Home   2026-10-22 19:56:51

←

Terug naar Maastricht, om met de nieuwste technieken te boren naar de oudste bewoning van Nederland

Original article

Terug naar de krant

Over twee houten werkbanken bij TNO’s Geologische Dienst Nederland op het Science Park in Utrecht ligt zwart landbouwplastic. Als dat wordt teruggeslagen, komen twintig halfopen buizen met bodemmonsters tevoorschijn. Een leek zou er achteloos aan voorbij kunnen lopen, niet wetende dat het hier gaat om minstens een paar honderdduizend jaar aan geologische en mogelijk ook menselijke geschiedenis.

Wat hier ligt uitgestald kwam afgelopen juni naar boven bij twee boringen op het terrein van een palletbedrijf aan de noordkant van Maastricht. Geen toevallige plek maar een locatie vlak bij de voormalige löss- en grindgroeve Belvédère waar archeologen zo’n veertig jaar geleden vuurstenen werktuigen van neanderthalers, resten van door hen bejaagde dieren en houtskoolrestanten tevoorschijn haalden. Op dat moment ging het om de oudste precies op hun oorspronkelijke plek aangetroffen sporen van (voor-)menselijke bewoning in Nederland, volgens de schatting van destijds teruggaand tot 250.000 jaar geleden. En om een van de belangwekkendste vondsten van Europa’s Oude Steentijd, omdat alles nog zo mooi op zijn plek lag.

De datering van veertig jaar geleden vormt een van de aanleidingen voor het nieuwe onderzoek. In een tak van wetenschap die makkelijk honderdduizenden jaren terugkijkt, betekenen vier decennia relatief weinig. Maar wat betreft onderzoeksmogelijkheden zijn er in die tijd enorme sprongen gemaakt. Dat roept de vraag op of deskundigen met nieuwe, nauwkeuriger technieken nog tot dezelfde datering van Belvédère komen. Of trokken de neanderthalers op en rondom de vindplaats eerder of toch later van kampementje naar kampementje?

Sommige onderzoekers van vier decennia terug en later vermoedden dat de vondsten weleens 350.000 jaar of ouder zouden kunnen zijn. Wil Roebroeks was destijds als jong archeoloog jarenlang druk met Belvédère. En nu, als emeritus hoogleraar, is hij een van de aanjagers van het nieuwe onderzoek. Hij verwacht dat de destijds meest plausibel geachte ouderdom van 250.000 jaar redelijk nauwkeurig was. Freek Busschers, geoloog bij de Geologische Dienst Nederland, houdt zelfs rekening met een wat jongere datering, dichter bij de huidige tijd.

Lees ook dit interview met Wil Roebroeks
‘Ik wil neanderthalers helemaal niet rehabiliteren! Ik wil ze zo sec mogelijk bekijken’
Wil Roebroeks.
Bij de ontwikkeling van de noordwestkant van Maastricht is er gewoon een grote nieuwe toegangsweg dwars door het gebied aangelegd

Boren in de voormalige steengroeve zelf bleek te complex. De natuur nam de afgelopen decennia bezit van die vindplaats. Alles is te veel overwoekerd. „De omgang met het terrein was de afgelopen decennia sowieso niet altijd even zorgvuldig”, stelt Roebroeks. „Het gaat om een locatie van internationaal belang, maar bij de ontwikkeling van de noordwestkant van Maastricht na het jaar 2000 is er gewoon een grote nieuwe toegangsweg, de Belvédèrelaan, dwars door het gebied heen aangelegd. Zonder enige archeologische begeleiding.” Door al die omstandigheden bleek boren vlak bij de vindplaats van vier decennia geleden het hoogst haalbare. Slechts tweemaal, vanwege de hoge kosten.

Het moet behalve een nog trefzekerder datering ook leiden tot scherpere inzichten over het landschap waarin deze kleine groepen neanderthalers zich ophielden. „Het kan langs een soort dode Maasarm zijn geweest, maar net zo goed langs een beekachtig stroompje”, zegt Roebroeks. „Het was in elk geval een drassig terrein. Meer duidelijkheid over hoe het gebied er destijds uitzag, biedt indirect informatie over hoe de tijdelijke bewoners er destijds leefden en waarvan.”

Dankzij de aangetroffen moerasschildpadden is ook al duidelijk dat de temperatuur hoger was dan nu, gemiddeld zo’n achttien graden. De neanderthalers van toen bevonden zich ook in het gezelschap van bosolifanten en steppeneushoorns.

De boor ging afgelopen juni op de twee plekken voorzichtig, meter voor meter de bodem in. Tussentijds werd steeds wat materiaal dat in het gat achterbleef naar boven gehaald om weer verder te kunnen. De samenstelling daarvan stemde al hoopvol. Roebroeks: „We troffen er restafval van de productie van vuurstenen werktuigen in aan.”

Tussen kiezels wordt gezocht naar resten van vuursteen.

Foto Jean-Pierre Geusens/ANP

Een allesoverheersend rood schijnsel

Voor de Geologische Dienst Nederland vormt het beter blootleggen van de geschiedenis niet de hoofdmoot. „Voor ons zijn de boringen eerst en vooral onderdeel van een groter project, namelijk de ondergrond van Nederland zo volledig mogelijk in beeld te brengen. Dat is onze hoofdtaak”, vertelt Freek Busschers, geoloog bij de instelling. Alle gegevens van boringen sinds de negentiende eeuw, dus ook deze, worden verwerkt in één groot 2D-model van de ondergrond, dat voor iedereen digitaal raadpleegbaar is.

Busschers laat op zijn mobiele telefoon beelden zien van het openen van steeds weer een meter van de boorkern. Met ijzerdraad en vaste hand worden de buizen in twee stukken gedeeld. Infrarood licht zorgt voor een allesoverheersend rood schijnsel, maar biedt voldoende zicht en voorkomt dat normaal licht de monsters al onbruikbaar maakt voor een deel van de nieuwe technieken.

Met luminescentieonderzoek kan bijvoorbeeld vrij nauwkeurig worden vastgesteld wanneer nu naar boven gehaald sediment voor het laatst zon heeft gezien en vanaf wanneer de zandkorrels niet langer werden blootgesteld aan licht en hitte.

Kuiltjes in de buizen met bodemmonsters verraden waar al materiaal is weggenomen. Dat kon ook zonder infrarood licht. Bij de open buizen liggen nog het soort zilvermetalen bakjes en plastic potjes, dat associaties oproept met afhaalrestaurants en apotheken, waarin ze daarna hun weg naar onderzoek vervolgden. Technische faciliteiten in universiteiten en onderzoeksinstituten in Leiden, Utrecht en Wageningen maar ook in Duitsland komen samen in het hernieuwde onderzoek.

In bakjes, potjes en schaaltjes worden resten bewaard die verder onderzocht moeten worden.

Foto Paul van der Steen

Daarbij hoort een zoektocht naar sedimentair dna in de naar boven geboorde grond. Stoffelijke overschotten van honderdduizenden jaren geleden zijn in de meeste gevallen vergaan. Maar sedimenten kunnen restanten van erfelijk materiaal bevatten. Roebroeks: „Met restanten van bepaalde dieren kun je met behoorlijke zekerheid een periode aanwijzen, omdat ze vaak alleen onder bepaalde, bijvoorbeeld klimatologische omstandigheden hebben kunnen bestaan. De aanwezigheid van soorten zegt ook weer iets over het landschap van toen. Maar het is niet zeker dat je iets vindt. De kans op sedimentair dna van de neanderthalers is nog kleiner.”

Roebroeks is blij met de samenwerking tussen de verschillende wetenschapsdisciplines: „Sommige instituten daar hebben onderzoeksmogelijkheden en -faciliteiten waarvan we in de archeologie alleen maar kunnen dromen. Busschers: „Met laser kunnen zandkorrels bijvoorbeeld heel nauwkeurig worden bestudeerd. Aan hun vorm is te zien of ze zijn afgezet door de wind of door water.”

Tegelijkertijd denkt Roebroeks met enige weemoed terug aan het veldwerk in de jaren tachtig. „De fast science van nu kan veel meer duidelijk maken, maar de slow science van toen had ook zijn voordelen. De huidige boringen zijn relatief duur. Daarom is gekozen voor slechts twee plekken. Destijds brachten we een wand over een breedte van honderden meters en van meters hoog stukje bij beetje in kaart. Studenten stonden op metershoge ladders wanden te bestuderen. In de jaren tachtig legden we ook vrij makkelijk het onderwijs in Leiden stil, waarna een groep studenten wekenlang onderzoek kon doen in de groeve in Maastricht. Het aantal studenten archeologie is nu vele malen groter, maar de opleiding is ook veel strakker gestructureerd dan toen. Dat op korte termijn plannen en zo lang het reguliere onderwijs stilleggen lukt vandaag de dag niet meer.”

Dit keer was het palletbedrijf bereid om mee te werken aan boringen op zijn terrein. In de vorige eeuw liepen de wetenschappers jaren rond bij een grind- en lössonderneming. De directeur van de firma Blom uit Berg en Terblijt, die de groeve in de jaren tachtig bestierde, had niet zoveel met archeologie. „Die zei in zijn plaatselijke dialect: ‘Jongen wat moet je met die oude stenen? Zoek wat nieuwe stenen en bouw een huis voor jezelf’”, herinnert Roebroeks zich. Toch was het bedrijf de archeologen zeer ter wille. „En de onderlinge sfeer was heel gemoedelijk. Aan het einde van vrijwel elke werkweek, op vrijdagmiddag, dronken we samen met de mensen van Blom een paar biertjes.”

Als van diverse kanten de onderzoeksresultaten zijn binnengekomen, is het tijd voor de definitieve totaalanalyse. Busschers verwacht dat de eindconclusies er uiterlijk eind volgend jaar liggen. Roebroeks geeft ondanks alle nieuwste technieken alvast een disclaimer mee: „Bij de datering zal er sprake blijven van een onzekerheidsmarge van zo’n 10 procent naar boven en naar onder.”

Is dit het laatste grote onderzoek naar de vroege bewoners van Zuid-Limburg en hun leefgebied? Waarschijnlijk niet. Inzichten blijven veranderen. De techniek blijft voortschrijden. Terwijl een deel van de boorkernen voor onderzoek naar diverse instituten ging, verdween daarom ook een deel van het naar boven gehaalde naar het Kernhuis van de Geologische Dienst Nederland in Zeist. Daar ligt meer dan een eeuw aan sediment- en gesteentemonsters. Wie in de toekomst met weer nieuwe methodieken opnieuw onderzoek wil doen naar Belvédère en haar prehistorische bewoning, kan daardoor opnieuw gebruikmaken van de twee boringen uit 2026.

Lees ook deze reportage uit het Kernhuis
De hele Nederlandse ondergrond ligt op een bedrijventerrein in Zeist
De geologen Geert-Jan Vis (links) en Johan ten Veen tussen de monsters in het Kernhuis in Zeist.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.