In Noord-Ierland bestaat draagvlak voor de ontmanteling van paramilitaire groeperingen, óók bij die groepen zelf
Sommige politieagenten in Noord-Ierland kijken nog steeds onder hun auto voordat ze instappen, of er geen bom onder ligt. Inwoners van buurten waar paramilitaire organisaties actief zijn, durven bij incidenten niet naar de politie te stappen uit angst voor intimidatie van die groepering. „Er is veel bereikt, maar de vrede is zeker niet perfect”, zegt de Nederlandse conflictbemiddelaar Fleur Ravensbergen per telefoon.
Het is al bijna dertig jaar vrede in Noord-Ierland. Op 10 april 1998 kwam er een einde aan een heftige burgeroorlog tussen katholieke nationalisten, die vinden dat het Ierse eiland één republiek zou moeten vormen, en protestantse unionisten, die Noord-Ierland zien als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Tijdens The Troubles, van eind jaren zestig tot 1998, vielen enkele duizenden doden en tienduizenden gewonden.
In het Goedevrijdagakkoord van 1998 maakten beide partijen vergaande afspraken over het delen van de macht en onderlinge samenwerking. Die staan nog steeds overeind. „Fantastisch en nogal zeldzaam, zoiets gebeurt bij burgeroorlogen bijna nooit”, zegt Ravensbergen. „Aan de andere kant voeren we 28 jaar later nog steeds een gesprek over spanningen en pijnlijke gebeurtenissen in de samenleving. Tijdens mijn onderzoek vonden bomexplosies plaats en nog steeds bestaat er een dreiging voor de nationale veiligheid.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14155139/141026BUI_2037474239_-fleur.jpg)
Fleur Ravensbergen
Foto independent reporting commissionOp verzoek van de regeringen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland deed Ravensbergen het afgelopen jaar onderzoek naar de vraag of in Noord-Ierland steun bestaat voor een proces om de paramilitaire groeperingen te ontmantelen. Die groepen, van zowel republikeinse als unionistische kant, waren tijdens The Troubles de grote aanstichters van geweld en aanslagen. Tientallen groeperingen werden illegaal verklaard, maar bestaan nog steeds en zijn geregeld ook crimineel actief.
Ravensbergen sprak, onder andere, met leiders en leden van die paramilitaire groeperingen. Deze week maakte ze haar bevindingen bekend.
Hoeveel draagvlak trof u aan voor ontmanteling van die paramilitaire groepen?
„Ik vond het verbazingwekkend om te merken dat de meeste betrokkenen open staan voor zo’n nieuw proces. Zolang dat aan bepaalde voorwaarden zou voldoen tenminste. Bijvoorbeeld dat paramilitaire groepen geen geld of beloning mogen krijgen in ruil voor hun medewerking. En dat er tegelijk een robuuste aanpak van de politie moet zijn in de buurten waar paramilitaire groepen actief zijn, omdat het daar nu vaak aan ontbreekt.”
Wat voor crimineel gedrag vertonen die groeperingen?
„Het verschilt. Sommige hebben vooral een politieke agenda en vormen een bedreiging voor de nationale veiligheid. Andere groepen zijn betrokken bij georganiseerde misdaad, of ze weten dat die plaatsvindt in hun buurt en laten het gebeuren. Dat gaat van drugshandel of illegale geldleningen tot afpersing.”
Zo’n ontmantelingsproces zou ‘tijdsgebonden’ moeten zijn, schrijft u. Wat voor deadline denkt u aan?
„Daar blijf ik bewust van weg, dat zou iets voor de implementatie zijn. Dit rapport is toch al iets waar de Britten en de Ieren even op moeten kauwen. Maar het is belangrijk dat er duidelijkheid zou bestaan over de tijd die alle partijen hieraan zouden gaan spenderen. Zeker ook omdat er vermoeidheid over het conflict bestaat. Iedereen is hier al 28 jaar mee bezig, ze willen niet nóg een commissie die tien jaar lang iets gaat doen.”
De New IRA, een afsplitsing van de beruchte IRA, wilde volgens The Belfast Telegraph niet meewerken aan uw onderzoek. Klopt dat?
„Ik kan niets specifieks over die groep zeggen. Maar ik heb constructieve en serieuze gesprekken gehad met republikeinse paramilitairen. En er was ook non-participatie. Die verwacht ik ook bij zo’n nieuw overgangsproject, omdat het voor sommige republikeinse groepen principieel lastig is om samen te werken met de Britse staat. Of ze hebben er geen fiducie in, of ze denken dat ze een deel van hun achterban erdoor kwijtraken.”
Meestal zijn partijen alleen bereid tot bewegen als het alternatief erger is
In uw rapport noemt u niet met welke partijen u hebt gesproken. Ligt dit nog zo gevoelig?
„Hartstikke gevoelig. Ik sprak met leden van paramilitaire groepen, maar ook met slachtoffers en overlevenden, met politici, met de politie, met veiligheidsteams en buurtteams. Ook met personen die geïntimideerd waren en het spannend vonden om hun verhaal te doen. Als ik specifiek bepaalde gewapende groepen ga noemen, gaat dat in Noord-Ierland een eigen leven leiden. Dat vond ik afleiden van het bredere verhaal en de vraag of zo’n ontmanteling haalbaar zou zijn. En daar is gewoon draagvlak voor.”
Alleen willen die groepen het liever niet zo noemen?
„Tegen het woordgebruik van ontmanteling maakten sommige groepen bezwaar, terwijl ze wel de doelen steunen die onder zo’n veranderproces zouden vallen. Bijvoorbeeld het weghalen van zichtbare verwijzingen naar de groeperingen, dus de muurschilderingen in ‘hun’ wijken.”
Ravensbergen stelde een lijst van elf doelen op waar de groeperingen aan zouden moeten werken. Overhandiging van overgebleven wapens staat daar op, net als geen dwang en controle meer uitoefenen in hun gebieden, geen nieuwe leden meer werven en geen leden meer mobiliseren.
Opvallend, dat u draagvlak vond onder groeperingen om aan het einde van hun eigen bestaan mee te werken.
„Ik ben niet naïef. Het zijn geen engeltjes, dat is nooit zo in dit vak. Meestal zijn partijen alleen bereid tot bewegen als het alternatief erger is. De groepen raken langzaam de regie over hun verhaal kwijt, over hoe zij de betekenis van hun strijd zien.”
„En net als in de rest van Europa staat de maatschappij onder druk. Er is armoede, de kosten van het dagelijks leven zijn hoog, de politie staat onder druk, de gezondheidszorg. Maar in Noord-Ierland komt daar nog eens een extra, complexe laag bovenop. Zeker is dat de paramilitaire groepen een negatieve impact hebben en verbonden zijn aan criminaliteit, of soms tegen hun zin daarmee geassocieerd worden. Dus waarom niet proactief kijken of daar iets aan te doen valt? Het alternatief is niks doen.”
De Ierse en Britse regeringen zeggen beide het onderzoek te gaan bestuderen. De Britse minister voor Noord-Ierland zei dat hij „blij was dat het rapport mogelijke routes biedt om een einde aan paramilitarisme te maken”.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.