Tijd voor een ander systeem: ‘Ook het kapitalisme is maar een verhaal, het zijn onze verzinsels’, stelt Triodos-econoom Hans Stegeman
Tien jaar geleden is het pas dat Hans Stegeman bij de Rabobank werkte en wist: als je bij de raad van bestuur langsgaat, doe je een stropdas om en draag je zwarte (geen bruine!) leren schoenen. Ook vandaag draagt Stegeman schoenen van zwart leder: zeker geen nieuwe, wel keurig onderhouden.
Ondertussen lopen buiten het glazen hok waar het interview plaatsvindt talloze collega’s van Triodos Bank op sneakers heen en weer. De zwarte leren schoen is een zeldzaamheid geworden, ook bij bankbestuurders. Een culturele revolutie binnen een decennium.
Maar ook een paradoxale ontwikkeling, wat Stegeman betreft. ‘Het goede is dat we blijkbaar gemakkelijk iets anders normaal kunnen gaan vinden. Het probleem is dat het er niet per se beter op wordt.’
Leren schoenen kun je onderhouden, je kunt er een nieuwe zool onder zetten, en ze gaan jarenlang mee. Sneakers betekenen gemak en comfort, maar ook wegwerpproducten van ‘eva-foam, polyurethaan, synthetisch rubber, meerdere lijmsoorten – materialen die 20 tot 35 kilo CO2-equivalent per paar produceren en bijna onmogelijk te recyclen zijn’, schrijft Stegeman in zijn boek Dit is geen crisis. 24 miljard paar sneakers per jaar produceert de schoenenindustrie, goed voor 1,5 procent van de mondiale CO2-uitstoot.
Het afscheid van de zwarte leren schoen is derhalve, ‘achteruitgang die zich voordoet als vooruitgang’. Het mag eruitzien als culturele verbetering, ‘het is vooral een verdienmodel’.
Stegeman is ruim vier jaar de hoofdeconoom van Triodos Bank, de duurzaamste onder de banken, maar beleeft nu zijn ‘coming-out’ als ideoloog. In zijn boek verklaart hij het kapitalisme als ten dode opgeschreven.
Stegeman werkte achttien jaar als econoom bij het Centraal Planbureau (CPB) en de Rabobank. Hij verklaarde de economie en haar groei door ‘met modellen te prutsen’ en stelde daar steeds meer vraagtekens bij. ‘Dan denk je wel ongeveer te weten hoe de natuur werkt, maar blijk je over de ondergrond van die hele economie, dus de natuur, nog nooit te hebben nagedacht.’
Hij vertrok naar Triodos Bank, promoveerde met onderzoek naar de duurzame economie, en toen hij eenmaal zag wat er mis was met onze huidige manier van samenleven, kon hij het niet meer ontzien. Vandaar dit boek.
Waarom is het kapitalisme niet langer houdbaar?
‘Kapitalisme is van nature expansief. Het heeft groei nodig om zichzelf in stand te houden, dus alles is daarop gericht. Zonder groei stort het in. Daarom doet het systeem wat het systeem moet doen om te overleven: het trekt alles wat gratis is – water, lucht – het systeem in.
‘Ook voor andere dingen die we belangrijk vinden, de natuur bijvoorbeeld, kent het kapitalisme maar één oplossing en dat is er een prijs op plakken. Maar er zijn ook zaken waarvan we helemaal niet weten hoeveel ze waard zijn.
‘We weten niet eens wat er in de diepzee leeft, hoe dat de oceanen en het leven op aarde beïnvloedt. Laat staan dat we het kunnen beprijzen. Je kunt verstandig zijn en diepzeemijnbouw natuurlijk simpelweg verbieden, maar de krachten in het systeem zijn zo sterk dat dit niet gaat gebeuren. De zeebodem beschermen staat de groei in de weg.’
Neem onze minister van Financiën, Eelco Heinen, zegt Stegeman: ‘Bij de aanbieding van de Miljoenennota zei hij gewoon nog dat groei een nationale opdracht moet zijn. Hij vindt dat dus het allerbelangrijkst, en de rest is daaraan ondergeschikt. Ik vind dat toch wel shocking.’
Blijkbaar zijn beleidsmakers er helemaal niet zo van overtuigd dat het systeem op zijn einde loopt.
‘Of het is een bewijs dat ze het juist wel voelen, want waarom zou Heijnen dat anders nu opeens zo zeggen? Omdat de groei die het systeem nodig heeft, niet meer vanzelf gaat.
‘Dat systeem is heus niet altijd slecht geweest. Na de Tweede Wereldoorlog was het prima om te sturen op economische groei, want er waren huizen nodig en voedsel en andere eerste levensbehoeften. Dat ging goed tot de oliecrisis van de jaren zeventig.
‘Toen de groei niet meer vanzelf kwam, lag er maar één plan klaar: het neoliberalisme. Dat was supersuccesvol volgens z’n eigen maatstaven. In eerste instantie met deregulering en privatisering, en later met het opbouwen van private schulden en overheidsschulden. De financiële crisis die daar het gevolg van was hebben we niet fatsoenlijk opgelost, waardoor we heel lang de geldpers hebben moeten aanzetten om de groei in leven te houden.
‘Nu zitten we in de laatste fase en zien we de democratie eroderen. De productiviteit moet nog steeds omhoog, maar dat lukt al tijden niet goed.’
Dit is een gevaarlijk moment, schrijft u. Het oude systeem stort in, zonder dat er een opvolger klaarstaat.
‘Bij instortende beschavingen zie je altijd dat er glasheldere belangen zijn om alles te houden zoals het was. Telkens weer vertellen de belanghebbenden het verhaal als een gedepolitiseerde wetmatigheid: we hebben groei nodig en dat is in het belang van iedereen. Dat klopt niet. Het is in het belang van de allerrijksten. Een gezonde leefomgeving, dat is in het belang van iedereen.
‘Die agenda van behoud is gevaarlijk omdat teleurstelling ingebakken zit. De politiek kan de belofte van verbetering niet waarmaken. Populistische partijen komen op als bewijs van die teleurstelling en uit een nostalgisch verlangen naar vroeger.’
Economen die vasthouden aan het kapitalisme als een wetmatigheid, aan de noodzaak van groei en aan de superioriteit van de markt als objectieve waarheden, zijn daarom volgens Stegeman medeschuldig aan de verdeelde en ontevreden samenlevingen van nu.
Het zijn ‘de priesters van de moderne tijd’, schrijft hij. ‘In plaats van de wil van God verkondigen ze de wetten van de markt. En net zoals in de Middeleeuwen mag je niet twijfelen aan hun interpretaties, want dan begrijp je de heilige teksten gewoon niet.’
Een hard oordeel.
‘Het onderliggende paradigma is zo sterk dat daarover een discussie voeren bijna onmogelijk is. Uiteindelijk gaat mijn boek over wereldbeelden, en over een gebrek aan verbeelding. We kunnen een samenleving echt anders inrichten. Want ook het kapitalisme is maar een verhaal, het zijn onze verzinsels.
‘Een bank, het hele financiële systeem, geld, het enige wat eronder ligt, is vertrouwen. Alle regels die we hebben bedacht, zijn bedoeld om dat vertrouwen te stutten en om met elkaar iets af te spreken wat we op dat moment zinnig hebben gevonden.
‘Dus we kunnen ook iets nieuws verzinnen. Dat is toch fantastisch.’
Het zal bijzonder moeilijk zijn, erkent Stegeman, om mensen ervan te overtuigen dat een nieuw systeem mogelijk is. Al is het ook niet zo, benadrukt hij, dat hij uit is op ‘een communistische heilstaat’. ‘Ik pleit voor het rigoureus aanpassen van een aantal uitwassen van ons kapitalistische systeem.’
Ik pleit voor het rigoureus aanpassen van een aantal uitwassen van ons kapitalistische systeem
Niet langer moet groei centraal staan, een samenleving van ‘genoeg’ voldoet. Om dat te bereiken, moeten we radicaal anders gaan denken over eigendom, verdeling en zeggenschap, vindt Stegeman.
Uw verregaandste voorstel is dat er een maximumgrens moet komen aan hoe rijk iemand mag zijn.
‘Ja, grenzen stellen vinden mensen altijd vervelend. Maar het is niet raar om te accepteren dat er van alles maar een beperkte hoeveelheid is op deze aarde. Ik ga er ook van uit dat we nog langer in deze wereld willen leven. Dan kom je onherroepelijk uit op een verdelingsvraagstuk.
‘Kunnen we dan toestaan dat er mensen extreem rijk zijn? Mensen die ook nog eens heel veel grondstoffen benutten? Ik denk dat je aan de extreme uitwassen grenzen moet stellen.’
U stelt 10 miljoen euro aan maximumvermogen voor.
‘Uiteindelijk gaat het om een moreel debat. Of het nou 10- of 100 miljoen wordt, is voor mij niet het belangrijkste. Er heerst nu onverschilligheid. Als Elon Musk een vermogen heeft van 800 miljard dollar, dan is de gedachte dat hij het wel verdiend zal hebben, omdat de markt nou eenmaal zo werkt.
‘Het gaat er mij om dat we zeggen dat dit niet moet kunnen. Het maakt de democratie kapot en het maakt de wereld kapot. In Amerika werden 120 jaar geleden de oliebedrijven opgeknipt omdat ze te groot werden. Waarom doen we dat nu niet?’
U bent lovend over het Joegoslavië van uw schoonvader, die in de jaren zeventig en tachtig in een bruinkoolmijn werkte. Dat lijkt me toch niet een voorbeeld van een wenkend perspectief.
‘Ik kom nog weleens in Tuzla, in Bosnië. Dat ziet eruit zoals Eindhoven in de jaren zeventig, toen ik er opgroeide. Het is echt lelijk, met de smog van bruinkool in de winter. Ik heb het verhaal van mijn schoonvader opgeschreven, omdat ik zijn nostalgie mooi vind. Hij weet zelf ook wel dat er toen dingen niet goed waren. Maar wel echt beter was het zelfbestuur van de arbeiders. Ze hadden invloed op het bedrijf waar ze werkten.
‘Dit laat zien dat je niet alles via de overheid hoeft te regelen. Gezondheidszorg en arbeidsongeschiktheid regelden werkgevers en werknemers onderling. Je kunt dus iets verzinnen dat tussen privaat en publiek in zit.
‘In Nederland kijken we met een westerse bril. Zeker sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 denken we dat het kapitalisme, ons model, veruit het beste is. Maar als mijn schoonvader naar Nederland kijkt, dan zegt hij: ‘Ik moet altijd maar voor alles met iedereen een afspraak maken. Jullie hebben nooit tijd. Lopen maar te rennen. En waarom eigenlijk?’ Dat vind ik een mooi perspectief.’
In de toekomstvisie van uw boek halen we ons brood bij de lokale bakker met graan vanuit de landbouwcoöperatie. Overleggen we in harmonie in gemeenschappelijke dorpsruimten over de regionale economie. Dat voelt als een utopie.
‘Dat is ook wel de bedoeling. Niet omdat spruitjeslucht en geitenwollen sokken mijn ideaal zijn, maar wel om een zoektocht te beschrijven naar wat we anders zouden kunnen doen.’
Hoe ga je een wereldbeeld veranderen? En dat is toch door stukje bij beetje te laten zien dat het anders kan
In zijn boek verwijst Stegeman uitgebreid naar de Mont Pèlerin Society, die al sinds de jaren vijftig middels denktanks en tijdschriften het neoliberalistische denken aanscherpt en verspreidt. ‘Wat later gepresenteerd werd als een plotselinge ideologische breuk onder Ronald Reagan (Amerikaanse president van 1981 tot 1989, red.) en Margaret Thatcher (Britse premier van 1979 tot 1990, red.), was in werkelijkheid het resultaat van een decennialange intellectuele voorbereiding.’
Hij wijst ook op het controversiële en oerconservatieve Project 2025 van de hand van getrouwen van Donald Trump. Ook die blauwdruk lag al klaar toen Trump voor de tweede keer president van de Verenigde Staten werd.
U presenteert uw boek als een soortgelijk plan, maar dan voor de progressieve beweging.
‘Het is nog geen tot in detail uitgeschreven plan, maar het zijn wel onderdelen en voorbeelden waaraan je kunt denken. We weten wel ongeveer wat we moeten doen, dus laten we maar eens een keer die weg op gaan.
‘Nou willen wij het systeem niet vanuit de macht veranderen, zoals Trump, wij willen de macht juist breken. We zullen dus een brede beweging achter ons moeten krijgen. En dan is de moeilijke vraag: hoe ga je een wereldbeeld veranderen? En dat is toch door stukje bij beetje te laten zien dat het anders kan. Dat het leuk is om met z’n allen een volkstuin te hebben. Dat tweedehandskleding ook een goed idee kan zijn.
En leren schoenen ook.
‘Ja, en leren schoenen.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie