Big Tech zet in op ‘kleine’ kernreactoren om de eigen energiehonger te stillen – en kan zo helpen kernenergie van de grond te krijgen
Groter, sneller, krachtiger. De AI-modellen van Google, Microsoft en OpenAI gebruiken gigantisch veel energie. In vier jaar tijd zal de vraag van datacenters naar elektriciteit verdubbelen, aldus onderzoek van de Verenigde Naties. Datacenters zijn dan goed voor 3 procent van het mondiale stroomverbruik, berekende het Internationaal Energie Agentschap (IEA), evenveel als Japan. In 2030 gebruiken datacenters in de Verenigde Staten meer elektriciteit dan notoire stroomslurpers als de staal-, aluminium–, cement- en chemische industrie in dat land samen.
Techbedrijven in energienood kijken daarom naar een nieuw type kernreactor, de small modular reactor (SMR). Ook politici en overheden zijn enorm geïnteresseerd in deze ‘nucleaire superster’.
SMR is een parapluterm voor kernreactoren die fabrieksmatig kunnen worden gebouwd. Het idee is dat ze – na opgeschroefde productie – in serie een stuk goedkoper gebouwd kunnen worden dan reguliere kerncentrales. Sommige lijken op kleinere, conventionele kerncentrales, anderen hebben ‘geavanceerde’ ontwerpen die gebruik maken van wisselende typen koel- en brandstoffen. Ongeacht het soort: ze kunnen aan een grote energievraag voldoen. En dat maakt ze voor datacenters interessant.
De kans is groot dat datacenters hier de eerste afnemers worden van SMR’s. Big Tech is een grote drijfveer van kernenergie
Big Tech investeert dit jaar alleen al 600 miljard dollar (536 miljard euro) in datacenters. Om die in de toekomst te kunnen voorzien van energie, werken AI-giganten als Google en Meta samen met SMR-ontwikkelaars. Concurrent Amazon investeerde al 700 miljoen dollar (630 miljoen euro) in een SMR-fabrikant.
Op dit moment zijn alleen in Rusland en China al SMR’s gebouwd. In de westerse wereld ontbreken ze vooralsnog, met name de VS is bezig met een inhaalslag. Wereldwijd beconcurreren tientallen SMR-projecten elkaar. Experts verwachten dat een handjevol commercieel succesvol wordt.
Datacenters van kapitaalkrachtige techbedrijven zouden ook in Nederland het vliegwiel kunnen zijn voor de ontwikkeling van SMR’s, zeggen betrokkenen tegen NRC. Hidde Baars, directeur van branchevereniging Nucleair Nederland: „De kans is groot dat datacenters hier de eerste afnemers worden van SMR’s. Big Tech is een grote drijfveer van kernenergie.” Rick Pijpers, AI-adviseur en medeoprichter van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie: „Het is het gesprek van de dag.”
Een eerste overeenkomst voor Nederland is er al: het Amerikaanse Equinix – bekend van datacenters in en rondom Amsterdam – sloot vorig jaar een intentieverklaring met de Nederlandse aanbieder van de zogeheten Rolls-Royce SMR. Samen zoeken ze naar een definitieve locatie, zegt topman Dirk Rabelink van ULC-Energy. „Equinix wil de helft van de energie van onze kernreactor afnemen. Daardoor kan je bouwen zonder gigantische subsidies.”
‘Strategische fout’
Toen Baars in september een nucleaire topconferentie in Parijs bezocht, was de interesse van datacenterbedrijven evident. Naast hoge vertegenwoordigers van overheden en SMR-ontwikkelaars sprak hij techbedrijven als Equinix en chipfabrikant Nvidia. „Die zeggen: wij zetten datacenters neer van 60 miljard euro. In verhouding daarmee is de paar miljard euro voor een of twee SMR’s het probleem niet.”
De regering-Trump was medeorganisator van de conferentie en stuurde drie ministers naar Parijs. Nederland werd vertegenwoordigd door topambtenaren van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat; staatssecretaris Jo-Annes de Bat (Klimaat en Groene Groei, CDA) was verhinderd.
Anno 2026 beleeft Europa wat voorstanders graag de ‘nucleaire renaissance’ noemen. Overheden staan niet langer argwanend of kritisch tegenover kernenergie. Zo beloofde de Britse regering vorig jaar dat de ontwikkeling van SMR’s tot een „gouden eeuw” van kernenergie zou leiden. En Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, stelde dat Europa een „strategische fout” had gemaakt door kernenergie de rug toe te keren.
Nucleaire incidenten
Na enkele grote nucleaire incidenten eind vorige eeuw – zoals de oververhitting van een kernreactor van de Amerikaanse Three Mile Island-centrale in 1979, waarbij radioactieve stoffen vrijkwamen, en de kernramp van Tsjernobyl in 1986 – pauzeerden veel Europese overheden hun kernenergieprogramma’s. Lopende bouwprojecten werden stilgelegd, een aantal bestaande centrales werden gesloten. Duitsland ontmantelde zijn eigen kernprogramma na de kernramp in het Japanse Fukushima in 2011.
Inmiddels domineert een ander geluid. Door roerige geopolitieke omstandigheden, met name de energiecrisis van 2022, wil Europa zijn import van fossiele brandstoffen verminderen en meer eigen energie produceren. Overheden kijken reikhalzend uit naar de onafhankelijkheid van fossiel die SMR’s beloven. Ook Italië, dat al veertig jaar geleden na een referendum zijn laatste kerncentrale sloot, is overstag. De senaat stelde zich vorige maand achter een plan van de regering-Meloni om te investeren in SMR’s.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07160501/091026BIN_2037170011_kerncentrales.jpg)
De kerncentrale van Three Mile Island, bij Harrisburg. Voor een van de reactoren, in 2019 stilgelegd om economische redenen, is in 2024 een contract gesloten met Microsoft om op termijn datacenters van stroom te voorzien.
Foto Jim Lo Scalzo / ANP / EPAKilometerslange stroomkabels
Tegelijkertijd is het voor overheden riskant om te investeren in SMR’s zonder garantie op commercieel succes. Van recente kernenergieprojecten is bekend dat ze het met miljarden kunnen overschrijden.
Toch wil ook het kabinet-Jetten meer kernenergie in Nederland. Tegen 2050 moet het equivalent van veertien Borssele-centrales – reguliere kerncentrales dan wel SMR’s – zijn voltooid. De bouw van twee reguliere centrales wordt „volledig” gefinancierd door de staat, schreef staatssecretaris De Bat in juni aan de Kamer, maar voor SMR’s wil het kabinet onderzoeken of „private partijen” willen meebetalen.
In dat geval valt te denken aan industriële deelnemers. Zowel Tweede Kamerleden als experts opperen geregeld dat SMR’s kunnen bijdragen aan de verduurzaming van de industrie. Neem het complex Chemelot in Limburg, ver verwijderd van windparken op zee. Voor afname van hun stroom zouden kilometerslange kabels door Nederland moet worden gelegd. Maar, zegt Baars, „met de energie-intensieve industrie gaat het slecht. Ze zitten krap bij kas. Ik proef koudwatervrees om de eerste stap [in SMR’s] te zetten.”
Ik zei tegen Equinix: ga nou niet een groot datacenter bouwen met je eigen kerncentrale. Daar zijn mensen niet in geïnteresseerd
Techbedrijven zouden in dat gat kunnen springen. „Vanuit datacenters zie ik een drive naar SMR’s”, zegt Baars. En de bedrijven erachter hebben de financiële middelen om deze kernreactoren commercieel te laten slagen. Rabelink, van ULC-Energy: „Datacenters vormen de sector die het beste in staat is te investeren in SMR’s.”
Equinix heeft met Rabelink afgesproken dat een substantieel deel van de stroom die de SMR gaat produceren, beschikbaar komt voor andere bedrijven of naar het publieke net gaat. „Ik zei tegen Equinix: ga nou niet een groot datacenter bouwen met je eigen kerncentrale. Daar zijn mensen niet in geïnteresseerd.” Want: als een SMR enkel stroom levert aan een datacenter, profiteert de directe omgeving daar amper van. Nu, benadrukt Rabelink, kan het project financieel van de grond komen doordat het datacenter veel stroom afneemt en heeft de omgeving er ook wat aan. Voor het plan is volgens hem „steun vanuit Den Haag”.
Energiejacht
De grote internationale techbedrijven hebben haast. Ze wedijveren met elkaar wie het dominante AI-model weet te bouwen, en dat drijft de behoefte aan datacenters enorm op. Daar schuurt het. „De techsector wil nú investeren in Europa”, zegt Baars. „Microsoft zei ooit tegen me dat het in vier jaar het aantal datacenters hier wil verdubbelen. Maar je kunt de SMR’s wel bestellen, ze moeten ook nog gebouwd worden.”
Ook Rabelink benadrukt: tijd is „dé grote uitdaging” bij datacenters. „Een SMR staat er niet in de komende drie tot vijf jaar.” Ze zijn nog in ontwikkeling. Geavanceerdere types, zoals die van Thorizon, lijken pas eind volgend decennium volop in productie te gaan. Sommige vergevorderde SMR’s zijn dan wel te bestellen, maar de verwachting is dat vergunningen aanvragen en bouwen al gauw tien jaar duurt.
Tot dat moment is de vraag voor datacenters volgens Pijpers: „Hoe komen we aan energie?” Dat kan op verschillende manieren, zegt hij, bijvoorbeeld met een eigen gasturbine. „Voor de energiebehoefte van een datacenter over tien jaar denk ik al gauw aan Rolls-Royce.” Deze Britse SMR-ontwikkelaar werkt aan kernreactoren die vrijwel evenveel stroom produceren als de centrale in Borssele (genoeg voor zo’n half miljoen huishoudens).
Sophie Macfarlane-Smith, hoofd ‘klantenzaken’ bij Rolls-Royces SMR-afdeling, ziet „veel interesse” van techbedrijven. Toch plaatst ze vraagtekens bij de „rondvliegende miljarden” die met name Amerikaanse techbedrijven zeggen te willen investeren. „Gaan deze aankondigingen écht leiden tot de bouw van commerciële kernreactoren? Wij hebben overheden en projectontwikkelaars nodig om de aanzienlijke vraag vanuit techbedrijven te verwezenlijken.”
In de Verenigde Staten is de energiejacht van Big Tech nu zo heftig dat ze de ontwikkeling van SMR’s niet afwachten. Bedrijven als Google en Microsoft steken inmiddels miljarden dollars in renovatie van oude kerncentrales, zodat die de komende jaren meer stroom kunnen produceren, schreef de The New York Times onlangs.
Kernafval
„Er zit een zekere logica in stroomlevering aan datacenters via een SMR”, vindt Behnam Taebi, hoogleraar klimaat- en energie-ethiek aan de TU Delft . „Maar we moeten niet vanuit haast redeneren. Een kerncentrale is een fabriek met bijzondere risico’s, waar veel bij komt kijken.” Hij somt op: welke regels moeten er gelden voor (nog niet bestaande) SMR’s? Hoe wordt met kernafval omgegaan? Hoe kan voldoende koelwater tijdens droogte worden gegarandeerd? En door wie worden SMR’s na gebruik ontmanteld?
Met name kernafval is een kwestie die aandacht vergt, zegt Taebi. Terwijl internationaal is afgesproken om het diep onder de grond op te slaan, gebeurt dat nog vrijwel nergens. „En ik zie techbedrijven vooralsnog niet met een initiatief voor afvalopslag komen.”
„Google en Microsoft creëren voor zichzelf gewoon zo veel mogelijk opties”, zegt kernenergie-expert Ruut Schalij. Datacenters die autonoom opereren met een eigen SMR vindt hij riskant. „Wie is dan de baas over de veiligheid? Ik heb mijn bedenkingen daarover. Wat als het bedrijf ermee ophoudt?” Hoewel de nucleaire autoriteit ANVS controleert, ziet Schalij liever dat de overheid actief betrokken blijft bij kernreactoren, bijvoorbeeld als aandeelhouder.
Taebi vreest dat overheden – als techbedrijven essentieel worden voor SMR’s – regels voor kernenergie kunnen gaan versoepelen
De vraag die voorop moet staan, aldus Schalij: welke industrie wil Nederland, met welke energiebehoefte? „Het kan dat een techbedrijf daarbij past. Maar nu draaien we het volledig om: wij willen SMR’s en zien dat Microsoft ze wil bouwen. Als het moment komt dat een datacenter drie SMR’s wil bouwen, moet de overheid daarop voorbereid zijn.”
Ook Taebi waarschuwt dat het „publieke belang” niet gediend is door mee te gaan in de „hijgerigheid” van de mondiale AI-race. Hij vreest dat overheden – als techbedrijven essentieel worden voor SMR’s, wat gepaard gaat met grote commerciële belangen – geneigd zijn regels voor kernenergie te versoepelen. „In de VS gebeurt dit al, dat is reden tot zorg.”
Correctie (15 oktober 2026 om 15.47 uur): In de inzet is toegevoegd dat de Franse SMR van Thorizon thorium als brandstof gebruikt.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.