In deze broze wereldeconomie verzacht de AI-hausse de ergste oorlogsklappen, zegt het IMF
Enorme billboards met advertenties voor Chinese (en soms Duitse) elektrische auto’s, een efficiënte metro, glimmende winkelcentra, hippe restaurants: het is duidelijk dat het de metropool Bangkok economisch voor de wind gaat. Althans, delen daarvan. Aan de stokoude bussen zonder ramen, de steegjes met loshangende elektriciteitskabels, straatverkopers en etensstalletjes zie je nog een ander, armer Thailand.
Het Zuidoost-Aziatische land, exportnatie en toeristenmagneet tegelijk, geldt als een winnaar van de globalisering, hoewel de economische groei er de laatste jaren is teruggevallen. Dit onder meer vanwege hoge schulden die Thaise burgers tijdens de pandemie maakten, stelde het Internationaal Monetair Fonds eerder dit jaar. Wel is Thailand volgens het IMF één van de winnaars van de huidige AI-boom: het is na Taiwan en Zuid-Korea ’s werelds derde exporteur van AI-hardware. Denk bijvoorbeeld aan onderdelen voor servers.
Deze week is Bangkok het toneel van de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank – de instellingen vergaderen elke drie jaar buiten hun hoofdzetel Washington. En die AI-hausse is toevallig één van de thema’s in het belangrijkste IMF-document van de vergaderweek: de World Economic Outlook, de halfjaarlijkse analyse van de wereldeconomie.
De Outlook luidt in het kort: ondanks de energieprijsschok door de oorlog in het Midden-Oosten blijft de groei van de wereldeconomie op peil. Maar de groei wordt wel een stuk ongelijker verdeeld. Landen die veel energie importeren, zoals veel landen in Afrika en Zuid-Amerika, krijgen rake klappen. Landen die deelnemen aan de florerende AI-industrie blijken economisch juist veerkrachtiger. Daartoe behoren de VS, China en Aziatische landen als Zuid-Korea, Thailand en Maleisië. „De interactie van twee krachten – geopolitiek en technologie – heeft een gespleten wereldeconomie opgeleverd.”
Opgelopen inflatie
Het bbp van de wereld als geheel groeit dit jaar met 3,1 procent op jaarbasis en volgend jaar met 3,4 procent, luidt de basisraming van het IMF. Die raming verschilt amper met de vorige, van april, kort na het uitbreken van de Iran-oorlog.
Door de gestegen energieprijzen loopt de wereldwijde inflatie fors op, van 4,1 procent vorig jaar naar 4,7 procent dit jaar, aldus de IMF-prognose. Wel verwacht het fonds dat de inflatie volgend jaar terugzakt. Het baseert deze verwachting op de aanname dat de Straat van Hormuz vanaf maart 2027 weer opengaat – wat zeer onzeker is, zoals het fonds zelf ook toegeeft.
De Amerikaanse economie blijft volgens de IMF-raming goed draaien, met 2,3 procent bbp-groei dit jaar, en ook volgend jaar. De eurozone presteert matig, met een verwachte groei van 1,1 respectievelijk 1,2 procent in die twee jaren. Een Europees lichtpuntje is dat Duitsland, waar de economie al jaren stagneert, nu eindelijk wat begint te groeien (1,3 procent groei dit jaar, 1,1 procent volgend jaar). Nederland doet het met 1,5, respectievelijk 1,3 procent groei in 2026-2027 beter dan gemiddeld in de eurozone.
Intussen zwakt de economische groei van China duidelijk af, van 5 procent vorig jaar naar 4,5 procent dit jaar en 4 procent volgend jaar. Het IMF wijt dit onder meer aan de hoge olieprijzen waar China, ondanks zijn omvangrijke oliereserves, als energie-importeur toch last van heeft. India, het land met de grootste bevolking ter wereld, blijft doorstomen. Na bijna 8 procent groei in 2025 verwacht het IMF er dit jaar en volgend jaar 7 procent groei.
Het IMF kijkt ook verder vooruit. In de jaren 2028-2030 blijft de wereldeconomie in het huidige tempo doorgroeien, met gemiddeld zo’n 3,2 procent per jaar, verwacht het fonds. Dat is laag; in de jaren 2010-2019 nam het mondiale bbp toe met gemiddeld 3,7 procent per jaar.
‘Voorspelfouten’
Maar als je het optimistisch bekijkt, is de wereldeconomie toch opvallend „weerbaar” gebleken, in deze tijd waarin schok volgt op schok. Tel maar op, schrijft de onlangs aangetreden IMF-hoofdeconoom Silvana Tenreyro in haar voorwoord bij de Outlook: eerst was er de pandemie, toen kwamen de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten, die de energieprijzen opjoegen. En er waren „belangrijke veranderingen in handelsbarrières”, wat diplomatieke taal is voor: de wildgroei van invoerheffingen en exportbeperkingen in met name de VS en China. „Ondanks deze lawine aan schokken bleef de wereldeconomie overeind”, aldus Tenreyro.
Opvallend is dat het IMF – dé autoriteit inzake economische ramingen – zelf toegeeft dat het de weerbaarheid van de wereldeconomie in zijn ramingen telkens onderschat. Drie jaar op rij (2023, 2024 en 2025) schatte het de wereldwijde bbp-groei te laag in. Wat is de achtergrond van deze „voorspelfouten”, zoals het IMF ze zelf noemt?
Het fonds heeft wel een paar vermoedens. Energiemarkten zijn de voorbije jaren snel flexibeler, efficiënter en diverser geworden. Productie en aanvoerroutes van olie en gas konden bijvoorbeeld dit jaar verrassend snel worden verplaatst, nadat de Straat van Hormuz was afgesloten. De wereldeconomie is daarnaast minder afhankelijk geworden van olie en gas, onder meer door de opkomst van hernieuwbare energie. Per dollar aan bbp consumeert de wereld nu 2,5 keer minder olie dan in 1980. Het bedrijfsleven is bovendien bijzonder capabel gebleken in het inspelen op alle onzekerheid, bijvoorbeeld door bij nieuwe invoerheffingen alternatieve markten te zoeken.
En dan is er dus de opkomst van kunstmatige intelligentie, die „de geopolitieke tegenwind compenseert”, schrijft het IMF. AI zorgt nu vooral voor extra economische groei door de toegenomen handel in allerlei AI-gerelateerde producten, zoals chips, en ook door de enorme investeringen in onder meer datacentra.
Gaat de komst van AI ook op de langere termijn voor groei zorgen? Het IMF is op dit punt voorzichtig. Heel wat economen (en de Amerikaanse regering) voorspellen productiviteitswinst als AI breed wordt ingezet, waardoor de economische groei ook zou moeten versnellen. Het IMF acht het „waarschijnlijk” dat een dergelijk effect zal optreden, „maar het blijft onduidelijk wanneer en in welke mate”. Het fonds noemt ook academische studies die juist negatieve effecten van AI voor de economie laten zien. Mensen zouden door gebruik van AI bijvoorbeeld minder goed leren en vaardigheden opdoen, en sommige mensen zouden er juist mínder productief van worden.
AI is ook een risico voor de wereldeconomie, meent het IMF. Cyberaanvallen met AI kunnen de financiële stabiliteit ondermijnen, zei Tenreyro dinsdag in een persconferentie in Bangkok. En als de beloofde productiviteitswinst door AI uitblijft, kan het vertrouwen in de technologie plots verdampen, meldt de Outlook. Investeringen stoppen dan en er kan onrust uitbreken op de financiële markten. Wereldwijd kan de bbp-groei dan een procentpunt lager uitvallen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12102737/121026ECO_2037388347_imf.jpg)
Kristalina Georgieva, voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds, tijdens een panelgesprek op de jaarlijkse IMF-bijeenkomt. Rechts van haar de president van Singapore Tharman Shanmugaratnam en Ajay Banga, topman van de World Bank Group.
Foto Rungroj Yongrit/EPAStaatsschulden en meer kwetsbaarheden
De onzekerheid over de effecten van AI onderstreept hoe kwetsbaar de door oorlogen en conflicten beschadigde wereldeconomie is. De huidige, toch al lage groei kan zomaar verder dalen. „De weerbaarheid staat onder druk”, waarschuwt het IMF. Olie- en gasvoorraden zijn geslonken, terwijl alternatieve olieroutes via de Rode Zee en de Zwarte Zee door nieuw oorlogsgeweld worden getroffen. En dus kunnen energieprijzen verder de hoogte in schieten. Arme landen en huishoudens blijven „bijzonder kwetsbaar” voor hoge voedselprijzen, die onder meer het gevolg zijn van hoge kunstmestprijzen, exportrestricties en extreem weer.
Een kwetsbaarheid die het IMF in deze Outlook onderstreept, is de hoogte van staatsschulden. Die lopen wereldwijd uit de hand, waarschuwde IMF-voorzitter Kristalina Georgieva vorige week in een speech. Wereldwijd ligt de overheidsschuld nu dichtbij de 100 procent van het mondiale bbp, het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog. Begrotingstekorten liggen in veel landen structureel hoger dan voor de pandemie.
Dat is een probleem voor de wereldeconomie. Op de financiële markten zijn de voorbije weken de rentes op staatsleningen fors opgelopen, mede omdat beleggers zich zorgen maken over de houdbaarheid van schulden van landen als de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan.
Regeringen zijn nu meer geld kwijt aan rentelasten – geld dat ze níét kunnen uitgeven om burgers en bedrijven te helpen die door hoge energieprijzen zijn getroffen, of die zullen worden geraakt door een volgende schok van een andere aard. De weerbaarheid van de wereldeconomie was de voorbije jaren „nauw verbonden” met de financiële steun die overheden konden uitkeren. Nu is daar op de begrotingen eigenlijk geen ruimte meer voor.
Het IMF heeft deze week in Bangkok een duidelijke waarschuwing aan het adres van de regeringen van de 191 IMF-lidstaten. De „grenzen” van de veerkracht van de wereldeconomie komen in zicht. Het is aan jullie om deze met prudent beleid op de been te houden.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.