Mensen met problemen worden door beleidsmakers met vooroordelen bekeken. SCP bepleit daarom een ervaringsstage voor ambtenaren
Het gevoel er niet bij te horen, een outsider te zijn in de samenleving, uitte zich vaak al impliciet. Dan hoefde antropoloog en wetenschappelijk medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Vincent Walstra de bewoners van een voormalige arbeiderswijk met veel sociale huurwoningen er niet eens naar te vragen, maar somden ze uit zichzelf de vooroordelen op. Dat hun wijk werd gezien als „afvoerputje” en de mensen denken dat hier „alleen maar aso’s” wonen, terwijl: „niet iedereen zit hier met bier voor de deur”.
Zijn respondenten gingen er al van uit dat de samenleving die onuitgesproken aannames had. En dat zegt wel iets, meent Walstra, over de „minderwaardigheid” die bewoners van bepaalde wijken ervaren. „En ook de frustratie, want als jij het idee hebt dat andere mensen zo naar je kijken…”
Bestaansonzekerheid vanuit de beleving van mensen heet een deze week gepubliceerd onderzoek van het SCP. In het rapport, dat is gebaseerd op – geanonimiseerd – veldwerk bij onder meer buurtinitiatieven, de schuldhulpverlening en in een wijk, pleiten de onderzoekers voor een brede definitie van ‘bestaanszekerheid’. Die term hoor je sinds de Toeslagenaffaire en de energiecrisis geregeld in het maatschappelijk debat, meestal in relatie tot armoede, woningnood. Maar daarmee schiet je volgens Walstra tekort, want vanuit de beleving van de mensen over wie wordt gesproken, die bijvoorbeeld kampen met schulden-, taal- of psychische problematiek, gaat bestaanszekerheid óók over stigmatisering. „Het gevoel de problematische ‘ander’ te zijn.”
In het rapport spreken jullie niet over bestaanszekerheid, maar over bestaansónzekerheid.
Walstra: „Ja, daar hebben we het lang met elkaar over gehad. Bestaanszekerheid is een term die beleidsmakers gebruiken, die willen dat mensen naar zekerheid tóé werken. Maar de mensen zelf ervaren bestaansonzekerheid.”
Ook in eerdere rapporten constateerde het SCP een „mismatch” tussen de leefwereld van mensen en de systeemwereld waarop beleid is gebaseerd. Dat begint al bij de gebruikte beleidstaal zoals „participatie” en „meedoen”, waarmee wordt bedoeld meedoen met de overheid, ofwel: via een betaalde baan. Maar zelfs al kan en wil de burger dat, er zijn ook mensen die ervaren dat ze niet mee mógen doen, schrijven de onderzoekers, „omdat ze het gevoel hebben dat zij eerder als een last worden gezien dan als een meerwaarde voor de maatschappij”.
En dan?
„Mensen gaan zich verder terugtrekken, zichzelf isoleren. Wantrouwen neemt toe. Dat heb ik zelf ook wel meegemaakt. Werd ik door een buurtbewoner, goedbedoeld, aan een groepje medebewoners voorgesteld als ‘die onderzoeker van de gemeente’ en je zag ze kijken… Het gesprek bloedde snel dood. Ze vertrokken.”
De burger wil best meedoen, alleen niet precies zoals beleid het definieert
Maak de beleidswereld passender bij de beleving van mensen, is een van de aanbevelingen in het onderzoek.
„Veelzeggend vond ik de situatie rond een betonnen waterbassin in een wijk. Iemand had daar ooit vissen in losgelaten en daarna hebben bewoners het bassin decennialang gebruikt als visvijver met daaromheen allerlei sociale activiteiten. Maar nu was het bassin leeggevist. Op een bewonersavond vroeg iemand de gemeente om hulp met vullen, maar die zei: dit is officieel geen visvijver. Ik zag de frustratie bij bewoners.”
De overheid zet in op zelfredzaamheid, schrijven de onderzoekers, maar ideeën over hoe de burger zou moeten zijn stroken niet altijd met de werkelijkheid. „Terwijl die burger vaak van goede wil is”, zegt Walstra. „Die wil best meedoen, alleen niet precies zoals het beleid het definieert.”
Zo ontmoette Walstra een buurtbewoner die een voedselkastje voor haar deur had neergezet: passerende mensen kunnen daar eten doneren of ophalen. Ze wilde vanuit het Armoedefonds haar kast aanvullen met bepaalde spullen zoals maandverband, maar dat mag sinds kort niet meer zonder ANBI-status, het goedendoelenkeurmerk, waarvoor je 875 euro moet betalen. „Het maakte haar moedeloos. Praktijk en beleid sluiten niet aan.”
Tegelijkertijd schrijven jullie dat volgens de ‘nabijheidsfilosofie’ de laatste jaren juist veel welzijnswerk via wijkcentra en buurtkamers is geïntegreerd in de wijk.
„Klopt. En er zijn in gemeenten ook veel goeie voorbeelden te vinden. Maar er is meer diversiteit aan plekken nodig.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13165446/131026BIN_2037408069_scp2.jpg)
Buurthuis de Bol in Amstedam-Noord.
Foto Lars van den BrinkNiet iedereen wil naar een buurthuis?
„Dat is voor sommigen een drempel ja. En mensen met psychische problemen mogen soms niet meer naar binnen. Die hebben nergens een plek om even met anderen te zijn, want geld voor een koffie in het café hebben ze niet. Met als gevolg nog meer sociaal isolement.”
Jullie pleiten voor een ‘basisbaan’.
„Vroeger had je voor langdurig werklozen de ‘Melkertbaan’, maar uiteindelijk had die óók als doel doorstromen naar regulier werk. Omdat de overheid ‘meedoen’ economisch definieert. Terwijl, je kunt mensen ook vooruithelpen door ze te laten meedoen naar eigen behoefte. Zo ontmoette ik twee vrouwen die op eigen houtje activiteiten hadden opgezet voor rondhangende kinderen. Dat kun je als overheid financieel belonen.”
Een ervaringsstage voor ambtenaren, is ook een van de voorstellen.
„Meelopen met een inwoner die een aanvraag doet op het terrein waarop je werkt, is het idee. Zoals de Wmo, de Participatiewet of een toeslag, of meelopen met de procedures bij de verslavingszorg, een deurwaarder of de bewindvoering. Zodat een ambtenaar meer gevoel krijgt voor de leefsituatie van de mensen voor wie ze beleid ontwikkelen.” Dat kan volgens de SCP-onderzoekers leiden tot een realistischer en positiever mensbeeld onder ambtenaren, dat weer doorwerkt in beleid.
En wat heeft dat met bestaanszekerheid te maken?
”Bestaanszekerheid is een overheidstaak, verankerd in artikel 20 in de Grondwet. De betekenis is niet concreet gemaakt, maar voor mij is de kern van begrip dat je als burger het gevoel moet hebben dat je op de overheid kunt vertrouwen op de momenten dat je haar nodig hebt.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.