Kijk, de fabriekshal van het wetgevingsproces, waar niemand in slaap sukkelt en niets verborgen blijft
Het ligt vast aan mij en mijn liefde voor moderne, frisse interieurs met een opgeruimde doe-het-zelfuitstraling, maar elke keer wanneer er foto’s van de Eerste Kamer langskomen, veer ik op. Dan krijg ik zin in nieuwe schoolspullen – agenda’s, multomappen, tabbladen, véél tabbladen – en ruik ik de geur van scherpgeslepen potloden en najaarsdaadkracht.
Afgelopen dinsdag kon ik mijn hart weer ophalen.
Het gaat nu dus even niet om de mensen die op deze foto staan. Het gaat niet om minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie, die vanachter zijn tafeltje de hand schudt van Meryem Karaaslan-Kilic van D66, en ook niet om de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, waar de leden van de Eerste Kamer afgelopen dinsdag mee instemden.
Twee Eerste Kamers
Het gaat om die zaal. Om die lichte ruimte met haar grijze vloerbedekking, witte cassetteplafond en groene, gegroefde muren (hallo, lezers van de designspecial van Volkskrant Magazine), die sommigen misschien doet denken aan een scheepscontainer van golfplaten of aan een afstandelijk ziekenhuis of aan het interieur van een hippe Japandi (interieurjargon voor Japans-Scandinavische) mocktailbar. Over die ruimte, ontworpen door Happel Cornelisse Verhoeven Architecten uit Rotterdam, wil ik het even hebben.
Deze plenaire zaal is een tijdelijk onderkomen. Net als de zaal van de Tweede Kamer en zoveel andere ruimten van het Haagse Binnenhof is de oorspronkelijke Eerste Kamer in verbouwing. Maar ánders dan bij de provisorische Tweede Kamer, die zoveel mogelijk lijkt op de echte, is het verschil tussen de twee Eerste Kamers groot.
De officiële Eerste Kamer komt uit de 17de eeuw en heeft weelderige plafondschilderingen, een rood tapijt en gecapitonneerde groen met gouden bankjes. En ja, vergeleken bij die rijkdom valt de tijdelijke, abstracte Eerste Kamer, die bovendien een stuk kleiner is en waar het natuurlijke daglicht wordt nagebootst door wit kunstlicht van boven, qua statige uitstraling wellicht wat tegen.
Ontwerpproces
Toch gebeurt er iets bijzonders op de foto’s. Iedere senator lijkt op te kikkeren van de ruimte. Kijk maar naar de mensen hierboven; ze ogen beduidend minder stoffig dan je zou verwachten na uren vergaderen. Wat is dat precies? Komt het door dat witte kunstlicht of is het iets anders: de Ikea-achtige monterheid van de zaal misschien, die aandoet als een net in elkaar geschroefde strakke kijkdoos, geurend naar vers hout en lijm (dat laatste moet u er zelf even bij ruiken)?
Wonderlijk genoeg blijkt dat ongeveer exact wat de architecten voor ogen hadden. Op Architectenweb staat een uitgebreide beschrijving van deze Eerste Kamer en de overwegingen tijdens het ontwerpproces. Hierbij maakten ze veelvuldig gebruik van maquettes en toen de Eerste Kamer werd opgeleverd bleek ‘dat het gerealiseerde interieur wel wat doet denken aan die maquette’. Qua strakheid, bedoelden ze.
Specifieker nog: de architecten keken gedurende het ontwerpen af en toe naar foto’s van de Duitse kunstenaar Thomas Demand. Die bouwt maquettes van bestaande plekken en fotografeert ze vervolgens zo realistisch (en blaast de afdrukken zo op) dat je niet meteen merkt dat je eigenlijk naar een klein tafereel kijkt, maar wel voelt dat er iets niet helemaal klopt.
Hoe fantastisch. Vandaar dus dat elke foto van de tijdelijke Eerste Kamer enigszins artificieel aandoet. Daar kun je over klagen, als burger of als interieurontwerper met een voorkeur voor rood pluche en knusse ruches, maar ik denk dat dit het beeld van de Eerste Kamer uiteindelijk ten goede komt. We kijken hier naar de fabriekshal van het wetgevingsproces, waar het witte licht ertoe leidt dat niemand in slaap sukkelt en niets verborgen blijft. Ik vind het oprecht jammer dat ze straks weer terugverhuizen naar de oude zaal.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie