Home   2026-10-22 19:56:51

←

Staatssecretaris Tielen: ‘Als scholen zeggen geen zin te hebben in een telefoonverbod, dan denk ik: kom op, jongens’

Original article

Op geweldige rapportcijfers had Judith Tielen (54) al niet gerekend. Maar toen de staatssecretaris van Onderwijs vorige maand de resultaten van het internationale Pisa-onderzoek, dat onder meer de taalvaardigheid van jongeren meet, onder ogen kreeg, schrok ze toch.

‘Dit was weer een forse verdere daling’, zegt de VVD’er op haar werkkamer in de Haagse Hoftoren. Van alle 15-jarigen kunnen er twee op de vijf niet goed genoeg lezen om mee te kunnen op school of in de samenleving, bleek uit het onderzoek. Nederland doet het daarmee slechter dan het gemiddelde van de 91 deelnemende landen. Niet eerder was de achterstand zo groot.

Het is het dieptepunt in een vrije val die zich in het driejaarlijkse onderzoek al eerder aftekende. En dat terwijl Nederland ‘een jaar of 25 geleden echt in de top van de leeslanden stond’, zegt Tielen. ‘We zijn dus dwars door alle andere landen heen geschoten.’

Grote stap

In een gealarmeerde Tweede Kamer zei Tielen dat ze snel met een ‘actieplan’ zou komen. Het resultaat is de Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden, waarmee de ministerraad vrijdag akkoord ging. Daarin schrijft de staatssecretaris dat de lat serieus omhoog moet: voor leerlingen, leraren, scholen en de overheid. ‘Over drie jaar moeten we kunnen zeggen: we zien echt een grote stap vooruit.’

Niet alleen zodat alle jongeren later een sollicitatiebrief kunnen schrijven en goede democratische burgers worden. Tielen, zegt ze, gunt ze ook het plezier dat lezen háár bracht toen ze als kind in Velswijk, een dorpje in de Achterhoek, iedere keer weer uitkeek naar het moment dat de bibliobus voorreed. ‘Dat je vanaf je eigen bank door de tijd en over de wereld kunt reizen: dat is de kracht van taal.’

Het regent crises in Den Haag: de stikstofcrisis, de klimaatcrisis, de asielcrisis. Vindt u dat we ook kunnen spreken van een taalcrisis?

‘Ik vind crisis een heel zwaar woord. Maar als de vertaling van het woord crisis is: we hebben echt een probleem dat breder is dan alleen de scholen, zeg ik ja. Als je bedoelt dat dit iets is waar we gericht en met ambitie een oplossing voor moeten vinden, zeg ik ook ja.

‘Ik vind het wel belangrijk om te benadrukken dat dit niet alleen een onderwijsprobleem is. Je ziet die daling van de cijfers overal in de westerse wereld. Dat heeft natuurlijk ook te maken met mobieltjes, sociale media en ontlezing. Maar we zijn als samenleving ook een aantal dingen gaan vergoelijken.

‘Typisch voor Nederland is dat de verwachtingen een beetje laag zijn. Dat de verschillen tussen scholen heel groot zijn. En dat de ouderbetrokkenheid niet zo hoog is als nodig voor goede leerprestaties.’

In Nederland beschikken schoolbesturen over veel autonomie. Heeft uw ministerie het roer te veel losgelaten?

‘Ik vind dat ingewikkeld om te zeggen. Het is in Nederland niet zo dat we hier in Den Haag precies bepalen welke leraar op welk moment, in welke klas, welke stof behandelt. We hebben dat gewoon anders ingericht.

‘Ik denk dat we in overleg, maar ook met wet- en regelgeving, moeten zorgen dat schoolbesturen hun verantwoordelijkheid op sommige punten beter kunnen nemen.’

In weinig landen spelen ‘leesstrategieën’ zo’n prominente rol als in Nederland. In uw plan schrijft u dat die technische manier van lezen het plezier om zeep helpt en tekstbegrip juist in de weg staat. Wat is uw oplossing?

‘Een veel rijkere taalomgeving. Op scholen die nu vooroplopen, zie je dat leerlingen gewoon überhaupt meer lezen, of dat nou zelf of gezamenlijk is. Het taalaanbod moet breder zijn dan alleen maar korte stukjes tekst met: zoek de signaalwoorden op.

‘Maar aandacht voor taal moet ook in de andere vakken zitten. Niet alleen de lessen Nederlands zijn bedoeld om je taalvaardigheid te vergroten, maar ook alle andere vakken. Logisch, want je hebt taal ook nodig om kennis op te doen over bijvoorbeeld wiskunde of biologie.’

Hoe gaat u die aandacht voor taal op school afdwingen?

‘Wat mij betreft wordt het minder vrijblijvend met welke les- en leermethodes je aan de slag gaat. Die moeten meer evidence-informed worden. We zijn nu bezig met het opstellen van kwaliteitscriteria. Daarmee werken we toe naar keurmerken voor lesmethodes. Tegen scholen kunnen we dan zeggen: je moet een gekeurmerkte methode gebruiken.’

De Onderwijsinspectie hanteert op dit moment een lager streefniveau voor scholen als zij veel leerlingen hebben die binnenkomen met een achterstand. U wilt dat de eisen voor scholen meer gelijkgetrokken worden.

‘De verschillen moeten kleiner worden, ja. Ook voor leerlingen van scholen in achterstandswijken vind ik het superbelangrijk dat zij, als ze van school gaan, daadwerkelijk taal- en leesvaardig zijn.’

Die scholen zullen zeggen dat de verwachtingen voor hen niet voor niets lager zijn. Zij zitten met problematiek waar andere scholen niet mee worstelen.

‘Deze scholen krijgen vaak al extra ondersteuning om ervoor te zorgen dat ze kunnen investeren in hun onderwijs. Die bestaat uit geld voor extra onderwijsassistenten en bijlesprogramma’s.

‘We gaan ook niet van dag één op dag twee die verschillen helemaal wegwuiven. Ik neem die scholen echt wel serieus in de problematiek waar ze mee te maken hebben. Maar dat ontslaat ons, en dan bedoel ik zowel de overheid als de scholen zelf, niet van de plicht om ervoor te zorgen dat al die leerlingen voldoende bagage meekrijgen.’

Vorige week werd bekend dat het kabinet, in overleg met de onderwijssector, toe wil naar een algemeen telefoonverbod op scholen in 2027. De VO-raad, de vertegenwoordiger van middelbare scholen, reageerde meteen: daar hebben we helemaal geen zin in.

‘Ja.’ (Lange stilte.)

En wat denkt u dan?

‘Dan denk ik: kom op, jongens. Als ik met schoolleiders spreek, als ik met docenten spreek, zelfs als ik met leerlingen spreek – die dat soms niet al te hardop durven zeggen: iedereen weet dat geen telefoon in de klas gewoon beter is. Thuis of in de kluis.

‘Waar ze gelijk in hebben: op heel veel scholen gebeurt dat al. Moet je dan een wet maken? Nou, ik vind gewoon dat het op alle scholen moet gebeuren. Maar een wet maken kost altijd weer tijd.’

U denkt dus nu niet aan een wet?

‘Ik denk er zeker aan, maar ik hoop dat het niet nodig is.’

Uit uw plan blijkt dat het alle hens aan dek is. Intussen heeft uw partijgenoot, minister Eelco Heinen van Financiën, wel een bezuiniging van 1,2 miljard euro ingeboekt op onderwijs. Die komt er als hij er met de oppositie niet uitkomt over een alternatief voor de bezuinigingen op de sociale zekerheid.

‘Nou, de minister heeft vooral een technische tussenoplossing neergezet. Plus, ik geloof niet dat de opdracht die we hebben per se afhankelijk is van geld.’

Minder geld zal ook niet helpen.

‘Ik denk het ook niet. Maar dat is ook nog niet een heel stevig onderbouwde claim, volgens mij.

‘Ik verwijs het liefst naar de brief die minister Heinen en minister Letschert hierover hebben gestuurd. Het is een technische oplossing voor nu.’

Die technische tussenoplossing had Heinen natuurlijk niet bij het onderwijs hoeven neerleggen. Dat heeft hij bij sommige andere ministeries ook niet gedaan.

‘Dat is zo, ja.’