‘Cubanen leven in overvloed, niemand hoeft honger te lijden, leerde ik op school. Terwijl ik wíst dat wij thuis amper eten hadden’
Net 19 was Yuribert ‘Yuri’ Capetillo Hardy (42) toen hij in 2003 Cuba verliet. Of Koe-wa, met een ingeslikte ‘b’, zoals hij het op zijn Cubaans-Spaans uitspreekt. Van Havana naar Heemstede bleek ‘nogal een overgang’. Buren omhelsden elkaar niet, zijn botten kraakten van de kou. Maar in de supermarkt keek hij zijn ogen uit, ‘alle schappen vol, zo veel keuze’.
In het huis in Haarlem, waar de filmmaker en videograaf inmiddels woont, zijn de muren en meubels blauw, geel en roze. Er hangen foto’s en schilderijen uit Cuba en in de tuin staat een groot houten bord: Cuba Libre staat erop. ‘Mijn droom: dat Cubanen ooit vrij zijn.’
Capetillo Hardy groeide op in de jaren na de val van de Sovjet-Unie, in 1991. Het communistische Cuba belandde in schaarste en armoede na het wegvallen van zijn belangrijkste politieke en economische bondgenoot. ‘Mensen hadden honger. De winkels waren leeg. Vlees was zo schaars dat je voor het doden van een koe 10 jaar cel kreeg. Meer dan voor het doden van een mens. Mensen vingen katten op straat, die ze opaten.’
Hij noemt zichzelf een politiek vluchteling. ‘Ik moest weg, niet vanwege acuut levensgevaar, maar om te leven.’
Hoe zag uw leven in Cuba eruit voor u naar Nederland kwam?
‘Als tiener werkte ik ’s nachts in een bakkerij. Overdag probeerde ik wat geld aan toeristen te verdienen, zoals iedereen. Mensen rondleiden, sigaren verkopen. Ik ontmoette mensen uit andere delen van de wereld, die me vertelden over hun levens. Zo ontstonden de eerste gedachten.’
Aan weggaan?
Knikt. ‘Cuba is geen oorlogsgebied zoals Palestina of Oekraïne. Communisme is een marteling in slow motion. Het idee van socialisme is een staat die zorgt voor het individu. In Cuba zorgt de staat alleen goed voor zichzelf. De bevolking wordt aan haar lot overgelaten.
‘Ik woonde in een oud koloniaal pand op de vijfde verdieping in het centrum van Havana. Het was er altijd druk met toeristen. Dat betekende voor mij, zeker met mijn donkere huid, dat ik altijd met mijn identiteitspapieren in mijn hand naar buiten ging.
‘Cuba is een politiestaat. Ik ben zo vaak meegenomen door politie, als jochie van nog geen 10 al. Ik heb mensen geslagen zien worden door de politie, zonder dat ze iets deden. Mensen verdwenen, daar sprak je niet over.’
Hoe was uw kindertijd?
‘Ik ben enig kind. Mijn vader werkte in de bouw, hij bouwde luxehotels voor toeristen, waar hij vervolgens zelf niet meer naar binnen mocht. Mijn moeder was tandartsassistent. Met werk in de gezondheidszorg verdien je niks in Cuba. Staatssalarissen zijn te laag om van te leven.
‘Opgroeien in Cuba is niet alleen maar slecht. Ik was een blij en gelukkig kind, altijd buiten aan het spelen. We hadden geen speelgoed, maar met vriendjes verzonnen we allerlei spellen. We zwommen elke dag in zee, dan speelden we tussen de raketten die opgesteld stonden aan de kust. Gericht op Amerika. Als kind geloofde ik heilig dat Cuba elk moment kon worden binnengevallen door de Amerikanen.’
Leerde u dat op school?
‘Op school ging veel tijd naar leren over de revolutie en hoe geweldig de communistische heilstaat was. Alles wat slecht ging, was de schuld van de boycot van de Amerikanen (sinds 1960 van kracht, red.).
‘Elke ochtend moesten we, staand in ons schooluniform, een half uur politieke teksten opdreunen: ‘Vandaag is Che Guevara dertig jaar dood. Ik hoop net zo dapper te worden als Che.’’
Had u als kind weleens twijfels over de dingen die u leerde?
‘We leerden niet zelf of kritisch na te denken. Cuba heeft maar één krant en één tv-zender, waar de hele dag politieke toespraken worden uitgezonden. Het telkens herhalen van teksten wordt een ritueel. Dat is hoe indoctrinatie werkt.
‘Veel dingen rijmden niet met mijn eigen waarneming. Het giftige van hersenspoeling is dat je niet twijfelt aan wat je wordt verteld, maar aan jezelf. Cubanen leven in overvloed, niemand hoeft honger te lijden, leerde ik op school. Terwijl ik wíst dat wij thuis amper eten hadden. Dat mijn moeder haar broodje aan mij gaf. Dat ik met een knorrende maag naar bed ging. En dit gold voor 95 procent van alle Cubanen. Alleen de communistische partijtop, de militaire top, had het goed, maar dat realiseerde ik me later pas.’
Hoe belandde u in Nederland?
‘Ik had een Nederlandse vrouw ontmoet in Havana. Zij was op vakantie, we werden verliefd en kregen een relatie. Ze kwam nog een keer naar Cuba, daarna nodigde ze me uit om haar in Nederland te bezoeken. Alleen op uitnodiging kun je als Cubaan reizen. Ik moest een visum halen bij de Nederlandse ambassade. Geen dagen wachten in een rij, bij het loket werd ik aangesproken als mens. Ik dacht: wow, Nederland zorgt echt goed voor zijn mensen.
‘Cubanen zijn lieve mensen, maar in functie veranderen ze in radertjes in een machine. Je moet de lijn volgen van de staat. Niet improviseren, alle regels volgen, de officiële zinnen uitspreken, anders word je teruggefloten of kom je in de problemen.
‘Dan is er ook nog het openlijke racisme, waar ik continu mee te maken had. Cuba is zijn koloniale tijd nooit ontgroeid. Limpiar la sangre, je bloed verschonen, is een Cubaans gezegde voor: kinderen krijgen met iemand die een lichtere huidskleur heeft. Iedereen weet: hoe lichter je huid, hoe beter je leven.’
Bent u meteen in Nederland gebleven?
‘Na drie maanden ging ik terug naar Cuba. Ik had cadeautjes mee voor familie: eten, kleding, doucheproducten. Alles werd meteen afgenomen bij aankomst. De maanden erna had ik steeds meer last van de politie. Ze volgden me, sloten me in, ik moest betalen, ze dachten dat ik euro’s had. Op een dag ging een agent met zijn laars op mijn voet staan. Ik wist: als ik nu iets zeg, heb ik een probleem. Dus ik zei: sorry. Hij staat op mijn voet en ik zeg sorry. Dat is Cuba. Ik besefte: dit wil ik niet langer.
‘Toen ben ik naar Nederland gegaan. De eerste jaren waren moeilijk. Ik was verdrietig, worstelde met mezelf. Ik miste mijn familie, voelde me eenzaam en schuldig. Deed ik wel het goede door Cuba te verlaten? Liet ik mijn moeder niet in de steek, voor mijn eigen belang?
‘Ik beet me vast in de Nederlandse taal. Na een paar jaar schreef ik me in bij de hogeschool. Ik koos media en entertainmentmanagement, dat leek me creatief en ik hield van beeld. De medestudenten waren zo anders dan ik. Zo… ontspannen. Ik dacht: zo voelt het dus als je vertrouwen hebt in de toekomst.’
De relatie met de vrouw die hem uit Cuba ‘redde’, zoals hij het zelf noemt, hield geen stand. ‘We pasten niet bij elkaar. Maar ik zal haar altijd dankbaar zijn.’ Capetillo Hardy heeft een zoon van 17 uit een andere relatie, en met Eva, zijn huidige vriendin, twee dochters van 11 en 7 jaar.
Inmiddels woont hij langer in Nederland dan in Cuba. ‘Toch ben ik in mijn hart nog altijd een Cubaan. Ik word wakker met Cuba in mijn hoofd en ga ermee naar bed. Ik droom in twee talen.’ Afgelopen lente haalde hij zijn vader voor drie maanden naar Nederland, zoals elke twee jaar.
‘Ik maak me grote zorgen om hem. Er is bijna geen stroom en zonder kun je geen eten maken of bewaren. Ik heb een ecoflow voor hem gekocht, een batterij waar een huishouden op kan draaien. Om die Cuba binnen te krijgen, betaal je een hoge commissie, zo zorgen de machthebbers voor zichzelf.’
En uw moeder?
‘Mijn moeder leeft niet meer. Ze is door zelfdoding overleden. Het is al bijna tien jaar geleden, maar het voelt nog vers. Ze was ernstig psychisch ziek en kon in Cuba geen medicijnen of behandeling krijgen.
‘Ik heb me lang schuldig gevoeld: als ik niet weg was gegaan, zou ze er dan nog zijn?
Dan, ferm: ‘Het is een van de propagandafabels van Cuba dat de gezondheidszorg er zo goed is. Het is gratis, maar er is niets. Medisch personeel verlaat het land, van hun salaris kunnen ze niet overleven. Cuba heeft een pittoreske armoede, met oude gebouwen en oldtimers. Toeristen vinden het mooi, maar alles is kapot en verwaarloosd, voor Cubanen is het schrijnend.
‘Inmiddels zijn de meeste mensen bozer op de eigen regering dan op de VS. Als ik mijn vader niet zou steunen, gaat hij dood van de honger. Dat is hoe erg het nu is. Wie kinderen of kleinkinderen buiten Cuba heeft, overleeft het misschien, anders niet. Er zijn de afgelopen jaren zo’n twee miljoen Cubanen gevlucht. Jonge mensen gaan weg, oude en kwetsbare mensen blijven achter.’
‘In 2018 heb ik meegewerkt aan een VPRO-documentaire, Cuba na Castro. Daarin zie je mij met mijn opa, een echte revolutionair; Fidel is zijn god, hij heeft nog aan zijn zijde gevochten.’ Zoekt naar woorden. ‘Ik houd van mijn opa, maar ik vind het moeilijk om naar te luisteren.
‘Sinds die documentaire mag ik Cuba trouwens niet meer in.’
Hoe is dat voor u?
‘Als mijn vader zou overlijden, kan ik er niet heen. Ik kan niet naar mijn moeders graf. Mijn hart ligt ergens in de Atlantische Oceaan, zeg ik vaak, tussen Cuba en Nederland in. Ik heb een goed leven met mijn gezin, lieve vrienden. We dansen hier thuis elke dag salsa, en we zingen hard in de auto. Ook dat is Cubaans, de pijn verzachten met muziek.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- Reportage
Cubanen in Havana moeten het doen met een paar uur stroom per dag: ‘Zo erg hebben we het nog nooit meegemaakt’
- v-plusAnalyse
Terwijl Cuba zijn laatste druppels olie verstookt, begint Havana te buigen onder de Amerikaanse druk
- Eerste Generatie
‘Ik had nooit gedacht dat ik de wereld buiten de gesloten Sovjet-Unie zou zien’
- v-plusEerste Generatie
‘Mijn vader leerde me: mensen met macht zullen altijd proberen je kleiner te maken. Geef ze die ruimte niet’