<i>Not in my backyard</i>. Ineens kleurt de komst van datacentra in Amerikaanse dorpjes de verkiezingen
Voor Fred en Susan Gall begon het verval in hun plattelandsgemeente lang voordat het gigantische datacentrum hun leven overhoop haalde. Maar zo geleidelijk als ze hun melkkoeien kwijtraakten, hun boerderij failliet ging en hun vier kinderen vertrokken, zo rap zien en horen ze vanuit hun honderd jaar oude huis de betonnen kolos verrijzen.
Een jaar geleden besloot hun dorpsbestuur in zuidoost-Michigan de techreuzen OpenAI en Oracle géén vergunning voor een datacentrum te verlenen. Maar na het dreigen met een miljoenenclaim en politieke druk van buiten, zijn duizenden werklui inmiddels dag en nacht in de weer.
Net als de Galls worden steeds meer Amerikanen in hun achtertuin geconfronteerd met de grootschalige fysieke infrastructuur waar de digitale samenleving op draait. Door de datahonger van kunstmatige intelligentie (AI) worden in het hele land almaar grotere fabriekshallen vol computerservers uit de grond gestampt.
„De lichtvervuiling, de constante geluidsoverlast van generatoren en nu in de bouwfase de achteruitrijsignalen, dichtslaande laadkleppen, tandwielen in de rupsbanden van bulldozers en graafmachines”, beschrijft Fred Gall (78) in detail. Omdat het bouwverkeer telkens vaststaat, nemen vrachtwagens een omweg en denderen over hun onverharde weggetje. Boven de uitgestrekte velden met soja, maïs en graan, steekt een dozijn rood-witte hijskranen uit.
Het geluid en de aanblik van het komende datacentrum doen „pijn in mijn ziel”, zegt overbuurvrouw Kelly Coleman (51). Zij is verpleegkundige en fel tegenstander van kunstmatige intelligentie. „Niet alleen geeft AI meestal een verkeerde diagnose, elke keer als iemand het gebruikt gaat er een stukje menselijkheid verloren.”
Erger dan de overlast vinden de buren aan Willow Road de manier waarop dit project ze „door de strot geduwd” is. „Ze dachten: laten we het maar in dit kleine boerendorpje neerzetten, daar kunnen ze ons met onze diepe zakken nooit tegenhouden”, zegt Susan (72) over de techmiljardairs. „En ze hadden gelijk.”
De lokale weerstand van Saline Township (2.400 inwoners) in Michigan mag geen zin hebben gehad, ze dient nu als dramatisch voorbeeld voor een beweging die het nimbyism (not in my backyard) is ontstegen. Burgers demonstreren, gemeenten dekken zich proactiever in met lokale regelgeving, politici roepen op tot een moratorium op nieuwe projecten. Het is een onvermijdelijk thema geworden in de midterms van 3 november.
Ruim 70 procent van de Amerikanen wil dat er geen datacentrum in de buurt wordt neergezet, zo blijkt uit diverse peilingen. Meer dan de helft vindt zelfs dat ze slecht zijn voor het hele land. Datacentra zijn meer dan lelijke, luidruchtige gebouwen – het zijn tastbare plekken waarop woede jegens Big Tech, vrees voor baanverlies en existentiële AI-angst kunnen worden afgereageerd. Een komiek uit buurstaat Wisconsin noemt de afkeer ervan „het meest partijoverstijgende onderwerp sinds bier”.
Makkelijk scoren
Op het eerste gezicht lijkt het makkelijk scoren voor Democraten, die zich immers inzetten voor het milieu, herverdeling en vooral campagne voeren rond affordability. De betaalbaarheid van het dagelijks bestaan staat onder druk als gevolg van inflatie, importtarieven en Donald Trumps oorlog tegen Iran. De enorme hoeveelheid stroom die nodig is om alle datacentra van stroom te voorzien, drijft de energierekening van vrijwel elke Amerikaanse burger op.
Zelfs de corruptie van de presidentiële familie is eraan te koppelen. Trump en zijn zonen verdienen miljarden met cryptomunten. Zijn regering legt Big Tech niks in de weg, de techbro’s spekken zijn campagne en zetten hun (sociale) mediabedrijven in om hem politiek te stutten. Gemeenschappen die datacentra weren, „willen achterlijk en arm” zijn, schreef de president in augustus op zijn Truth Social. „Als we de kip met de gouden eieren slachten, hebben jullie dat enkel aan jezelf te wijten.”
Zo simpel ligt het in Michigan niet. Daar zette juist de (eerder als toekomstig presidentskandidaat getipte) Democratische gouverneur Gretchen Whitmer in juni samen met OpenAI-baas Sam Altman de eerste spades in de grond voor het ‘hyperscale’ datacentrum in Saline Township. Het datacentrum wordt eufemistisch The Barn genoemd: de schuur.. Whitmer schepte op dat het „de grootste economische investering in de geschiedenis van Michigan” is, ter waarde van 16 miljard dollar (ruim 14 miljard euro). Het terrein van een vierkante kilometer is bijna zo groot als de Amsterdamse grachtengordel. Op volle capaciteit (1,4 gigawatt) verbruikt het datacentrum bijna drie keer het vermogen van de kerncentrale in Borssele.
Whitmer tekende vorig jaar een wet die datacentra vrijstelt van omzetbelasting, waardoor Michigan de bouw ervan met honderden miljoenen subsidieert. De partijgenoot die haar hoopt op te volgen, Jocelyn Benson, is in verlegenheid gebracht omdat haar man als lobbyist voor The Barn werkte. Haar race is spannend, net als drie verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden en een cruciale zetel in de Senaat. Vrijwel alle kandidaten van beide partijen beloven inmiddels de ontwikkeling van nieuwe datacentra voor enkele jaren op te schorten.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15112134/161026BUI_2037257489_2.jpg)
Protestborden in Saline Township, Michigan.
Foto Reuters/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15112203/161026BUI_2037257489_3.jpg)
Gezocht: duizenden elektriciens
In Ypsilanti Township, een armere gemeente twintig minuten ten oosten van Saline, wil de Democratisch bestuurde University of Michigan tegen de wil van lokale vertegenwoordigers en eigen studenten in een datacentrum bouwen. Ondertussen zetten vakbonden in de bouw, die in Michigan nog altijd een voorname rol spelen en politiek verkleefd zijn met de Democraten, zich hard in voor de aanleg van nog meer datacentra. Zij hebben voor elkaar gekregen dat die gebouwen hier, in tegenstelling tot in zuidelijker staten, vrijwel exclusief gebouwd worden door elektriciens, monteurs, metselaars, loodgieters en kraanwerkers van hun bonden.
De elektriciens zijn niet aan te slepen, zegt Ryan Husse, voorman van de International Brotherhood of Electrical Workers (IBEW). „Ik heb hier 1.000 leden en 2.400 man nodig voor dit project”, vertelt hij in zijn kantoor waar meerdere foto’s van hem met voormalig president Joe Biden in de kast staan.
Husse (49) kan weinig met de veelgehoorde kritiek dat datacentra nauwelijks permanente banen opleveren. Als ze eenmaal staan kunnen ze, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een autofabriek, met een klein groepje mensen worden onderhouden. „Ons werk in de bouw is altíjd tijdelijk.” Hij vermijdthet woord hypocriet, maar benadrukt wel dat de explosie van datacentra „consumentgedreven” is. Iedereen, ook de mensen die roepen om een verbod, gebruikt streamingdiensten, cloudopslag en AI-chatbots.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15112219/161026BUI_2037257489_emilie1.jpg)
Ryan Husse, voorman van de International Brotherhood of Electrical Workers (IBEW)
foto emilie van outerenElke donderdagavond, na de ploegendienst die om 17 uur eindigt, drinken IBEW-leden in Thompson’s, de enige bar in Saline Township. Het is kipkluifjesavond in de ouderwetse plattelandskroeg, die alvast versierd is voor Halloween. Aan het bier en de bourbon zijn de elektriciens ambivalent over hun huidige werk. ”We werken aan onze eigen ondergang, zeker weten”, zegt Mark Payton (50). „Maar datacentra worden toch wel gebouwd. De geest is uit de fles. Het grote geld is niet te verslaan. Dus laten wij dan degenen zijn die er aan verdienen.”
Ze werken zes dagen per week, tien uur per dag. Met hoge bedragen voor overwerk worden elektriciens van project naar project en van staat naar staat gelokt. Payton rekent voor hoe hij en collega’s twee tot drie ton per jaar verdienen tijdens deze boom. „Dat geld verandert levens, zeker van mensen die niet gestudeerd hebben.” In deze technologische revolutie „zijn het de witteboordenmensen die in groten getale arm zullen worden”, zegt Payton – niet hij en zijn collega’s.
Daniel Sims (41) ziet dat vooral jongere collega’s zorgen hebben over wat AI voor hun toekomst betekent. „Jongere gasten willen de bouw saboteren. Eentje vroeg me: wat gebeurt er als ik suiker door het beton mix?” Hij heeft het hem uit zijn hoofd gepraat, maar begrijpt de frustratie. Hij is zelf ongerust over zijn zoon van zeventien. „Die doet werkelijk alles met ChatGPT. Ik vertel hem: stop daarmee, je hersenen sterven af.”
Belegde boterham
Oudere vakbondslui stemmen trouw Democratisch. Maar Sims zal het vakje voor senator blanco laten: hij vertrouwt de Democratische kandidaat Abdul El-Sayed niet. „Die wil datacentra echt blokkeren, maar die zijn wel mijn belegde boterham op dit moment.” Zijn collega Austin Nelson (33) is helemaal niet van plan te gaan stemmen. „Ik heb dat één keer gedaan, op Joe Biden. En wat heeft het voor zin gehad?”
Quenten Hall (25) is juist voornemens Republikeins te stemmen. Hoewel hij vrienden heeft die een andere carrière hebben gekozen en nu niet aan de bak komen. „Mijn zus is net gestopt met haar studie bouwkunde, omdat dat werk helemaal door AI wordt overgenomen.” Hoe hij daarop reageert? „Ik heb haar verteld dat ik een lege kamer in mijn huis heb”, zegt hij met een grijns.
Wat betreft datacentra benadrukt hij het mondiale karakter. „Ik snap dat we in een wedloop zitten met andere landen. Die strijd moeten we winnen”, echoot hij Trumps argument dat datacentra cruciaal zijn om China te verslaan in de AI-race.
Inwoners van Saline Township hebben hun vertrouwen in de politiek verloren. Geen van de kandidaten die nu oproepen tot een datacentrapauze liet zich hier zien toen verzet nog zin kon hebben.
De geest is uit de fles. Het grote geld is niet te verslaan. Dus laten wij dan degenen zijn die eraan verdienen
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15112150/161026BUI_2037257489_1.jpg)
Midterm-verkiezingen gaan nog minder dan presidentsverkiezingen over het overtuigen van de achterban van de tegenpartij. Winst is te behalen met opkomst van de eigen aanhangers, vaak opgezweept door woede tegen de zittende macht. Kelly Coleman is een trouwe Democraat. Ze zal zich naar de stembus slepen, zegt ze. „Het vakje bij gouverneur laat ik blanco. Als proteststem.” Zo teleurgesteld is ze in Whitmer en Benson. „Als Whitmer nog landelijke ambities blijkt te hebben, zal ik actief campagne tegen haar voeren.”
Aan haar eettafel maakt Susan Gall de envelop open waar haar stembiljet in zit, daarmee kunnen zij en Fred per post stemmen. Fred: „Zij zegt de hele tijd dat het allemaal door Trump komt, die datacentra, maar ik geef Whitmer en Benson de schuld.” Hij zal, zoals hij altijd doet, op Republikeinen stemmen. Zij, een immer zwevende kiezer, twijfelt wat ze dit keer doet: misschien wel niks.
Politiek is sowieso een onderwerp dat ze liever vermijdt. Nadat Fred in 2016 op Trump had gestemd, was hij een jaar niet welkom bij hun linksere oudste zoon, die in de techindustrie werkt. Susan: „Ik probeer de vrede te bewaren.”
Daarom wil ze ook dat haar man de vier protestborden tegen de komst van het datacentrum eindelijk uit hun voortuin weghaalt. Fred beschilderde ze zelf met rode verf. Inmiddels zijn het littekens van een verloren strijd. „We hielden ze om weerstand te blijven tonen en in de hoop dat anderen die dit zien het in hun gemeenschap niet laten gebeuren.” Maar ze zijn een extra bron van frustratie geworden. Susan: „Ik kan er niet meer naar kijken.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.