Home   2026-10-22 19:56:51

←

Stouw je voorraadkast vol voor jezelf en je buren als je kunt, laat de overheid alleen mensen helpen die dat nodig hebben

Original article

Nu begint het, schoot door mijn hoofd, toen ik voor een dichte Jumbo stond. In mijn vaste Albert Heijn, met zijn snel leger wordende schappen, had een omineus briefje op de zelfscankassa gezeten: ‘Gebruik niet uw eigen bonuskaart.’ Het bedrijf had op dat moment nog niets anders bekendgemaakt dan dat zich een ‘cybersecurity-incident ’ had voorgedaan, waarmee het kennelijk probeerde om ‘aanval door hackers’ zachter te laten klinken.

En in het nieuws was dat gelijktijdig in Frankrijk zeker vijfhonderd Franse supermarktvestigingen waren getroffen door een cyberaanval op hun koelsystemen.

Nu ook de Jumbo dus!

Toen viel mijn oog op een bord met ‘wij werken hier aan een nog mooiere winkel voor u’ en besefte ik dat dit vooralsnog niet de gevreesde gecoördineerde aanval op alle voedselvoorziening in Europa was. Opgelucht vervolgde ik mijn tocht met de gedachte dat ik misschien altijd al meer een Vomar-man was geweest, maar toch zijn ze nuttig, dit soort wake-upcalls.

Kort geleden mocht ik meedoen aan een oefening in een noordelijke gemeente, waarmee inwoners zich voorbereiden op verscheidene noodscenario’s. Ik kwam terecht aan de tafel met het scenario waarin de supermarkten tien dagen niet zouden worden bevoorraad.

De inwoners, die in dorpen woonden, kwamen al snel tot de conclusie dat de beschikbare levensmiddelen in de gemeenschap centraal moesten worden verzameld en gerantsoeneerd. Ook moest vooraf bekend zijn welke dorpsgenoten kwetsbaar waren of extra hulp nodig hadden. Van de overheid verwachtten mijn tafelgenoten vooral betrouwbare informatie.

Ik vroeg me af hoe dit in mijn stadswijk zou gaan. Nog niet iedereen is zo zelfredzaam. Of beter gezegd: samenredzaam, want de dorpsbewoners aan mijn tafel hebben niet alleen allemaal ruimte om flink proviand op te bergen, ze vinden het ook normaal om samen te werken.

In een enquête die de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid afgelopen voorjaar liet doen, zeiden nog slechts vier op de tien inwoners dat ze actie hebben ondernomen om beter voorbereid te zijn op risico’s en dreigingen. Meest genoemd is wel het aanschaffen of samenstellen van een noodpakket, met onder meer houdbaar voedsel en drinkwater, en dat aandeel neemt gestaag toe. Maar als de toelevering van voedsel morgen écht plat gaat, zijn we gezien.

En de hack bij Albert Heijn toont hoe weinig er nodig kan zijn om de toevoer te ontwrichten. Supermarkten houden minimale voorraden aan, want opslag is duur. In het verleden veroorzaakten sneeuwval of boerenprotesten meteen schaarste. En het wordt al penibel als alleen Albert Heijn er met zijn marktaandeel van 40 procent uit ligt, want dat kan de rest niet lang opvangen, vertelde Paul Moers, consultant in de winkelbranche, aan RTL Nieuws.

Vorige maand kwam geopolitiek kennisinstituut Clingendael dan ook met de aanbeveling dat huishoudens hun voedselvoorraad uitbreiden naar acht dagen, óf dat er in de buurt van huishoudens, bijvoorbeeld bij supermarkten, houdbaar voedsel wordt opgeslagen voor zo’n periode.

De staatssecretaris die verantwoordelijk is voor voedselzekerheid, Silvio Erkens, wilde geen oproep aan huishoudens doen om zich op een dikke week voedseltekort voor te bereiden, met onder meer als argument dat nu dus al veel mensen geen voorraad voor drie dagen in huis hebben. Hij gaat liever met de supermarkten in gesprek.

Het is een ingewikkeldere klus dan het lijkt, want voorraden aanhouden is niet genoeg. Bij een hack of bij stroomuitval ligt de hele logistiek lam en komen spullen niet meer waar ze zijn moeten. Een banaal maar nogal wezenlijk probleem, dat Erkens zelf noemde: de automatische deuren gaan dan niet meer open. Erkens waarschuwt dat als je iets groots optuigt voor alle eventualiteiten de kosten hoog zijn.

Dus ik snap het dilemma: op een onhaalbare norm kunnen mensen lamgeslagen reageren. Maar een heleboel Nederlanders zijn heus in staat om een flinke kast met voedsel vol te stouwen. Wat in dat hele weerbaarheidsdenken nog te veel mist, is dat we het hebben over een situatie die zich nu al elk moment kan voordoen en waarin níéts waar je normaal op rekent, werkt. Waarin je dus níét op de overheid kunt rekenen, en níét op de supermarkt (en nee, ook niet op Thuisbezorgd).

Dus het heeft waarde om mensen meer zelf te laten doen. Omdat dat systemen ontlast, maar ook omdat het bewustzijn vergroot, tot samenwerken noopt, het gevoel van machteloosheid verkleint en een wat wederkeriger relatie kweekt tussen overheid en inwoner waar we eerlijk gezegd al lang aan toe zijn.

In die dorpen heb ik gezien dat veel mensen het alleen maar fijn vinden als de overheid zegt: kun je ons en elkaar helpen?

Prima boodschap zou zijn: haal zo veel mogelijk in huis, graag voor een dag of tien en liefst ook nog wat voor je buren. En voor de mensen die straks onverhoopt toch zonder zitten, regelt de overheid iets. Dat zet mensen meer in de actiestand dan ‘volgend jaar hoort u over ons nationale crisisplan’.

Ik ga in elk geval weer inslaan. Alleen deze keer geen rillettes de canard. Daar had ik een plank mee volgezet, zonder goed te weten wat het was, omdat het drieënhalf jaar goed blijft en een soort luxe uitstraalt. Het laatste leek me in een crisissituatie welkom. Dat je bij kaarslicht in het diepst van de ellende tegen elkaar kunt zeggen: ‘En toch hebben we het goed.’

Maar nog eens goed kijkend naar de beige, schuimende substantie en de lijst met ingrediënten (varkensbuik?!), hoop ik dat een al dan niet kwetsbare buurtgenoot er zin in heeft.