Fontaines D.C. levert met ‘Dopamine Chamber’ een compromisloze plaat af
Fontaines D.C. is uitgegroeid tot een Belangrijke Band die per album ambitieuzer en meer genre-overstijgend te werk gaat. Op hun vijfde album zijn de rammelende postpunkgitaren van de beginperiode bijna niet te horen. De Ierse band beweegt zich op Dopamine Chamber in een dystopische wereld waarin schermen en sociale media onze menselijkheid steeds verder wegnemen.
Het begint beklemmend met het synthetisch klinkende ‘Six Shot Morning’, een nummer waarin de invloed van de techwereld meteen wordt aangestipt. „Silicon Valley took a photograph”, zingt frontman Grian Chatten beheerst en afstandelijk, iets later gevolgd door: „You and I living for a million years.”
De heftigheid van het moderne leven vormt een rode draad, met verwijzingen naar pogingen om aan de pijn te ontsnappen via de content op onze telefoons. Meerdere tracks zijn slow burners die gaandeweg lagen erbij krijgen en bouwen naar steeds gelaagdere instrumentatie. Op ‘Happy For You’ bezingt Chatten het einde van een giftige relatie, terwijl er na een tijdje een muur van gruizige gitaren wordt opgebouwd. „I’m just happy for you”, sneert hij. „I sweeear.” Nee, de band gaat ondanks de albumtitel niet voor snelle, makkelijk verteerbare songs. Er blijft een sombere sluier over het geheel hangen.
Niet dat het gevoel voor melodie helemaal naar de achtergrond is verdwenen. Op ‘Mimesis’ klinkt de band als New Order, inclusief aanstekelijke baslijn. ‘Demolition’ heeft zelfs een Britpop-achtig refrein. Hoogtepunt van de plaat is een orkestraal duet met de Spaanse superster Rosalía. ‘Where Is Gone?’ zou perfect over de titelsequentie van een nieuwe James Bond-film kunnen spelen en biedt een mooie afslag.
Het vorige album sloot nog af met een euforisch klinkende hit (‘Favourite’), maar daar heeft de band ditmaal geen kracht voor. Op ‘Intimate’ gaat het over de „ruïnes van de menselijke droom” en het onvermijdelijke: de dood. Het maakt Dopamine Chamber een compromisloze plaat waarin geen hoop doorklinkt, eentje die soms iets té zwaar aanvoelt. Maar juist de keuze om de dingen niet mooier te maken dan ze zijn, maakt Fontaines D.C. een band om te bewonderen.
Thijs Schrik
Popster Angèle blijft onmiskenbaar zichzelf, ook met elektronische zwaargewichten
„J’sais pas ce que je veux”, zingt Angèle op ‘Une seule vie’: ik weet niet wat ik wil. Een opvallende bekentenis op een album dat Instinct heet. De Franstalige Belgische singer-songwriter twijfelt over de toekomst, het verstrijken van de tijd en de angst om uiteindelijk iemand te worden die ze helemaal niet wil zijn. „De rode of de blauwe pil?”, vraagt ze zich af.
Die twijfel staat in scherp contrast met haar carrière. Van grote belofte van de Belpop groeide ze uit tot internationale superster. Ze stond met Dua Lipa op het podium, is gezicht van Chanel en trad tijdens de slotceremonie van de Olympische Spelen in Parijs op met wijlen Kavinsky. Met ‘Nightcall’ hoorde een miljoenenpubliek destijds hoe goed Angèles lichte stem bij elektronica past.
Op Instinct trekt ze die lijn verder door, ditmaal met nog meer zwaargewichten uit de Frans-Belgische dancescene. Soulwax werkte mee aan ‘Trop’. Justice legt diens kenmerkende zware synthesizers onder ‘What You Want’. SebastiAn doet dat bij ‘Love Triangle’, waarop ook Caroline Polachek meezingt. Laatstgenoemde song is het nummer waarin alles op zijn plek valt. Boven een pittige electrobeat zingen de twee vrouwen om elkaar heen: Angèle beheerst en helder, Polachek grillig en verleidelijk. Het nummer bonkt en schuurt, is sexy en bovendien ontzettend dansbaar.
Die voorliefde voor dance komt niet helemaal uit de lucht vallen. Het is het genre waar ze zelf het meest naar luistert. Deze zomer dook Angèle ook al op tijdens de set van landgenoot Amelie Lens op het Belgische festival Dour. Samen speelden ze ‘Run’, een technotrack waarvoor Angèle de enige gastzangeres op Lens’ album AURA is. De stap richting de dansvloer op haar eigen album voelt daardoor allesbehalve geforceerd.
Met zoveel elektronische zwaargewichten had de zangeres gemakkelijk naar de achtergrond kunnen verdwijnen. Dat gebeurt niet. Haar heldere popmelodieën blijven het uitgangspunt. De producers maken de wereld eromheen vooral groter. Instinct blijft zo altijd onmiskenbaar Angèle. Alleen met iets meer bas onder haar voeten.
Robyn van Gorsel
Tramhaus maakt de plaat die het moest maken
Blister, het langverwachte tweede album van de Rotterdamse postpunkband Tramhaus, is een heleboel niet.
– Het is eigenlijk geen postpunkplaat, maar… tsja, wat dan wel? Dwarse, eigengereide, rauwe, dystopische, uitgepuurde (indie-)rock misschien? Tramhaus cherrypickt de lekkerste kersen uit de (punk)rockhistorie en draait er vervolgens een eigen mengsel van. Bij de eerste tonen van de lome schommelrock van ‘Cluster’ denk je aan The Cramps. In de potentiële meeblèrhit ‘I Was Never Alone’ raspen strakke Strokesiaanse akkoorden. ‘Overachiever, Big Believer’ lijkt – echt waar – op een Deftones-ballad waarvan de dreinende melodie rechtstreeks uit het zanglijnenschriftje van Chino Moreno komt. En toch is het geen jatwerk, maar klinkt het uiteindelijk gewoon als… Tramhaus.
– Blister is geen overhaaste plaat (zoals het zo vaak misgaat bij aanstormende bands: na een overrompelend debuut – in dit geval The First Exit (2024) – komt er (te) snel een middelmatige opvolger die vluchtig tijdens het eindeloos toeren door is geschreven. Tramhaus nam wederom de tijd, zoals bij de eersteling. Toen bouwde het vijftal met slechts een EP en een paar singles op zak eerst vlijtig aan de groeiende livereputatie door heel Europa. Dat doen ze nog steeds, en zelfs voorbij de brandende grenzen: afgelopen zomer rockten ze letterlijk ondergronds in Oekraïne („When European Post-Punk Finds a City That Understands It”, kopte de Lviv Herald), vorige maand toerden ze door Singapore, Zuid-Korea, China, Taiwan en Japan.
– Het is niet per se een technisch hoogstaande plaat. Drummer Jim Luijten, bassist Julia Vroegh en gitaristen Nadya van Osnabrugge en Micha Zaat zijn geen conservatoriumgenieën. Ze vinden eenvoud en doelmatigheid belangrijker dan muzikaal meesterschap. Maar ze zijn strak en vooral: vindingrijk. Alleen Tramhaus kan wiebelend snarengejengel laten klinken als huilende hyena’s, luister maar naar ‘Sly (Like Ever)’. Het bezwerende krautrockriffje in ‘The Answer?’ is verbluffend simpel maar tegelijkertijd mokereffectief.
– En nee, Lukas Jansen is zeker niet Rotterdams meest toonvaste tenor, maar zelfs als hij nonchalant murmelend zijn noten laat wiebelen, klinkt hij bezield. Je móét hem wel geloven, zeker als hij zijn keel laat snerpen (want schreeuwen kan hij als geen ander).
– En toch is Blister geen plaat die je meteen van je sokken blaast. Maar dat is ook helemaal niet de bedoeling. Je moet geduld hebben en wachten tot de elf doomsdaytracks onder je huid kruipen (wat onherroepelijk gaat gebeuren).
Het langverwachte album van Tramhaus is dus heel veel niet, maar het is wel precies de plaat die ze moesten maken.
Frank Provoost
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.