Het offensief tegen FIFA-baas Gianni Infantino verzwakt. Waarom laat een tegenkandidaat zo lang op zich wachten?
Bedoeld of niet – het is een decor vol symboliek. Als de hoogste bestuurders van de 55 Europese voetbalbonden zich op 7 oktober verzamelen op de Potsdamer Platz in Berlijn, zijn de zes betonnen panelen tegenover hun luxehotel nauwelijks te missen. Restanten van de Berlijnse muur, die de stad decennialang in tweeën deelde. Een hindernis zo enorm dat ze lang onaantastbaar leek.
Hetzelfde geldt voor de man over wie de bestuurders het in de Duitse hoofdstad vooral zullen hebben: FIFA-voorzitter Gianni Infantino. Lang was hij onbedreigd op weg naar een vierde termijn als hoogste voetbalbaas. De Italiaanse Zwitser had zo veel steun onder de 211 aangesloten FIFA-bonden dat geïnteresseerden niet eens overwogen zich kandidaat te stellen. Hem uitdagen was gedoemd te mislukken.
Dat veranderde toen bleek dat Infantino (56) in het geheim, zonder overleg met zijn FIFA Council, een plan in voorbereiding had om de commerciële rechten van het WK deels te verkopen aan private investeerders. De reacties waren vernietigend toen dit eind juli uitlekte, eerst om het idee zelf, daarna vanwege de manier waarop het tot stand kwam. „Falend leiderschap”, concludeerde de Europese voetbalfederatie UEFA destijds.
Plotseling zagen de UEFA-bonden, die al langer moeite hadden met Infantino, een uitgelezen kans hem te onttronen. Ze trokken daarin op met de Aziatische (AFC) en Noord-Amerikaanse (Concacaf) federaties. De hoop is daarbij gevestigd op de voorzittersverkiezing op 18 maart 2027 in Rabat. Daarvoor zoeken ze naar een tegenkandidaat die de confrontatie aandurft én kan rekenen op voldoende steun.
Met dat doel zijn de Europese bestuurders ook samen in Berlijn: ze worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen, stemmen in met voorstellen die het FIFA-bestuur democratischer moeten maken en spreken over de eisen waaraan geschikte uitdagers moeten voldoen. Maar als de genodigden die vrijdag weer vertrekken, is er nog altijd geen uitgesproken topfavoriet. Terwijl de tijd inmiddels dringt: uiterlijk 18 november, over een maand, moeten kandidaten zich melden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12153321/161026SPO_2037394795_infantino.jpg)
FIFA-baas Gianni Infantino bij de finale van het WK vrouwen onder 20 in het Poolse Lódz, eind september.
Foto ReutersHoe langer dat duurt, hoe minder tijd er resteert om campagne te voeren en de wereld over te reizen op zoek naar stemmen. Iets waar Infantino de laatste weken nadrukkelijk mee bezig is. Terwijl zijn tegenstanders in stilte overlegden over hun offensief, zocht hij te midden van bondgenoten de schijnwerpers. Zo ging hij eind september al op tour langs een clubje kleinere FIFA-leden in het Caribisch gebied, een regio die hem doorgaans goed gezind is.
En als de UEFA zich beraadt in Berlijn ziet de FIFA-baas een nieuwe kans om de aandacht af te leiden. Op een resort in Kaapverdië is op exact dezelfde dagen een strategische bijeenkomst van de Afrikaanse voetbalfederatie CAF. Infantino speelt er een potje voetbal met Afrikaanse bestuurders en oud-spelers. Op een podium wordt hij geroemd om zijn „loyaliteit” aan het Afrikaanse voetbal. Het resultaat: alle 54 aanwezige bonden spreken opnieuw hun steun uit.
Zo ontstaat het beeld van een voorzitter die de ene na de andere stem binnenhaalt, terwijl het bij zijn tegenstanders, na alle harde woorden in de zomer, vooralsnog stil blijft. Waarom laat een tegenkandidaat zo lang op zich wachten? En hoe reëel is het nog dat die in maart een bedreiging vormt voor Infantino? Drie dilemma’s op weg naar de verkiezing in Rabat.
PrivilegesVoorsprong van een verdediger
Tegenstanders voeren niet alleen strijd met Infantino zelf. Als voorzitter heeft hij in zijn campagne de enorme FIFA-organisatie achter zich. Een van de privileges is dat hij de wereld over kan reizen met een privévliegtuig van Qatar Airways, als onderdeel van een sponsorovereenkomst tussen de luchtvaarmaatschappij en de bond. Een ander voorrecht is dat zowel de FIFA als Infantino – voor 2,7 miljoen euro, onthulde The Times – hulp krijgt van een Londens bureau bij het beschermen en versterken van hun imago via sociale media.
Zijn Instagram-pagina, waar wordt gedeeld welke bijeenkomsten, toernooien en nationale bonden Infantino bezoekt, geeft inzicht in hoe actief hij lobbyt. Ter illustratie: in een korte periode begin oktober ontmoette hij bestuurders in Praag, Jakarta, Jeddah en Ulaanbaatar. Zijn reizen vallen vaak samen met de financiële toezegging voor ontwikkelingsprojecten ter waarde van miljoenen dollars, schreef The Guardian.
In het politieke gevecht om de macht bij de FIFA heeft hij zo een grote voorsprong. Als FIFA-voorzitter beschikt Infantino over medewerkers die nauw contact onderhouden met bondsbestuurders, zoals zijn trouwe rechterhand Mattias Grafström. Zijn stafleden hebben alle telefoonnummers, kennen de juiste mensen en weten welke onderwerpen van belang zijn voor bonden.
De invloed die hij uitoefent zorgt soms voor ongemak. Een belangrijke helper van Infantino is Elkhan Mammadov, als regionaal directeur binnen de FIFA verantwoordelijk voor de betrekkingen met de Europese bonden. De bestuurder uit Azerbeidzjan is volgens bronnen zeer loyaal aan Infantino en probeert bonden te overtuigen hem te steunen – zoals de Azerbeidzjaanse bond doet. Mensen zijn op hun hoede voor Mammadov, zoals bij een UEFA-bijeenkomst in Thessaloniki vorige maand, zegt een aanwezige bestuurder tegen NRC. „Je wil hem niet in je kaarten laten kijken.”
Een andere bondgenoot van Infantino is Gelson Fernandes. Die is als FIFA-directeur verantwoordelijk voor de relaties met de Afrikaanse bonden, maar recentelijk heeft hij het Caribisch gebied – zeer belangrijk met 26 FIFA-leden – erbij gekregen. Dat wordt gezien als een poging om de eenheid binnen Concacaf, waaronder de Caraïben vallen, te breken. Met Fernandes wordt „de ontwikkeling van het voetbal” in de regio „verder ondersteund”, stelde de FIFA. „Geheel in lijn met de visie van de FIFA-voorzitter: voetbal echt wereldwijd maken.”
UitdagersAngst voor verlies
Er wordt veel gevraagd van een tegenkandidaat van Infantino, wiens machtsbasis sinds zijn aantreden in 2016 sterk is gegroeid. Een uitdager is bij voorkeur geen Europeaan, en dat is niet alleen omdat er twee keer op rij een Zwitser is gekozen: de westerse overheersing van het voetbal is voor andere werelddelen al langer een bron van irritatie.
De kandidaat moet betrouwbaar en van onbesproken gedrag zijn en tegelijk de handigheid hebben om bonden voor zich te kunnen winnen. Hij of zij moet iemand zijn die óók geloofwaardig overkomt in kleine landen. Een groot netwerk in het topvoetbal is een vereiste – net als de politieke kracht en overtuiging om Infantino te verslaan.
Een topkandidaat leek de Qatarese zakenman Nasser Al-Khelaïfi, een van de meest invloedrijke voetbalbestuurders. Via zijn investeringsvehikel is hij voorzitter en de facto eigenaar van Paris Saint-Germain, hij zit in het uitvoerend comité van de UEFA, is de hoogste baas van de Europese koepelorganisatie voor clubs én is voorzitter van de grote Qatarese omroep beIN Sports. Al-Khelaïfi vertegenwoordigt zowel de opkomende regio’s als de gevestigde orde.
Maar hij liet al snel weten niet geïnteresseerd te zijn. Dat komt volgens een ingewijde doordat het Midden-Oosten – waaronder de zeer invloedrijke Saoedische en de Qatarese bond – nog vol achter Infantino staat. „Dus Nasser kan niet als tegenkandidaat fungeren.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12160659/161026SPO_2037394795_infantino02.jpg)
Gianni Infantino met de Amerikaanse president Donald Trump voor de WK-finale tussen Spanje en Argentinië met de Spaanse premier Pedro Sánchez, de Spaanse koning Felipe VI en koningin Letizia.
Foto AFPEen ander dilemma voor de UEFA is dat potentiële uitdagers een groot afbreukrisico lopen omdat de verwachting is dat Infantino wordt herkozen. Niemand wil van hem verliezen, zeker als je al een toppositie hebt. Dit speelt een rol bij de Canadees Victor Montagliani, voorzitter van Concacaf. Kort na alle kritiek op het WK-aandelenplan, toen Infantino kwetsbaar leek, schreef het Britse The i Paper dat Montagliani zich klaarmaakte om het tegen de FIFA-baas op te nemen.
De consequentie is dat hij zijn positie bij Concacaf zou verliezen. Begin 2027 houdt die confederatie een voorzittersverkiezing waaraan Montagliani niet mee kan doen als hij zich kandideert als FIFA-baas. Montagliani kiest nu voor de ‘veilige’ optie: hij gaat voor een nieuwe termijn bij Concacaf en mengt zich dus niet in de strijd met Infantino. Een betrokkene zegt dat Montagliani „heel kansrijk” zou zijn. „Maar iedereen heeft het idee dat hij het niet durft op te nemen tegen Infantino.”
Wie het ook niet doet is UEFA-baas Aleksander Ceferin. Die gaat voor een vierde en laatste termijn bij de voorzittersverkiezing in april 2027 – hoewel hij eerder aangaf dat niet te zullen doen. De bij UEFA aangesloten bonden hadden hem „unaniem” verzocht zich toch opnieuw verkiesbaar te stellen. Zo houdt Europa zijn ‘sterke man’ in bestuurlijk onrustige tijden, is het idee.
Maar dat betekent dat de UEFA vooralsnog geen topkandidaat heeft in de directe strijd met Infantino. Die proberen ze nog wel te vinden – al is er weinig tijd meer. Volgens de BBC is voormalig toptrainer Arsène Wenger, nu hoofd voetbalontwikkeling bij de FIFA en criticus van het WK-aandelenplan, in beeld. Met nog een maand tot de deadline, is de onbekende Zwitserse oud-speler Ramon Vega de enige die heeft aangekondigd het tegen Infantino op te nemen.
BreuklijnenUithollen van tegenstanders
Binnen anderhalve dag hebben ze elkaar gevonden, de grote machtsblokken in het internationale voetbal. Het is de UEFA die eind juli het initiatief neemt, met een boycot van FIFA-toernooien zolang Infantino zijn investeringsplannen doorzet. Een paar uur later krijgt de Europese confederatie steun van de Concacaf, de volgende dag sluit ook de AFC zich aan.
De eensgezindheid is groot in die eerste dagen. Voor Infantino vormt het een niet te negeren signaal: opgeteld vertegenwoordigen de drie confederaties 143 FIFA-leden, een ruime meerderheid. Het enige blok dat in de buurt komt is de Afrikaanse CAF, met 54 leden. Infantino ziet zich genoodzaakt zijn investeringsplannen in te trekken en zijn excuses aan te bieden.
Voor de alliantie van critici is dat onvoldoende. Zij spreken van een niet te herstellen „schending van vertrouwen” en pleiten voor „nieuw leiderschap”. In geschreven uitingen benadrukken ze steeds dat standpunten „unaniem” zijn, dat ze spreken namens ál hun leden. Maar al snel wordt zichtbaar dat de eendracht binnen de confederaties minder groot is dan ze lijkt.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15154859/161026SPO_2037394795_1.jpg)
Een dag na zijn bezoek aan de Britse Maagdeneilanden is Infantino op Saint Kitts en Nevis, een andere bondgenoot, voor de opening van een mini-voetbalveld.
FIFA via Getty ImagesHet duidelijkst wordt dat in Azië. De nationale bond van Qatar keert zich al snel af van het AFC-standpunt, en beweert dat de continentale koepel geen overleg heeft gepleegd met leden. Diezelfde dag spreekt ook Libanon zijn steun uit voor Infantino, iets wat Indonesië al eerder deed. Binnen Concacaf breekt de Mexicaanse bond al snel met de lijn van de eigen confederatie.
Zo’n twee maanden later zijn die breuklijnen alleen maar dieper geworden, het gevolg van een intensieve verkiezingstournee waar Infantino een week of zes geleden mee begon. Hij richt zich daarin vooral op kleinere, niet-Westerse bonden, die voor een groot deel leunen op de jaarlijkse financiële bijdragen van de FIFA. En onder de 211 leden zitten veel meer bondjes van het formaat Fiji dan van de omvang Frankrijk.
Zo brengt hij op 25 september een bezoek aan de Britse Maagdeneilanden, een archipel in de Caraïben met 40.000 inwoners. Hij opent er een nieuw trainingscomplex, betaald van de FIFA-bijdrages. Bij die gelegenheid kondigt de voorzitter van de nationale bond aan dat hij Infantino steunt. De week erop is hij in Letland, bij de opening van een nieuw kantoor van de nationale bond. Ook nu met een steunbetuiging als resultaat.
Bezoek voor bezoek holt hij zo zijn tegenstanders uit. Binnen de Noord-Amerikaanse Concacaf (41 leden) hebben zeven bonden zich inmiddels individueel achter Infantino geschaard, binnen de Aziatische AFC (47 leden) zijn dat er twaalf. En ook binnen UEFA zijn de eerste scheurtjes dus zichtbaar, met Letland en Azerbeidzjan.
Het zijn momentopnames: in de vijf maanden tot aan de voorzittersverkiezingen kan nog veel verschuiven. Maar ze maken duidelijk dat het speelveld veel complexer is dan het eind juli leek. Zorgelijk voor de bonden die azen op een machtswissel is daarin ook de veranderende opstelling van het AFC, in een recente brief aan Infantino, waaruit The New York Times vorige week citeerde. Daarin ziet de confederatie af van een „complete herziening” van het FIFA-bestuur: een duidelijke breuk met het standpunt van bondgenoten UEFA en Concacaf.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.