Home   2026-10-22 19:56:51

←

Schildersensatie Louis Fratino: ‘Een schilderij is als het bouwen van een huis, je kunt er al je toekomstdromen in stoppen’

Original article

Terug naar de krant

Toen ik ergens in augustus hoorde dat ik Louis Fratino kon spreken, vlak voor de opening van zijn nieuwe tentoonstelling bij Galerie David Zwirner in Londen, besefte ik dat ik héél goed moest denken. Stel, het is 1902 en ik mag langs bij de 33-jarige Henri Matisse. Of: 1970 en ik kan op bezoek bij David Hockney. Wat zou ik hun dan hebben gevraagd? Op dat specifieke moment in hun carrière, waar ze eigenlijk nog maar net zijn begonnen, het talent ervan afspat, maar niemand al kon voorspellen dat ze tot de grootste kunstenaars van de eeuw zouden uitgroeien?

Fratino is pas 33, maar elke keer als ik de afgelopen jaren in Parijs, Venetië of New York (zelden in Nederland) werk van hem zag, werd ik geraakt door dezelfde combinatie van verbazing, ontroering en opwinding. Fratino (net als Hockney trouwens, net als Matisse) schildert vrijwel alleen zijn eigen leven, in dit geval dat van een jonge queer man in New York. Maar dat doet hij met zoveel talent en brille, met zulke rijke composities, virtuoze verwijzingen naar de kunstgeschiedenis, en hij strooit zo achteloos met schildertechnische hoogstandjes, dat hij dat ‘gewone’ leven ver uit tilt boven het alledaagse. Fratino’s werk laat het leven glanzen.

Nadat we hebben kennisgemaakt (Fratino: baardje, bril, zachte ogen – ik herken hem niet van zijn schilderijen) leidt hij me rond – alle getoonde werken zijn nieuw en speciaal voor de tentoonstelling gemaakt. Bij de ingang hangt een schilderij van een groep mensen in de metro, voor zijn doen opvallend grimmig en donker, dat verwijst naar het schilderij The Torturers van de Engelse schilder Edward Burra („Ik wilde voor Londen wat verwijzingen naar Engelse kunst”). Daarna, onder andere, een melancholiek portret van zijn (Italiaanse) echtgenoot Alessandro, zittend op het bed van zijn moeder, badend in avondkleuren. Een doek van twee naakte mannen die seks hebben, beiden hun stijve pik fier in de hand. De sauna van de New Yorkse YMCA vol zwetende naakte lichamen.

En dan jawel, ineens weer zo’n doek waarop Fratino alle registers opentrekt. Dit heet Coffee (2026) en toont het bekende Café Cucchi in Milaan. Het is ochtend, de bar is vol, oude mannen drinken hun koffie, op de vloer besnuffelen twee honden elkaar, buiten regent het, de baristas doen onverstoorbaar hun werk. Iedereen herkent het tafereel wel, vooral van Italië: de rommeligheid, het gevoel dat je even met wat onbekenden gevangen zit in een moment, een capsule, een cocon. Pas als je beter kijkt, zie je hoeveel technische vrijheden Fratino zich veroorlooft: de geblokte vloer staat bijna loodrecht op het beeldoppervlak, de bar golft, zindert door de ruimte, geel, roze, blauw glanzend. (Fratino, lachend: „Ik realiseerde me pas later dat die bar gewoon recht is.”)

Je weet meteen dat je door Fratino’s schilderij de volgende keer anders zult kijken naar de werkelijkheid van zo’n bar

Maar juist die afwijkingen maken de ochtendhectiek voelbaar, terwijl je tegelijk de verwantschap ziet met Manets Bar in de Folies-Bergères of het werk van Georg Grosz. En nog mooier: je weet meteen dat je door Fratino’s schilderij de volgende keer anders zult kijken naar de werkelijkheid van zo’n bar. „Dat is precies waar ik naar streef”, zegt Fratino. „Die combinatie van de echte, fysieke wereld en allerlei verwijzingen uit de kunst. De sinaasappels hier zijn terug te voeren op Manets Bar in de Follies-Bergères – dat schilderij heeft mijn blik op sinaasappels voor eeuwig veranderd. Zo’n herinnering combineer ik dan weer met eigen ervaringen uit het dagelijks leven. Zo ontstaat er hopelijk een heel eigen mix van Manet, een straatscène van Caillebotte, een man die ik in een bar muntgeld zag tellen, een dreinend kind, het kubisme van Braque. Al die vormen, al die talen vormen zo hopelijk een nieuwe werkelijkheid.”

Louis Fratino, Coffee, 2026.

Beeld David Zwirner

Hoe begin je aan zo’n ambitieus schilderij?

„Ik begin sowieso eigenlijk altijd met een tekening. Ik werk nooit naar model, maar vrijwel altijd uit mijn geheugen. Die tekening ontstaat uit een combinatie van dingen die ik heb gezien en een kunstwerk uit het verleden, een vorm, een idee waar ik iets mee wil.”

Wanneer besefte je voor het eerst dat je talent had?

„Dat groeide langzaam. Al toen ik een jaar of vijf was, merkte ik dat mijn leraren anders reageerden op mijn tekeningen dan op die van mijn klasgenoten. Enthousiaster. Betrokkener. En zoals dat werkt: als je je ergens bijzonder door gaat voelen, ga je door. Ik werd al snel dat kind voor wie tekenen zijn superpower was. Tegelijk had het ook met mijn queer-zijn te maken. Ik bedoel: ik had een gelukkige jeugd, tekende veel, maar ik verlangde ook altijd naar een andere wereld – ik denk dat veel queer mensen dat herkennen. Tekenen gaf me de mogelijkheid dichter te komen bij wat ik van de wereld verwachtte, hoopte. Daardoor ging ik ook veel naar andere kunstenaars kijken: zij konden me helpen die wereld te bouwen.”

Wat mij fascineert: je schilderijen laten heel vaak de invloed van andere kunstenaars zien, maar je citeert weinig letterlijk. Je lijkt eerder een soort student, die in het openbaar, in zijn schilderijen, probeert de essentie van het werk van je voorgangers te doorgronden om die vervolgens in je eigen werk te gebruiken.

„Grappig dat je dat zegt, want ik voel me inderdaad heel vaak een student. Als je als kunstenaar werkt met de kunstgeschiedenis zijn er volgens mij drie niveaus. De eerste is simpelweg het werk van je voorganger kopiëren – dat kan ik van harte aanbevelen, daar leer je heel veel van. Op het tweede niveau stel ik me altijd voor dat ik zelf de figuur ben in het schilderij, dat ik in die ruimte sta, en dan kijk ik wat ik allemaal zie, dat helpt enorm bij het stimuleren van de verbeelding – kijk naar deze barscène. Het derde niveau is het meest abstract: daarbij probeer ik echt onder de voorstelling te kruipen en uit te vinden door welke abstracte combinatie van materiaal en kleuren en compositie het schilderij gaat leven, wat daarvoor nodig is. Op dat niveau doet de voorstelling er eigenlijk niet meer toe, maar gaat het vooral om de compositorische elementen die de voorstelling bij elkaar houden, spanning geven.”

Maar je schildert alles uit je hoofd?

„Eigenlijk wel ja.”

 Hoe doe je dat in vredesnaam?

„In principe komen al mijn schilderijen voort uit dingen die ik zelf heb gezien, of beleefd – of zou willen beleven. Het leven is natuurlijk altijd mysterieus en ongrijpbaar, maar als je echt goed kijkt, je echt met het leven verbindt, dan ontstaat er een soort poëzie, die boven het particuliere uitstijgt.”

Hij wenkt, gaat me voor naar de eerste verdieping van de galerie en wijst naar het schilderij dat daar op de grote wand hangt – overduidelijk het pronkstuk van de tentoonstelling, misschien wel van zijn hele oeuvre. Jasmine (2026) lijkt de perfecte idylle. We zien een typisch zomertafereel: een Zuid-Europees vakantiehuis, groot en gelig en al wat ouder, met daaromheen allerlei mensen die hun tijd over de leegte uitsprenkelen: een man en een vrouw hebben allebei een jong kind op schoot, twee oudere kinderen spelen in de tuin, overal zijn dieren (poes op de stoel, rondrennende kippen, een gans draait op wonderlijke wijze zijn nek), in het midden een grote gele tafel met daarop een weelderig stilleven van vakantieparafernalia: bloemen, een mandje eieren, een asbak, een roze zonnebril met hartvormige glazen. Ik kan niet ontkennen dat ik geroerd ben: Fratino schilderde een ideale idylle, die tegelijk net genoeg is vertekend (de tafel, het perspectief, de kleuren) om nergens klef of zelfgenoegzaam te worden.

Louis Fratino, Jasmine, 2026.

Beeld David Zwirner

Wat een prachtig schilderij.

„Dank je.”

Is dit jouw versie van de hemel?

Fratino lacht. „Dit toont wat ik beneden wilde zeggen: dat mijn werk en mijn leven elkaar versterken, elkaar opstuwen. Dit schilderij is ontstaan vanuit de observatie dat steeds meer familieleden en vrienden kinderen krijgen. Ik wilde weten of Alessandro en ik ook ouders zouden kunnen zijn. Door dit schilderij te maken, wordt dat idee als het ware deel van mijn leven: ik schilder Ale met een kind in zijn armen, die vrouw is zijn moeder – het schilderij is een soort toekomstperspectief, ik probeer me als het ware voor te stellen of er in de echte wereld een plaats is voor dit scenario.”

Het schilderij is een soort toekomstperspectief, ik probeer me als het ware voor te stellen of er in de echte wereld een plaats is voor dit scenario

Kunst als een soort levensscenario?

„Het begon dus met de gedachte: kunnen wij kinderen krijgen? En ik had een paar tekeningen met verschillende verdwijnpunten die ik ben gaan combineren. Vervolgens waren we vorige zomer in het zomerhuis van Ale’s zus en zag ik die waanzinnige muur vol jasmijnbloemen en ik dacht: het moet geweldig zijn die te schilderen. Zo ben ik begonnen – om die combinatie van verschillende gevoelens te vangen. Dat verlangen is ook een belangrijke drijfveer om als schilder beter te willen worden: ik wil zo veel mogelijk gereedschappen tot mijn beschikking hebben om steeds complexere, steeds rijkere ervaringen te kunnen schilderen. En als het goed is brengen de schilderijen zelf vervolgens ook weer nieuwe ervaringen. Zo is het maken van een schilderij bijna als het bouwen van een huis, je bouwt aan iets waar je je toekomstdromen in stopt. En tijdens het bouwen verandert je blik op die toekomst weer. Dat is voor mij als schilder een enorme rijkdom, want daardoor kan ik altijd door.”

Je werk is vaak heel mooi, ongegeneerd mooi bijna. Ben je een pleaser?

„Ja, dat moet ik wel toegeven, en daar ben ik niet blij mee. Het gevaar bestaat altijd dat ik te veel aan m’n publiek ga denken en dat wil ik absoluut vermijden. Gelukkig werkt het ook zo dat hoe beter ik me zelf over een schilderij voel, hoe meer mensen het meestal aanspreekt.”

Louis Fratino, Prose, 2026.

Beeld David Zwirner

Een schilderij als Prose, dat hier beneden hangt, is ongegeneerd erotisch, op de rand van pornografisch: twee mannen die elkaar trots hun stijve penis tonen. Deze erotische lijn is belangrijk in je werk. Wordt het exposeren van zulke schilderijen niet lastiger in het huidige Amerika, in de hele wereld?

„Om eerlijk te zijn: in mijn directe omgeving, in New York heb ik daar weinig last van – daar kom je nauwelijks een hetero tegen.” Hij lacht. „Maar de situatie als geheel is natuurlijk zorgelijk. Musea in Amerika schrikken steeds meer terug voor zulke afbeeldingen. Dat gebeurde mij al in 2021: ik zou toen een tentoonstelling krijgen in een groot Amerikaans museum, tot de directie tegen de curator zei dat die alleen door kon gaan als er geen seksuele beelden in zouden zitten. Daar kon wat mij betreft geen sprake van zijn, dus toen hebben we de tentoonstelling afgezegd. Dat was pijnlijk, want het was mijn allereerste museale tentoonstelling. Maar ik wil me nooit aanpassen: deze beelden horen ook bij mijn leven, net als een mooi ontbijt of een middag in de tuin, dus die laat ik óók zien. Soms hebben mensen daar moeite mee, maar daar maak ik me niet druk om: ik ben ervan overtuigd dat ook deze schilderijen uiteindelijk in musea terecht zullen komen.”

Waar het pleasen en schoonheid betreft is het eerste schilderij op deze tentoonstelling opmerkelijk. Al is het maar omdat het naar een Edward Burra-schilderij verwijst dat ‘The Torturers’ heet.

„Ja, dat zou je als een nieuwe stap kunnen zien: ik ben langzaam meer op zoek aan het gaan naar zulke donkere beelden, want ik voel wel dat die kant van het leven in mijn wereld ontbreekt. Tot nu toe heb ik het geluk gehad dat mij weinig is overkomen, maar ooit gaat pijn mijn leven betreden – ouder worden gaat met pijn gepaard vrees ik, je verliest mensen, herinneringen worden pijnlijk, simpelweg omdat dingen er niet meer zijn. Als dit gebeurt hoop ik dat ik die pijn recht in het gezicht zal durven kijken en ermee om zal kunnen gaan, juist ook door het te schilderen. Het klinkt bijna pervers, maar in die zin kijk ik er bijna naar uit – ik ben benieuwd hoe ik daarmee om zal gaan.”

Lees ook
Van Willem de Kooning tot Eva Besnyö: dit zijn de beste tentoonstellingen die je nu kunt zien

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.