Home   2026-10-22 19:56:51

←

Waarom zijn miljardairs zo boos op de wereld die ze zelf lijken te besturen?

Original article

Het huis van Mr. Darcy staat te koop.
In Jane Austens klassieker heet het huis Pemberley, wat fonetisch warm op ‘tenderly’ lijkt. Zoals Austen het beschrijft, is het een uitzonderlijk luxueus huis, dat desalniettemin harmonieus opgaat in het landschap. Golvende heuvels, hoog gras, vriendelijke bomen – en dan dat paleis in het midden.

Op Rightmove, het Engelse equivalent van Funda, heet het The Edgcote Estate en wordt niet nagelaten te vermelden dat hier de BBC-versie (1995) van Pride and Prejudice werd opgenomen.

Colin Firth, als meest begeerde vrijgezel Fitzwilliam Darcy esquire, dook hier in het meer om zijn zwoele gevoelens voor miss Elizabeth Bennet af te koelen, en door heel Engeland zuchtten tv-kijkers hun diepste zucht.

Verder zegt Rightmove: The Edgcote Estate is 18de-eeuws, het huis is bijna 8.000 vierkante meter groot, het landgoed nog eens 687 hectare. Daarop staan 31 bijgebouwen, kassen, schuren, woningen en kantoren voor personeel, en paardenstallen met een renbaan.

Op de foto’s zien we eetkamers groot genoeg om in te tennissen, biljartkamers en kroonluchters. Eiken panelen tegen de muren, raampartijen van vloer tot plafond. Vraagprijs: 45 miljoen pond.

Labradors en waxjassen

Ik zou er wel kunnen wennen. Ik zou elke ochtend beginnen met een wandeling door mijn velden. Fazanten schieten weg in het kreupelhout, reeën maken zich uit de voeten. Ik zou twee labradors nemen, ik zou uitsluitend waxjassen dragen.

Als ik terugkwam, zou een bediende voor me klaarstaan met koffie en een handgestreken Financial Times.

Mijn kok zou er een punt van maken uitsluitend met lokale producten te werken – groente uit onze kassen, af en toe een geschoten hert.

Ik zou in de balzaal een tafel met een laptop neerzetten. Verder zou ik de zaal leeglaten. Ik vermoed dat ik extra goed werk, in zo’n zee van ruimte.

Aan het einde van de middag zou ik iets heel Engels drinken, iets als Pimm’s. Mijn bediende hoef ik dat niet te vragen. Die weet: 4 uur, een glas Pimm’s voor meneer.

Ik zou met het glas op een sofa bij een van de raampartijen gaan zitten en domweg uitkijken over mijn velden, mijn bomen, mijn land.

De vraag is dan: wanneer precies komt het moment dat ik behoefte krijg mijn personeel met een rijzweep af te ranselen?

Of anders: wanneer, in al die weelde, ga ik op internet trans meisjes trollen? Wanneer ga ik antisemitische rappers steunen, of laat ik een AI-bot bouwen die nepnaaktfoto’s verspreidt van vrouwelijke politici? Wanneer bedenk ik dat de democratie zoals we die kennen kapotgeslagen moet worden?

Boos op de wereld

Dit is de vraag die al langere tijd boven het vrije Westen hangt, namelijk: waarom zijn de miljardairs zo boos? Waarom zitten ze in hun respectievelijke Edgcotes zo chagrijnig te doen?

Want het gaat ze voor de wind. Oligarchen zitten op de eerste rij bij inauguraties van presidenten, hun techbedrijven nestelen zich in de haarvaten van de staat en van onze privélevens, wereldleiders dingen naar hun hand om defensiesystemen of toevoer van natuurlijke bronnen overeind te houden.

Volgens Forbes zijn er zo’n 3.400 miljardairs op de wereld; hun totale vermogen groeide vorig jaar van 16,1 biljoen naar 20,1 biljoen dollar. Ze doen wat ze willen. Ze kopen voetbalteams op, ze huren voor een huwelijk Venetië af, ze vliegen voor de fun met privéraketten de ruimte in.

Maar wanneer zie je nu een miljardair van wie je denkt: die heeft het naar zijn zin? Die de wereld ziet en alles dat hem is toegekomen, en denkt: nou, niet verkeerd?

Wanneer je een keer een miljardair in de krant leest, lijkt het eerder regel dan uitzondering dat hij (want het zijn vrijwel altijd mannen) als vanzelf een Oswald Spengleriaanse ondergang-van-het avondlandretoriek bezigt. Denk aan Peter Thiel, de Richelieu van Silicon Valley, die zonder blikken of blozen opschreef: ‘I no longer believe that freedom and democracy are compatible.’ Lees techmiljardair Marc Andreessen in The New York Times, die briest dat universiteiten van studenten ‘America-hating communists’ maken. Luister naar de All-In Podcast van PayPal-miljardair David Sacks, waarin hij journalisten, politici en bedrijven continu voor woke uitmaakt.

Quote van .
Elon Musk is de rijkste man ter wereld, maar niemand zal van hem denken: het is de gelukkigste man. De rancune spat van hem af

Lees, als je daar echt zin in hebt, Woke, Inc. van biotechmiljardair (en nu gouverneurskandidaat in Ohio) Vivek Ramaswamy, waarin hij bepleit dat de linkse elite vrijheid van meningsuiting wil afschaffen. Of lees de uitgelekte mails van de Duitse mediabaron Mathias Döpfner, waarin hij schrijft: ‘Ik ben helemaal voor klimaatverandering’, en zijn geopolitieke ideeën samenvat als: ‘Free west, fuck the intolerant Muslims and all the other riff-raff.’

Boos zijn ze, op de wereld die ze zelf lijken te besturen, boos op de elite waar ze zelf bovenuit stijgen, boos op diversiteit waarmee ze zelf niks te maken hebben, boos op de migratie die hen van goedkope arbeidskrachten voorziet, boos op burgers en journalisten die iets op de socials hebben gezegd maar die ze nooit van hun leven op straat zullen tegenkomen, omdat de straten waaraan ze wonen privéterrein zijn.

Miljardairs in de coulissen

Dat zijn dan nog de miljardairs die zich hardop uitspreken. Er zijn er meer die hun malcontent uiten via de portemonnee. Vrijwel overal in het Westen waar antidemocratische, poetinistische, xenofobe, rechts-populistische partijen opkomen, zie je miljardairs in de coulissen. Viktor Orbán werd mede mogelijk gemaakt door Lőrinc Mészáros, de rijkste Hongaar. Alternative für Deutschland ontving miljoenengiften van techondernemers en miljardairs als Winfried Stöcker en Henning Conle.

De Franse mediamiljardair Vincent Bolloré gebruikt zijn vermogen niet alleen om extreemrechtse politici als Marine Le Pen en Éric Zemmour groot te maken, maar ook om linkse media uit elkaar te trekken. Dit voorjaar kocht en ruïneerde hij het uitgeefhuis Grasset, een instituut van de Franse culturele elite, gewoon, omdat het kon.

Het succes van anti-Europa-, antimigratie-, antimensenrechten- en anti-lhbti-politicus Nigel Farage in het Verenigd Koninkrijk zou niet mogelijk zijn zonder de diepe zakken van miljardairs als Christopher Harborne, Lord Bamford en Nick Candy. Dit jaar verkocht vastgoedondernemer Candy zijn Londense huis nog voor 265 miljoen pond – een vastgoedrecord. Hij zou Edgcote kunnen kopen om er zijn pantoffels te bewaren.

Nederland zit (heel tragisch) minder ruim in zijn miljardairs, maar ook bij ons kun je Quote 500-figuren terugvinden in de donatiekassen van partijen als Forum voor Democratie.

En dan hebben we Elon Musk nog niet eens genoemd, miljardair sapiens, die Twitter heeft opgekocht en sindsdien kan er geen actrice van kleur voor een rol worden gecast zonder dat hij ervan uit zijn plaat gaat.

Hij is de rijkste man ter wereld, maar niemand zal van hem denken: het is de gelukkigste man. De rancune spat van hem af.

Wat is er mis?

The $100 Billion Club

Slag om de arm: miljardairs komen in alle soorten en maten en temperamenten. Steven Spielberg (6,2 miljard euro) lijkt een vriendelijke meneer die met autootjes en camera’s wil spelen, de hertog van Westminster (11,6 miljard) zit niet schuimbekkend op X en de weldoenersfamilie Van der Vorm (9,4 miljard) vult Rotterdam tot de nok met kunst.

Van de 3.400 miljardairs heeft ongeveer een derde zijn vermogen geërfd, maar wanneer je naar de twintig rijkste miljardairs kijkt – Forbes noemt ze The $100 Billion Club – zijn dat hoofdzakelijk heren die hun geld zelf hebben verworven, en dan hoofdzakelijk in Californië. Dit zijn de techbro’s uit de titel van het onlangs verschenen boek van George van Hal en Laurens Verhagen.

Ondertitel: Hoe de futuristische fantasieën van enkele miljardairs de wereld veranderen in een nachtmerrie.

Van Hal en Verhagen werken voor de Volkskrant, dus om ‘wij van WC-Eend’-eske praktijken te ontlopen zal ik hier niet schrijven dat De techbro’s een verbluffend erudiete inkijk biedt in de filosofen, scifi-schrijvers en internetgoeroes die het denken van de techmiljardairs voeden.

En dat denken, dat is een arctisch landschap van gevoel. Een heel enkele keer komt menselijk geluk voor in de beweegredenen van de techbro’s. Zo wordt het breed gedragen geloof in ‘accelerationisme’ verkocht met de redenering dat als we maar, met behulp van AI, de technologische vooruitgang voortstuwen, meer energie erdoorheen jagen, meer kapitaal en groei bewerkstelligen, iedereen rijk zal worden. Dat we dan de aarde opgebruiken en elders in het sterrenstelsel onderdak moeten zoeken, vinden de techbro’s geen probleem. De sterrenschepen bouwen zij, tenslotte.

Veel vaker lijken mensen in het denken van de techbro’s niet het doel, maar de hindernis. Dit is niet te missen in hun breedgedragen geloof in wat je de ‘Duistere Verlichting’ moet noemen: vrijheid, gelijkheid en broederschap helpen de wereld niet vooruit, mensen zijn niet gelijk, hiërarchie is noodzakelijk voor orde, mensen kunnen vrijheid helemaal niet aan.

De grote vijand noemen ze ‘De Kathedraal’, waarmee ze de ideologische structuur aanduiden die ze als ouderwets zien: ze bedoelen de universiteiten en de media die zich inzetten voor democratie, mensenrechten, vrede, vrijheid, milieu.

Daarmee moeten korte metten worden gemaakt. Duistere Verlichting-predikant Curtis Yarvin, een vriend van Peter Thiel en JD Vance, typeerde het grootste probleem van het Westen als onze ‘chronische koningsloosheid’. Liever ziet hij een ‘nationale CEO’ aan het roer, of ‘wat ze ook wel een dictator noemen’. Die kan zorgen dat techondernemers niet door wetten en regeltjes worden afgeremd.

Wat een terugkerend element is, zoals Van Hal en Verhagen het beschrijven, is hoe letterlijk de geest van de techbro’s lijkt te opereren. Ze lezen scifi-klassiekers van Isaac Asimov, Robert A. Heinlein en Arthur C. Clarke (nee, vrouwen lezen ze niet) over ‘singulariteiten, oprukkende AI en kosmische kolonisatie’, maar waar de auteurs deze verhalen als ironische, anti-imperiale waarschuwingen schreven, lijken de techbro’s elke ironie te missen en te denken: ik moet dit imperium leiden. Ze missen de clou.

Treffend voorbeeld is dat Peter Thiel zijn bedrijf Palantir noemde. Iedereen die The Lord of the Rings heeft gelezen weet dat de palantíri de ‘kijkstenen’ zijn waarmee vrijwel alleen de duistere krachten communiceren. Van Hal en Verhagen beschrijven hoezeer techbro’s narcistisch zijn gaan geloven in hun eigen exceptionalisme. Dus Thiel leest geen waarschuwing, hij leest het als uitdaging. Hij denkt: ik ben als unicum sterk genoeg om zo’n duistere kracht de baas te zijn.

Seksistisch, racistisch, ondemocratisch

De Franse politicoloog Arnaud Miranda schreef een boek specifiek over de Silicon Valley-aanhangers van de Duistere Verlichting, getiteld Dark Enlightenment – Hoe een nieuwe radicaal-rechtse ideologie de wereld verovert.

Miranda noteert dat in de los-vaste constellatie van ideeën die samen de Duistere Verlichting vormen, vijf terugkerende elementen waarneembaar zijn. De overtuiging dat er natuurlijke hiërarchieën bestaan (die sociaal, raciaal en biologisch zijn bepaald), een diep antropologisch pessimisme (het idee dat geweld een onuitroeibaar onderdeel is van het menselijk bestaan en de staat met harde hand orde moet houden), een afkeer van de democratie, het geloof in ‘het recht op exit’ (elke onderdaan moet ervoor kunnen kiezen zijn gemeenschap in te ruilen voor een andere) en optimisme ten aanzien van techniek, die ons naar een transhumanistische toekomst moet brengen.

Bron Olivier Heiligers

Kortom, je kunt het samenvatten als libertair, racistisch, seksistisch, ondemocratisch en vooral ontdaan van elke empathie. Curtis Yarvin meent dat als een staat is mislukt (bijvoorbeeld omdat een ander land is binnengevallen) je best de bevolking mag verplaatsen, zoals je bij een bedrijf de boel zou reorganiseren. Hij stelt voor van Gaza een onderneming te maken, waarbij elke Gazaan een aandeel krijgt. En dan moeten ze verder niet klagen.

Niet consequent

Maar we drijven af van het emotionele huishouden van de woedende miljardairs: de enragés in de penthouses, die met Château Lafite Rothschild de bittere smaak uit hun mond wegspoelen.

Want door zo in te zoomen op de denkwereld van de techbro’s, lijkt het alsof je het hebt over politieke overtuigingen. Maar het criterium van politieke principes is dat ze consistent zijn, anders zijn het geen principes. En dat zijn ze niet. Neem Musk als voorbeeld. Quinn Slobodian en Ben Tarnoff beschrijven dit goed in hun boek Muskisme – Een gids voor verbijsterden. Musk, zeggen ze, propageert libertairisme, ageert tegen elke staatsbemoeienis, noemt de staat ‘een grote, domme machine’, was het gezicht van Trumps regering om ambtenaren te schrappen.

Maar zijn rijkdom is niet mogelijk zonder de staat. Musks SpaceX groeide enorm door contracten met defensie tijdens de ‘war on terror’ van Bush, zoals het nu groeit door contracten met Nasa. Musks Tesla profiteerde enorm van de groene initiatieven van de regering-Obama en slurpte talloze staatssubsidies op. Zie ook: de AI-bubbel die onmogelijk is zonder staatsingrijpen.

Dit is een significant kenmerk van de malcontente miljardairs: ze bijten de hand die hen voedt. Waarom? Hoe kun je een liberale democratie afzweren, terwijl die je alles heeft gegeven wat een mens kan krijgen?

Groter lijken

Idee. Misschien kun je dat het beste uitleggen met een historische parallel. In 1929 publiceerde Virginia Woolf het essayboek A Room of One’s Own. Ze was door een universiteit gevraagd een lezing te geven over ‘vrouwen en fictie’, maar voor Woolf was dat geen letterkundig gespreksonderwerp, maar een sociologisch.

Want voor een vrouw is schrijven historisch gezien iets anders dan voor een man. Ze maakt het punt dat als Shakespeare een zus had die net zo geniaal was als hij, zij nooit de mogelijkheden zou hebben gehad om al die stukken te schrijven. Ze had als vrouw, juridisch en financieel, nooit de beweegruimte om zo vrij te kunnen denken en creëren.

Kortom, om echt literatuur te bedrijven heeft een vrouw geld nodig en een eigen kamer, waarvan de deur dicht kan.

Maar Woolf, in haar sardonische stijl, trekt het onderwerp breder. In 1928 was het vrouwenkiesrecht na een lang publiek debat gelijkgetrokken aan dat van mannen, en Woolf kijkt terug op de talloze gepubliceerde essays, opiniestukken en wetenschappelijke artikelen waarin tegen de politieke geschiktheid van vrouwen werd geageerd. Geschreven door mannen. En hoe volgepropt met ogenschijnlijke feiten en kalme argumentatie de stukken ook moesten lijken, wat Woolf als ondertoon waarnam was woede.

Quote van .
Mannen hebben het nodig dat vrouwen klein zijn, zegt Virginia Woolf, omdat ze dan zelf groter lijken

De man was boos dat de vrouw iets opeiste dat voorheen zijn prerogatief was. De man, schrijft Woolf, was de eigenaar van de krant en de hoofdredacteur en de adjunct-hoofdredacteur. Hij was de minister van Buitenlandse Zaken en de rechter. Hij was de cricketspeler; hij bezat racepaarden en jachten. Hij was de directeur van het bedrijf dat 200 procent uitbetaalt aan de aandeelhouder. Met de uitzondering van de mist, schrijft Woolf, leek hij alles te controleren.

‘Yet he was angry.’

Waar kwam die woede vandaan? Want het was niet zo dat, als vrouwen kiesrecht kregen, de man het zijne verloor. Maar, zegt Woolf, mannen hebben het nodig dat vrouwen klein zijn, omdat ze dan zelf groter lijken. Ze hebben die vergroting nodig om het zelfvertrouwen aan te ontlenen waarmee ze over de wereld oordelen. Wanneer ze te horen krijgen dat ze die vergroting niet aan zichzelf te danken hebben, dat die op niets anders dan toeval berust – het toeval van met een XY-chromosoom geboren te zijn – krimpt die vergroting weg. Die verdiensten die hij zichzelf toedichtte, vervallen. Het zelfvertrouwen stokt.

Niet meer cool

Projecteer dat op de miljardair die rond de millenniumwisseling groot werd. Dat was de tijd waarin CEO’s op de voorpagina van Time Magazine stonden, waarin grote multinationals als de brengers van vrede en welvaart werden gezien, waarin beurshandelaren iedereen rijk maakten, waarin het internet de wereld als nooit tevoren zou verbinden.

Van dat optimisme is weinig meer over. Zijn er echt nog mensen die Jeff Bezos zien en denken: wow, wat knap hoe je Amazon hebt opgebouwd? Misschien. Eerder denk je: kijk, dat is de dude die zijn personeel onder werktijd niet naar de wc laat gaan.

Nobelprijswinnend econoom Paul Krugman wijdde zijn Substack het afgelopen jaar meerdere keren aan het gebrek aan publieke waardering voor CEO’s: sinds de kredietcrisis van 2009 zit de waardering voor Wall Street in de min. Sinds covid in 2020 is het vertrouwen in socialemediabedrijven gekelderd.

Onder economen, of filosofen, is de denkrichting van het limitarisme steeds groter geworden: de overtuiging dat er een grens moet zijn aan hoeveel een mens zou mogen bezitten. Op internet werd de hashtag ‘abolish billionaires’ populair, zoals de term ‘de 1 procent’ vrijwel gelijk is gaan staan voor de verwende, wereldvreemde klasse. Klimaatwetenschappers prediken dat de economische groei niet houdbaar is, en niet wenselijk. Tv-serie na tv-serie verschijnt waarin het morele bankroet van de überrijken wordt verbeeld.

Vergelijk dat eens met anderhalf decennium terug. In de veelgeprezen film The Social Network, over de oprichting van Facebook, riep internetondernemer Sean Parker nog tegen een piepjonge Mark Zuckerberg: ‘A million dollars isn’t cool. You know what’s cool? A billion dollars.’

Quote van .
Het chagrijn van de miljardairs is een crisis in zelfvertrouwen. Geld is nu het enige dat ze nog hebben om hun ego overeind te houden

Toen was dat de stoere uitspraak van de film, die overal werd geciteerd. Wie vindt een miljard nu nog cool? Een miljard is eerder verdacht. Wie denkt nog dat je een miljard verdient met schone handen?

The Social Network kwam uit in 2010. Deze maand verscheen het vervolg, The Social Reckoning, en op basis van de titel weet je al hoe laat het is. Er moet worden afgerekend met Mark Zuckerberg en al het geld dat hij heeft verdiend met het rondpompen van complottheorieën, trolgedrag en misinformatie.

In zoiets als de meritocratie waarvan de miljardairs zich de winnaars wanen, wordt nog door een enkeling geloofd – en zeker niet op universiteiten. De maatschappij is geen gelijk speelveld, waar je wieg staat bepaalt een groot deel van je levensloop. Met de verstrengeling van politiek en miljardairs (Krugman: tussen 2010 en 2013 steeg het aantal Amerikaanse miljardairs met 85 procent; hun politieke donaties stegen met 1.700 procent) zijn alle politieke voordelen van hen onder een vergrootglas komen te liggen. De belastingontheffingen, de overheidscontracten. Een gevolg daarvan is dat er steeds minder vertrouwen is dat miljardairs hun rijkdom echt zelf hebben verdiend.

En zo, net als bij Woolfs boze heren, stokt hun zelfvertrouwen. En keldert hun humeur.

Een crisis in zelfvertrouwen

Zo bezien is het chagrijn van de miljardairs een crisis in zelfvertrouwen. Zonder die waardering is geld het enige dat de boze miljardairs nog hebben om hun ego overeind te houden – en dat ego blijkt dan ook nog eens papierdun te zijn.

Het was moeilijk niet tenminste een beetje te glimlachen terwijl je vorig jaar het interview met techmiljardair Marc Andreessen in The New York Times las.

Niemand heeft dit ooit opgeschreven, zei Andreessen, maar iedereen begreep hoe het werkte: ‘Je bent zoals ik, je bent een kapitalist, je begint een bedrijf, je verdient heel veel geld.’ En dan wordt dat bedrijf als goed gezien, want het verschaft nieuwe technologie die de wereld verbetert, en omdat je heel veel geld verdient, geef je dat geld weg. Daarmee koop je al je zonden af. En dan, in je necrologie, heeft iedereen het over wat een geweldige persoon je was, zowel in je zakenleven als in je filantropie.’

De Deal noemde Andreessen dit, met hoofdletter D.

Maar de Deal stond niet meer overeind, en dat was de schuld van kinderen. Hier begon Andreessen redelijk te briesen. Twintig jaar terug kwamen studenten van de universiteit, en vroegen dan: hoeveel ga ik verdienen, wanneer krijg ik promotie? Maar nu zijn alle universiteiten links-radicaal, zei Andreessen, en komen de laatste jaren mensen het bedrijf binnen die zeggen: ‘We’re burning the system down. Jullie zijn slecht. Witte mensen zijn slecht. Alle mannen zijn slecht. Kapitalisme is slecht. Tech is slecht.’

Inmiddels had Andreessen zijn steun aan de Democraten opgezegd en was adviseur van Trump geworden.

Arme miljardair. Woedend is hij, omdat de trainees hem niet cool vinden. Gekwetst, omdat de stagiairs niet net als hij willen worden.

Het stomme is: terwijl ik dit schrijf zie ik dat er een bod is gedaan op The Edgcote Estate. Wie wordt de nieuwe bewoner, een techbaron? Een oliemagnaat? Een Rus, een sjeik, een prins van Wall Street? En vooral: gaat hij er gelukkig zijn?