Elke aflevering van ‘Zoals het komt: 100 dagen in de gehandicaptenzorg’ breekt je hart
Met het intreden van de herfst bekoelt ook de sfeer op het zorgpark. Het kan zo subtiel zijn; zelfs het vallen van de bladeren maakt de cliënten al van streek. Zo kan het gebeuren dat niemand doorheeft dat Jan-Willem steeds meer gespannen wordt tijdens het avondeten. Totdat hij uitbarst, een begeleider een bloedneus slaat en spuwt naar documentairemaker Nicolaas Veul. „Ik wil Nicolaas slaan”, zegt hij, nadat hij ‘gefixeerd’ naar zijn kamer is gebracht. Hij bedoelt het niet kwaad. Het was hem gewoon even te veel geworden.
In het vijfde seizoen van documentaireserie 100 dagen (VPRO) loopt presentator Nicolaas Veul mee op een zorgpark voor ernstig verstandelijk gehandicapten. Hij is wat gewend: eerder liep hij mee in de ggz, de jeugdzorg… Maar dit seizoen maakt hij zijn stage voor het eerst niet af. „Ik heb veel angst gekend in mijn jeugd”, zegt Veul na 86 dagen tegen teamleider Aart, een Afghanistan-veteraan. „Dit brengt me terug. Mijn hoofd zegt dan: ‘Weg, weg, weg!’”
Verstopt en beschermd door dikke rijen bomen ligt, nabij Apeldoorn, Woonzorgpark Groot Schuylenburg – ooit onderdeel van de „Vereeniging tot opvoeding en verpleging van idioten en achterlijke kinderen”. Hier huizen de kwetsbaarsten van de samenleving. 100 dagen filmt het aanvankelijk op afstand, door waaiende bladeren en pantserramen. Een beetje zoals de wereld ernaar kijkt: een mysterieuze plek, waar je af en toe een kreet uit opvangt.
Binnen vindt Veul „een verwarrende plek” – vol tegenstrijdige feiten die hij maar moeilijk kan samenbrengen. De cliënten zijn lief en onschuldig als kinderen, maar barsten uit met de kracht van volwassenen. De routine is strak toch is elk moment onvoorspelbaar. En de begeleiders onderhouden een bijna liefdevolle band met hun cliënten, maar leren ook hard te zijn, hoe ze de hoofdgewrichten van een lijf pijnloos kunnen manipuleren om iemand tot rust te dwingen. Terwijl de begeleiders dat „fixeren” oefenen, klinkt er buiten een schreeuw – Veul is de enige die angstig omkijkt.
„Stop nou eens met dat begrijpen”, zeggen begeleiders keer op keer tegen Veul. „Je moet het gewoon voelen.” Maar ja: dan moet je wat je voelt wel kunnen verdragen.
Voelen
„Ja, als ik terug kon in de tijd, dan wel met jou!” Nooit gedacht ooit ontroerd te raken door de muziek van Yves Berendse. Maar in 100 dagen, met Eline die luid meezingt, gebeurt het toch.
De band tussen Veul en Eline vormt een rode draad in de serie. Zij leidde ooit een normaal tienerleven (uitgaan, snackbar), maar verdween door een „genetische weeffout” langzaam achter diepe, donkere ogen. Nu lijkt ze afwezig; ze zegt bijna niets meer. „Wij raken Eline kwijt, dat is het gevoel dat we krijgen”, zeggen haar ouders. Oma laat Eline een video zien waarop ze handstanden doet in de tuin: kijk, zo was je vroeger.
Wat Veul de perfecte presentator voor dit programma maakt, maakt hem misschien ook ongeschikt voor dit soort zorg
Veul begeleidt Eline, maar raakt te betrokken. Als jonge vader ziet hij zijn eigen kind in haar. Hij blijft zoeken naar signalen van verbetering en herkenning – de momenten waarop Eline wél opeens verschijnt. Maar heeft zij dat wel nodig? Is dat niet juist een obstakel voor goede dagelijkse zorg? Veul huilt bij teamleider Aart.
Wat Veul de perfecte presentator voor dit programma maakt, maakt hem misschien ook ongeschikt voor dit soort zorg. Veul is een emotionele thermometer, met een expressief hoofd waarop zelfs de meest subtiele emotie zich Kabuki-achtig aftekent. Hij voelt alles te sterk.
Elke aflevering breekt je hart
Veul reflecteert daarmee het verlangen van de kijker: perspectief, catharsis! Maar dan breekt elke aflevering van 100 dagen je hart. Dan word je verzwolgen door wat voelt als een noodlot: in veel gevallen ‘stopten’ de hersenen van cliënten met ontwikkelen, maar ondertussen werkt de tijd door. Hun ouders overlijden, lijven worden ouder – en plots zijn ze een stoorzender in een omgeving die hun gedrag niet begrijpt.
Je kunt daarin tragedie zien. In het zorgpark lopen veel cliënten rond met herinneringen van vroeger aan de borst gekluisterd. Jelle draagt het trouwalbum van zijn overleden ouders als een knuffel. Jan-Willem zegt elke avond welterusten tegen een poster met een blinkend witte truck – want daarin „rijdt zijn vader in de hemel”.
Maar de begeleiders zien hun cliënten niet als wandelende tragedies. Zij leven op een afstand van hoop, verdriet en angst: in het alledaagse. Waar ook veel warmte en vrolijkheid is. En ergens is het toch ook mooi, dat Jelle elke dag kan wegdromen bij de bruiloft van zijn ouders?
Het lukt Veul uiteindelijk niet die afstand te creëren. Aart kijkt hem begripvol aan, naast de schommels in het zorgpark: „Als je nu al zoveel adrenaline en angst ervaart… Dan kun je het zelf wel invullen.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.