kans om te oefenen!” De achttienjarige Chrislyainne Ekkel staat als eerste op. „Goedemorgen allemaal”, zegt ze. „Ik kom jullie vandaag lesgeven.” Ze heeft een open houding, zeggen haar medestudenten. En ze komt zelfverzekerd over, door haar rechte rug.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15114007/151026BIN_2037210850_pabo6.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15134614/151026BIN_2037210850_pabo_STAAND.jpg)
Chrislyainne Ekkel en Casey-Jay Manuel.
Foto’s Alexandre MoreelsEven later spelen groepjes studenten een ruzie tussen twee kinderen tijdens het stoepkrijten na, één student moet als leraar de ruzie zien te sussen op een ‘invoelende’ of juist een ‘coachende’ manier. Aan het einde van de les spreken ze door hoe ze zich willen voorstellen aan de klas tijdens hun eerste stagedag.
„Wat nemen jullie mee uit deze les?”, vraagt Streunding. „Ik heb opgeschreven dat ik op mijn gezicht moet letten”, zegt een student. „Als ik iets vind, is dat meteen aan mijn gezicht af te lezen.”
Chrislyainne Ekkel vindt het „wel chill” dat er een aanwezigheidsplicht is. „Het is net als op de middelbare school, dus ik ben het gewend.” Voor Casey-Jay Manuel (29) is het nieuw. En soms ook onhandig, ze heeft een dochter van zeven voor wie ze in haar eentje zorgt. „Vorige week was ik twee dagen ziek, dan moet ik gelijk zes vervangende opdrachten maken. Maar het dwingt me wel om mee te krijgen wat ik heb gemist.”
Onderwijs is ook een „sociaal proces”, volgens onderzoeker Izaak Dekker. „Het gaat niet alleen over gevoed worden door de perfecte les of het perfecte college. Studenten leren veel van elkaar. Het is niet alleen halen, maar ook brengen.” Daarom is hij voorstander van een aanwezigheidsplicht. „Ik zie veel groepseffecten in de data. Als een klas bij elkaar blijft, halen studenten vaak hogere cijfers. Je kunt geïnspireerd raken door fanatieke medestudenten. Maar als er niemand is, kan het ook de andere kant op werken.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.