Home   2026-10-22 19:56:51

←

Een ontbijtje voor €3,50 en een tweegangendiner voor €12: bij Kantine in Utrecht eet je voor een prikkie. En het is nog lekker ook

Original article

Ik verkondig hier waarschijnlijk geen wereldbeeldkantelend standpunt, maar op een miezerige herfstdag kan weinig me sneller opvrolijken dan een dampende kom soep. Of die nu keurig gladgepureerd en door een bolzeef is gedrukt (hét geheim voor die eindeloos fluwelige restaurantsoeptextuur), of huiselijk grof met stukken. Waarvan de soep is gemaakt, maakt niet eens zo gek veel uit, als-ie maar goed heet en hartig is én (uitzonderingen als ribollita en snert daargelaten) vers. Dat wil zeggen: van vandaag.

Waar salades verleppen en vlees verkleurt, zie je een nachtje in de koelkast doorgaans niet af aan soep, maar je proeft het wel. Een pan verse tomaten-, pompoen- of meiknolsoep heeft een diepe, knusse glans die hij een dag later onherroepelijk kwijt is. Je zou ze de kost moeten geven, dure sterrenzaken die hun gasten bij de amuses een kommetje soep van eergisteren voorzetten.

Zo niet Kantine in Utrecht, waar elke dag een grote pan soep wordt gemaakt van wat er die dag maar voorhanden is. Vandaag betreft het een simpele, maar effectieve linzendahl met wortel, selderijblad, lavas, een pepertje en kokosmelk; aards, pikant, kruidig en prima op smaak. Precies waar we zin in hebben.

Die soep wordt vaak als onderdeel van de lunch geserveerd, en altijd bij het diner. Bij beide krijg je huisgemaakte focaccia en dips; bij het avondeten komt daar ook nog een hoofdgerecht bij, alles geserveerd in knus en hufterproof emaille. En nu zal ik u eens even gek maken met wat dit allemaal kost: respectievelijk € 7 en € 12.

Spotgoedkoop is, zoals dat heet, het concept.

Bron Els Zweerink

Vrolijke rafelrand

Kantine hoort bij Vechtclub, een verzameling werkplaatsen en culturele ruimtes, met ernaast het tijdelijke Beton-T. Creatieve bedrijfjes en makers van allerlei pluimage werken er samen. De stad rukt zichtbaar op richting de vrolijke rafelrand waar die zich bevindt: we zien meer dan tien hijskranen die als reusachtige insecten boven de aanliggende bouwplaats uittorenen. Op het grote terras voor ons zit een afwisselend publiek van studenten, activistische types en buurtgenoten.

Kantine is geen restaurant, maar een community kitchen – een hedendaags woord voor wat vroeger wel een voku (volkskeuken, zie kader) werd genoemd. Dat dit idee de laatste jaren een wedergeboorte beleeft, is niet zo gek. Uit eten gaan is inmiddels zo’n 45 procent duurder dan tien jaar geleden. In grote steden wordt iedere vierkante meter voor steeds hogere bedragen verkocht, en de behoefte groeit aan plekken waar je zonder veel geld uit te geven gewoon een tijdje mag zijn.

In Amsterdam groeide De Sering in een paar jaar uit tot een succesvolle volkskeuken met meerdere locaties waar dagelijks honderden goedkope vegan maaltijden worden geserveerd. Kantine noemt De Sering als belangrijkste inspiratiebron. Elders duiken ook vergelijkbare initiatieven op. Winst maken, vertelt de oprichter me achteraf, is niet de corebusiness: ‘Het gaat ons er vooral om dat iedereen die wil, hier terechtkan voor een bord eten.’

Bron Els Zweerink

Veelzijdig

Je bestelt aan de bar en eet wat de pot schaft: dagelijks wisselend, volledig vegan en grotendeels gemaakt met zijstromen; groothandels sturen onverkochte groenten voor een zacht prijsje aan hen door. We bestellen aan de bar, bij een in-vriendelijke jongen met prachtig haar. Een biertje kost € 2,50, een wijntje of een cocktail € 6. Voor thee met onbeperkt bij te vullen heet water betaal je € 2,50 en voor € 6 krijg je onbeperkt koffie. De wijn is in orde, en de chips met paprikadip en olijven (beide een grote bak vol voor € 3,50) zijn van uitstekende kwaliteit. We nemen plaats en kijken om ons heen.

Kantine noemt zichzelf een plek om te ‘eten, drinken, dansen, hangen, kijken, luisteren en elkaar tegen te komen’. Er is een bibliotheekje, er zijn spelletjes en je mag de printer gebruiken, bijvoorbeeld om een zine te maken: een ouderwets folderachtig boekje, op de tafels ligt een instructie hoe je dat kunt doen.

Voor 1 euro per persoon per halfuur kun je boven een kamertje gebruiken om te vergaderen, bellen of te lezen, er zijn schilderlessen en een keramiekatelier; op de tafels ligt de aankondiging van de boekenclub (‘Lees dit!’) die deze week James Baldwins Another Country bespreekt. De programmering loopt verder met lezingen en feestjes, en als je iets nodig of te delen hebt, kun je het op het prikbord hangen. ‘Deze muziek is van een vriend’, staat op de menukaart; de vrolijk eclectische mix komt van de alternatieve radiostations Studio-Y en StrandedFM.

Bron Els Zweerink

Terugkomen

Door naar de maaltijd dan. Naast die opvrolijkende kom soep krijgen we een emaille bord met plakken wollige, zelfgemaakte focaccia waar we een hele batterij aan dips en smeersels bij kunnen scheppen: er is een uitstekende bonendip met rozemarijn, goede en frisse vegan tzatziki, zelfgemaakte harissa, aioli en bietenhummus. Bietenhummus is een product dat me altijd met vertwijfelde vragen vervult (zoals: wat is het? waarom zou je? Is het hummus voor mensen die niet van kikkererwten houden, of van de kleur geel?), maar de smaak is prima. Ook de rokerige, pittige auberginestoof met artisjok en lekker veel peper smaakt heel goed.

Niet alles is raak. De knoflookaardappeltjes uit de oven vind ik een beetje flauw en lauw, die hadden wat knapperiger randjes mogen hebben. De brownie die we als dessert bestellen (€ 3,50) lijkt ons heel erg niet van vandaag en ook niet van gisteren: hij is taai, aan de rand iets verbrand en smaakt merkwaardig genoeg zowel naar koelkast als naar zuiveringszout. Het bananenbrood met kaneel is in orde.

Gezien de prijsstelling vind ik de kleine missers gemakkelijk te vergeven: je kunt hier voor een lage prijs echt hartstikke prima eten, alles zelfgemaakt en van deugdelijke kwaliteit en bijna alles vers. Een plek om nog vaak terug te komen.