Home   2026-10-22 19:56:51

←

Stoppen met de 13-wekenecho is een verslechtering van de zorg

Original article

Minister Sophie Hermans wil de 13-wekenecho per 1 januari 2028 beëindigen. Als reden verwijst zij naar het advies van de Gezondheidsraad, die concludeert dat onduidelijk is of de voordelen van de screening opwegen tegen de nadelen. Die conclusie is mede gebaseerd op resultaten uit ons landelijke Imitas-onderzoek. Maar dat betekent niet automatisch dat de screening moet stoppen. Ons onderzoek laat juist zien waar verbeteringen mogelijk zijn. Een logische vervolgstap is daarom het aanpassen en evalueren van het screeningsprotocol, niet het beëindigen van de screening. Door daarvan af te zien accepteert de minister dat ernstige aangeboren afwijkingen weer later in de zwangerschap worden vastgesteld, met directe gevolgen voor de gezondheid en keuzevrijheid van vrouwen.

De 13-wekenecho maakt het mogelijk ernstige aandoeningen aanzienlijk eerder vast te stellen dan de 20-wekenecho. Als een afwijking wordt vermoed, volgen vaak aanvullende echo’s, genetisch onderzoek en gesprekken met specialisten. Het kan weken duren voordat ouders beschikken over voldoende informatie om een beslissing te nemen.

Zorgvuldige besluitvorming

Wanneer ouders besluiten de zwangerschap af te breken, gebeurt dat soms pas vlak voor de wettelijke grens van 24 weken. Een latere zwangerschapsafbreking is lichamelijk zwaarder en kent meer medische risico’s dan een eerdere afbreking. Ook de emotionele belasting kan groter zijn. Een eerdere diagnose neemt het verdriet niet weg, maar geeft vrouwen meer tijd voor zorgvuldige besluitvorming en maakt een medisch minder belastende afbreking mogelijk.

Daarnaast raakt het besluit aan reproductieve autonomie. Voor sommige vrouwen spelen religieuze of culturele overwegingen een rol, waarbij een afbreking vroeg in de zwangerschap anders wordt beoordeeld dan later. Het wegvallen van vroege diagnostiek kan betekenen dat een keuze die bij dertien weken nog mogelijk was, bij twintig weken niet meer bestaat.

De discussie over de 13-wekenecho gaat daarom niet alleen over screeningsprestaties, maar ook over gezondheid, lichamelijke integriteit en keuzevrijheid.

Verbeteren in plaats van stoppen

Het Imitas-onderzoek laat zien dat de 13-wekenecho ernstige afwijkingen eerder opspoort, maar ook relatief veel verwijzingen oplevert die achteraf niet nodig blijken. Daarnaast worden sommige afwijkingen nog gemist terwijl deze op dat moment zichtbaar zouden kunnen zijn.

Deze uitkomsten vragen om verbetering, niet om afschaffing. Hoewel de ervaring van echoscopisten zal bijdragen aan betere prestaties, zijn gerichte aanpassingen in het screeningsprotocol nodig om de belangrijkste knelpunten aan te pakken.

Nederland heeft hiervoor een uitstekende uitgangspositie. Zowel de 13- als de 20-wekenecho worden landelijk aangestuurd door het RIVM, met uniforme protocollen, kwaliteitseisen en scholing. Daardoor kunnen verbeteringen snel en op grote schaal worden ingevoerd en geëvalueerd.

Dat dergelijke aanpassingen effectief kunnen zijn, hebben we eerder gezien bij de 20-wekenecho. De invoering van aanvullende hartbeelden heeft daar aantoonbaar geleid tot een betere opsporing van aangeboren hartafwijkingen. De resultaten van Imitas bieden concrete aanknopingspunten voor vergelijkbare verbeteringen bij de 13-wekenecho, bijvoorbeeld door transvaginale echoscopie vaker toe te passen en bepaalde standaardbeelden verplicht op te nemen. Een prospectieve interventiestudie kan op relatief korte termijn vaststellen of dergelijke veranderingen leiden tot minder onnodige verwijzingen en betere detectie.

De minister stelt dat onderzoek naar een aangepast screeningsprotocol mogelijk te lang duurt. Naar onze overtuiging is dat niet nodig. Dankzij de infrastructuur die binnen Imitas is opgebouwd, kan een aangepast protocol snel worden ontwikkeld en landelijk worden ingevoerd. Met een periode van prospectieve evaluatie kunnen de effecten binnen afzienbare tijd worden beoordeeld.

Bredere herbeoordeling

In plaats daarvan kiest de minister voor een bredere herbeoordeling van de gehele keten van prenatale screening. Het is onduidelijk welke nieuwe kennis dat moet opleveren voordat verbeteringen aan de 13-wekenecho onderzocht kunnen worden. Zowel de NIPT (niet-invasieve prenatale test, red.) als de 13-wekenecho zijn immers al uitgebreid geëvalueerd en de benodigde gegevens zijn beschikbaar.

Wanneer de 13-wekenecho verdwijnt, zal de behoefte aan vroege echoscopische diagnostiek niet verdwijnen. Er ontstaat dan een reëel risico dat commerciële aanbieders in die vraag gaan voorzien. Dat kan leiden tot verschillen in toegang, waarbij alleen vrouwen die het kunnen betalen gebruikmaken van vroege diagnostiek. Juist de Nederlandse prenatale screening is ontworpen om gelijke toegang voor iedereen te waarborgen.

Zorgvuldige verbetering

Nederland heeft internationaal laten zien hoe nieuwe vormen van prenatale screening zorgvuldig en wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden ingevoerd. Goed onderzoek brengt zowel voordelen als nadelen aan het licht. Het zou opmerkelijk zijn als die wetenschappelijke zorgvuldigheid nu leidt tot beëindiging van de screening, terwijl concrete mogelijkheden voor verbetering nog niet zijn onderzocht.

De minister hoeft niet te kiezen tussen ongewijzigde voortzetting en volledige stopzetting. Er is een derde optie: gerichte verbetering van de 13-wekenecho, gevolgd door zorgvuldige evaluatie. Dat voorkomt latere diagnoses, zwaardere medische ingrepen en verlies van keuzevrijheid voor zwangere vrouwen.

Wij pleiten daarom voor behoud van de 13-wekenecho in verbeterde vorm: betere prenatale screening, gebaseerd op de wetenschappelijke kennis die inmiddels beschikbaar is.