Home   2026-10-22 19:56:51

←

Mario Vargas Llosa weigerde consequent om aan oprecht zelfonderzoek te doen

Original article

Terug naar de krant

Nee, dit is geen romanfiguur. De eerste negen jaar van zijn leven kuste Mario Vargas Llosa (1936-2025) elke avond het portret van zijn overleden vader, waarna hij in het bed van zijn moeder kroop. Ze woonden samen met een groot deel van haar familie, leden van de ambitieuze hogere middenklasse in Peru. Kleine Mario werd hopeloos verwend.

Levensgroot was dan ook de schok toen Ernesto Vargas ineens opdook in het leven van zijn zoon: een bazige man die toch niet overleden bleek te zijn. Hij verdreef Mario uit zijn moeders bed en probeerde een echte kerel van het ventje te maken. Inderdaad ontwikkelde Mario zich tot een archetypische macho, al zou hij zijn vader diens interventies altijd – tot op het onredelijke af, vindt zijn biograaf Gerald Martin – blijven nadragen.

Veel meer op zijn gemak was hij in het gezin van zijn oom Lucho en diens vrouw Olga – en die liefde breidde zich uit tot zijn tante Julia (van de koude kant, dat wel). Ze trouwden toen hij negentien was. Schandaal uiteraard, waar de familie zich doorheen sloeg, niet wetend dat het ergste nog moest komen. Want toen Mario en Julia begin jaren zestig in Parijs woonden, boden zij onderdak aan de 15-jarige Patricia, de tweede dochter van Lucho en Olga. Mario’s volle nicht dus, maar gezien de innige familiebanden ook wel een soort zusje. Van het een kwam het ander: Mario Vargas Llosa verliet zijn tante voor zijn nicht. Ze trouwden op Patricia’s negentiende.

Hoewel Mario enkele malen – gelokt door hoger honing – verklaarde dat het huwelijk voorbij was, hield het veertig jaar stand. Maar als tachtigplusser knoopte hij een relatie aan met de Spaanse socialite Isabel Preysler. Vijf jaar leefde de literator op de voorpagina’s van de tabloids, tot hij Isabel op een avond trakteerde op een jaloerse schreeuwpartij en boos in zijn kantoor ging slapen. Daar ontving hij van haar een handgeschreven briefje dat hij maar iemand moest sturen om zijn spulletjes op te halen, want van dit soort gedrag was zij niet gediend.

Het staat allemaal tot in detail beschreven in de omvangrijke (800 bladzijden boek, plus 200 pagina’s noten, te downloaden van de site van de uitgeverij) en scherpzinnige biografie Mario Vargas Llosa. A Life van de Amerikaanse literatuurhistoricus Gerald Martin (1944). De biograaf – die vijftien jaar over zijn boek deed, maar Vargas Llosa al sinds 1967 regelmatig ontmoette – heeft zo zijn gedachten over het egocentrische karakter van zijn held en diens onwil om, ook in zijn werk, aan oprecht zelfonderzoek te doen. Daar tegenover staat Martins diepe bewondering voor het literaire oeuvre van Vargas Llosa, zijn talent en zijn werklust.

Jonge grootheid

Want een grootheid was hij – en Mario was er vroeg bij. Al toen hij op zijn zestiende op de militaire academie belandde (zie onder: strenge vader), werkte hij als journalist en niet veel later rondde hij zijn eerste toneelstuk af. Op zijn dertigste had hij vier romans gepubliceerd, waarvan er drie (De stad en de honden, Het groene huis, Gesprek in de kathedraal) een klassieke status bereikten. Martin laat helder zien hoe de jonge Vargas Llosa de invloeden van Europeanen en Noord-Amerikanen (van Faulkner tot Flaubert) gebruikte om een bij uitstek Zuid-Amerikaanse wereld te verbeelden. Het maakte hem in de jaren zestig al tot een wereldschrijver.

Daarin was hij niet alleen. Met Gabriel García Márquez, Julio Cortázar en Carlos Fuentes vormde hij het centrum van de ‘boom’, de stormachtige opkomst van de Latijns-Amerikaanse literatuur in de internationale literaire wereld. Die leverde nogal wat mythen op, die door Martin soepeltjes worden genuanceerd. Zo werden de vriendschapsbanden tussen de mannen vaak overdreven (wél deelden ze de zeer vaardige literair agent Carmen Balcells uit Barcelona) en is er veel te losjes gestrooid met het etiket magisch realisme – waar zeker bij Vargas Llosa weinig aanleiding toe was.

De biograaf schenkt extra aandacht aan de moeizame verhouding tussen Vargas Llosa en zijn ‘vriend’ García Márquez

Martin heeft extra aandacht voor de verhouding tussen de twee die boven de andere mannen uitstaken: Vargas Llosa en de negen jaar oudere García Márquez. Hij laat zien dat de verhouding tussen de twee grootheden beter gekarakteriseerd kan worden in termen van rivaliteit dan als de diepe vriendschap die er ook wel in is gezien. Er waren grote stijlverschillen. Vargas Llosa werd in het verlengde van zijn (kortstondige) militaire opleiding ‘de cadet’ genoemd. Hij was beheerst en ernstig, matig met drank en tabak, altijd tot in de puntjes gesoigneerd. Daartegenover was García Márquez ‘de barbaar’. Een man met rafelrandjes, volkser dan de met koloniaal klassenbewustzijn grootgeworden Vargas Llosa. Martin (die in 2008 een biografie over ‘Gabo’ publiceerde) beschrijft hem graag als een soort Charlie Chaplin. Aanvankelijk was Vargas Llosa de man met de grootste literaire reputatie, maar na de verschijning van Honderd jaar eenzaamheid in 1967 werd dat boek het onbetwiste hoogtepunt van de ‘boom’. In 1982 kreeg García Márquez de Nobelprijs voor Literatuur.

Vargas Llosa’s werk moest het meer hebben van bewondering voor zijn literaire vernuft dan van massale verkoop. (In dat licht is het trouwens jammer dat Martin weinig over geld en verkoop schrijft.) Vanaf de jaren zeventig maakte hij vaak lichtvoetiger werk, zijn loden ernst ruilde hij in voor humor, behapbaarder constructies en soms wat erotische literatuur tussendoor.

Huwelijkscrisis

Het kwam tot een harde breuk toen Vargas Llosa op 12 februari 1976 García Márquez bij een filmpremière een van de beroemdste vuistslagen uit de literatuurgeschiedenis gaf. De aanleiding heeft Martin ook niet helemaal kunnen achterhalen, ook al omdat de omstanders niet precies konden verstaan wat Vargas Llosa riep toen hij sloeg. Was het nu „om wat je zei tegen Patricia?” of „om wat je deed met Patricia”? Hoe dan ook: Patricia Vargas Llosa had niet lang daarvoor wegens een huwelijkscrisis steun gezocht bij het gezin García Márquez.

De mannen spraken nooit meer met elkaar. Jaren eerder was er al een politieke kloof ontstaan. Alle boom-auteurs sympathiseerden met de Cubaanse Revolutie maar Martin twijfelt bij Vargas Llosa aan de oprechtheid van diens liefde voor Castro. Hij was niet alleen de eerste die begin jaren zeventig afstand nam van het regime, hij was eerder in zijn leven ook al actief geweest in de Peruaanse christendemocratische partij. De reis naar rechts verliep vervolgens vlot. Vargas Llosa werd een groot bewonderaar van het neoliberalisme van Thatcher en Reagan.

Die overtuigingen – en het feit dat hij zonder noemenswaardige concurrentie de beroemdste Peruaan ter wereld was – maakten hem aantrekkelijk voor de politiek in zijn vaderland. Hij werd naar voren geschoven als kandidaat voor de presidentsverkiezingen in 1990, maar als politicus bleek hij geen natuurtalent: hij wist amper contact te leggen met Peruanen buiten de elite in de steden en waarschijnlijk was het ook niet verstandig om in een diep-katholiek land een paar maanden voor de verkiezingen een pornografische roman met incestthema (Lof van de stiefmoeder) uit te brengen. Hij leed een smadelijke nederlaag tegen de onbekende Alberto Fujimori, een zoon van Japanse immigranten die een paar jaar later een dictatuur zou vestigen.

Vargas Llosa was toen alweer teruggekeerd naar zijn schrijftafel: hij zou nog ruim dertig jaar een sterrenstatus als romancier en zeer invloedrijk publiek intellectueel houden, uitmondend in de zeer door hem gewenste (hier speelde de rivaliteit met García Márquez ook een rol) Nobelprijs voor de Literatuur. Het zijn niet de meest opwindende delen van de biografie, maar dat komt ook omdat Martin daarvóór het karakter van zijn hoofdpersoon al zo scherp heeft getekend: het gekwetste kind, de onbedaarlijk harde werker, de onaangename echtgenoot, de egocentrische vechtersbaas, de geharde polemist, de elitaire kosmopoliet en het literaire genie.

Waarbij hij bovendien knap de wisselwerking toont tussen de persoonlijke wederwaardigheden van zijn held en zijn sociale omgeving: of het nu het naoorlogse Peru is of het Spanje van de Franco-dictatuur. Zo is dit boek niet alleen een traktatie voor de (cultuur)historische lezer, maar ook de wat meer voyeuristisch aangelegde geïnteresseerde. Voor wie er bijvoorbeeld prijs op stelt te weten dat de latere Nobelprijswinnaar op zijn negende in een boom klom om zo door een raam zicht te hebben op de slaapkamer van zijn tante, waar deze juist lag te bevallen van haar tweede dochter – met wie hij negentien jaar later in het huwelijk zou treden.

Lees ook
Mario Vargas Llosa was de schrijver van het individuele verzet, opstanden en nederlagen
Mario Vargas Llosa.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.