Het lichaam staat centraal in de Dutch Design Week: ‘Een groot deel van het leven speelt zich digitaal af, de behoefte aan lichamelijke, tastbare ervaringen groeit’
In het ‘herstelhuisje’ van de Eindhovense ontwerper Rombout Frieling kun je je even terugtrekken uit de buitenwereld. Wegkruipen in een nisje, luisteren naar meditatieve muziek, terwijl een lichtstrip je ademhaling begeleidt. Liggend op een harde houten vorm, met je bovenlichaam en knieën licht gebogen. Niet al te comfortabel, „want om terug te keren in je lijf, is het wel de bedoeling dat je je lijf blijft voelen”, zegt Frieling.
De herstelhuisjes van Frieling staan nu nog in zijn atelier, maar zullen straks verhuizen naar het Ketelhuisplein op Strijp-S in Eindhoven, het hart van Dutch Design Week. In zijn werk onderzoekt Frieling hoe we door design opnieuw verbinding kunnen maken met ons lichaam. „Door alle prikkels van buitenaf, alle digitale schermen die om onze aandacht vragen, raken we steeds meer het contact kwijt met ons lichaam. We voelen steeds minder en zitten vooral in ons hoofd.”
Voor zijn onderzoek naar hoe woningen kunnen bijdragen aan mentaal welzijn, sprak Frieling onder andere met een vrouw die een burn-out had. Als zij thuiskwam wilde ze even „helemaal verdwijnen”. Maar op de bank voelde ze zich te ‘exposed’, en in bed gaan liggen voelde voor haar meteen te zwaar. Frieling: „Om je veilig te voelen in je eigen lichaam, heb je eerst een omgeving nodig die veilig voelt. Dat is wat design kan doen.”
Tijdens Dutch Design Week (DDW), van 17 tot en met 25 oktober, is verspreid door heel Eindhoven werk van meer dan tweeduizend ontwerpers te zien. ‘Het lichaam’ is in veel ontwerpen een belangrijk thema, zegt Meis Suker, hoofd programma van DDW. „Een steeds groter deel van het leven speelt zich digitaal af, waardoor de behoefte aan lichamelijke, tastbare ervaringen groeit.” Zoals een sticker, ook te zien op DDW, die je op je lichaam kunt plakken om je menstruatiecyclus bij te houden, in plaats van in een app. Of ontwerpers die onderzoeken hoe je met dans het algoritme kunt ontregelen. „Maar dit betekent niet dat lichamelijkheid en digitale ontwikkeling recht tegenover elkaar staan”, zegt Suker. „Ze beïnvloeden elkaar juist continu, laten de ontwerpen zien.”
Eigenlijk draait elk ontwerp om het lichaam, zegt Joost Jansen, ontwerper en docent aan de Design Academy Eindhoven (DAE). „Je hebt het altijd bij je en kunt het nergens laten liggen. Je ontwerpt mét en voor het lichaam. Toch vergeten we dat vaak. We ontwierpen vroeger vooral objecten om naar te kijken, die gewoon ‘mooi’ mochten zijn, zonder te bevragen wat het materiaalgebruik ervan betekende of hoe het hergebruikt kon worden.” Maar dat is compleet veranderd, ziet hij onder de afstudeerders van DAE, die ook dit jaar hun werk presenteren tijdens de Graduation Show in DDW. „Ze houden zich vooral bezig met verschuivende of verdwenen grenzen. De grenzen tussen genders bijvoorbeeld. Of tussen analoge en digitale lichamen – denk aan virtual reality en AI – en tussen je lichaam en de buitenwereld. We bevragen steeds meer wat ‘een lichaam’ nou eigenlijk kan zijn.”
Eva van Caem: I am not the sum of my parts‘Een lichaam is zoveel meer dan wat organen en lichaamsdelen’
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13124740/141026VER_2036986212_eva.jpg)
‘I am not the sum of my parts’ van Eva van Caem bestaat uit drie levensgrote gebreide gevaartes.
Foto Nicole MarnatiVoor Eva van Caem, een van de afstudeerders van de Design Academy, is het duidelijk wat een lichaam níét is: I am not the sum of my parts heet haar werk, dat bestaat uit drie levensgrote gebreide gevaartes: het vetweefsel, spieren en de opperhuid. In haar puberteit moest ze vaak naar het ziekenhuis. „De specialisten keken allemaal naar mijn afzonderlijke organen, maar ik voelde me niet gezien als één geheel.” Een lichaam is zoveel meer dan wat organen en lichaamsdelen, zegt Van Caem. Het is onderdeel van wie je bent, iets wat je ervaart en waarmee je ervaart. Ze breidde lichaamsdelen die je kunt ervaren; waar je omheen kunt lopen, die je aan kunt raken of waar je zelfs onder kunt schuilen. „Bij het breien ontstaan allemaal kleine lusjes die samen één geheel vormen. Net zoals ons lichaam uit allemaal afzonderlijke cellen bestaat.” Haar droom is om nog veel meer zachte, pluizige lichaamsdelen te maken voor in ziekenhuizen, vooral voor op de kinderafdeling. Om gebruikt te worden als een veilige, zachte plek in een koude omgeving.
Te zien in de Graduation Show, Professor Doctor Dorgelolaan 2.
Frida Luyckx: Reading in a Duck’s Body‘Je eigen lichaam zou een veilige plek moeten zijn’
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13141816/141026VER_2036986212_WEB_BEWERKT_frida.jpg)
Voor ‘Reading in a Duck’s Body’ maakte Frida Luyckx kostuumelementen, zoals enorme eendenpoten.
Foto Frida LuyckxJe eigen lichaam zou een veilige plek moeten zijn, maar de buitenwereld maakt dat vaak onmogelijk, merkt de Vlaamse ontwerper Frida Luyckx. „Als vrouw voel ik me vaak onveilig op straat. ’s Nachts houd ik mijn sleutelbos altijd in mijn hand of doe ik alsof ik iemand bel.” Toen ze in het park een keer een vrouwtjeseend zag vluchten voor een groep mannetjes, herkende ze die onveiligheid. Gedwongen paringen komen onder eenden vaak voor, zelfs zo vaak dat het voortplantingsorgaan van het vrouwtje zich hieraan heeft aangepast: de vagina loopt in een spiraal met doodlopende gangen, waarmee ze sperma van ongewenste indringers kan tegenhouden. „Vrouwelijke eenden houden zo altijd iets van controle over hun lichaam. Ik vroeg me af of dat invloed heeft op hoe ik me in mijn lichaam voel. Of ik me anders door de wereld zou bewegen als ik altijd zelf kon bepalen wie ik toelaat.”
Voor Reading in a Duck’s Body maakte ze kostuumelementen, zoals enorme eendenpoten of een groot schildpaddenschild, om ruimte mee in te nemen, of juist om even in te verdwijnen. Naast eenden en schildpadden zijn de kostuums geïnspireerd op ratten en zeepaarden. Allemaal dieren waarbij het vrouwtje op verschillende manieren invloed kan uitoefenen op de voortplanting, bijvoorbeeld door een partner te kiezen of ongewenste bevruchting tegen te gaan.
Te zien in de groepstentoonstelling LUCA School of Arts, De Fabriek, Baarsstraat 38.
affect lab: One Size Fits None‘Elke vagina is anders’
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13164010/141026VER_2036986212_affectlabAI.jpg)
Kunstenaarsduo Natalie Dixon en Klasien van de Zandschulp maakten een installatie, One Size Fits None. Voor de vervaardiging van dit beeld werd gebruikgemaakt van AI.
Foto eigen beeld„Als je bedenkt hoe ver de moderne technologie is, hoe gek is het dan dat sommige vrouwen met gigantische donuts in hun vagina moeten rondlopen. Dat is toch middeleeuws.” Kunstenaarsduo Natalie Dixon en Klasien van de Zandschulp, samen ‘affect lab’, laten in hun atelier drie roze pessaria zien die gebruikt worden bij bekkenbodemverzakkingen – in small, medium en large. „Meer smaken zijn er niet, terwijl elke vagina anders is.” De siliconen ringen worden gebruikt om bij verzakkingen de blaas, baarmoeder of darmen te ondersteunen, maar dit is vaak onprettig en niet voor elke vrouw toereikend.
Dixon en Van de Zandschulp spraken twee gynaecologen die een nieuw hulpmiddel aan het ontwikkelen zijn, en vrouwen die een bekkenbodemverzakking hebben. Zoals een jonge moeder die niet met haar kinderen de avondvierdaagse kan lopen, omdat ze vaak naar de wc moet door de verzakking van haar blaas. „Haar man wil niet dat ze een incontinentieslip draagt, want dat vindt hij niet sexy”, vertelt Van de Zandschulp. Of de vrouw op leeftijd die de grootste maat pessarium draagt en iedere week naar het ziekenhuis moest om het te laten verwisselen. „Haar man heeft het toen zelf leren doen, zodat ze gewoon thuis kan blijven”, vertelt Dixon. Voor DDW maakten ze een installatie, One Size Fits None, waarin je de verhalen hoort van deze vrouwen. De bezoekers die luisteren zijn in de installatie zichtbaar als silhouetten. „We willen de ontwerpsector verbinden met de vrouwenzorg, daar is nog zoveel winst te behalen.”
Te zien in Foundation We Are, Torenallee 22-04.
Juliette Brederode, Chonglian Yu, Izadora Yamamoto en Livia Ribichini:
A Satellite in My Body‘Iedereen zijn eigen minisatelliet’
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13124853/141026VER_2036986212_satellite.jpg)
Kunstenaars Juliette Brederode, Chonglian Yu, Izadora Yamamoto en Livia Ribichini ontwierpen A Satellite in My Body.
Foto eigen beeld„Wist je dat er voortdurend satellieten over je hoofd vliegen, zonder dat je er iets van merkt?” Kunstenaars Juliette Brederode, Chonglian Yu, Izadora Yamamoto en Livia Ribichini ontwierpen A Satellite in My Body, een draagbaar apparaat dat live verbonden is met Starlink, het satellietnetwerk van Elon Musks ruimtevaartbedrijf SpaceX. Elke keer dat er een satelliet overvliegt, gaat het apparaatje trillen, knipperen en piepen. Je kunt de minisatelliet bij je dragen maar ook echt omdoen, aan je arm of been bijvoorbeeld, „als een soort extra orgaan”, zegt Brederode. „Onze lichamen zijn altijd al onderdeel van het satellietnetwerk: onze bewegingen en locaties worden continu geregistreerd en vertaald naar data. We hebben het alleen niet in de gaten.”
Met dit prototype willen ze dit zichtbaar en invoelbaar maken. En het lichaam zo de controle teruggeven; niet alleen door de satellieten van bovenaf bekeken worden als een onwetend object, maar ook zelf terugkijken. En terwijl de satellietnetwerken eigendom zijn van grote technologiebedrijven, maken zij hun draagbare satelliet toegankelijk voor iedereen. De bouwinstructies en codes staan op hun website, zodat iedereen zo’n apparaat kan maken en gaan dragen. „Uiteindelijk hopen we dat er een netwerk van kunstmatige organen” – zo noemen ze hun doe-het-zelf-satellieten – „ontstaat. Een netwerk van lichamen die samen naar boven kijken.”
Te zien in Gebouw SFF, Torenallee 49.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.