Schaatsster Antoinette Rijpma-de Jong heeft ook olympische ambities in het baanwielrennen: ‘LA zou heel mooi zijn’
Als het aan olympisch schaatskampioen Antoinette Rijpma-de Jong (31) had gelegen, had ze deze week in Shanghai gezeten, op de WK baanwielrennen. Ver van Thialf, waar ze over twee weken het kwalificatietoernooi voor de eerste serie wereldbekerwedstrijden schaatst. Rijpma-de Jong, die behalve schaatsen ook goed kan fietsen, denkt groot: ze wil de eerste Nederlandse vrouw worden met goud op de Winter- en Zomerspelen.
Dus toen Nick Stöpler, bondscoach van de duurrenners op de baan, haar vroeg of ze mee wilde naar de WK die deze week worden verreden, dacht Rijpma-de Jong: wat onwijs gaaf. Totdat haar trainer Gerard van Velde zei dat het dit jaar moeilijk in haar langebaanseizoen past.
‘En ik word betaald om te schaatsen. Als ik naar Shanghai ga, sta ik niet op het ijs, maar moet ik twee weken later wel, met een jetlag, klaarstaan voor het WCKT (World Cup Kwalificatietoernooi, red.).’
Dat ging dus niet door. Maar het vlammetje blijft branden. Haar succes op de olympische 1.500 meter in Milaan was nog maar net op zak, toen Rijpma-de Jong (31) een nieuw plan opstartte. ‘Het leek me onwijs gaaf om, na het hoogst haalbare te hebben gehaald, iets anders te doen.’
Geen angst
Ze had eerder al bewezen dat ze goed kan fietsen. In juni 2025 werd Rijpma-de Jong Nederlands kampioen op de weg bij de vrouwen in de categorie elite-zonder-contract. Wegbondscoach Laurens ten Dam polste haar eerder al eens over haar aspiraties op de weg. Die heeft ze ook, maar daarbij zijn de Zomerspelen voor haar moeilijker te halen.
‘Daar moet ik eerst 20 kilo afvallen’, zegt ze. In het wegwielrennen hebben sporters gemiddeld genomen minder grove spieren nodig dan op de baan en in het schaatsen.
De afgelopen zomer trainde ze elf keer op de baan. ‘De eerste keer zat ik al achter de derny (de motorfiets die op de baan wordt gebruikt als gangmaker, red.) met 65 kilometer per uur. Dus ik heb ook geen angst. Dat is ook fijn.’
En terwijl anderen tegen haar zeggen: doe een beetje rustig aan, denkt Rijpma-de Jong wanneer ze in de oplopende piste van de wielerbaan van bovenaan afdaalt naar de binnenring: het is alleen maar leuk om heel hard naar beneden te gaan.
Na vijf keer meedoen aan een training voor de ploegenachtervolging ging het al zo goed, dat ze een uitnodiging kreeg voor de wereldkampioenschappen. De ploegenachtervolging, het onderdeel waarop ze mikt bij het baanwielrennen, is voor haar een bekend onderdeel in het schaatsen. Ze pakte daarop olympisch zilver in Milaan en Pyeongchang en veroverde vier wereldtitels.
‘Soms geef ik dus ook wat input, van: wij hebben het zo en zo gedaan’, zegt Rijpma-de Jong. Schaatsen in een trein is anders dan fietsen in een treintje, maar een aantal facetten is hetzelfde, vertelt ze. Tegenwoordig wordt er geduwd bij het schaatsen, maar in het verleden wisselden ze ook daar van koppositie, net zoals de wielrenners.
‘Ook hier moet je achter een ander zo veel mogelijk energie zien te sparen. Het is fijn dat ik daar al jaren ervaring mee heb, en dat niet alles nieuw is in het baanwielrennen. Er zijn veel nieuwe prikkels, maar op de ploegenachtervolging ben ik niet helemaal een leek.’
Vechten voor een plek
Op de baan zou ze mogelijk rijden met rensters als Lorena Wiebes en Lisa van Belle. Er zijn vier plekken, maar er zijn meer rensters in beeld voor een plek. Zitten de anderen op haar te wachten? ‘Weet ik niet. Ik denk dat iedereen vecht voor zijn eigen plekje – en dan komt er ineens een schaatser die ook graag een plek wil. Maar het was heel leuk om met ze te trainen.’
Bovendien brengt Rijpma-de Jong snelheid mee. Zij is meer een sprinter in vergelijking met de andere rensters, die doorgaans veel langer trainen op de fiets dan zij. Ze zou daarom ook in eerste positie rijden. Zij is dan degene die de start aantrekt, maar later ook nog een kopbeurt doet voordat ze de baan uitstuurt – op de achtervolging wordt gestart met vier, terwijl de derde finishtijd telt.
Rijpma-de Jong: ‘Ik kan de trein wel hard op gang brengen.’
Ze spreekt over een win-winsituatie. Als haar spieren branden van vermoeidheid, gaat ze als schaatser minder efficiënt rijden: dan verhoogt ze haar kniehoek en neemt de druk op haar benen af. ‘Maar als je kapotgaat op de baan, kun je geen kant op. Hier moet je blijven trappen, anders gaat het niet goed, zonder rem.’ Dat ze noodgedwongen in dezelfde positie moet blijven zitten, kan ze weer meenemen naar het schaatsen, denkt ze.
Buiten de comfortzone
Tegelijkertijd is het nu vooral sporten buiten haar comfortzone. En dat bevalt. Een baanfiets heeft geen rem; je remt af door omhoog te sturen. Als ze achter de derny fietst, ziet ze de bandensporen van andere rensters op de motorfiets; zo dicht rijden die soms in het zog van de voorganger. ‘Ja, sorry, maar dat vind ik dan niet zo chill.’
Vanaf haar 16de schaatste ze al nationale kampioenschappen bij de senioren; om nu, zestien jaar later, eens wat anders te doen, geeft haar extra energie. Ze moet veel leren, stelt ze, maar kijkt tegelijkertijd haar ogen uit.
Zo kreeg ze al tips bij het starten van meervoudig teamsprintkampioen Roy van den Berg. ‘Dat startblok gaat gewoon kapot als hij moet starten, echt niet normaal. Maar ook leuk om een keer te zien.’
Rijpma-de Jong is niet de eerste schaatser die het op de baan probeert. Laurine van Riessen was in 2010 goed voor olympisch schaatsbrons op de 1.000 meter in Vancouver; acht jaar later pakte ze zilver op de WK baanwielrennen.
Maar waar Van Riessen volledig overstapte naar het bondsprogramma van de sprinters, blijft Rijpma-de Jong erbij schaatsen. Dat kan tussen de duurrenners, die allemaal ook verplichtingen bij een wielerploeg op de weg hebben. In tegenstelling tot de baansprintploeg trainen zij niet regelmatig samen.
Winterspelen in Thialf
De olympisch kampioen is nog niet klaar met schaatsen. Over ruim drie jaar wil ze haar titel op de 1.500 meter verdedigen, als bij de Winterspelen van 2030 in de Franse Alpen het schaatsen in Thialf plaatsvindt. Dat is op zo’n 5 kilometer van Rottum, haar woonplaats en de plek waar ze opgroeide. En op kortere termijn wil ze weer Europees kampioen allround worden. Waarbij ze zich vervolgens hardop afvraagt: zou dat dan de vierde of vijfde keer op rij zijn? De vijfde.
En ondertussen wil ze de komende periode af en toe blijven trainen op de baan, voordat ze naar de wereldbekerwedstrijden schaatsen gaat. En als ze thuis traint, kan dat op een tijdritfiets met een vergelijkbaar stuur zoals op de baan.
Haar schema’s worden gemaakt door Van Velde, in samenspraak met Stöpler als ze baantrainingen doet. Haar schaatstrainer heeft gezegd dat hij wil meewerken. ‘Maar hij heeft nog nooit een sporter gehad die het in haar hoofd haalde om én op de Winterspelen én op de Zomerspelen mee te willen doen. Dus het is nog heel erg nieuw voor hem. Ik wijk af van de normale route.’
Gouden randje
Het probleem van belangrijke wedstrijden die elkaar in de weg zitten speelt volgend jaar niet. Dan zijn de WK baanwielrennen in de zomer in Parijs; geen jetlag en makkelijker in te passen. De Zomerspelen zijn in 2028 in Los Angeles, maanden voor de eerste belangrijke schaatswedstrijd van het seizoen.
‘LA zou heel mooi zijn, maar ik moet mezelf eerst laten zien’, zegt Rijpma-de Jong. Dus is haar eerste wielerdoel deelname aan twee wereldbekerwedstrijden op de baan, vlak na het schaatsseizoen. Om daar aan de start te verschijnen zal ze in rap tempo moeten overstappen van het ijs naar de houten piste en van de schaatsen naar de baanfiets.
‘Hoe mooi zou het zijn als ik mijn carrière kan uitbreiden met een nieuw, zelfgecreëerd gouden randje?’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- Olympische Spelen
Antoinette Rijpma-de Jong verrast met goud op 1.500 meter: ‘Als je een droom hebt, blijf er dan voor gaan’
- v-plusInterviewAntoinette Rijpma-de Jong
‘Omdat andere mensen mij niet respecteerden, had ik nul respect voor mezelf. Wat ben ik waard, dacht ik’
- v-plusInterviewHetty van de Wouw
Wereldkampioen baanwielrennen Hetty van de Wouw kiest voor Japans keirinavontuur: ‘Vier dagen offline zijn is ook weleens lekker’