‘Beweren dat jongeren worden opgeofferd aan ‘oorlogszucht’ is pure misleiding’
Rusland
Juliana Könning gebruikt grote woorden voor de hogere defensie-uitgaven van Nederland: oorlogskoorts, oorlogszucht en militarisering. Zij vindt dat jongeren daar niet het slachtoffer van mogen worden.
Zij noemt niet de hoofdoorzaak van deze verhoging: Ruslands oorlog tegen Oekraïne met naar schatting 2 miljoen gewonde of gedode (vaak jonge) militairen, talloze burgerslachtoffers, gebombardeerde nutsvoorzieningen en huizen tot kinderziekenhuizen aan toe. Rusland besteedt in 2027 35 procent van zijn totale begroting aan defensie, Nederland ongeveer 7 procent (defensie en defensiematerieelfonds samen). Over militarisering gesproken.
In plaats van te jammeren over een mogelijke dienstplicht voor jongeren zou Könning een concreet en reëel voorstel kunnen doen om Poetin te laten stoppen. Maar dat doet of kan zij en de vredesbeweging niet.
Hans Vermeij, Nijmegen
Vertekening van de realiteit
Dat jongeren en studenten als Juliana Könning het al decennialang min of meer cadeau krijgen dat ze in vrijheid kunnen opgroeien, een afwijkende mening mogen verkondigen en in luxe leven, is hun van harte gegund, maar niet vanzelfsprekend. Al te gemakkelijk wordt eraan voorbijgegaan dat dit al ruim tachtig jaar mogelijk is doordat andere jongeren hiervoor tijdens de Koude Oorlog mede de basis gelegd hebben.
Met de terreur van de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen gaven duizenden dienstplichtigen in heel Europa een niet onaanzienlijk deel van hun tijd en persoonlijke vrijheid op voor het verdedigen van onze gezamenlijke vrede en veiligheid. Nu het meer dan ooit nodig is te investeren in een sterke defensie, en daarvoor opnieuw ook de inzet van jonge mensen te vragen, is dat afdoen met de term ‘oorlogszucht’ een vertekening van de realiteit. En beweren dat de belangen van jongeren daaraan eenzijdig worden opgeofferd pure misleiding.
Ton ten Barge, De Heurne
Geen autocratische wet
Juliana Könning stelt dat de kabinetsplannen voor de invoering van de Wet op de defensiegereedheid (Wodg) ‘onze democratie dreigt uit te hollen’. Zo is de Wodg volgens Könning een wet met ‘autocratische trekken’. Dat is stevige taal, te stevig als je de plannen nader bekijkt.
Ten eerste stelt Könning dat de Wodg het ministerie van Defensie een vrijbrief geeft ‘om te allen tijde te doen wat het noodzakelijk acht’. Hoewel ze gelijk heeft dat deze wet Defensie verregaande bevoegdheden geeft, is het zeker geen carte blanche voor de krijgsmacht om te doen en laten wat zij wil. Het moet er juist voor zorgen dat er een wettelijk kader komt voor het uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan een goede voorbereiding op een potentieel conflict in formele vredestijd.
Nu staan wet- en regelgeving vaak in de weg van die voorbereiding. Volgens de memorie van toelichting bij de Wodg mag Defensie op eigen terreinen niet optimaal nachtschieten, nauwelijks loopgraven aanleggen en met transporthelikopters alleen op vaste plekken landen. Verder belemmeren regels over persoonsgegevens het oefenen met drones, omdat de sensoren onbedoeld gezichten of kentekens buiten het militaire terrein kunnen vastleggen.
Het kabinet wil met de Wodg dan ook juridische knelpunten wegnemen op vier terreinen: de fysieke leefomgeving, de informatieomgeving, personeel en inkoop. Daarbij gelden in het wetsvoorstel begrenzingen. Zo zijn afwijkingen van bestaande regels tijdelijk, alleen toegestaan voor activiteiten die noodzakelijk zijn en onder de huidige regels niet of onvoldoende kunnen, en wordt er constant een afweging gemaakt tegen de belangen die erdoor geraakt worden.
Voor de fysieke leefomgeving wijst het kabinet concrete activiteiten aan, met locatie en begrenzing. De afwijkingen voor die activiteiten worden vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB), met parlementaire voorhang en internetconsultatie.
Voor persoonsgegevens geldt dat de Europese privacywetgeving AVG en de Nederlandse wet UAVG gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Verder zijn er regels over bewaartermijnen, voorwaarden voor bijzondere categorieën en strafrechtelijke gegevens, en krijgen betrokkenen een eigen regime met een mededeling van de verwerking en een recht op kennisneming.
Tegelijkertijd bevat de wet ook ruimer omschreven categorieën van activiteiten, waarvoor de minister zelf een gereedstellingsbesluit kan nemen. Die zijn niet gebonden aan de beoordelingsregels van de besluiten waarvan wordt afgeweken. Daarnaast wordt de mogelijkheid tot beroep en bezwaar tegen besluiten ingeperkt. Ook geldt de AVG niet overal, en wordt een deel van de uitwerking voor persoonsgegevens aan een latere AMvB overgelaten.
Het meest vergaand is het personeelsdeel. De minister zou onder de Wodg mogen afwijken van de Wet ambtenaren defensie als hij dat ‘naar zijn oordeel’ noodzakelijk acht voor de voortgang van de gereedstelling, ook zonder buitengewone omstandigheden bij ‘oplopende spanning’. Zoals Könning stelt, is de militaire vakbond AFMP hier zeer kritisch op. Zij zou naar eigen zeggen ‘monddood’ gemaakt kunnen worden onder deze wet.
Könning heeft dus gelijk dat de wet Defensie verregaande bevoegdheden geeft in formele vredestijd. Maar ‘autocratisch’ veronderstelt macht zonder democratische controle, en die ontbreekt niet: de wet doorloopt de gewone wetgevingsprocedure, de Raad van State heeft erover geadviseerd, bij een deel van de afwijkingen is sprake van parlementaire voorhang, en de wet zal in zijn geheel nog door beide Kamers heen moeten.
Könning keert zich in haar stuk af van het adagium: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. In plaats daarvan stelt zij: als je vrede wilt, bereid je dan voor op vrede. En ze heeft gelijk dat die stem in het huidige politieke debat ondervertegenwoordigd is.
Toch zou ik ervoor willen waarschuwen om de voorgestelde inzet van dit kabinet gelijk te stellen aan ‘oorlogszucht’, het uithollen van de democratie of een militair-industrieel complex aan te wijzen als dé reden van de oplopende geopolitieke spanningen. Dat is te kort door de bocht.
De Wodg schept voor de krijgsmacht een regime met verruimde bevoegdheden tussen vrede en oorlog. En de vraag of we dat noodzakelijk vinden, en welke grenzen we daaraan willen stellen, noopt tot een zorgvuldig debat. Laten we dat de komende tijd inhoudelijk voeren.
Sjoerd Eppinga, masterstudent International and European Governance, Leiden
Boodschapper
Juliana Könning is vicevoorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en is woordvoerder van Stop de Oorlogskoorts. Een vicevoorzitter van de LSVb heeft geen rechtstreeks persoonlijk mandaat van studenten gekregen en heeft niet het recht om te claimen dat ze hun mening vertegenwoordigt. Toch stelt Könning in de Volkskrant namens ‘wij jongeren’ te spreken in een pleidooi tegen ‘oorlogspolitiek’ en het rekruteren van studenten door Defensie op de campus.
Dat Könning zich inzet voor Stop de Oorlogskoorts is prijzenswaardig, maar ze dient haar politieke activisme te scheiden van haar functie bij de LSVb. Ongetwijfeld steunt de Volkskrant de boodschap van Könning, maar juist wanneer vanuit de eigen progressieve hoek een dergelijke stevige claim wordt neergelegd, moet extra kritisch worden gekeken naar de rol van de boodschapper.
Jan Rob Dijkstra, Winsum
Aan Nederland zal het niet liggen
Het is te makkelijk om de Landelijke Studentenvakbond en haar vicevoorzitter Juliana Könning af te doen als naïef. Könning noemt twee serieuze punten waarop attentie nodig is. Namelijk de democratische controle op de Wet op de defensiegereedheid (Wodg) en de mogelijkheid dat vooral jongeren opdraaien voor gevaarlijke taken in oorlogstijd. Ik weet te weinig van de Wodg om te beoordelen of deze voldoende goed is, maar de handelswijze van de huidige minister van Defensie geeft mij geen enkel vertrouwen.
Verder kunnen wat mij betreft ook gerust 45-plussers (m/v) opgeroepen worden voor gevaarlijke taken in oorlogstijd. De oorlogsvoering verandert: veel besturing van robotlegers, je mag best een onsje te veel wegen.
Maar Könning noemt datgene wat er nu op defensiegebied in Nederland gaande is, oorlogszucht. Dat is echt onzin. Hoewel we klagen over van alles en nog wat in dit land, willen we zeker niet met een door ons geïnitieerde agressieoorlog riskeren dat we er niet meer met de caravan op uit kunnen gaan. Aan Nederland zal het dus niet liggen.
Jezelf als land teweerstellen tegen agressievelingen, potentaten, verraders en veroveraars is uiterst rationeel, vraag dat maar aan de Indianen, Aboriginals en de mensen uit Afrika. Plato wist het al: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog.
Herman Couperus, Ermelo
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- OpinieNadia Ezzeroili
Je zou bijna vergeten dat het aankaarten van ongelijkheid juist een daad van patriottisme is
- OpinieGert-Jan Segers
Als we juichen voor verschillende vlaggen, staan we dan samen sterk als het nodig is?
- Opinie
Opinie: Er is in Nederland ruimte voor koe, soldaat en struikheide
- nieuws
Brekelmans wil dat jongeren meer werken om China en VS bij te benen: ‘In Chinese techbedrijven werken ze 72 uur per week’