Home   2026-10-22 19:56:51

←

‘Thuis staan nog 2.500 paar Nike-schoenen’: een kijkje in opslagboxen vol welvaartsproblemen

Original article

Het zou overal kunnen zijn, maar het is de rand van Weesp. Naast de afrit, vlak bij een industrieterrein. De blauw-gele kolos van Allsafe Mini Opslag is het soort gebouw waaraan je van de buitenkant niet kunt aflezen wat er binnen gebeurt. Klanten komen aanrijden, swipen hun pasje langs een paal en verdwijnen achter het volautomatische rolluik. Binnen in de garage staan trekkarren. Een lift voert naar de hagelwitte en helverlichte gangen met opslagboxen in diverse maten. Wie klaar is, rijdt aan de andere kant weer naar buiten.

Op zaterdagochtend klinkt daar de vrolijke stem van Willemijn (32), werkzaam in de reclame, die met vier vrienden haar hele inboedel komt ophalen. De verbouwing van haar huis is klaar, de spullen die ze in haar box had opgeslagen kunnen terug. Een ‘bliksemactie’ moet het worden. ‘We willen vanavond nog naar Ajax.’ Achter hun huurbus parkeert Suhailla (26), die met haar moeder Suzan een paar kleurige, fraai versierde jurken komt brengen. Zij runt vanuit haar ouderlijk huis een online modewinkel voor ‘meiden met een hoofddoek’. Ze ontwerpt zelf en laat de kleding in Marokko maken. De opslagbox fungeert als magazijn, want thuis is er geen plaats, zeker niet nu de wintercollectie eraan komt. ‘Een uitkomst’, zegt haar trotse moeder.

Bron Eelco Wortman

En daar is Cheriva (27), artdirector voor films en tv-series, die met haar vriend haar ‘prulletjes’ komt droppen voordat ze doorrijden naar een wellnessspa om haar verjaardag te vieren. In hoog tempo laden ze een kar vol rollen stof, kleine meubeltjes, een vloerkleedje en de ‘emergency toolkit’ met onmisbare spullen: spanbanden, klemmen en dubbelzijdig tape. ‘Want zonder dat wordt het niks.’ Momenteel werkt Cheriva aan een nieuwe Videoland-serie die ‘een soort Nederlandse Sex and the City’ moet worden. ‘Ik mag er niets over zeggen, maar laten we het erop houden dat ik voor deze productie veel dildo’s nodig heb.’

Dat maakt nieuwsgierig, maar we mogen haar box niet zien, laat staan fotograferen. ‘Mijn moeder zou een hartaanval krijgen’, zegt ze schaterend terwijl de liftdeuren zich sluiten. ‘Mijn box is echt intens. Ik schaam me ervoor. Maar ik zou niet zonder kunnen.’

CherivaBron Eelco Wortman

1,2 miljoen vierkante meter

Wat gebeurt er achter al die rolluiken? Welke verhalen gaan er schuil achter alle spullen die worden opgeslagen? De meeste boxbezitters willen er tijdens het slepen en sjouwen best over vertellen, al zijn ze vaak gehaast. Bezoekjes aan de Allsafe worden doorgaans strak gepland. Veel van hen hoeven niet zo nodig met hun achternaam in de krant.

‘Selfstorage’ is een snelgroeiend fenomeen dat eind vorige eeuw kwam overwaaien uit de Verenigde Staten, met de komst van het Amerikaanse bedrijf Shurgard. Al snel kwamen er andere spelers op de markt. Allsafe was de eerste, daarna volgden onder meer 1Box en Eurobox. Inmiddels zijn er in Nederland enkele honderden van zulke opslaglocaties, vrijwel altijd aan de rand van stedelijke gebieden. Volgens de laatste cijfers komt dat neer op 1,2 miljoen vierkante meter opslag, garageboxen niet meegeteld. Alleen Allsafe heeft al 53 vestigingen, en nog 31 ‘in ontwikkeling’.

Bron Eelco Wortman

Daarmee is Nederland koploper in Europa. Volgens Yannick van der Weerden van vastgoedorganisatie CBRE is dat logisch te verklaren. ‘We zijn het dichtstbevolkte land van Europa, in steden zijn vierkante meters peperduur. Dus zoeken mensen naar alternatieve manieren om hun spullen op te slaan.’ In oudere huizen zijn rommelzolders of kelders meestal al omgebouwd tot werkplek of woonruimte, nieuwe huizen worden steeds kleiner en hebben vaak geen berging meer. Je ziet dat projectontwikkelaars er bij de bouw al rekening mee houden dat de toekomstige bewoners met selfstorage een alternatief hebben voor het opslaan van spullen.

Wat ook meespeelt bij de groei van de opslagbox, zegt Van der Weerden, is dat Nederlanders van nature ‘bewaarders’ zijn. ‘Wij kopen nogal graag spullen en vinden het moeilijk om iets weg te gooien.’

Bij Allsafe kun je zeven dagen per week terecht tussen 6 uur ’s ochtends en 11 uur ’s avonds. Zo’n 20 procent van de klanten huurt de box om zakelijke redenen, de rest gebruikt hem als een schuurtje op afstand. Opvallend veel mensen komen er voor kleine transacties. Zoals Marte, werkzaam in de jeugdbescherming, die met haar 2-jarige dochter Lotte een kinderbed komt halen. ‘We zitten middenin een verhuizing, maar haar kamer is al klaar.’

De opslag van Allsafe.Bron Eelco Wortman

Vergeten

Terwijl Lotte zich in de gang op een langvergeten stuk speelgoed stort, gaat Marte doelgericht door dozen met kinderkleding. ‘Het is het eind van de zomer, de kinderen in onze familie zijn allemaal weer gegroeid, dus ik kijk wat ik kan doorgeven of opnieuw kan gebruiken voor mijn eigen kinderen, voordat ik weer naar de Hema ga om nieuwe broeken te kopen.’ Ze heeft foto’s gemaakt van de inhoud van elke doos, dus weet ze precies waar ze moet zijn. ‘Het kwam weleens voor dat ik iets bewaarde, maar vergat dat ik het had. Daar kan ik héél slecht tegen.’

Hoewel ze groter gaat wonen, wil ze de box voorlopig niet kwijt. ‘Ik vind het heel handig. Het is voor ons een ritje van tien minuten, dus ik kan hier regelmatig heen. Het is schoon en veilig, al kom ik hier liever niet ’s avonds. Zo blijft het thuis overzichtelijk.’ Met een blik op haar dochter, die opgaat in haar spel: ‘En je ziet: ook voor mijn kinderen is het een prima uitje voor de zaterdagmiddag.’

Lang niet iedereen heeft zo’n onbezorgde relatie met de opslagbox. De goedlachse Sidonie (54) huurde er een paar jaar geleden eentje om de inboedel van haar ouders te stallen. Tijdelijk, was het idee. ‘Mijn moeder overleed en het huis moest snel leeg. Ineens zat ik met allemaal spullen waaraan mijn ouders altijd gehecht waren geweest en waarvan mij altijd was verteld dat ze bijzonder waren. Designmeubels, schilderijen... Ik kon daar niet meteen afstand van doen.’

Misschien, mijmert ze, had ze het nodig om keer op keer naar dezelfde kasten en stoelen te moeten kijken voordat ze wist: ik wil niet in een kopie van het huis van mijn ouders wonen. ‘Hun smaak is uiteindelijk de mijne niet. Maar ja: weggooien is ook weer zo wat.’

Bron Eelco Wortman

Nachtmerrie

Het ‘gefaseerd’ verkopen van de inboedel was ‘een nachtmerrie’, zegt ze. ‘Ik heb alle krochten van Marktplaats en Catawiki gezien. Het Deens design komt me inmiddels mijn neus uit. Ondertussen vond ik het best een prijzige aangelegenheid om die box te huren, ik betaal iets van 220 euro per maand. Dus uiteindelijk heb ik wel wat verkocht, maar ook veel naar de kringloop gebracht.’ Lachend: ‘En net toen de box een beetje leeg begon te raken, besloot ik zelf te gaan verbouwen. Dus nu moet al mijn eigen shit er weer in.’

Vandaar dat ze vandaag met frisse tegenzin dozen met zomerkleren en dekbedden komt brengen. ‘Door deze exercitie heb ik een hele andere kijk gekregen op al dat verzamelgedoe. Ik heb echt een trauma met spullen opgelopen. Ik hoop dat ik mijn eigen kinderen er later niet mee ga opzadelen. Maar goed, ik heb inmiddels wél een plan.’

Februari volgend jaar, dan moet haar box leeg genoeg zijn om te kunnen ‘downsizen’ naar een kleinere. ‘We zullen pijnlijke keuzes moeten maken. Maar ik kan er niet helemaal vanaf. Het gemak ervan is toch te verslavend.’ Met een ironisch lachje wijst ze op de sup, de dakdragers, de koffers, de ski’s. ‘En al het oude speelgoed van de kinderen natuurlijk. Die inmiddels 18 en 22 zijn.’

Bron Eelco Wortman

2.500 paar Nikes

Robert (43), een viking-achtige verschijning met woest rood haar en dito baard, kiest voor stoïcijnse acceptatie van de box: in theorie kan hij hem wegdoen, maar dat gaat niet gebeuren, dus is-ie er. ‘Ik woon helemaal niet klein’, zegt hij hoofdschuddend als hij zijn rolluik omhoog trekt. ‘En ik heb ook nog een garage.’ We zien een bonte verzameling gereedschap, kinderspullen, dozen en kratten met vele pakken luiers. ‘In een maat die we allang niet meer nodig hebben, maar mijn vrouw zegt: je weet nooit.’ Ook opvallend: twaalf dozen met splinternieuwe Nikes. Maar daar haalt hij zijn schouders over op. ‘Ik ben een verzamelaar, heb thuis nog 2.500 paar staan. Allemaal bijzonder, sommige heel kostbaar. Ik heb er speciale kasten voor gebouwd. Waarom deze nu hier staan weet ik eigenlijk niet.’

Hij grinnikt er maar om. ‘Als je sec kijkt naar de waarde van wat hier staat en wat je elke maand voor de ruimte betaalt, dan is het eigenlijk zonde van het geld. Want het is allemaal troep, die eigenlijk een keer goed moet worden uitgezocht. De helft kan in de vuilnisbak, de rest past makkelijk op zolder. Maar je hebt nooit tijd om het te doen. Dus stamp je elke keer die ruimte voller en voller. Zo groeit het probleem en daarom stel je het nog langer uit.’

Vandaag komt Robert alleen even een koffertje met gereedschap stallen. ‘En ik wilde een fles Aperol Spritz halen. Daar heb ik er ook nog tien van staan – lang verhaal. Mijn vrouw en ik drinken niet, maar vanavond komt er een vriend eten die nogal into Italië is.’ Hij gaat op zijn tenen staan en kijkt rond. ‘Maar ik zie het al, die krat staat helemaal achterin. Dat wordt klimmen of met dozen slepen. Heb ik geen zin in, ik haal wel een nieuwe bij de Gall & Gall.’

GregorBron Eelco Wortman

Vrij gevoel

Beneden in de garage staat de timmerman Gregor (60) intussen een lading hout en gereedschap van een kar in zijn busje te proppen. Een opvallende verschijning: afgetraind, bedekt met tatoeages, een baard die met een rood kraaltje bijeen wordt gehouden. Hij heeft elders goedkopere opslagruimte gevonden, de boel moet leeg.

Het is allemaal onderdeel van zijn streven om zich los te koppelen van het systeem, zegt hij. ‘Ik vind de maatschappij niet meer zo leuk. Wil er eigenlijk niet aan meedoen, maar dat is nog niet zo makkelijk. Het eerste wat ik heb gedaan, is mijn huis verkopen en heel veel zooi weggooien, maar dat kleine beetje heb ik toch nodig. Dus dat verhuis ik nu van box naar box.’

Hij is van plan een zeiljacht te kopen. ‘Om op te gaan wonen en een beetje mee te charteren. Misschien geeft dat me een vrijer gevoel, misschien zal blijken dat het een illusie is. Maar het is iets waar ik al mijn hele leven naar streef.’ In de tussentijd slaapt hij ‘overal en nergens’. ‘Maar ik ben niet dakloos of zo en ik heb genoeg geld. Er is niets aan de hand, het is gewoon wat ik wil – zorgen dat ik met helemaal niemand meer wat te maken heb.’

Gregor verwacht dat velen binnenkort zijn voorbeeld zullen volgen. ‘Als je kijkt naar wat eraan komt, met AI bijvoorbeeld, denk ik dat onze problemen over een jaar of twee niet meer te overzien zijn. Ik ben me daarop aan het voorbereiden.’ Zolang hij met zijn spullen aan het slepen is, lukt het nog niet echt om te genieten van de nieuw verworven vrijheid. ‘Ik heb hier zo’n bloedhekel aan’, zegt hij. ‘Soms denk ik: het was beter geweest als het allemaal in de fik was gevlogen. Maar ja...’

KeesBron Eelco Wortman

Terwijl Gregor wegstuift in zijn bus, wandelt Kees Hogenbirk (65) opgeruimd de lift uit met één ordner onder zijn arm. Daarin zitten documenten van zijn dochter, die als modeontwerper veel in het buitenland vertoeft. Een tijdlang huurden ze de box samen. ‘Ik ben onlangs kleiner gaan wonen. Mijn kinderen zijn het huis uit, en ik had al die ruimte niet nodig. Dus had ik tijdelijk zo’n box nodig om mijn spullen op te slaan. Die zijn inmiddels allemaal weg. Nu huur ik hem alleen voor haar.’

Zelf is Hogenbirk ‘heel bewust’ bezig met ontspullen, zegt hij. ‘Ook beroepsmatig. Ik heb een stichting die zich bezighoudt met het bevorderen van de circulaire economie.’ En ja, eigenlijk druist dat in tegen het opslagfenomeen. ‘Je ziet overal dit soort lelijke gebouwen verrijzen. Bij ons in Bussum staat er nu eentje in hartje centrum. Voor mij staat dat symbool voor onze obesitas aan spullen. Dat vind ik een beetje triest.’

In zijn filosofie zijn spullen niets anders dan ‘fysieke ballast’. ‘En dat heeft ook gevolgen voor het mentale welzijn. Ik ga daar vrij ver in, zelfs mijn fotoboeken heb ik weggedaan. Mijn dochter zou me vermoorden als ik dat met de hare zou doen. Maar ik geloof: hoe meer je in de opslag hebt staan, hoe meer er in je hoofd blijft zitten. Het belemmert je om in het nu te leven. Om te kunnen groeien, moet je er eigenlijk vanaf. Het is als met het afval van je tuin; maak er compost van!’

Maar vertel dat maar eens aan Monica Post en Niek de Feijter, die aan het eind van de middag een fikse lading verfspullen komen afleveren. Hun stampvolle box is een zegen voor hun relatie. ‘Mijn man houdt namelijk nogal van spullen’, zegt Monica droog. ‘Véél meer dan ik. Het liefst zou hij alles thuis bewaren. Dus dit is het compromis. Om niet overwoekerd te raken.’

NiekBron Eelco Wortman

Niek kijkt schuldbewust. Aanvankelijk was de box bedoeld voor de opslag van háár archief, ze is marktonderzoeker. ‘Maar dat zijn maar twee doosjes,’ zegt ze. ‘Toen kwam er een kind, en daarna nog een. Hadden we tijdens corona een thuiskantoor nodig.’

Niek: ‘Moest de zolder leeg.’

Monica: ‘Daar stond zijn oude treintje nog, en zijn kinderboeken.’

Niek: ‘Toen ging mijn vader dood. Moest ik halsoverkop zijn woning leegtrekken. Een enorme verhuiswagen vol, dat heb ik allemaal hierin gedrukt. Maar die spullen hebben we inmiddels gelukkig weggewerkt.’

Monica: ‘Nu komen we bij de kern van de zaak. Zijn ouders waren allebei enorme verzamelaars. Om niet te zeggen: hoarders. Dat heeft hij geërfd. Niets mag weg van hem. Oude overhemden, doosjes waar nog drie schroefjes in zitten.’

Niek: ‘Kan je altijd weer nodig hebben.’

Wat niet hielp, was dat Niek in de coronatijd stopte met zijn bedrijf in blockchaintechnologie, waarna hij allerlei nieuwe ambachten omarmde. Gevolg: nóg meer spullen in de box, vooral gereedschap. En dat terwijl ze thuis een schuurtje hebben. ‘Maar daar staan de fietsen.’

Als Monica het rolluik omhoogtrekt, is haar eerste gedachte: mijn god, hier moeten we ooit doorheen. Voor Niek is daar geen haast bij. ‘Ik zie die box gewoon als een soort extra kamer in ons huis, alleen dan twee keer zo duur. Volgens mij zitten we eraan vast, for life.’

Het is maar goed dat ze samen zijn, concludeert hij met een brede glimlach. ‘Als ik alleen leefde, zou mijn verzameldrift nog veel meer uit de hand lopen.’

Monica: ‘Ach, ik accepteer het hoor, na dertig jaar samen. Uiteindelijk zijn het gewoon welvaartsproblemen.’