Meloni wil ‘migrantenquotum’ op scholen: ‘Dan kunnen we wel sluiten, hier is niemand Italiaans’
Arabisch, Marokkaans, en zelfs een klein beetje Nederlands. Soltan (10) rekent op zijn vingers uit welke tien talen de vijfde klas van de Scuola Aristide Gabelli spreekt. Nigeriaans bestaat niet, dat moet Engels zijn, wijst Anita (11) hem terecht. Roemeens blijkt tot zijn opluchting wel te bestaan.
Premier Giorgia Meloni kondigde vorige maand aan dat schoolklassen voortaan nog maar voor 30 procent uit ‘buitenlandse’ leerlingen mogen bestaan, om te voorkomen dat Italiaanse scholieren ‘in de minderheid raken’. Wie ‘buitenlands’ is, zei Meloni er niet bij.
Vakbonden en oppositiepartijen vreesden dat ze de zeshonderdduizend scholieren bedoelde die in Italië zijn geboren, maar volgens de wet nog altijd geen Italiaanse staatsburger zijn. Ze noemden het plan, dat ‘gettoklassen’ tegen zou moeten gaan, ‘propagandistisch’ en ‘onuitvoerbaar’.
Ook directeur Luca Bollero komt tot die conclusie. Bijna al zijn 1.200 leerlingen hebben een migratieachtergrond, vertelt hij een week later in zijn ruime werkkamer. Aan de muur hangt een portret van onderwijshervormer Gabelli, naamgever van de basis- en middelbare school waar ‘meer dan dertig verschillende nationaliteiten rondlopen’.
Het carrévormige gebouw staat midden in Barriera di Milano, een van de armste en beruchtste wijken van Turijn. In de jaren vijftig woonden er Zuid-Italianen, die werkten in nabijgelegen fabrieken. Toen zij vertrokken, kwamen er buitenlandse migranten voor terug.
De Italianen die wel bleven stuurden hun kinderen steeds vaker naar scholen in een andere buurt. Dat heeft zijn weerslag op het onderwijs, erkent Bollero. Uit onderzoek bleek onlangs dat ruim de helft van de leerlingen die in deze wijk hun diploma behaalden niet voldoende kennis had opgedaan op school.
Dat coalitiepartijen na vier jaar regeren eindelijk aandacht hebben voor de onderwijsproblemen, vindt hij een goede zaak. ‘Maar een onrealistisch quotum gaat niet helpen’, zegt de directeur. ‘En bovendien vrees ik dat ze ons vooral gebruiken voor hun campagne, nu er verkiezingen aankomen.’
In een kleurige schoolgang hangt een poster met daarop de getallen één tot en met tien, uitgeschreven in het Bengaals, Arabisch en Bambara (dat veel wordt gesproken in Mali). De school verwelkomt wekelijks nieuwe leerlingen; vaak spreken ze geen woord Italiaans.
Voor al die nieuwkomers is er momenteel slechts één docent die gespecialiseerd is in het aanleren van een tweede taal. Bollero wil er graag meer aannemen, omdat intensieve begeleiding een ‘fundamenteel’ verschil kan maken. ‘Een stuk nuttiger dan een quotum, maar het mag niet van het ministerie.’
De overheid bepaalt
In Italië beslist de overheid hoeveel leraren onderwijsinstellingen toegewezen krijgen. Ook bepaalt de minister hoe groot of klein een klas mag zijn. Scholen in afgelegen berggebieden of op eilanden hebben een uitzonderingspositie. Die zou volgens Bollero ook moeten gelden voor scholen die kampen met een hoge migratiedruk.
Nu bestaan de klassen van het Aristide Gabelli uit meer dan twintig kinderen. ‘Veel te veel om iedereen voldoende aandacht te kunnen geven’, zegt de directeur.
Op het schoolplein geeft Soufia Madrani haar jongste zoon een knuffel. Ze neemt de plannen van de regering niet al te serieus. ‘Niemand hier is Italiaans’, zegt ze met een glimlach. ‘Met een quotum zou deze school niet meer bestaan.’
De moeder van Sara (16), Mouhamed (11) en Rayen (10) lijkt zich geen zorgen te maken. ‘Deze kinderen zijn de toekomst van Italië, daar komt de rest van het land vanzelf wel achter.’
Ze spreekt drie talen en is mediatrice interculturale, een soort vertrouwenspersoon. In die rol bemiddelt de geboren Marokkaanse regelmatig tussen ouders en de school. ‘Ik ben beroemd’, grapt ze als een vrouw met een nikab haar aanschiet voor hulp.
De school zou graag meer gebruikmaken van dit soort mediators, omdat de communicatie met ouders uit meer dan dertig verschillende landen vaak niet soepel verloopt. Maar ook dat staat het ministerie niet toe.
Rechtse kiezers teruglokken
Wie de regering precies onder ‘buitenlandse’ leerlingen schaart werd pas tien dagen na Meloni’s toespraak duidelijk, toen president Sergio Mattarella het uiteindelijke decreet ondertekende. Het quotum geldt uitsluitend voor echte nieuwkomers die de taal niet beheersen, en in eerste instantie alleen voor eerste klassen.
De ‘versoberde’ maatregel voedt de gedachte dat Meloni vooral uit was op effectbejag. Zo zou ze rechtse kiezers terug willen halen die overliepen naar Roberto Vannacci, een oud-generaal die na een korte carrière bij Lega voor zichzelf begon. Ook het boerka en nikab verbod op scholen dat ze initieerde past binnen die trend.
Critici noemen het een oplossing voor een probleem dat niet of amper bestaat. Ook Bollero maakte nog nooit mee dat een leerling met een nikab naar school kwam, terwijl een ruime meerderheid van zijn leerlingen een islamitische achtergrond heeft.
Dat de regering probeert te scoren met dit soort ‘zinloze’ plannen, verbaast de directeur niet. Partijen blijven volgens hem doelbewust inspelen op de vooroordelen van hun kiezers, terwijl ze dondersgoed weten dat Italië niet zonder migranten kan. ‘Maar mensen zullen pas van mening veranderen als ze geen Italiaanse werknemer kunnen vinden, of ineens een badante (een buitenlandse inwonende verzorger) nodig hebben voor hun bejaarde ouders.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusanalyse
Stormachtige opkomst radicalere Vannacci dwingt Italiaanse premier Meloni terug in rol van populistische campaigner
- v-plusReportage
‘Voor een uitzetcentrum is er zeker wél geld?’ Inwoners van verwaarloosd gebied in Italië verzetten zich
- v-plusReportage
Italianen zonder paspoort hopen op wetswijziging: ‘Dit land verliest veel talent’