Calliope Tsoupaki, winnaar van de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor componisten: ‘Het paradijs zit van binnen. De hel ook trouwens’
Haar voornaam verraadt twee godsdiensten: de christelijke en een heidense. Haar oma heette ook Calliope, naar de heilige die in de derde eeuw weigerde afstand te doen van het christendom en een wrede marteldood onderging. En de heilige was weer vernoemd naar een godin uit een oudere religie, de Griekse mythologie. Daarin behoort Kalliope – betekenis: met de mooie stem – tot de negen muzen, de hoeders van de kunsten.
De twee vrouwen kijken elkaar aan in de werkkamer van de Grieks-Nederlandse componist Calliope Tsoupaki (63). Haar klassieke naamgenoot, de muze, leunt ontspannen glimlachend achterover op een 16de-eeuwse gravure. Op de wand tegenover haar hangt het icoon van de ernstig kijkende christelijke Calliope, een kruis in de opgeheven rechtervuist.
„Mijn spirituele vader, de Griekse monnik Ananias Koustenis, hield me altijd voor dat de mens is geschapen om te geloven”, zegt Tsoupaki. „Die eigenschap bezitten we allemaal. Alleen richt niet iedereen die neiging op God, sommigen geloven liever in iets anders: geld of macht bijvoorbeeld.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12160445/121026CUL_2033687967_4.jpg)
In het midden hangt de icoon van de christelijke Calliope, in de werkkamer van componist Calliope Tsoupaki.
Foto Andreas TerlaakReligieuze bron
Het Haagse festival Dag in de Branding, voor moderne muziek, vroeg dit jaar Tsoupaki om een vijftal concerten samen te stellen met eigen werk en stukken van componisten die haar inspireren. Vrijdag en zaterdag speelt het Residentie Orkest onder meer haar werk Falling, over hoe de mens probeert betekenis te vinden in de verwarrende wereld, over falling in love, falling apart, over de existentiële eenzaamheid wanneer de nacht of de stilte over ons valt.
Mezzosopraan Barbara Kozelj zingt de vijf Rückert-Lieder van Gustav Mahler, de grote zinzoeker onder de componisten. En dan zijn er nog de troostende lange lijnen van Thin Air, dat Tsoupaki als Componist der Nederlanden (2018-2021) schreef in coronatijd. Ze programmeerde voor Dag in de Branding bovendien de documentaire True to Our Inner Daemon, waarin de Griekse filmmaker Tassos Gkoletsos in zijn land speurt naar oude heidense rituelen, roesachtige ceremonieën die vaak verbonden zijn met de Griekse godheid Dionysos.
Haar gevoel voor melodie ontspringt uit oude mystieke bronnen, maar plooit zich naar onze tijd. De noten geuren naar existentiële raadsels waarmee de mens al eeuwen worstelt. Het voelt soms alsof iets oneindigs even boven water komt – in de vorm van enkele minuten muziek – om vervolgens weer onder te duiken.
De noten geuren naar existentiële raadsels waarmee de mens al eeuwen worstelt
Voor haar tot de verbeelding sprekende werk krijgt Tsoupaki vrijdag bij het openingsconcert van Dag in de Branding de Johan Wagenaar Prijs, de hoogste Nederlandse onderscheiding die componisten ten deel kan vallen.
Religie is een rode draad in Tsoupaki’s muziek, niet alleen letterlijk zoals in haar Lucas Passie of in het requiem Liknon (schommelwieg), over de vreemde wereld tussen leven en dood. Ook in haar overige werk klinkt levensbeschouwing voortdurend op de achtergrond mee.
„Ik kom uit een Grieks-orthodox gezin, maar met veel vrijheid”, vertelt Tsoupaki. „Mijn ouders gaven me niet het gevoel dat ik gevangen zat in een kerkelijk systeem. Godsdienst is altijd een verrijking geweest. Het geloof heeft bepaald wie ik ben, het draagt me. Ik hoef het niet uit te leggen, want religie draait niet om mijn rationele kant: zij geeft vorm aan een ander leven dat evenzeer in ons bestaat. Mijn muziek komt voort uit die bron.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12155549/121026CUL_2033687967_1.jpg)
Calliope Tsoupaki in haar werkkamer.
Foto Andreas TerlaakTsoupaki is geen regelmatige kerkganger en ze ziet met afschuw hoe politieke leiders religie inzetten ter rechtvaardiging van hun cynische machtsspel. „Met zulk opportunisme wil ik niets te maken hebben. Ik geloof in het ritueel en het bovennatuurlijke dat uitstijgt boven wat wij zijn, dat zich onttrekt aan onze heerszucht, dat ons nederig stemt. Voor mij horen hier de namen van God en Jezus bij, maar sommige mensen zullen dat anders noemen. Geloof en muziek wonen bij mij op dezelfde innerlijke plek. Ik koester niet de megalomane waan – zoals de componist Stockhausen – dat ik een goddelijk medium ben, hoor. Ieder mens heeft zo’n plaats in zich. En mocht ik al een roeping hebben, dan is het om die gevoelens door te geven aan anderen, door muziek te schrijven en naar het hart van mensen te brengen. Het doel van componeren is: dicht bij anderen komen. Dan vind ik mijn leven de moeite waard. De eenzame uren in deze kamer zijn niet alleen voor mezelf. Ze staan in het teken van geven.”
Spiritueel vader
Haar eerste spirituele ervaring stamt uit de kindertijd: een bezoek met haar tante aan het klooster van de Heilige Nektarios op het eiland Egina voor de kust van haar geboortestad Piraeus. „Ze spoorde me aan zijn graf te bekijken en mijn oor tegen de kist te leggen. Wanneer ik goed luisterde, zei ze, kon ik misschien het regelmatige tikken van zijn staf horen bij zijn wandeling. En dat gebeurde inderdaad.”
Die Heilige Nektarios prijkt op een van de vele iconen die Tsoupaki bij het componeren in haar werkkamer omringen. Hij staat op een klein altaar naast een foto van haar spirituele vader, de Griekse monnik Ananias Koustenis – lange witte baard, goedmoedige brede glimlach – die ze eind vorige eeuw in Athene leerde kennen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12155800/121026CUL_2033687967_3.jpg)
De Heilige Nektarios staat op een klein altaar naast een foto van haar spirituele vader, de Griekse monnik Ananias Koustenis.
Foto Andreas Terlaak„Hij was een priester in Exarchia, de anarchistische wijk in het hart van Athene. Hij deed eens per week de dienst in de kleine kerk van de Heilige Nektarios. Door hem ben ik wie ik nu ben. Bij onze eerste ontmoeting kuste ik zijn hand zoals het hoort. Dit gebaar maakte op mij altijd een beklemmende indruk. Hij draaide onze handen om en kuste de mijne. Die omkering veranderde alles, die opende mijn ziel.”
De monnik haalde daarmee de traditionele hiërarchie tussen priester en gelovige weg, ervoer Tsoupaki. „Ik stond ‘naakt’ tegenover hem, maar hij was bereid zich ook bloot te geven. Hij zag mij en ik zag hem. Hij gaf me het geruststellende gevoel dat ik er mocht zijn, met alles wat ik ben. Met ook mijn schuldgevoelens bijvoorbeeld. Ananias zei altijd: ‘We zijn allemaal een open wond’.” Tsoupaki valt even stil, slikt. „Het is niet eenvoudig te praten over waarom ik geloof, hoe ik geloof, om te zeggen waar het leven voor mij om draait.”
Tot aan zijn dood – „zijn vertrek”, zegt ze, „want hij bestaat nog steeds” – bezocht ze Ananias regelmatig. „Bij hem kreeg tijd andere en magische dimensies. In de zin dat je het besef ervan verloor. Soms dacht ik twee uur bij hem te zijn geweest, maar wees de klok eenmaal buiten slechts een kwartier aan. Of andersom. Ananias was als de wind. Er bestonden geen vanzelfsprekendheden. Hij kon me binnenstebuiten keren. Alle maskers waarmee je door het dagelijkse leven beweegt, rukte hij af. Voor hem bleef niets verborgen. Soms kwam ik binnen om over grote bestaansvragen te praten of over de muziek. En dan ging het over een kind dat je op straat tegenkwam, over dat de wereld mooier is dan je ooit dacht.”
Tsoupaki’s ogen beginnen te glanzen. „Ja, het ontroert me om aan onze gesprekken terug te denken. ‘Als we in een grot zouden wonen’, zei hij soms, ‘en we zouden voor het eerst naar buiten komen, dan zou de schoonheid van de aarde ons verblinden.’ Ja… ja… Ze is zo mooi, maar zien we dat nog?”
Paradijs
Tsoupaki gelooft niet meer in lineaire tijd. „Ik denk dat zij eerder een draaiende turbine is. Bij Ananias kon zij uitrekken of krimpen en kreeg andere dimensies. Muziek kan mensen ook vrijaf van de tijd geven. Dat je haar even kunt vergeten en niet meer als een gevangenis ervaart. Ik denk natuurlijk vaak na over wat muziek voor me betekent. Ik herinner me dat mijn leermeester, componist Louis Andriessen, zei: ‘Als ik een stuk begin, heb ik het gevoel dat ik achter een motorfiets aanren. Maar op een gegeven moment lukt het me om erop te springen en neemt de muziek, dat voertuig, me mee.’ Dat is precies wat ik voel: meegenomen worden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12161239/121026CUL_2033687967_5.jpg)
Tsoupaki brand een kaars in haar werkkamer.
Foto Andreas Terlaak„We verlangen er allemaal naar, denk ik, dat die magische deur naar onze innerlijke bron zich opent, naar een eindeloze zee. ‘Het paradijs zit van binnen’, vond Ananias. De hel ook trouwens. Die kennen de meeste mensen beter helaas. Onze samenleving cultiveert woede en haat. We kunnen het paradijs zijn als we dat willen. Het gekke is dat we onze eigen ellende zo moeilijk kunnen loslaten. We hechten eraan, we koesteren het bijna. Alsof daar onze identiteit zit.”
Ze somt wat vragen op. Wanneer voel je je gelukkig? Op welk moment? En heb je dat door of gaat het langs je heen? „Ik zit veel alleen. Dat doe ik graag. Maar vaak kan dat me ook bedrukken. Is deze werkkamer goed? Toch ligt het niet aan plekken of dingen. Ik ben het zelf die het hoofd niet tot rust kan brengen of me niet kan openstellen. De eenzaamheid in mijn kamer daarentegen bevrijdt me: ze verlost me van vastgeroeste gedachten.”
Ze zwijgt even. „Sorry, ik raak ontroerd. Maar als je me vraagt: ‘Waarin schuilt de schoonheid van een dag?’ Dat is niet in de mooie noot. Het gaat om het gevoel dat ik iets heb kunnen geven, iets heb gevonden. Componeren is een samengaan van zoeken – een vorm van openstellen – en wachten. Je moet niet te trots zijn. Ik heb geleerd mijn muzikale invallen te noteren, ook wanneer ze op dat moment geen betekenis voor me hebben. We zijn vaak snel geneigd tot oordelen, waardoor we zaken platleggen of kapot maken. Ik schrijf die paar noten op, in het vertrouwen dat ze ergens een plek gaan krijgen. Wie wacht tot een stuk zich als kant-en-klaar visioen aandient, komt tot niks.”
Ze vergelijkt het met een kerkdienst. „De herhaalde rituelen brengen het wonder of de inspiratie voort. Zo beoefent ook de componist zijn eigen gymnastiek van de ziel. En leer ik om los te laten, zodat ik niet steeds denk: ‘Ik moet iets voelen, mij moet iets overkomen.’ Dat is niet de manier. En daarbij komt natuurlijk evenzeer het ambacht om de hoek kijken. Waarom doen turners of dansers honderden keren dezelfde oefening? Zodat hun lichaam het moment kan pakken wanneer het zich voordoet. Soms zijn het slechts twee noten, die voor anderen weinig betekenen, maar die in jou gaan resoneren.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.