Home   2026-10-22 19:56:51

←

Het toezicht op chemicaliën schiet tekort, vindt de chemicus. ‘Als je de effecten van al die stoffen bij elkaar optelt, schrik je’

Original article

Terug naar de krant

Jacob de Boer bestelt zeebaars, voor de verandering. De chemicus, in de media veelal aangezien voor toxicoloog omdat hij kritisch is over giftige stoffen in het milieu, eet vaak tong in het visrestaurant Kop van de Haven – met uitzicht op Tata Steel. Hij maakt zich geen zorgen meer over giftige stoffen in het eten op zijn bord. Ooit zaten vissen er vol mee, tegenwoordig is de meeste vis redelijk veilig. „Dan heb ik het niet over wat hier in de haven zwemt, bij de fabriek. Maar veel van wat op de markt wordt aangeboden, is tegenwoordig kweekvis.”

Vroeger aten mensen nog vis vol pcb’s, een schadelijke groep stoffen, weet De Boer, zelf uit een vissersfamilie. Hij vond ook een te hoge dosis ervan in zijn eigen bloed. Er zat ook lood in zijn bloed, vermoedelijk doordat hij opgroeide in IJmuiden, vlak bij de Koninklijke Hoogovens – nu Tata Steel – die door de jaren heen honderdduizenden kilo’s lood hebben uitgestoten.

Nu is de fabriek schoner en verbetert er meer rond chemische stoffen in het milieu – maar de verspreiding ervan gaat harder dan ooit. Elke twee seconden wordt een nieuwe stof ontwikkeld. Het testen schiet tekort, ziet De Boer.

„Wij worden als consument in feite een soort proefdier”, schrijft de emeritus hoogleraar in zijn nieuwe boek Gif, over toxische stoffen in ons dagelijks leven. Daarin vergelijken hij en co-auteur Rolf Heynen het toezicht op de chemische industrie met dat op farmaceuten: na tal van dodelijke schandalen moeten die inmiddels uitgebreid bewijzen dat hun product veilig is voor het op de markt komt. Voor de chemische industrie is dat veel minder goed geregeld.  

Het is zijn eerste boek, en het verschijnt vier jaar nadat hij met pensioen is gegaan. Dat pensioen is vooral een papieren werkelijkheid: een dag na zijn „hartstikke leuke afscheid” startte hij zijn computer weer op en was er „eigenlijk niet zoveel veranderd”. De Boer heeft nog genoeg te doen. Bovendien kan er geen milieurel plaatsvinden of er hangt een journalist aan de telefoon. Op zijn 71ste verjaardag, vorige week, zat hij ’s avonds in Hilversum om op tv en de radio te praten over de hoge PFAS-waarden in drinkwater.

In Gif behandelt De Boer een aantal chemische schandalen. Sommige uit een ver verleden, waarin lood en asbest centraal staan. Hij vertelt over een zaalvoetbalteam van Tata Steel, waarvan vier van de zeven spelers aan dezelfde zeldzame longvlieskanker overleden – vermoedelijk door een asbestproduct van Tata. Andere verhalen zijn actueler, zoals die over pcb’s, PFAS en brandvertragers. 

Hoe ernstig moeten we ons zorgen maken over chemische stoffen, bijvoorbeeld PFAS?

„Aan PFAS ga je niet dood. Soms lees ik in de krant over ‘het kankerverwekkende PFAS’ en dan erger ik me. De hoeveelheden die in voedsel en drinkwater zitten, komen niet in de buurt van de hoeveelheid PFAS die kanker kan veroorzaken.

„Met de huidige blootstelling is niet uitgesloten dat PFAS ons immuunsysteem verzwakt, maar de kans blijft klein. Niettemin: ook als de gezondheidseffecten met deze doses relatief klein zijn, vind ik het niet oké dat er geen baby meer geboren wordt zonder PFAS in het lijf.

„Ik zie ook dat pcb’s en de eveneens schadelijke DDT’s al veertig jaar verboden zijn, maar alle moeders hebben ze nog steeds in hun moedermelk. Die groepen stoffen stapelen geruisloos op in vetweefsel en worden door moeders aan baby’s doorgegeven. Uiteindelijk duurt het honderd jaar voordat je de stoffen uit moedermelk ziet verdwijnen. Ook brandvertragende stoffen, ze zitten er allemaal in. Als je de effecten van al die stoffen bij elkaar optelt, schrik je.”

U speelde dit jaar een rol in een spraakmakende PFAS-rechtszaak tegen de overheid, zit in de expertgroep die bezig is met de gezondheid van omwonenden van Tata Steel, en publiceert nu een boek over gif in de leefomgeving. Voor de buitenstaander lijkt het alsof u op een kruistocht bent.

„Toch uit ik me wel gebalanceerd. Laatst werd ik gebeld door een journalist vanwege nieuws over het aantreffen van PFAS in moedermelk – wat wij trouwens vier jaar geleden al aantoonden in onderzoek in Dordrecht. Zeker bij zo’n gevoelig onderwerp zeg ik: ja, er zit PFAS in, en dat is niet oké, maar dat betekent niet dat vrouwen met borstvoeding moeten stoppen.

„Maar tegen sommige dingen ben ik misschien wel op kruistocht, ja. Vooral dat het zo treurig is dat overheden, ook de Europese Unie, chemische stoffen niet eerst testen voordat ze op de markt komen. In die zin ben ik wat meer activistisch.”

De Boer met Tata Steel op de achtergrond. Hij is geboren en opgegroeid in IJmuiden, zijn vader en broer werkten in de staalfabriek.

Foto Merlijn Doomernik

De bediening brengt borden met vis. Terwijl we de eerste happen nemen, bestuderen we het uitzicht achter het raam, de kooks- en gasfabriek nummer twee en daarachter de hoogovens. De Boer kan elke installatie van Tata Steel bij naam noemen. Als kind zat hij uren op de kade tegenover de fabriek met zijn vader te vissen. Dat vond hij eigenlijk maar saai. „Ik keek dan maar naar de overkant en ging de kleuren opnoemen die uit de pijpen kwamen. Van wit tot geel, naar donkergeel, bruin, rood, zwart, grijs.”

Heeft de staalfabriek uw loopbaankeuze bepaald?

„Mijn vader en broer werkten daar, bij de hoogovens. Ik kom uit een gezin waarvan bijna niemand een opleiding na de lagere school heeft gevolgd. Ik was de eerste die de kans kreeg te gaan studeren en begon met een chemisch-analistenopleiding bij de Hoogovensschool; zij hadden laboratoria. Jongens en meiden werden opgeleid om later bij de Hoogovens te gaan werken. Maar ik dacht: hier ga ik nóóít werken.”

Waarom niet?

„Als je nu kijkt, zie je blauwe lucht, wat witte of grijze wolken uit de schoorstenen. Als je kijkt naar foto’s uit de jaren zestig – je wil niet weten hoe smerig het allemaal was. Ik voelde aan: daar ga ik mijn leven niet aan geven.

„Het woord en het idee van ‘milieuvervuiling’ bestond nog niet – dat kwam pas begin jaren zeventig op. Rond die tijd ontstond wel net de [milieustichting] Club van Rome, waar ik door werd gegrepen. Ik kreeg een baan bij het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek, dat later onder de Wageningen Universiteit kwam. Mijn opa was visser en vond het niks dat ik ging doorleren. Dat ik uiteindelijk chemische analyse ging doen bij het visserij-instituut, had hij toch wel kunnen waarderen denk ik. Maar hij was al overleden.”

Zijn uw ouders gezond oud geworden?

„Nee. Mijn vader heeft leukemie gehad, op zijn 68ste overleden. Mijn moeder nog eerder. Parkinson, het is niet uitgesloten dat het ook te maken had met naast die fabriek wonen.

„Ik word vaak benaderd door mensen die ziek zijn geworden, en die willen weten of dat komt door een chemische stof. Vaak hebben zij een geloofwaardig verhaal, maar het is eigenlijk alleen bij asbest heel makkelijk aan te tonen, omdat dat een specifiek soort kanker veroorzaakt.”

Met zijn boek hoopt De Boer aan te zetten tot een verbeterd toelatingssysteem van chemische stoffen. Dat kan simpeler en effectiever, denkt hij. In de Europese Unie is daar vanaf 2020 ook jarenlang aan gewerkt, maar de plannen werden steeds uitgesteld. Afgelopen april zette Eurocommissaris voor Milieu Jessika Roswall er formeel een streep door.

Hoe komt het dat dit stelsel ondermaats is, in uw ogen? Europa kent het strengste toelatingssysteem voor chemische stoffen ter wereld.

„Na vele schandalen hebben we in Europa vanaf 2007 het huidige toelatingssysteem opgetuigd, REACH. Elke letter in die afkorting vertelt wat dat toelatingssysteem zou moeten doen. Maar in praktijk stopt het meestal na de ‘R’: registreren.”

In het REACH-systeem moeten bedrijven die minstens een ton per jaar van een stof willen produceren, die eerst registreren (R) en daarbij veiligheidsinformatie aanleveren, zoals het resultaat van dierproeven. De toezichthouder evalueert (E) vervolgens die dossiers op volledigheid en veiligheid. Blijkt een stof onveilig, dan kan die verboden worden, tenzij een bedrijf autorisatie (A) vraagt om die chemicaliën (CH) alsnog te produceren voor essentiële toepassingen.

De praktijk is weerbarstiger. Toezichthouder ECHA is te druk om alle dossiers te evalueren, en wanneer dat wel lukt, blijken aangeleverde dossiers vaak onvolledig. Zo heeft niemand echt goed zicht op de veiligheid van chemische stoffen: er zijn te veel oude dossiers, en de toevloed aan nieuwe stoffen is te groot.

De Boer: „Voor een aantal stoffen doet de toezichthouder een evaluatie, maar dan moet er eigenlijk al wat ernstigs aan de hand zijn – en ben je dus erg laat. Van autorisatie, al dan niet verbieden van stoffen, komt het bijna helemaal niet. Na een lobby vanuit de industrie is REACH al erg uitgekleed, en de toezichthouder heeft maar weinig capaciteit. Daardoor gebeurt er pas wat als wetenschappers erachter komen dat iets schadelijk is. Dan zijn er vaak al honderdduizenden tonnen van een bepaalde stof gemaakt. En als het dan na jaren lukt iets van de markt te halen, begint het verhaal opnieuw als er snel een chemisch vergelijkbare stof op de markt wordt gebracht.”

Hoe ziet een goed toelatingssysteem voor chemische stoffen eruit?

„Een enorme nadruk moet liggen op testen. Daarmee bedoel ik niet eens dierproeven: een goede toxicoloog kijkt naar de molecuulstructuur en weet al voor 95 procent wat het is. Zitten er veel halogenen in een stof – met name de atomen fluor, chloor en broom – dan weet je dat het molecuul slecht afbreekt: halogenen binden heel sterk aan koolstof. Als je weet dat een stof gaat opstapelen in het milieu, moet je die bij voorbaat niet toelaten. Dan ben je van een hoop gezeur achteraf af. Verder kan je goed onderzoek doen met cellen, waarvoor geen dieren onnodig lijden. Het is logisch als wat, zou ik zeggen.”

In de geneesmiddelenindustrie is dat proces beter geregeld, schrijven De Boer en Heynen: die moet aan strenge toelatingseisen voldoen. Ooit was de farmaceutische sector nog het „wilde westen”. Baby’s kregen opium toegediend om rustig te worden, er zat cocaïne in hoestsiroop en syfilispatiënten namen het giftige kwik als medicijn. Pas in de loop van de twintigste eeuw, in reactie op dodelijke schandalen, werd het Europees Geneesmiddelenbureau opgericht. Vergelijkbare strenge eisen zouden er voor de chemische industrie moeten gelden, vindt De Boer.

U vergelijkt de begintijd van de geneesmiddelenindustrie met de chemische industrie van nu. U schrijft ook dat de impact van de chemische industrie eigenlijk groter is.

„Het gaat om totaal andere hoeveelheden die de twee industrieën produceren. Van medicijnen heeft een patiënt toch altijd betrekkelijk weinig nodig. Maar ja – die bulkchemicaliën. Van PFAS is er 87 miljoen ton op de markt gebracht. Dat is gigantisch.”

In jullie boek staat dat economische belangen steeds voorrang krijgen boven veiligheid. Waaruit blijkt dat?

„Ik praat dan uit ervaring. Uiteindelijk komt het altijd op geld neer – winst, banen, belastinginkomsten. In de jaren zeventig kwam ik als stagiair bij het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek te werken. DDT in vis meten was een van mijn eerste taken. Mensen aten toen nog blikjes schelvis- of kabeljauwlever, op brood, met een beetje zout en azijn – terwijl dat een soort chemisch afval was door de extreem hoge DDT-waarden. DDT is hormoonverstorend en kan in hoge doseringen onder meer leiden tot leverkanker. Er moesten normen komen, maar die voor schelvislever waren vervolgens sky high – waardoor die blikjes eronder bleven en de conservenindustrie hier werd beschermd. Het argument was: ja, dat wordt zó weinig gegeten, het is een liefhebbersconsumptie. Die liefhebbers waren dus de klos.

„En ik zie nog steeds economische belangen prevaleren, nu met Tata Steel. Ik zit in de expertgroep die advies geeft over de fabriek. Bevelen wij bijvoorbeeld acht punten aan, dan worden er maar twee overgenomen. En dan zegt het kabinet: wij doen dit op basis van advies van de expertgroep. De politiek wil gewoon graag dat Tata blijft. Dat willen wij ook, maar dan moet de fabriek echt schoner.”

Waar schiet de angst voor chemische stoffen door? Toxicoloog Martin van den Berg waarschuwt regelmatig voor giftige stoffen, maar ook voor ’toxifobie’, onder meer in een opiniestuk in NRC.

„Dat klopt. We zien vaak berichten dat er weer ergens iets schadelijks in blijkt te zitten, maar alles gaat om de dosis. Hoeveel krijg je in totaal binnen? Over sommige dingen hebben we het te weinig: zoals weekmakers en brandvertragers die in plastic speelgoed zijn aangetroffen, waar baby’s op sabbelen. Of de hoge hoeveelheden lood in de bodem in Amsterdam, waardoor bijvoorbeeld het Flevopark en Oosterpark vervuild zijn.

„Soms schiet de angst door, dat zie ik bijvoorbeeld bij pesticiden. Dan heb ik het niet over mensen die naast een lelieveld wonen, maar berichten over pesticiden die zijn gevonden op kersen, of aardbeien. In de praktijk wordt de aanvaardbare dagelijkse dosis voor pesticiden op fruit uit de supermarkt vrijwel nooit overschreden. Dan denk ik: weet je wel wat een nanogram is? Dat is een korreltje suiker in een miljoen stukjes verdelen, het is níks. Dan hoop ik dat mensen niet stoppen met fruit eten, want dat is het ergste wat je kan doen voor je gezondheid.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.