De boswachter wordt steeds meer menswachter: ‘Als je eventjes niet oplet, staat er een tentenkamp’
‘Hier, moet je kijken.” Boswachters Jasmin Haasnoot (26) en Ron van Velzen (53), hun avonddienst is net begonnen, lopen het pad af. Ze ontwijken wat takken en distels. In een opening in het Haagse Bos, tussen de struiken, ligt de grond bezaaid met plastic zakjes, Pokémonkaarten, hooikoortspillen, een wegwerpbarbecue, kleding met scheuren, wc-papier en uitwerpselen – die niet van een hond zijn. En er ligt, zo blijkt, een rode slaapzak met een slapende man erin.
„Hallo, hallo”, zegt Van Velzen in het Engels. „Hoe gaat het?”
De man ontwaakt.
„Bent u dakloos?”, vraagt Haasnoot.
„Nee”, zegt de man. Hij kijkt versuft en wijst om zich heen. „This is my home.”
Wegsturen of laten zitten? Het is een dagelijks dilemma in het Haagse Bos, waar te zien is hoe dak- en thuislozen het groen intrekken. Maar slapen in het bos mag niet van Staatsbosbeheer. „Dat is niet goed voor het bos”, heeft Haasnoot eerder uitgelegd. Het zorgt voor afval – aanhangers vol –, tentjes beschadigen planten en zeldzame vogels worden verstoord tijdens het broeden. „En vaak zit er drugs in de uitwerpselen van mensen”, zegt Van Velzen. „Voor honden die dat eten, kan dat fataal zijn.”
Maar wegsturen is bijna niet te doen, zegt Van Velzen. Opvangplekken zijn vol of mensen willen er niet heen. „De volgende dag liggen ze er weer, maar dan op een andere plek.” Als je eventjes niet oplet, staat er weer een tentenkamp, vertellen de boswachters. Een paar weken terug, toen enkele collega’s van Haasnoot en Ron op vakantie waren, stonden er „binnen no time vijftien tentjes. Drie aanhangers vol!”
De situatie in het Haagse Bos toont wat Staatsbosbeheer steeds vaker tegenkomt: maatschappelijke problemen sijpelen de buitengebieden in en komen zo op het bordje van boswachters terecht. In bossen in Brabant zijn drugsdumpingen een groeiend probleem. Boswachters in andere gebieden hebben te maken met stroperij, mensen met onbegrepen gedrag, afval. Het zorgt voor extra druk op boswachters, waarschuwt Staatsbosbeheer, die vaak niet zijn opgeleid om met dit soort problematiek om te gaan. Haasnoot: „Ik voel me soms meer een menswachter dan boswachter.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081107/121026VER_2036740258_bos3.jpg)
Een waslijn bij een slaapplek in het Haagse Bos.
Foto BART MAATDe groene boa
„De rol van boswachters verandert”, zegt Marco Meeling. Hij is senior-adviseur handhaving bij Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer werkt met vier soorten boswachters, legt hij uit. Boswachters natuurbeheer, ecologie – die houden zich bezig met hoe het bos erbij ligt – en boswachters publiek, die onder meer contact houden met recreanten of omwonenden. En dan zijn er de boswachters handhaving, ook wel ‘de groene boa’s’ genoemd, die moeten toezien op de regels in natuur- en recreatiegebied.
Vooral dat laatste type boswachter krijgt steeds meer taken, zegt Meeling. „We zien dat de politie uit de buitengebieden trekt. Dat is begrijpelijk, zij moeten hun prioriteit verleggen vanwege capaciteitstekorten en zijn steeds drukker met bijvoorbeeld demonstraties. Maar gevolg is dat taken die eerst bij de politie lagen, in de praktijk bij onze groene boa’s terechtkomen.” Een woordvoerder van de landelijke politie zegt per mail de problemen waar groene boa’s mee te maken hebben, „te herkennen”. „Er is altijd meer werk dan politiecapaciteit, uiteindelijk wordt in de driehoek bepaald wat lokaal prioriteit krijgt.”
Staatsbosbeheer wil daarom meer groene boa’s aantrekken. „We denken dat wij 128 fulltime boa’s nodig hebben om al onze taken veilig uit te kunnen voeren”, zegt Meeling. Maar het aantal neemt juist af, blijkt uit de jaarverslagen van Staatsbosbeheer. In 2026 waren er 45 fulltime plekken voor groene boa’s, terwijl dat er in 2019 nog 105 waren. Hierdoor hebben boa’s het steeds drukker. Het aantal registraties (alles waar een boa ‘iets mee moet’, bijvoorbeeld iemand die in het bos slaapt of een afvaldumping) liep op naar een recordaantal van 305 per boa in 2025.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081113/121026VER_2036740258_bos4.jpg)
Boswachters Ron van Velzen en Jasmin Haasnoot van Staatsbosbeheer in gesprek met een dakloze man, tijdens een ronde door het Haagse Bos.
Foto BART MAATTe weinig financiering
Meeling wijst naar ontoereikende subsidies, de organisatie leidt al jaren verlies. Staatsbosbeheer, een zelfstandig bestuursorgaan, haalt ongeveer een derde van zijn inkomsten zelf op, met recreatie – bijvoorbeeld de verhuur van vakantiewoningen – de verkoop van hout en het verpachten van grond. Maar verder is het financieel afhankelijk van het Rijk en provincies. „We krijgen maar voor 45 boa’s financiering”, zegt Meeling. „En ook voor een deel van onze andere activiteiten komen we geld tekort.”
Als gevolg van een motie in de Tweede Kamer krijgt Staatsbosbeheer in 2025 en 2026 een eenmalige bijdrage vanuit het Rijk voor extra boa’s. Toch lukt het nog steeds niet om er meer aan te nemen. Zo ontstaat een situatie zoals in Drenthe, zegt Meeling. „Eén fulltime boa voor 37.000 hectare natuurgebied. Dan moet je kiezen tussen waar je wel en niet op handhaaft.”
Een voorbeeld: afvaldumpingen. „Die willen wij voor zijn, want ze zijn slecht voor de natuur en de opruimkosten zijn voor ons. Maar dan moet je dus veel surveilleren.” Ander voorbeeld: mensen met onbegrepen gedrag, „een groot maatschappelijk probleem”. „Het is niet primair onze taak om deze mensen te helpen, toch hebben we er veel mee te maken. Natuurgebieden kunnen een plek zijn om zorg te mijden, maar ook om te ontprikkelen.”
Meer verwarde personen betekent mogelijk gevaarlijke situaties, meent Meeling. „Ik hoor van collega’s dat ze regelmatig agressief benaderd worden zodra ze mensen aanspreken. Onze boa’s surveilleren overdag in principe in hun eentje, ’s avonds met zijn tweeën. We investeren nu in scholing rondom dit thema.” Iets soortgelijks speelt rondom dak- en thuisloosheid. „Wij kunnen dat niet oplossen, maar moeten slapers in ons gebied wel wegsturen en hun troep opruimen. Dat kost tijd en geld. Soms is het dweilen met de kraan open.”
Flyers in de tent
„No airplane, no airplane, I don’t wanna go”, zegt de man in de rode slaapzak in het Haagse Bos. Hij krijgt een waarschuwing. „Morgen moet je vertrokken zijn.” Een paar struikjes verder worden twee Oost-Europese mannen – „bekende gezichten” – weggestuurd. Zij waren vorige week al gewaarschuwd.
Van Velzen en Haasnoot zijn niet alleen aan het waarschuwen of wegsturen. Ze verwijzen ook door naar hulporganisaties, of naar Shelter 070, een opvang in de buurt die bij wijze van proef mensen die overlast veroorzaken onderdak en medische en psychische hulp biedt. Ze staan in contact met een een straatdokter, voor medische noodgevallen. Als ze een leeg tentje aantreffen, leggen ze sinds een paar maanden een flyer neer. „U kunt hier niet blijven, zoek hulp bij hulpverleningsinstanties. Treffen we u aan dan riskeert u een boete.” Die tekst staat er ook in het Pools.
En ze lopen regelmatig rondes met hulpverleners van Barka, een van oorsprong Poolse stichting die zich inzet voor kwetsbare arbeidsmigranten. „Onze hulpverleners proberen vertrouwen op te bouwen en mensen stap voor stap te motiveren om hulp te accepteren”, zegt Larisa Melinceanu, adjunct-directeur van de stichting. Soms lukt het om iemand binnen de reguliere zorg te krijgen of aan een baan te helpen. „Voor anderen biedt hulp in het land van herkomst meer perspectief.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081031/121026VER_2036740258_bos2.jpg)
Afval bij een slaapplaats van een dakloze in het Haagse Bos.
Foto BART MAATVeel dakloze arbeidsmigranten zijn naar Nederland gehaald door uitzendbureaus, zegt Melinceanu. „Het lijkt een mooie kans: werk, huisvesting, vervoer en zorgverzekering worden geregeld. Maar mensen beseffen vaak niet hoe kwetsbaar die afhankelijkheid maakt.” Hulp vragen is dan moeilijk. Ze weten niet wat hun rechten zijn, spreken de taal niet, schamen zich soms voor de ellende waarin ze terecht gekomen zijn. „Zo kan een vicieuze cirkel van dakloosheid, verslaving en medische problemen ontstaan.” Mogelijk eindstation: een tentje in het bos.
Ook in andere steden ontstaan zo tentenkampen. Volgens een rondgang van RTL Nieuws hebben sinds begin vorig jaar dertien gemeenten hiermee te maken, bijna een verdubbeling ten opzichte van de twee jaar daarvoor.
Vooral in grote steden neemt de problematiek toe. In Amsterdam ontruimden handhavers vorig jaar zeventig kampen, een paar jaar terug waren dat er veertien. In september luidde burgemeester Halsema in een open brief samen met de burgemeesters van Rotterdam, Utrecht en Den Haag de noodklok over dakloosheid. Ze riepen de regering dringend op misstanden rond arbeidsmigratie aan te pakken. „Mensen raken aan lager wal, verloederen, gaan drugs gebruiken en geven enorm veel overlast”, lichtte Halsema toe in Buitenhof. „Er ontstaat een onderklasse die volledig rechteloos is.”
Vechten tegen de bierkaai
„O nee, kijk nou toch.” Van Velzen en Haasnoot parkeren de jeep bij de plek waar een paar weken eerder een kamp was opgebouwd. Weer staan er een stuk of tien tentjes. Er is niemand aanwezig.
„Dit zijn zeker twee aanhangers vol”, zegt Haasnoot. „Zoiets heb ik nog nooit gezien.” Ze laat zuchtend haar blik gaan over de koffers, vuilniszakken en matjes. Maar hard oordelen over de bewoners wil ze niet. „Zolang zij geen plek hebben, blijven ze terugkomen. Geen daklozen meer in 2030? Veel succes!” Van Velzen: „Als je mensen wegstuurt maar de opvang is ontoereikend… Een waterbedeffect.”
Ergens voelt het als „vechten tegen de bierkaai”, zeggen Van Velzen en Haasnoot, terwijl ze weer in de auto stappen. Ze vinden hun werk leuk en zinvol. Maar ja, dakloosheid, arbeidsmigratie, drugscriminaliteit – het zijn maatschappelijke problemen die Staatsbosbeheer, laat staan zij met z’n tweeën, niet kan oplossen.
De avond valt, het wordt langzaam donker in het bos. Haasnoot en Van Velzen trekken zich even terug in hun boshut, voordat ze hun dienst afsluiten met een ronde door de Haagse duinen. Even verderop zit, buiten het zicht, weer een groepje mannen op een boomstronk tussen de bosjes. Ook de twee eerder weggestuurde Oost-Europese mannen zitten erbij.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.