Nederlandse sterrenkundige portretteert grondleggers in de ruimtevaart: ‘Ze hebben geen grote ego’s’
Na zijn boek Planetenjagers (2014) over de zoektocht naar exoplaneten en buitenaards leven, dacht Lucas Ellerbroek: en dan nu de ruimtevaart. ‘Ik dacht: hoe lastig kan het zijn om daar een boek over te schrijven?’, vertelt hij, een verontschuldigende glimlach om de lippen.
Na dat eerste boek, waarmee hij geregeld in de media kwam, werd hij namelijk steeds vaker gevraagd de ruimtevaart te duiden; Ellerbroek is behalve als onderzoeker ook actief als popularisator en wetenschapsjournalist. ‘Ik wilde die wereld beter begrijpen, want ik merkte dat ik er een ambigue houding tegenover had ontwikkeld. Aan de ene kant was er het dromen: Apollo, innovatie, vooruitgang, inspiratie. Maar ik zag ook de andere kant: vieze raketten. Commercialisering. De gelikte show eromheen. Ik wilde me erin verbreden, zodat ik voortaan journalistiek beter beslagen ten ijs zou komen.’
Ellerbroek kwam van een koude kermis thuis. ‘Ik wilde de hele ruimtevaart vangen, en dat is waar het een beetje spaak liep.’ Tien jaar deed hij over het boek, zo lang dat hij zijn auteursvoorschot zelfs drie keer moest terugbetalen aan de uitgever vanwege een gemiste deadline. En nu is zijn boek, De missie, er alsnog. De worsteling die hij doormaakte, blijkt daarin een essentieel onderdeel van zijn verhaal.
In het begin van het boek beschrijft u het moment dat u in Washington DC, in het National Air and Space Museum, spreekt met vier ruimtevaarthistorici. De moed zakt u dan al snel in de schoenen.
‘Ik zat daar, met drie mannen en een vrouw die samen meer dan vijftig boeken hadden geschreven over dit onderwerp. Ik voelde me geïntimideerd. Ze waren heel vriendelijk hoor, maar ook scherp. Toen mijn vader de eerste versie van het hoofdstuk met deze vier las, noemde hij hen de Nasa-pausen. En zo voelde het ook!
‘Ze vroegen mij: wat ga je nog toevoegen? Waarom nu dit boek, waarom jij? Ik vertelde hoopvol dat Bill Bryson mijn grote voorbeeld was, met diens boek A Short History of Nearly Everything. Een van hen reageerde: ‘Wie?’, en een andere zei: ‘Naar hem moet je niet luisteren, dat is een journalist.’ Alsof Bryson een soort koekenbakker was.
‘Toch hebben ze me ook erg geholpen. Ze zeiden bijvoorbeeld: je bent zelf sterrenkundige? Dan moet je écht Nancy Grace Roman interviewen, de vrouw die geldt als de geestelijk moeder van ruimtetelescoop Hubble. Via hen heb ik contact gelegd en haar ook daadwerkelijk kunnen interviewen. Maar dat gesprek met deze vier voelde echt als mijn ontgroening in het onderwerp.’
Hoe besloot u het na dat gesprek aan te pakken?
‘Het werd me duidelijk dat ik het op mijn eigen manier moest doen. Niet overal over schrijven, alles tot in historisch detail willen uitwerken. Gewoon een leuk boek maken.’
In dat boek beschrijft hij uiteindelijk uitgebreid zijn verschuivende inzichten: ‘Hoe langer ik schreef, hoe duidelijker het werd dat de ruimtevaart zich niet laat vangen in één verhaal. [...] Elke raket, elke missie bleek het resultaat van keuzen: over geld, risico, prestige en betekenis. Keuzen die zelden waardevrij zijn, en die achteraf vaak worden gladgestreken tot een overzichtelijk narratief.’
Ellerbroek ging de losse draadjes volgen, in plaats van het gehele weefsel, de persoonlijke verhalen van de mensen die die historie hebben helpen vormgeven. Zo schrijft hij bijvoorbeeld over Apollo 11 door de ogen van hoogleraar Doug Currie, die met Neil Armstrong en collega’s een spiegel meestuurde, waar je vanaf de aarde laserstralen naartoe kunt sturen om zo zeer nauwkeurig de afstand tot de maan te bepalen.
Bij de lancering van de Spoetnik, de eerste door mensen gemaakte satelliet, zoekt Ellerbroek opnieuw zo’n persoonlijke historie. ‘Mijn eerste versie van het Spoetnik-hoofdstuk was qua ambitie een soort Russische literatuur: heel rijk, heel erg informatiedicht’, zegt hij. ‘Het omspande een halve eeuw, twee wereldoorlogen, een revolutie. Het werd te veel. Op een congres in Riga kwam ik de oplossing tegen.’
Hij spreekt daar met de gastheer van de bijeenkomst, die hem vertelt over de Letse ingenieur en raketpionier Friedrich Zander, die de eerste vloeibarebrandstofmotoren bouwde waarvan latere versies in Russische raketten belanden, de technologie die uiteindelijk de lancering van de Spoetnik mogelijk maakt.
Ook Nancy Grace Roman staat symbool voor iets groters. Ze is de grondlegger van niet alleen de Hubble, maar van het hele Nasa-programma voor ruimtetelescopen. Eerder dit jaar lanceerde het agentschap zelfs een ruimtetelescoop die, na haar dood in 2018, naar haar werd vernoemd.
Hoe was het om haar te interviewen?
‘Ik probeerde mijn vragen op haar af te vuren, maar ze remde me eerst af. Ze zei: ga zitten, wil je een chocolaatje, een kopje thee? Ze oogde oud en breekbaar, maar er ging ook een enorme rust en charisma van haar uit. Je ziet dat veel mensen in de sterrenkunde heel scherp blijven als ze oud worden. Zo was zij ook: ze wist nog precies welke vakartikelen ze in de jaren vijftig had geschreven en waartoe die hadden geleid. Ze toonde me een andere tijd, waarin ze als vrouwelijke chef in een extreme mannenwereld mensen moest warm maken voor de sterrenkunde. Hoe zij er stoïcijns in geslaagd is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, daarvoor heb ik erg veel bewondering.’
Een ander persoonlijk verhaal dat indruk op u maakte is dat van George Scoon, die meewerkte aan de Cassini-Huygens-missie naar Saturnus en zijn manen.
‘Ik had het boek al bijna af, maar er zat me nog iets niet lekker. Ik schreef heel weinig over Europa en heel weinig over planeetwetenschap – de ruimtevaart die ik zelfs het coolste vind. Gemiste kans, dacht ik.
‘Toen was ik op bezoek bij mijn tante Hannah, in een verzorgingshuis. Ik was met haar aan het lunchen toen ze zei: ‘Lucas, er zit hier een meneer, hij heeft bij Estec gewerkt, maar hij kan niet meer echt praten, hij heeft 25 jaar geleden een beroerte gehad. Ken jij hem misschien?’
‘Ik ben bij hem langsgegaan. Niet voor het boek, maar omdat ik benieuwd was naar wie hij was. Het bleek al snel dat hij een van de vroege medewerkers van Esa was. Hij kwam uit Trinidad, had een technische opleiding gevolgd en klom bij Esa stap voor stap op. Hij schreef als study manager mee aan het eerste rapport voor de Huygens-sonde, die later onderdeel werd van de Cassini-Huygens-missie.
‘Zelf vind ik dat echt de allervetste missie die ik ken. Het was een beetje mijn maanlanding, omdat ik in 2005 meemaakte hoe die sonde neerdaalde op de Saturnus-maan Titan en daar een heel nieuwe wereld zichtbaar maakte. Dat maakte blijvend indruk. Ik wilde daar met hem over praten.’
In zijn boek beschrijft Ellerbroek het moment dat hij Scoon vertelt hoeveel indruk de missie op hem heeft gemaakt. Scoons dochter is er ook bij. ‘Als iemand het over Huygens heeft, licht hij meteen op als een ster’, zegt ze tegen Ellerbroek. ‘Een missie kan eindigen – maar je haalt de missie niet uit de man.’
Na afloop benadrukt ze dat Ellerbroek niet moet schrijven dat Scoon een sleutelrol speelde bij de missie, dat zou hij vervelend vinden. ‘Er is een overeenkomst tussen bijna iedereen die ik heb gesproken: ze hebben geen grote ego’s’, zegt Ellerbroek. ‘Ze hesen zichzelf niet vol bravoure op het podium, maar deden waar ze van hielden en vonden het vanzelfsprekend dat ze een klein schakeltje waren in het geheel.’
De dag dat Ellerbroek Scoon interviewde, was voor hem ook de dag van een persoonlijke tragedie: de tante die hem op Scoons bestaan had gewezen, overleed. ‘In spirituele zin voelde dat alsof de cirkel rond was’, zegt hij.
In zijn dankwoord staat Ellerbroek daar nog eenmaal bij stil, wanneer hij zijn tante bedankt: ‘Je stille kracht bracht me naar hem. Je overleed in de nacht nadat ik hem ontmoette. Zonder het te weten heb je dit boek zijn ziel gegeven.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusvijf vragen
Nieuwste lid van Nasa’s elitevloot van ruimtetelescopen is succesvol gelanceerd: opent een ongekend brede blik op de hemel
- v-plusprofiel
Astronaut Christina Koch laat haar ruimterecords voor zichzelf spreken. ‘Ze zijn een viering van de huidige tijd’
- v-plusPostuum
De kleine stap van de eerste man op de maan was mogelijk door het grootse werk van Margaret Hamilton
- v-plusnieuws
Succesvol gelanceerd: nieuwe Europese satellieten die de kennis over planten en oceanen moeten vergroten