‘Treework’ is een opera voor een ensemble van bomen en mensen: ‘Wij pluggen in en versterken wat we zien, horen, voelen en ruiken’
Het moet begin jaren negentig zijn geweest. Om tussen de gangen van het eindeloos durende kerstdiner iets te doen te hebben, verzinnen mijn broers en ik toneelstukjes. De jongste, hij is een jaar of drie, vergeet om de haverklap zijn tekst. Hij zal bij nader inzien worden ingezet als levend rekwisiet.
Als na het dessert het moment van de première daar is, posteren we hem in een hoek van de kamer met het vriendelijke verzoek zijn mond te houden. Ik herinner me een weergaloze impressie van een boom: zwijgend rechtop, de ogen gesloten, zijn omhoog gestoken peuterarmpjes zacht wuivend in een denkbeeldige bries.
De herinnering kwam bovendrijven toen ik onlangs naar beelden keek van Treework, het nieuwste project van het Noors-Nederlandse theaterduo Espen Hjort en Mees Borgman, ook bekend onder de naam Landmarks. Komende zaterdag zal de voorstelling live te zien zijn op landgoed Zonheuvel, nabij Doorn, in de doorlopende programmering van Gaudeamus.
Na een première op Oerol in 2025 vond eerder dit jaar een uitvoering plaats in Østmarka, een bosgebied ten oosten van Oslo. De videoregistratie opent met een shot van voorjaarslicht dat tussen kaarsrechte stammen door valt. Op een rotsachtige verhoging zit publiek op matjes. Voor hun ogen struint een drietal menselijke performers door de weelderige ondergroei. Een van hen plooit lijf en leden tot een houding die naadloos samenvalt met een knoestige stronk. Een ander strekt haar armen uit naar het licht van de ondergaande zon.
Mijn eerste ingeving was te schrijven over het treffende beeldrijm tussen video en jeugdherinnering. Iets over armen die in beide gevallen reiken als takken, vingers die tasten als twijgen. Mijn tweede gedachte was dat die vergelijking eigenlijk niet opgaat, dat ze geen hout snijdt, zogezegd. De kern van het probleem zit ’m in een wezenlijk verschil tussen voorgrond en achtergrond. Ik besef: dat klinkt wat abstract, dus laat ik proberen het concreet te maken.
Bomen als creatieve wezens
Het is medio september als ik Hjort en Borgman spreek via een videoverbinding. Vanuit hun woonkamer in Oslo – ze zijn ook in het dagelijkse leven een stel – praat het tweetal honderd uit over het ontstaansproces van Treework. Dat proces begon in 2025, op een kwartiertje lopen van hun huis aan de rand van natuurgebied Østmarka. Vijf weken lang waren ze met hun team iedere dag in het bos te vinden om er antwoorden te zoeken op hun centrale onderzoeksvraag.
Die luidde, vrij geparafraseerd, als volgt: als we ervan uitgaan dat bomen niet alleen levende maar ook creatieve wezens zijn, wat kunnen zij ons dan leren over dramaturgie, over beweging, over zang?
Veel, zo bleek.
Zo putte Borgman met haar mime-achtergrond inspiratie uit wat ze de „driedimensionaliteit van het boomlichaam” noemt. Ze verduidelijkt: „Als mens zijn we sterk naar voren gericht, maar een boom groeit en beweegt naar alle kanten tegelijk. Rondom. Die realisatie heeft veel interessant bewegingsmateriaal opgeleverd.”
Hjort vertelt hoe Landmarks-componist Seán Ó Dálaigh zich verdiepte in het begrip kroonschuwheid, het fenomeen dat bomen stoppen met groeien waar hun takken die van hun buren dreigen te raken. Ó Dálaigh nam het gegeven als uitgangspunt voor een improvisatietechniek waarbij melodielijnen dicht tegen elkaar aan schuren zonder te overlappen. Een soort botanische close harmony, zeg maar.
Borgman: „Wist je trouwens dat een boomschors zich laat lezen, zoals een partituur?”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/09160757/121026CUL_2035013905_3.jpg)
Scène uit eerdere voorstelling van Treework.
Foto Johnny Vaet NordskogHjort: „Eigenlijk stellen we ons op als een soort levende luidsprekers. De bomen staan centraal. Wij pluggen als het ware in en versterken wat we zien, horen, voelen en ruiken.”
Het duo wil er maar mee zeggen dat de bomen in Treework meer zijn dan louter decor (sorry nog, broertje). Sterker: zij zien de dennen en sparren van Østmarka, net als de beuken en kastanjes op Zonheuvel, nadrukkelijk als volwaardige partners in het artistieke proces. Niet voor niets bestempelen ze Treework als „een opera voor een ensemble van bomen en mensen”.
Veelzeggend is een scène in het hart van de voorstelling. Op de video verzamelen de drie performers zich zingend rond een vermolmde stam. Lamento voor een meer-dan-menselijke verwant. Als het drietal even later neuriënd uit beeld verdwijnt, krijgt het bos zelf een solo: het suizen van een bries door duizenden naalden vermengt zich met vogelzang, in de verte blaft een hond.
Achtergrond is voorgrond geworden.
Kantelend perspectief
Het is verleidelijk om dat kantelende perspectief van Treework in een bredere context te bezien. Iets wat je met een beetje fantasie de artistieke emancipatie van de boom zou kunnen noemen.
Alleen al het afgelopen jaar waren verschillende voorstellingen te zien met bomen als thema. Ik herinner mij Memories of Trees van het Ragazze Quartet, Arbor van pianist Helena Basilova en visueel kunstenaar Vincent Rang. De Britse componist Graham Fitkin fietste deze zomer dwars door Europa: onderweg maakte hij veldopnamen van bomen voor zijn compositie Treeline. Nog niet zo lang geleden ontving ik een mailtje van het New European Ensemble: of ik een vragenlijst wilde invullen voor We Are the Forest, een project in wording „rond de vele verhalen en betekenissen die bomen met zich meedragen”.
Natuurlijk: bomen hebben vaker als inspiratiebron gediend. In de romantische muziek wemelt het van de ruisende en ritselende bossen. Even uit mijn hoofd: Schumanns Waldszenen, het ‘Waldweben’ uit Wagners Siegfried, de ‘Naturlaut’ uit Mahlers symfonieën. En toch: het verschil is dat bomen hier uiteindelijk steeds weer fungeren als coulisse voor een menselijk subject: de jager met zijn schallende hoorn, de held met zijn magische zwaard, de dolende romantische ziel.
Dan lijkt er in een project als Treework toch iets anders aan de hand: niet de mens staat centraal, maar de bomen zelf. In al hun boomheid.
Het lijkt trouwens een breder fenomeen, die belangstelling voor de boom per se. Ook in de literatuur voltrok zich de afgelopen jaren zoiets als een arboretische wending. Richard Powers won een Pulitzer voor The Overstory, een roman over negen menselijke personages, al lijken bomen als de kastanje, de moerbei en de reuzensequoia uiteindelijk de eigenlijke protagonisten. In Nederland verscheen Het zuchten van bomen van Roanne van Voorst, speculatief verteld vanuit het perspectief van een beuk. Afgelopen zomervakantie las ik Annie Proulx’ Barkskins, een generaties omspannend familie-epos. Het narratief wordt op de keper beschouwd voortgestuwd door het lot van de Noord-Amerikaanse bossen.
In de categorie non-fictie waren het populairwetenschappelijke boeken als Peter Wohllebens Het verborgen leven van bomen en Suzanne Simards Finding the Mother Tree die het traditionele beeld van de boom als groot uitgevallen, maar passieve plant aan het wankelen brachten. Bomen zouden, aldus Wohlleben en Simard, beschikken over een uitgekiend waarnemingsapparaat en voortdurend reageren op hun omgeving en op elkaar. Hetzij via geurcodes die, uitgewasemd via bladeren, soortgenoten waarschuwen voor een parasietenplaag. Hetzij ondergronds, via wortel- en schimmelnetwerken. Al toonde recenter onderzoek aan dat de idee van een wijdvertakt wood wide web wellicht te sprookjesachtig is om waar te zijn.
De Catalaanse filosoof Michael Marder gaat nog een stap verder. In diens boek Plant-Thinking dicht hij planten (en dus bomen) een vorm van bewustzijn toe, al waarschuwt hij in een moeite door voor een al te gemakkelijke antropomorfiserende reflex. De essentie van een vegetalistisch bewustzijn, aldus Marder, is nu juist dat het zich niet laat denken naar menselijke maatstaven.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/09160730/121026CUL_2035013905_1.jpg)
Scène uit Treework.
Foto Johnny Vaet NordskogEcologische treurigheid
Natuurlijk, beamen Hjort en Borgman, als mens zullen we nooit ten volle kunnen ervaren hoe het is om een boom te zijn. Maar dat betekent niet dat we geen poging kunnen doen om ons in te leven.
De vraag waarom een dergelijke oefening waardevol zou zijn, lijkt na afgelopen zomer vooral een retorische. Op weg naar de camping waar ik Proulx’ Barkskins opensloeg, bood iedere heuvelflank dezelfde aanblik. Na de zoveelste hittegolf hadden de berken massaal het loodje gelegd. De sparren waren, als ze nog overeind stonden, bij bosjes kaalgevreten door de schorskever.
Natuurlijk, beamen Hjort en Borgman, als mens zullen we nooit ten volle kunnen ervaren hoe het is om een boom te zijn
Hoe je te verhouden tot zoveel ecologische treurigheid? In Staying with the Trouble pleit de Amerikaanse bioloog, feminist en wetenschapsfilosoof Donna Haraway ervoor niet te vervallen in wanhopige doemscenario’s. Beter, stelt zij, kunnen we ons oefenen in wat ze response-ability noemt, het vermogen om aanwezig te zijn, niet weg te kijken en vanuit bewustzijn te reageren. Een van haar strategieën: multispecies storytelling, het vertellen van verhalen samen met niet-menselijke soorten.
Alsof ze over Treework schreef.
Trouwens, wie verhalen maakt met anders-dan-menselijke levensvormen, loopt soms tegen onverwachte omstandigheden aan. Zo werd een eerder geplande uitvoering van Treework (afgelopen september, tijdens Gaudeamus) afgelast. De reden: het bos van Amelisweerd bleek te kwetsbaar.
„De bomen gaven even geen thuis”, zegt Borgman nuchter. Hun soortgenoten op landgoed Zonheuvel hebben er vooralsnog ontzettend veel zin in.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.