Voor Artis-directeur Maarten Frankenhuis (1942–2026) was de mens een zoogdier als alle andere
Maarten Frankenhuis had een speciale interesse in huisdieren. Als directeur van Artis (1990-2003) liet hij de inmiddels verdwenen kinderboerderij opnieuw inrichten met zeldzame rassen als de lakenvelderkoe en de landgeit. Een bezoek aan de dierentuin met zijn exotische dieren begon voortaan met een kennismaking met boerderijdieren.
Voor Frankenhuis stond educatie centraal, ‘opdat wij onze eigen plaats te midden van de dierenwereld kunnen begrijpen en ons daarbij verantwoordelijk gaan voelen’. Elke vrijdagmiddag nam hij een uur de tijd om post van kinderen te beantwoorden.
Afkeer van de bio-industrie
Frankenhuis, die op 12 september op 84-jarige leeftijd overleed, was dierenarts in Olst, dierenarts-onderzoeker bij Diergaarde Blijdorp en hoogleraar bedrijfspluimveegeneeskunde in Utrecht voordat hij naar Artis kwam. Hij wendde zich af van de bio-industrie toen hij zich realiseerde dat het bovenal ging om de vraag: ‘hoe pers ik dit kalenderjaar nog een kwart ei extra uit die kippenkont?’
Geboren op 9 juli 1942 in Enschede, bracht de Joodse Frankenhuis zijn eerste levensjaren geregeld in het donker door, verstopt in keukenkastjes op onderduikadressen. Tijdens een razzia op de boerderij waar hij ondergedoken zat, werd hij in de loopgang achter de varkens gelegd, in de nattigheid. Om te voorkomen dat de Duitsers zijn gekrijs zouden horen, werd voedsel tussen de varkens gegooid, zodat die beesten flink tekeergingen.
Op 5 april 1945, de dag dat de Canadezen Almelo binnentrokken, mocht hij voor het eerst naar buiten kijken. Staand op de bank zag hij tanks en pantservoertuigen passeren. Hij was 2 jaar en nog geen 9 maanden.
Hij was een meeslepende verteller met prachtige verhalen over de fratsen van mens en dier. De evolutie van vuistbijl tot laptop noemde hij een rimpel in de geschiedenis. ‘Als je dat laagje vernis eraf haalt, zijn wij een zoogdier als alle andere, met vergelijkbare drijfveren en gedragingen.’
Een voorbeeld? ‘Om indruk te maken op de andere sekse gaat een heggenmus leuk zingen, een hertenbok imponeert met een machtig gewei en wij hangen een gouden Rolex om.’
Onder Frankenhuis stelde Artis een vernieuwend collectieplan op: van elk dier in de dierentuin moest duidelijk zijn waarom het daar was en wat de toegevoegde waarde ervan was, bijvoorbeeld voortplanting of onderzoek. Het was een breuk met het streven een totaalbeeld van het dierenrijk te bieden.
De Afrika Savanne met grévyzebra’s en witstaartgnoes en het Wolvenbos werden aangelegd, de gierenvolière werd gebouwd en er kwamen verblijven voor algazellen, bevers en beverratten. Het onlangs weer gerestaureerde aquarium werd verrijkt met koraalrif, een vloedbos uit de Amazone en het grachtenaquarium.
Antenne voor wat dieren voelen
Frankenhuis was de laatste directeur van Artis met een dierkundige achtergrond. Verzorgers vroegen hem geregeld om zijn oordeel als er iets met een dier aan de hand was en dan ging hij erheen. Hij had een buitengewoon goede antenne voor wat dieren voelen, zei hij tegen Opzij.
‘Als ik bij een ziek dier kom, voel ik: hier is iets mis. Als ik het moet oppakken, zie ik aan z’n ogen welke kant hij op wil vluchten. Ik voel wat hem beweegt en of hij zich onbehaaglijk voelt.’
‘Hij was van jasje uitdoen en de mouwen opstropen’, zegt Eddy van Everdingen, destijds hoofd dierenverzorging van het Apenhuis. ‘In de kinderboerderij pakte hij eigenhandig een schaap als dat moest worden behandeld.’
Bert Voges, toenmalig adjunct-chef voedselmagazijn, vertelt dat Frankenhuis ooit een nijlpaard heeft gecastreerd. ‘Samen met een andere dierenarts. En hij had een methode ontwikkeld om vast te stellen of een vogel een dame of een heer was. Dat is vrijwel niet te zien.’
Dieren waren voor Frankenhuis ‘onze medebewoners op aarde’. Zijn laatste rondje door Artis als directeur maakte hij met een brok in de keel.