Het probleem met het leesonderwijs is te groot om over te laten aan de schoolbesturen
‘Scholen moeten maatwerk leveren en wij moeten die ruimte geven.’
Het was het voorjaar van 2001. Loek Hermans was al een tijdje minister van Onderwijs, had maandenlang elke avond met iemand anders uit het onderwijsveld gegeten, en had toen zijn conclusie klaar: de minister ging zich terugtrekken. ‘Nu zijn er te veel regels, die allemaal uitgaan van het massaonderwijs (...) Leraren moeten veel meer kunnen afwijken van het programma (...) De tijd is rijp voor autonomie (...) Het programma ligt nu vast in een landelijk curriculum en in gedetailleerde kerndoelen. Waarom?’
Het is niet moeilijk om het verschil aan te wijzen met de brief die zijn verre opvolger, staatssecretaris Judith Tielen, vrijdag stuurde aan de Tweede Kamer. ‘Zorgwekkend zijn de verschillen tussen leerlingen en scholen (...) De nieuwe kerndoelen geven duidelijker aan wat leerlingen echt moeten leren (...) Een hoge lat voor de overheid betekent ook dat landelijk beleid strikt wordt gevolgd.’
Politieke trends komen doorgaans in golven. En soms laten de toppen van die golven zich heel precies aanwijzen. In dit geval met een interval van 25 jaar. Begin deze eeuw was de Nederlandse politiek nog geheel in de ban van privatisering en decentralisering. Ook het ministerie van OCW bleef niet achter. ‘Autonomie voor de scholen’, was Hermans’ motto. Het onderwijs, murw gebeukt door opeenvolgende, moeizaam ingevoerde stelselhervormingen, veerde enthousiast op.
Een reeks bewindslieden borduurde daarna voort op die trend. In navolging van het hoger en het voortgezet onderwijs, werd ook in het basisonderwijs de ‘lumpsum-financiering’ uitgerold, met grote zeggenschap voor de autonome schoolbesturen over hun budget. Kamerleden die zich na 2010 zorgen begonnen te maken over de besteding van tientallen miljarden aan belastinggeld, kwamen er langzaam maar zeker achter dat het departement (en daarmee ook de Kamer) daar eigenlijk nog maar weinig grip op had.
De trend is inmiddels alweer een tijdje aan het keren, maar 2026 zal gaan gelden als het definitieve omslagpunt. De derde opeenvolgende zorgwekkende score in de internationale Pisa-onderwijsvergelijking schudde iedereen onlangs definitief wakker. Dit valt op geen enkele manier meer weg te zetten als een incidentele of toevallige uitschieter. Er is iets mis met het Nederlandse onderwijs, het leesonderwijs in het bijzonder, en in de zoektocht naar een remedie zal het ministerie de regie moeten terugpakken. Dit is te groot om over te laten aan schoolbesturen en directies.
Aan Tielen de taak om de zoektocht te leiden. Ze toont zich nu bereid die rol op zich te nemen. De kerndoelen, waarin beschreven staat wat leerlingen moeten kennen en kunnen, zijn al behoorlijk aangescherpt. Tielen kondigt nu ook landelijke ‘keurmerken’ voor lesmethoden aan. De inspectie gaat de lat verhogen, ook voor scholen met relatief veel achterstandsleerlingen. De staatssecretaris zelf gooit de schroom van zich af en spreekt uit dat ze verwacht dat scholen hun leerlingen eenvoudigweg méér gaan laten lezen.
Daarbij maakt ze het niet te ingewikkeld. Geen grootse hervormingen, gewoon eerst maar eens terug naar de kern. Ook voor scholen die hechten aan hun autonomie zou dat te doen moeten zijn.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusInterviewJudith Tielen
Staatssecretaris Tielen: ‘Als scholen zeggen geen zin te hebben in een telefoonverbod, dan denk ik: kom op, jongens’
- Analyse
Waarom lukt het in Ierland en Engeland wel om kinderen te leren lezen? ‘Wij zijn een volk van verhalenvertellers’
- Opinie
Opinie: Nederland is een leesonvriendelijke samenleving geworden