Home   2026-10-22 19:56:51

←

Politicoloog Paul Scheffer gelooft niet meer in de status quo. Hoe moet het dan verder met Europa?

Original article

In het Stasi-archief in Berlijn hangt de loodzware lucht van oud papier. Honderden meters archiefkast waarin honderdduizenden levens nauwgezet zijn geboekstaafd door de nijvere functionarissen van de Staatssicherheitsdienst van de DDR. Wie sprak waar met wie? Wat is er gezegd? Het is allemaal afgeluisterd, doorverteld, uitgetypt en opgeborgen in ouderwetse bruine mappen.

Ergens in deze papiermassa moet zich ook het leven van politicoloog Paul Scheffer (72) bevinden, althans het kleine deel van zijn leven dat zich in de DDR heeft afgespeeld. In een achterafkamertje in het Stasi-archief vraagt hij zijn dossier op. Over zes maanden krijgt hij te horen of er een dossier aanwezig is.

Er moet iets zijn, denkt hij. In de jaren tachtig bezocht hij namens de Partij van de Arbeid een congres van de SED, de communistische partij van de DDR. Verplicht kreeg hij een tolk mee, hoewel hij goed Duits spreekt. ‘De tolk gaf toe dat hij van de Stasi was’, zegt Scheffer. ‘En hij vroeg me om een sinaasappel van het ontbijt in het hotel mee te nemen, omdat hij al jaren geen sinaasappel meer had gegeten.’

In 1981 bezocht hij de natuurkundige Robert Havemann, een van de bekendste dissidenten van de DDR. Hij had huisarrest in het dorpje Grünheide bij Berlijn (waar nu een Teslafabriek staat). Bij binnenkomst hield Havemann een vinger tegen zijn lippen. Ze werden afgeluisterd. Het gesprek vond achter in de tuin plaats, buiten het bereik van de microfoons. In zijn mouw had Scheffer een manifest verborgen van West- en Oost-Duitse intellectuelen die voor de hereniging van Duitsland pleitten. Havemann geloofde daarin, al meende hij dat een herenigd Duitsland neutraal moest zijn, niet gebonden aan de Navo of het door de Sovjet-Unie geleide Warschaupact.

‘Een ongelooflijke man’, zegt Scheffer. ‘Hij was ter dood veroordeeld door de nazi’s. Na de oorlog was hij een gevierd hoogleraar in West-Berlijn, maar hij kreeg een beroepsverbod door zijn verzet tegen het Amerikaanse kernwapenprogramma. Hij vertrok naar de DDR en viel ook daar in ongenade door zijn kritische houding. Toen ik hem sprak, was hij al heel ziek. Een half jaar later zou hij overlijden aan kanker. Toch kon deze man dwars door de status quo heen kijken. Hij geloofde in de hereniging van Duitsland op een moment waarop dat slechts een academische vraag leek.’

Sindsdien gelooft Scheffer niet meer in de status quo, schrijft hij in zijn nieuwe boek De dag na de bevrijding. De wereld is altijd in beweging, ook al lijkt de gevestigde orde nog zo vast in het zadel te zitten, in het geval van Havemann verschanst achter een Muur en beschermd door het nucleaire arsenaal van de Sovjet-Unie. En omgekeerd: Europa maakt een periode van grote onzekerheid door, maar er is een uitweg, als het zijn lot maar in eigen hand durft te nemen.

De dag na de bevrijding is de weerslag van vijftig jaar denken over en reizen door Europa. Een combinatie van essay, ideeëngeschiedenis en memoires, een intellectuele zoektocht langs denkers en schrijvers als Jean-Paul Sartre, Hannah Arendt, Salman Rushdie en Adam Michnik, maar ook een fysieke reis over het continent. Scheffer was correspondent in Parijs en Warschau, deed verslag van de opstand van de Poolse arbeiders tegen het communistische regime, zag hoe de Tsjechische dissident en latere president Václav Havel werd afgevoerd door de politie, was vlak na de val van de Muur in Berlijn en bezocht in 1997 het overwinningsfeest van Tony Blair, de Britse Labourleider die een ‘derde weg’ zocht tussen kapitalisme en socialisme.

‘Blair stond op het dak van het Royal Opera House in Londen en hield echt een heel goede geïmproviseerde speech. De zon kwam op, de balkons van de flatgebouwen eromheen stroomden vol. En toen zei hij: is dit geen fantastische ochtend? Een nieuwe dageraad breekt aan! Ik was er destijds ook van gecharmeerd. Veel later heeft Blair in zijn memoires geschreven dat hij er enorme spijt van had dat hij de verwachtingen zo hoog had opgevoerd.’

De derde weg liep dood, het Europees optimisme is omgeslagen in diepe onzekerheid. Het midden verliest zijn greep op de samenleving, het autoritaire populisme rukt op. Op de bescherming van de Verenigde Staten valt niet meer te rekenen en het autocratische China dreigt de Europese democratieën te overvleugelen.

‘Ik ervaar deze periode als een enorme schok’, zegt Scheffer. ‘Alle dingen die we de afgelopen vijftig jaar vanzelfsprekend vonden – vrede, vrijheid, democratie, de bescherming door de Verenigde Staten – staan op losse schroeven. Natuurlijk kon je die ontwikkelingen al twintig jaar zien aankomen. Maar nu komt alles bij elkaar. Op de Duitse televisie zag je echt de radeloosheid, nadat de AfD de verkiezingen in Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Voor-Pommeren had gewonnen.’

Na tachtig jaar is een einde gekomen aan het naoorlogse vooruitgangsgeloof, zegt hij. Vertrekpunt voor zijn analyse is de opkomst van China. ‘China doet iets wat volgens het Westen helemaal niet mogelijk was: snelle economische ontwikkelingen in een gesloten autoritair systeem. Toen China in december 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), werd in het Westen hoogmoedig gedacht dat het zich in westerse richting zou ontwikkelen en steeds opener en democratischer zou worden. Dat is heel anders uitgepakt.

‘We zien nu echt een kanteling van de wereldorde. De China-schok gaat veel dieper dan alleen economische concurrentie. Het Westen heeft heel lang geloofd dat de geschiedenis een richting had, namelijk die van steeds meer vooruitgang en democratie. Vooral na de val van de Muur werd gedacht dat de politiek daar niet zo veel invloed op hoefde uit te oefenen, omdat de geschiedenis toch wel de goede kant op bewoog. Die gedachte staat nu op losse schroeven. We moeten voorbij de liberale gelatenheid reiken: als de geschiedenis geen richting heeft, zijn we gehouden om zelf richting te vinden. Zoals de dichter Gerrit Kouwenaar schreef: ‘De tijd staat open.’’

Quote van .
‘Wat krijgen we gemeenschappelijk nog voor elkaar als elk individu naar maximale vrijheid streeft?’

Scheffer gelooft dat de middenpartijen, ondanks hun huidige zwakte, wel degelijk in staat zijn om richting te geven aan de geschiedenis, als ze hun geloof in de maakbaarheid van de samenleving maar hervinden. ‘Ik heb altijd geprobeerd tegen mezelf te denken’, zegt hij. Daarom wil hij niet meegaan in ‘de eeuwige discussies’ over het populisme, niet meegaan in de ‘spiegelgevechten’ waarin het midden steeds weer reageert en er niet in slaagt een eigen spoor te trekken. Het midden moet beter naar zichzelf kijken. ‘Elk antwoord begint bij zelfonderzoek. Wat is er aan het populisme vooraf gegaan? Wat is er verkeerd gelopen? Ik probeer de lange historische lijn te vinden.’

Paul SchefferBron Christoph Neumann

Die begint in De dag na de bevrijding bij de Franse filosoof en schrijver Jean-Paul Sartre. ‘Na de oorlog schreef Sartre dat de mens ‘gedoemd was om vrij te zijn’. Hij is zijn eigen ontwerp, niet de uitkomst van anonieme krachten als de kerk, de economie, de politiek of de geschiedenis. ‘Sartre formuleerde een belofte van individuele autonomie die heel aanlokkelijk was, die beantwoordde aan de aspiraties van veel mensen. Alleen zie je zo veel jaren later veel duidelijker dat uit al die individuele autonomie een gevoel van collectieve onmacht is ontstaan. Vrijheid, in de zin van zo veel mogelijk armslag voor iedereen, is een aantrekkelijk idee, maar stuit nu op zijn grenzen. Wat krijgen we gemeenschappelijk nog voor elkaar als elk individu naar maximale vrijheid streeft?’

Hebben de middenpartijen die ontwikkeling bevorderd?

‘De liberale wending van de jaren tachtig was begrijpelijk, omdat destijds de collectieve sector snel groeide, de inflatie hoog was en de economie in een crisis verkeerde. Maar zoals bij elke paradigmawisseling: op een gegeven moment is zij uitgewerkt en levert zij meer problemen op dan zij oplost. Uiteindelijk hebben de middenpartijen het idee van ordening en maakbaarheid opgegeven. Tony Blair zei: discussiëren over de globalisering heeft evenveel zin als discussiëren over de vraag of de herfst na de zomer komt.

Quote van .
‘Richting schept ruimte. Beleid, ook migratiebeleid, wordt acceptabel als burgers een duidelijk toekomstbeeld wordt voorgehouden’

‘Als het midden de maakbaarheid opgeeft, verschuift zij naar de randen van het politieke spectrum. Ik zie populisme als autoritaire maakbaarheid, omdat de liberale maakbaarheid is opgeheven of verregaand verzwakt. Als je er op die manier naar kijkt, zie je ook meteen een perspectief tot handelen. Want als je zegt: het populisme is voltrekt irrationeel, wordt het heel moeilijk om daar iets tegenover te stellen. Maar als je zegt: er is veel achterstallig onderhoud, er is richtingloosheid in het midden, dan kun je betere antwoorden vinden.’

Kan de geest wel terug in de fles? Kan de liberale maakbaarheid in ere worden hersteld?

‘Er zijn zo veel terreinen waarop je iets kunt doen. We zien in Nederland nu de gevolgen van veertig jaar relativering van sturing door de overheid. De elektriciteit is niet meer op orde, het water is niet meer op orde, de woningmarkt is niet meer op orde, arbeidsmigratie is niet meer op orde. Omdat er veel te weinig is nagedacht over de lange termijn.

‘Dan wordt er gezegd: de problemen zijn zo complex. Mark Rutte had daar ook een handje van. Maar vaak is die complexiteit zelf gecreëerd. Als je het stikstofprobleem dertig jaar voor je uitschuift, wordt het vanzelf complex. Maar het zit dieper: achter het veelvuldige beroep op complexiteit gaat een gebrek aan richting schuil dat ons nu opbreekt.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat er meer mogelijkheden tot handelen zijn dan vaak wordt aangenomen. Ik was lid van de staatscommissie Demografie, die heeft gekeken naar de verhoudingen tussen de generaties. Wat betekenen de vergrijzing en het dalende kindertal? En als we een immigratieland zijn, hoe geven we dat vorm? Richting schept ruimte. Beleid, ook migratiebeleid, wordt acceptabel als burgers een duidelijk toekomstbeeld wordt voorgehouden. Als je dat niet doet, verongelukt de empathie in de samenleving. Dat zie je nu gebeuren. Maar goed, ik heb geen politiek boek geschreven. Het is geen tienpuntenplan voor een betere toekomst.’

Wat heeft het midden te bieden? Het is moeilijk om een aanlokkelijk toekomstbeeld te schetsen als Europa economisch, demografisch en geopolitiek zo onder druk staat.

‘Toch zal dat moeten. Democratie leeft van gesprek. Dat begint met: welke wereld willen we? Pas daarna komt de vraag: wat kunnen we? En hoe groot is de afstand tussen willen en kunnen? Maar tegenwoordig wordt vaak meteen vanuit het proces gedacht. Er wordt alleen gevraagd wat we kunnen, niet wat we willen. Dan kom je onherroepelijk in een democratische impasse terecht. En die onmacht zoekt een weg in autoritaire antwoorden: I’m going to build a wall.’

Het populisme appelleert aan het verlangen naar identiteit en gemeenschapszin. Kan een betere ordening door de middenpartijen dat verlangen wegnemen?

‘We hebben een nieuwe overdenking nodig van het sociaal contract tussen jong en oud, tussen laag- en hoogopgeleiden, tussen nieuwkomers en ingezetenen. Met alle verschillen die er zijn kunnen we wat leren van de omgang met ecologische duurzaamheid. Het klimaatakkoord is een goed voorbeeld van de maatschappelijke akkoorden die we nodig hebben. Maar het gevoel van urgentie ontbreekt te vaak als het om sociale duurzaamheid gaat.’

In 1980 was Scheffer een van de tienduizenden mensen die meeliepen in de begrafenisstoet van Jean-Paul Sartre in Parijs. Sartre was een voorbeeld voor de jonge Scheffer, schrijft hij: ‘Een geëngageerde intellectueel, veelvuldig aan te treffen in het café, Gauloises in de mondhoek. Het idee om als een eenling de wereld met een pen tegemoet te treden leek de mooiste manier van leven. En dat vind ik nog steeds.’

Scheffer noemt zichzelf een grensganger, op het snijvlak van journalistiek, wetenschap en politiek. Hij werkte voor de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, en stond zelfs even op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar trok zich terug omdat hij vreesde dat hij zijn vrijheid van denken zou verliezen.

Aan de jaren zeventig hield hij een levenslange afkeer aan groepsdenken over, schrijft hij. In de communistische kringen waarin hij destijds verkeerde, werd de schending van mensenrechten in Oost-Europa en op Cuba stelselmatig goedgepraat. Hij vertelt over zijn toespraak in Havana tijdens een jeugdfestival in 1978 waarin hij opkwam voor de veroordeelde dissidenten. Dat leidde tot felle reacties. Als correspondent in Warschau zag hij hoe de arbeidersklasse in opstand kwam tegen het socialisme en meer markt eiste. Dat bevestigde zijn ontwikkeling naar gematigde opvattingen.

Vanaf de jaren tachtig onderhield Scheffer contacten met Oost-Europese dissidenten als de Poolse schrijver Adam Michnik, de Oost-Duitse zanger Wolf Biermann en de Hongaarse schrijver György Konrád. In het Westen waren deze kritische denkers lang niet altijd populair, omdat ze de stabiele verhoudingen tussen Oost en West in gevaar zouden brengen. Gezien de dreiging van een kernoorlog konden de Russen en hun bondgenoten maar beter te vriend worden gehouden. In 1986 voorkwam de Nederlandse regering dat de Tsjechoslowaakse mensenrechtenbeweging Charta 77 de Erasmusprijs kreeg, omdat het een ‘delicate politieke kwestie’ betrof.

Paul SchefferBron Christoph Neumann

Scheffer: ‘De memoires van Havel heten niet voor niets Disturbing the Peace. Huisvredebreuk. Jullie denken stabiliteit te kopen tegen de prijs van onvrijheid, zei hij. Ik denk dat het nog steeds een belangrijke boodschap is.’

Kan een zwak Europa het zich nog wel permitteren om voor de mensenrechten op te komen?

‘In de buitenlandse politiek loop je natuurlijk altijd tegen dilemma’s aan. Je moet soms zaken doen met landen waarvan je het beleid ten diepste afkeurt. Toch is het belangrijk om voor de democratie op te komen, ook als het om China gaat. Een wereld waarin autocratieën steeds sterker worden is instabiel. Onderdrukking blijft nooit binnen de eigen grenzen. Autocraten zoeken altijd het conflict. Het beste voorbeeld is Vladimir Poetin. Als we Oekraïne opgeven, zal Rusland onrust blijven veroorzaken.’

Als Europa een vrijheidsgemeenschap wil zijn, moet zij ook een veiligheidsgemeenschap zijn, schrijft u. We kunnen niet meer rekenen op de Amerikanen.

‘Het gaat niet om Trump. Ook als Trump weg is, heeft Europa niet meer de plek die het tijdens de Koude Oorlog voor de Verenigde Staten had. Europa moet nu doen wat het veertig jaar geleden had moeten doen. Als de geopolitieke emancipatie van Europa niet tot stand komt, gaan mensen veiligheid zoeken in de kleinere ruimte van de natiestaat. Dat is de grote tegenstrijdigheid van het populisme. Het spreekt uit naam van veiligheid en bescherming, maar breekt tegelijkertijd het vermogen van Europa af om zich gemeenschappelijk te beschermen tegenover China, Rusland en de VS. Daar ligt ook het perspectief tot handelen. Europa moet een veiligheidsgemeenschap vorm geven, die aantoonbaar de bescherming biedt die afzonderlijke lidstaten niet kunnen bieden.’

Europa is ook een herinneringsgemeenschap, schrijft u. Dwingt de opkomst van China ons om beter na te denken over onze plaats in de wereld?

‘Ja, als we nadenken over onze koloniale erfenis zien we dat het niet de natuurlijke gang van zaken is dat alle macht bij het Westen ligt. Dat is de uitkomst van een lange, gewelddadige geschiedenis. Na de oorlog dachten we dat de wereld zich in onze richting zou ontwikkelen. Die gedachte wordt nu uitgedaagd door de opkomst van China en andere autocratieën. Europa zal een weg moeten vinden in een wereld die minder westers zal zijn.’

Betekent dat ook dat Auschwitz minder centraal komt te staan in onze herinneringscultuur?

‘Als we zeggen: ‘nooit meer’, dan moeten we niet alleen aan Auschwitz denken, maar ook aan het kolonialisme en de slavernij. Europa is evenzeer gevormd door de dekolonisatie als door de oorlog. Zolang zij rivaliserende koloniale machten waren, hadden landen als Frankrijk en Nederland nooit de Europese eenwording tot stand kunnen brengen. Europa werd gezien als een manier om uit de nood van de dekolonisatie een deugd te maken, zoals de historicus Tony Judt schreef. Het machtsverlies werd opgevangen door intensieve samenwerking. De morele vragen over het verleden kwamen pas later.

‘Het is goed als onze herinneringsgemeenschap breder wordt. Ik vind alleen niet dat herinneringen tegenover elkaar moeten worden geplaatst, zoals onlangs gebeurde toen de Verenigde Naties de slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid noemde.

‘Auschwitz was de funderende gedachte van de Europese herinneringsgemeenschap. Maar in het mondiale Zuiden wordt nu gezegd: dat is jullie trauma, jullie herinnering. Wij hebben andere herinneringen. De vraag is nu: slagen we erin beide een plek te geven of worden het tegen elkaar opbiedende claims wie het meest geleden heeft? Ik denk dat je beide beelden van de geschiedenis met elkaar kunt verbinden. Hannah Arendt schreef al over het raciale geweld van het kolonialisme als voorbereiding op het raciale geweld van de Holocaust.’

Europa staat aan alle kanten onder druk. Bent u pessimistisch?

‘Het is de kunst om niet in cultuurpessimisme te vervallen. We moeten het geloof in de vooruitgang niet inwisselen voor een geloof in verval, want ook dan meen je de toekomst te kennen, terwijl die juist open is.

‘Geschiedenis wordt op de tast gemaakt, maar ik denk dat het Chinese model uiteindelijk op grenzen zal stuiten. Zeker na 2050 zullen de vergrijzing en de bevolkingskrimp enorm toeslaan. Bovendien kan ik me uit de Koude Oorlog herinneren hoe de kracht van de Sovjet-Unie enorm werd overschat. Toen werd gezegd: met hun eindeloze overlegcultuur zijn democratieën zwak tegenover de ogenschijnlijke eenheid van de communistische wereld.

‘Daarnaast vind ik het denken over Europa vaak te pessimistisch. Ik schrijf over de verborgen vitaliteit van Europa, de stedelijke cultuur, de rechtsstaat, de hoge kwaliteit van leven, de sterke universitaire cultuur. Ik doe niet mee aan de mediamieke clichés over Europa als museum. Als we erin slagen om op een nieuwe manier met het verleden, de vrijheid en de veiligheid om te gaan, dan heeft Europa echt iets om op voort te bouwen.’

Bron Prometheus