Schrijver Vincent Delecroix: ‘We zijn snel verontwaardigd en tegelijk vaak ijskoud’
Wanneer besluit je je ogen en oren dicht te doen voor wat je ziet? Dat is de vraag die de Franse filosoof en schrijver Vincent Delecroix in zijn roman Rubberboot, over de Franse kustwacht die niks doet terwijl migranten op een zinkende boot meermaals om hulp vragen, wilde onderzoeken. Hij zit aan een tafeltje vlakbij het Centraal Station van Utrecht en lacht soms even door zijn ernst heen. Sinds hij vorig jaar door Dua Lipa werd geïnterviewd voor haar boekenclub, is hij een beetje een ster. Hij is een ‘woordvoerder’ geworden voor wie het wil hebben over dehumanisering en een empathieloze samenleving, en de vraag of we met z’n allen medeplichtig zijn aan het lot van de migranten.
Rubberboot is gebaseerd op de dood van 27 migranten van wie de boot lek raakte tijdens een overtocht van Calais naar Dover in november 2021. Het was het hoogste aantal in jaren en dus werd er gezocht naar een schuldige. De toenmalige Britse premier Boris Johnson wees naar de Franse kustwacht, de Franse president Emmanuel Macron stelde daartegenover dat Johnson over de hoofden van dode migranten heen niet te beroerd was er een politiek slaatje uit te slaan.
Te midden van deze discussie speelde er nog iets: de houding van de medewerker van de Franse kustwacht die geen hulp had gestuurd omdat de boot volgens haar bijna in Brits vaarwater was. Haar verhoor werd deels geopenbaard in de pers. Wie haar hoorde, was geschokt over het gebrek aan empathie.
„Ik heb je niet gevraagd te vertrekken. Dat wilde je zelf, en als je niet nat wilde worden, schatje, dan had je niet moeten instappen”, zijn de openingszinnen van de roman, waarin de medewerker van de kustwacht naamloos blijft. Daarna wordt de lezer meegenomen in haar gedachtegang. „Ze zinken al voordat ze zinken”, legt ze uit. „Hun schipbreuk was niet in het Kanaal begonnen, maar zodra ze van huis vertrokken. Misschien begonnen ze al schipbreuk te lijden vanaf het moment dat ze zich in het hoofd haalden dat het elders beter was.”
Delecroix laat de vrouw vragen stellen waarbij je je als lezer ongemakkelijk voelt. Is zij degene die verantwoordelijk moet worden gehouden, of zijn we allemaal medeschuldig aan het zogeheten ‘migrantendrama’ – een woord dat journalisten graag gebruiken, maar dat door de vrouw wordt getypeerd als een cliché. Als de migranten uren in het water hebben gelegen en ze meerdere telefoontjes van hen heeft aangehoord, zegt ze uiteindelijk: „Je wordt niet gered”. Delecroix: „Die mededeling, die via de pers naar buitenkwam, was voor mij de aanleiding de roman te schrijven. Ik wilde weten hoe het kon dat iemand zo ver komt om dit te zeggen en ik wilde de lezer het ongemak laten ervaren van de vragen die zij stelt.”
De roman is een monologue intérieur van de vrouw, kort onderbroken door het perspectief van een migrant die haar belde om te vertellen dat ze zinken. „Ze was geen monster of ze is dat net als wij allemaal in zekere zin. Waar ligt de grens tussen humaniteit en inhumaniteit? Op de ene dag kunnen we humaan zijn, de volgende dag zeg je: je wordt niet gered.”
In de roman gaat het om de schuldvraag van zowel haar als om de vraag of we allemaal medeverantwoordelijk zijn. Heeft zij gelijk, zijn wij allemaal schuldig aan de dood van de migranten?
„Als ik antwoord had willen geven op die vraag, dan had ik wel een ‘J’accuse’ geschreven, maar dat heb ik bewust niet gedaan. Zij stelt de vraag of ze de enige schuldige is en of we niet allemaal achterover leunen en naar de migranten kijken die verdrinken, soms huilend en soms roepend dat het een schande is, maar ondertussen doen we niets. Ook geeft ze aan: de verantwoordelijkheid begint voordat ze die boot opstappen. Ik denk dat het te gemakkelijk is om te zeggen: we zijn niet schuldig of we zijn juist wel schuldig. Er zijn bovendien mensen die wel in actie komen. Maar de vrouw vindt in ieder geval dat je niet alleen de schuld bij haar kan leggen, omdat ze onderdeel is van een systeem.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/09/30093857/021026BOE_2036891585_vincent3.jpg)
Vincent Delecroix
Foto Lars Van den BrinkEr wordt de vrouw gebrek aan empathie verweten door de rechercheur. Ze lijkt op het hoofdpersonage Meursault in De vreemdeling van Albert Camus. Meursault vermoordt een man en lijdt net als de vrouw van de kustwacht aan een ‘leeg hart’. Tegelijk wijst ze voortdurend op de taken die ze moet uitvoeren. Is ze een Meursault of is ze meer iemand als nazi-misdadiger Adolf Eichmann, die doet wat gezegd wordt?
„Ze is een combinatie van beiden, denk ik. Wat voor mij evident is dat alles valt of staat bij verbeeldingskracht. Het probleem begint bij mensen die zich iets niet meer kunnen voorstellen.”
Maar vaak wordt verbeeldingskracht ingezet door in te zoomen op een individu dat voor het grote verhaal staat. De aandacht verslapt als het om abstracties, zoals cijfers gaat. Zoomen we niet te veel in waardoor we het geheel uit het oog verliezen?
„Dat de aandacht dan verslapt, is inderdaad een probleem. Maar het is niet louter een kwestie van aantallen, maar toch echt van een gebrek aan verbeeldingskracht. Ik ben ervan overtuigd dat verbeeldingskracht het fundamentele morele vermogen is. Als mensen – en leiders – dat vermogen niet benutten, ligt daar het probleem.”
Is er een tijd geweest dat dat inlevingsvermogen er wel was?
„Ik weet niet of er sprake is van een afname van de verbeeldingskracht. Wel denk ik dat de maatschappelijke structuur en de geschiedenis van onze samenlevingen invloed hebben op die verbeelding. Het is misschien een cliché, maar het is wel degelijk waar: een overdaad aan beelden doodt de verbeelding. Dat is een paradox, maar het klopt wel, omdat we simpelweg ten onder gaan in die stroom van beelden. Hoe meer beelden je hebt, des te minder je ziet. Dat is ook het probleem van de vrouw bij de kustwacht: ze is zo vaak toeschouwer, maar ziet eigenlijk niets.”
We gaan ten onder in de stroom van beelden, want hoe meer beelden je hebt, des te minder je ziet
Dehumanisering gaat in fases. In welke fase zit Europa?
„Ik weet niet of je van fases kan spreken. Dehumanisering kan schommelen, denk ik. Ook daarin zie je in onze samenleving een paradox. Misschien zijn we steeds gevoeliger voor het leed in de wereld. We zijn snel verontwaardigd, worden kwaad, dat soort dingen. We zitten vol medelijden en menselijkheid, en zijn tegelijkertijd ijskoud – een combinatie dus van twee tegenstrijdige houdingen.”
„Enerzijds is er sprake van sentimentaliteit, we zijn té gevoelig en huilen om niks. Anderzijds staan we volkomen onverschillig tegenover de werkelijkheid. De belangrijkste oorzaak van ontmenselijking is het ontbreken van echte sociale relaties. Mijn hoofdpersonage staat er eigenlijk alleen voor en dat vormt een probleem als het om verantwoordelijkheid gaat. Dat is de basis. Maar als we willen begrijpen wat verantwoordelijkheid inhoudt, kunnen we dat volgens mij niet louter als een individuele kwestie zien. Verantwoordelijkheid is nauw verweven met hoe we met elkaar omgaan, met maatschappelijke normen en gewoontes.”
„Individualisering is daarbij niet de enige oorzaak van het morele verval in onze samenleving. Ik weet namelijk niet of wij slechter zijn dan onze ouders. De migrantencrisis legt in feite iets bloot over onze samenlevingen: we zijn niet opgewassen tegen de uitdaging om een gemeenschappelijk fundament te creëren. Nu zien we de desastreuze gevolgen van dit principe, waarop onze samenlevingen zijn gestoeld.”
Ging het u om de oversteek van het Kanaal, of had u ook een migrantenroman over bijvoorbeeld Ceuta kunnen schrijven?
„Ja, dat denk ik wel. Tegelijkertijd was het fijn dat ik het gebied waar de roman zich afspeelt goed ken, ik ben er geboren. Het middendeel van de roman waarin het gaat om het perspectief van de vluchteling was het moeilijkst om te schrijven. Dat voelde beklemmend, omdat ik niet wilde doen alsof ik in de schoenen van de vluchtelingen kan staan. Ik kon niet doen alsof ik hen was, dat leek me ongepast, immoreel.”
U vreesde zogeheten ’toe-eigening’?
„Ja. Het was voor mij veel makkelijker om het verhaal van de vrouw van de kustwacht op te schrijven, dat kostte me eigenlijk geen moeite en werd steeds makkelijker. De migrantenpolitiek is voor mij een belangrijk onderwerp – ook literair gezien. Maar ik weet niet wat de effecten van het boek zijn. Ik wil niet zeggen dat het boek volledig machteloos is, maar de werking kan nogal tijdelijk zijn. De roman komt hard binnen, maar daarna keert iedereen weer terug naar het dagelijks leven. Een boek als dat van mij leidt niet direct tot politieke verandering. Echte verandering speelt zich op een ander niveau af. De reactie op de roman in Frankrijk was interessant, omdat die zo enorm hard was.”
Wat was het probleem?
„De mensen vonden me te empathisch jegens de hoofdpersoon, ik was me teveel in haar gaan inleven. Dat werd me kwalijk genomen en er werd voorbijgegaan aan de andere vragen die in het boek werden gesteld. Britse lezers stelden zich er meer open voor en waren bezorgder over de migranten die de overtocht maken. In Frankrijk zijn de discussies genadelozer. Daar is het meteen: je bent links en dus pro-migrant of je bent rechts en dus anti-migrant. Er is geen sprake van het delen van bezorgdheid of het stellen van vragen. Ook moest ik me in Frankrijk uitspreken of ze nu wel of niet schuldig was. Het idee was juist: trek je eigen conclusies. Als schrijver doe ik dat niet.”
En welke conclusie trekt u als mens?
„Als mens zeg ik dat ze schuldig is.”
En denkt u als mens ook dat we allemaal medeschuldig en medeverantwoordelijk zijn?
„Niet allemaal even schuldig of verantwoordelijk. De lijn tussen humaan en inhumaan is dun. Ik stem op partijen die humaniteit belangrijk vinden. We krijgen in Frankrijk met de presidentsverkiezingen op komst een verschrikkelijk jaar. Ik zie wat komen gaat met angst en beven tegemoet.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.