Home   2026-10-22 19:56:51

←

Pleidooi om het eigen geïsoleerde te leren overstijgen, maar ieder op zijn eigen, unieke manier

Original article

Terug naar de krant

Als een psychiater en een predikant alarm slaan over wat zij in hun spreekkamers te horen krijgen, dan is het zeker de moeite waard om even op te letten. Joost Röselaers (remonstrants predikant) en Esther van Fenema (psychiater) zijn al enkele jaren op een missie om de ‘leegte’ die zij in de levens van hun patiënten en pastoranten aantreffen onder de aandacht te brengen en tot maatschappelijk debat te verheffen.

Hun nieuwe boek Groter dan ik start bij de analyse die Van Fenema eerder onder woorden bracht in haar boek Het verlaten individu (2022). Die analyse is vrij overzichtelijk: de secularisatie en de ontzuiling hebben het individu ontworteld achtergelaten en voor die leegte is niets in de plaats gekomen. Het individu voelt zich leeg en mist bedding en doel, aangezien het zichzelf niet louter in z’n eentje kan dragen.

Groter dan ik wil een handreiking zijn voor het individu om, ondanks het ontbreken van een groot maatschappelijk verhaal, ,,opnieuw te spreken over dat wat ons overstijgt”. Voor alles wat ‘groter is dan ik’ gebruiken Röselaers en Van Fenema verwarrend genoeg het woord ‘transcendentie’. Daarmee rekken zij dit eeuwenoude filosofische en theologische begrip behoorlijk op en maken het veel ruimer dan de traditionele verwijzing naar godheden of ideeënwerelden die zich buiten het bereik van het menselijk kenbare bevinden.

Röselaers en Van Fenema gebruiken ‘transcendentie’ losjes als aanduiding voor alles wat het ‘ik’ overstijgt: de ervaringen van familie, kunst, natuur, en de dood. Dergelijke begripsverwarring en het ontbreken van referenties aan andere denkers, schrijvers of wetenschappers is kenmerkend voor dit boek dat belangrijke zaken aanstipt maar nergens écht diepte biedt.

Voorbeelden van de gepropageerde ‘transcendentie’ (van Bach tot boswandeling) zijn voorspelbaar en veilig: spannend zou het pas worden waar het ik-overstijgende verlangen van de een – laten we zeggen ‘Nederland voor de Nederlanders’ – met andermans ‘grotere verhaal’ in conflict raakt. Maar aan zulke gevoelige vragen waagt het boek zich niet of nauwelijks. Bezetting van de A12 door Extinction Rebellion wordt alleen genoemd als een psychologische, voor de individuele activist ‘zingevende’ ervaring, net als de Rode Lijn demonstraties voor Gaza én de acties van de groep Christenen voor Israel. „‘Ik vind het wel ontroerend om te zien,’ zegt Joost over het jongerenactivisme. ‘Even los van waarvoor ze dan opstaan.’” Laat dat nu net het springende punt zijn.

Het roept de vraag op wie het beoogd publiek eigenlijk is en waartoe de lezer nu precies wordt opgeroepen. Er zullen immers maar weinig mensen zijn die zich niet aangetrokken voelen tot iets groters dan henzelf. Of ze nu vrijwilligerswerk voor Natuurmonumenten doen of AZC’s in brand pogen te steken, bijna alle mensen doen dergelijke dingen omdat ze zich verbonden voelen met iets dat henzelf overstijgt. De vraag is dus veeleer met welk groter verhaal we ons verbinden. De roes van het voetbalstadion of zoveel mogelijk geld verzamelen voor jezelf en je familie worden door Röselaers en Van Fenema afgeserveerd als oneigenlijke of tijdelijke vormen van transcendentie. Als lezer vraag je je af wat dan precies de criteria voor de „diepe, betekenisvolle vormen van transcendentie” zijn waar predikant en psychiater naar op zoek zijn. Van Fenema suggereert na zestig pagina’s dat de klassieke deugden daarbij als leidraad zouden kunnen gelden, of de vraag of je voor je hogere doel zou willen sterven. Maar dat wordt nergens nader uitgewerkt.

Ook het laatste hoofdstuk over ‘God’ biedt in dat opzicht weinig soelaas. Dat ’God’ een zo mogelijk nog ongrijpbaarder containerbegrip is dan ‘transcendentie’ lijken de schrijvers wel te beseffen: „Godsbeelden bieden troost, maar veroorzaken ook wanhoop, iets wat Esther dagelijks in haar praktijk ziet.” De analyse van de verschillende godsbeelden die daarop volgt, laat hooguit zien dat het verlangen naar het overstijgen van het ik van alle tijden is. Zelf zoeken de schrijvers het vooral in de verantwoordelijkheid voor de naaste (Van Fenema) en ‘het kleine goede doen’ (Röselaers). De lezers mogen hun eigen grotere verhaal vinden „dat bij hen past”. Op individualistische wijze het ‘ik’ overstijgen dus: of dat het verlaten individu verder helpt?

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.