Drie designers over het lelijkste object in huis: ‘Nu ik erover nadenk, weet ik niet zeker of het wel een kamelenzadel is’
Joep van Lieshout is oprichter van Atelier Van Lieshout, dat beeldhouwwerken, installaties, gebouwen en meubels voortbrengt. Tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven (17-25 oktober 2026) zijn twee grote werken van Atelier Van Lieshout te zien over de toekomst van de gezondheidszorg.
‘Mijn ouders hebben in de jaren vijftig in Tunesië en Algerije gewoond, waar ze volgens mij dit kamelenzadelbankje vandaan hebben. Mijn vader was een doe-het-zelver. In de twee-onder-een-kapwoning waar ze in Nederland belandden, maakte hij een vierkante open haard, met een lange eikenhouten balk ervoor. Naast een vaas en wat beeldjes stond altijd dit kamelenzadelbankje. Verder hadden ze best een leuk interieur, niets om je voor te schamen. Veel goedkopere versies van duur Deens design en van die Heugaveld tapijttegels, geweven met stug geiten- en varkenshaar. Op zich heel mooi, maar niet fijn om als kind met blote knieën op te spelen. Eigenlijk heb ik alleen dit bankje en een fruitschaal meegenomen.
‘Ik doe er verder bijna niets mee. Het staat naast de bank. Heel soms, als ik mijn enkel verstuik, leg ik mijn voet erop. Het past ook niet echt bij mijn huis, want mijn meubels, het aanrecht, de stoelen, de lampen, eigenlijk bijna alles heb ik zelf gemaakt. Enige uitzondering zijn wat lampjes van Ikea en dit bankje. Nu ik erover nadenk, weet ik eigenlijk niet zeker of het wel een kamelenzadel is, misschien zei m’n moeder maar wat.
‘O, nu ik het google, zie ik er gewoon een op Etsy staan. Precies dezelfde. Echt pre-cíés dezelfde. AI zegt dat ze in de jaren zestig en zeventig heel populair waren in westerse interieurs. Nou, ik had wel gehoopt dat ze het op de souk in Algiers hadden gekocht, maar het lijkt erop dat het gewoon van de Action van die tijd komt.’
Kunstenaar Koen Taselaar maakt tekeningen, zeefdrukken, meubels, sculpturen en wandkleden. In Stedelijk Museum Schiedam is volgend voorjaar een grote tentoonstelling van zijn werk te zien.
‘Mijn vrouw en ik hebben drie kinderen, eentje van 4 jaar en een tweeling van vijf maanden, dus het aantal lelijke spullen hier is niet te tellen. We hebben bijvoorbeeld een soort Senseo waarmee je babyflesjes kunt klaarmaken. Ziet er niet uit, maar is wel handig. Ons huis bestaat verder deels uit een soort grote houten kast, en daarin staat een schilderijtje van Joris de drakendoder. Het is zo’n orthodox, nogal donker, religieus icoon, met van dat vervaagde bladgoud.
‘Het komt uit het huis van de grootvader van mijn vrouw. Haar opa was een flamboyante man. Hij was aannemer, dus het huis bestond naast de basis uit tien verschillende aanbouwen. Verder had-ie een maximalistische lifestyle. Hij had echt zo’n stampvol, katholiek huis, vol zware houten meubels met van die Perzische kleedjes erop. Na zijn overlijden liepen we door het huis om afscheid te nemen, en kozen we intuïtief om het paneeltje van Joris mee te nemen. Lelijk, maar op een goeie manier.
‘Het icoon contrasteert nogal met de rest van ons huis. Het is hier best wel strak, maar wel speels, met een hoop trappen. Een beetje een modernistisch Zweinstein. Ik zie Joris iedere dag wel, want hij staat bij de eettafel. Inmiddels is dat onbedoeld zijn vaste verblijfplek geworden. Misschien zijn we daardoor zo aan ’m gehecht. De babyflesjesmachine gaat op een gegeven moment gelukkig weg, maar Joris de drakendoder zie ik niet vertrekken.’
Echtgenoten Fien Muller en Hannes Van Severen vormen samen designduo Muller Van Severen. De Belgen ontwikkelen meubels en designvoorwerpen, zoals een keuken voor het Deense Reform, een bank voor KASSL Editions en lampen en stoelen voor Valerie Objects.
Van Severen: ‘Dit is een huis van 120 jaar oud, met hoge plafonds, houten vloeren, moulures en marmeren schouwen. We mixen dat met onze ontwerpen, wat dat betreft is het ook een soort testplaats.’
Muller: ‘Het staat redelijk vol bij ons. Prototypen van onze ontwerpen, kunstwerken van vrienden en familie, het is echt een verzameling van dingen, kunst, design, accessoires en boeken. Maar het is wel authentiek. We moesten dus even nadenken over wat nou echt detoneerde in dit huis, maar wat we eigenlijk altijd hebben, zijn goed gevulde vazen vol bloemen. Soms vers, maar vaak ook met bloemen die allang weggesmeten hadden moeten worden. Op dit moment hebben we een paar zonnebloemen die op het randje van lelijk zijn. Waar andere mensen ze zouden wegdoen, laat ik ze graag nog even staan. Hangende bloemkoppen, vallende blaadjes, bruin, in redelijke staat van rotten: ik vind het iets triests maar poëtisch hebben, en dus alsnog mooi. Onze kuisvrouw wil ze altijd in de prullenbak doen, maar pas als de tristesse alleen nog maar triest is, mogen ze weg.’
Van Severen: ‘De bloemen staan in vazen die we ook ontworpen hebben. Wat dat betreft past het wel weer. Zo mooi vind ik het namelijk ook niet, dat rottingsproces. Ik heb het gevoel dat we het vaak gewoon vergeten: dan ontdek ik ineens een bos in huis die allang verrot is. Geef mij maar liever verse bloemen.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- essay
We moeten langzamer leven, zeg ik plechtig na mijn vakantie. Maar ja, hoe doe je dat?
- v-plusonze gids dit weekeinde
Stijl is voor de onzekeren, aldus weekendgids ontwerper Marcel Wanders, die zichzelf stijlloos vindt
- v-plusHet betere spul
Ledlicht door een oude golfplaat laten schijnen, hoe kom je erop? Maar mooi dat het is!
- v-plusonze gids dit weekeinde
Mieke Gerritzen, een grafisch ontwerper met een missie: minder piekeren, meer provoceren